Leiderschap naar Gods hart

Leiderschap: waar denk jij aan als je dat woord hoort? De één denkt aan een man met stropdas en luxe maatkostuum. De ander denkt aan een krachtige persoonlijkheid die een schip door stormachtige wateren voert. Leiderschap kent vele gezichten. Als je de leiders in je omgeving of in het nieuws observeert, kun je verschillende typen onderscheiden.

Vier leiderschapsstijlen

De Amerikaanse schrijver Ken Blanchard onderscheidt vier leiderschapsstijlen:

  • Steunend leiderschap – de bewaker
  • Coachend leiderschap – de aanmoediger
  • Sturend leiderschap – de regisseur
  • Delegerend leiderschap – de gever

Hoewel veel mensen een bepaalde voorkeur hebben, wisselen ze in de praktijk tussen verschillende leiderschapsstijlen. Ook wij hebben zo allemaal onze persoonlijke voorkeuren en ervaringen met leiderschap. Soms prettige, soms minder prettige. Die bepalen grotendeels of we bereid zijn leiders te vertrouwen of niet.

Het is van belang daar even bij stil te staan. Misschien zeg je nu: “ja, maar ik geef helemaal geen leiding. En met politiek heb ik niets, voor mij is iedereen gelijk”. Maar als we bereid zijn ons leven eerlijk onder de loep te nemen, zijn we allemaal afwisselend leider en volger. Goed of kwaad leiderschap, het raakt ons allemaal.

In deze overdenking zullen we twee Bijbelse leiders onder de loep nemen: Jozua en Jezus. Wat is het geheim van hun revolutionaire leiderschap?

Ruach

In Numeri 27 lezen we hoe Mozes opdracht krijgt Jozua, zoon van Nun, aan te wijzen als leider van de Israëlieten. Waarom hij? De tekst vermeldt eigenlijk maar één argument: hij is een man in wie de Geest woont. De Hebreeuwse tekst vermeldt het woord “ruach”, dat adem, wind of geest betekent. In vers 16 komt het meervoud daarvan in een andere betekenis voor. Daar wordt gesproken van de God die al wat leeft, de levensadem schenkt.

Alles wat leeft heeft dus een door God gegeven levensadem. Toch is het niet die fundamentele levensadem waar Mozes bij Jozua op doelt. Het lijkt erop dat Jozua nog iets extra’s heeft, wat andere mensen niet hebben: de heilige Geest, soms ook vermeld als een geest van geloof, wijsheid, moed, liefde, kracht, leiderschap of profetie. Jozua’s bestaan weerspiegelt dus méér dan de natuurlijke mens. Hij is iemand die niet alleen door Gods levensadem wordt bezield, maar die deze ook krachtig uitademt de wereld in. Kortom: een “begeesterd” mens.

Overdraagbaar

Dat geldt trouwens ook voor zijn voorganger Mozes. “Leg op hem van uw heerlijkheid”, draagt God Mozes op. Mozes geeft daar gehoor aan. Ten overstaan van de priester Eleazar geeft hij Jozua instructies en legt hij hem de handen op. Blijkbaar bezit Mozes een bepaalde mate van kracht van Gods Geest, en kan hij daarvan overdragen op zijn opvolger. Die wordt dan op zijn beurt, door die kracht te ontvangen, voorbereid op zijn toekomende de taak.

Foto door Thirdman op Pexels.com

Messias

We maken even een sprong naar het Johannesevangelie. Als Jezus tijdens het feest van de Tempelwijding in Jeruzalem door de zuilengang van de tempel van Salomo wandelt (Joh. 10), wordt Hij omringd door enkele joodse Schriftgeleerden. “Hoe lang laat u ons nog in onzekerheid?”, willen ze weten. “Als u de Messias bent, kom er dan voor uit!”

Waarom vragen ze dat? Willen ze het antwoord écht weten? Nee, zo blijkt uit het antwoord dat Jezus geeft. De Schrifgeleerden, gewoonlijk nogal overtuigd van hun kennis, herkennen geen Messias in Hem. Ze hebben geen oog voor de bovennatuurlijke kracht die Hij uitstraalt. Ze zijn er blind voor, of misschien zien ze het wel, maar willen ze het niet erkennen. Daarom doen ze hun best om Hem te laten struikelen. Zodat ze kunnen zeggen: “Zie je wel, Hij blaast hoog van de toren, maar Hij is geen haar beter dan wij”.

Blinde wegwijzers

Wat ongetwijfeld meespeelt, is dat de Schriftgeleerden meer ambitie voelen om te leiden dan om te volgen. Jezus vergelijkt Zijn volgelingen met schapen, maar wie wil er graag een schaap zijn? Schapen zijn kuddedieren, ze blaten anderen na. Maar de Schriftgeleerden willen niemand nablaten. Jarenlang hebben ze gestudeerd om iets te kunnen, om eindelijk het gevoel te hebben dat ze iemand te zijn, om zichzelf te verbeteren. En dan je te laten invoegen in de rol van een schaapje? No way.

Zelfstandigheid, onafhankelijkheid, autonomie, zelfredzaamheid… dat zijn gedeelde waarden die de meesten van ons met de paplepel ingegoten gekregen. In onze liberale westerse maatschappij zijn we dat belangrijk gaan vinden: de autonome mens die zelf denkt, die zelf wikt, zelf beschikt. Wie is er nog bereid een schaap te zijn?

Zelfs als mensen stemmen op populistische leiders, is dat vanuit een dikwijls gekrenkt ik-gevoel. “En ik dan?”, denken velen vandaag. “Wie ziet mij nog staan, wie houdt er nu rekening met mij?” Maar in plaats van hun ogen naar de hemel te richten, verwachten veel verwonde zielen hun heil van onvolmaakte mensen. Blinde wegwijzers die in werkelijkheid meer om hun prestige geven dan om hun schapen.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dwaasheid

“Ik heb jullie verteld dat ik de Messias ben”, zegt Jezus tegen de Schriftgeleerden, “maar jullie geloven het niet. De werken die Ik doe in Mijn vaders naam, getuigen van Mij, maar jullie geloven niet omdat jullie Mijn schapen niet zijn. De schapen luisteren naar Mijn stem, ik ken ze en ze volgen Mij”.

Wat bedoelt Hij precies? Jezus verklaart dat Zijn schapen mensen zijn die het goddelijke in Hem herkennen. Die het zien. En dat niet alleen, die daardoor ook bewogen worden om Hem te eren en te volgen. Voor zulke mensen kan Jezus een herder zijn. Een leider. Maar niet voor degenen die met natuurlijke ogen kijken. Voor hen is dat wat uit God geboren is, dwaasheid. Ze zien het niet, ze willen het niet zien. Hun ogen zijn toegesloten. En daardoor gaat juist het meest hoopvolle perspectief in het leven aan hun neus voorbij.

“Kies dan heden, wie gij dienen zult.”

Jozua 24, 15

In hun vermeende autonomie vergeten de Schriftgeleerden iets: de meeste mensen zijn gehoorzaam. We kunnen enkel kiezen aan wie. Is het niet aan de Geest van God, dan wel aan de wereldse geest van machtswellust, hebzucht, expansiedrift, onderwerping en strijd. Het is niet zo moeilijk te zien met welke je te maken hebt; let maar op de vruchten. De Holocaust toont hoe gruwelijk het mis kan gaan als schapen de verkeerde herder volgen.

Welke herder volgen wij? Is het de Goede Herder, of stellen we ons vertrouwen op blinde wegwijzers? En als wij zelf herder zijn, wat voor type zijn wij dan? Zorgen we voor onze schapen, behandelen we ze wreed en harteloos of laten we hen het zelf maar uitzoeken? Jezus belooft de schapen die Hem volgen, het volgende:

“Ik schenk hun eeuwig leven en ze zullen nooit zoekraken, niemand zal ze uit mijn hand roven. Mijn Vader, die ze aan Mij heeft gegeven, gaat alles te boven, niemand kan ze uit Mijn Vaders hand roven, en Ik en de Vader zijn Eén”.

Johannes 10, 28-29
Foto door Carsten op Pexels.com

Contrast

Wat een belofte! Bedenk je eens hoe ver Jezus is gegaan voor Zijn schapen; hoe Hij zich volledig voor ons overgaf aan het kruis. Wat een contrast met het leiderschap van sommige wereldleiders, die hun eigen jongeren opofferen als kanonnenvlees. Of met dikbetaalde CEO’s die hun pakketbezorgers 60 cent per pakketje betalen, met politici die doelbewust groepen tegen elkaar op zetten en haat en verdeeldheid zaaien.

Geheel anders is het leiderschap van God. Dat is dienen uit liefde. Dat is de onderste weg gaan, zelfs als je in het dagelijks leven een toppositie inneemt. Het is eerlijk toegeven dat je struikelt, fouten maakt, soms met de handen in het haar zit, dat je een hand nodig hebt die je liefdevol in de juiste richting duwt. Kortom: dat niets menselijks je vreemd is.

Heb je soms het gevoel dat de bergen die voor je liggen, te groot zijn? Denk je soms dat het nooit gaat lukken? Weet dat je in goed gezelschap bent! Ook Jozua en zelfs Mozes hebben dikwijls voor hete vuren gestaan. Zij waren van nature geen reuzen, geen giganten, misschien zelfs geen genieën als Bill Gates, Steve Jobs of Elon Musk.

Gewone mensen

Jozua en Mozes waren gewone mensen zoals u en ik, geroepen voor een buitengewone taak. Wat was dan dat uitzonderlijke, die onverklaarbare sprankeling, die hen zo deed uitstijgen boven de rest?

Jozua en Mozes beseften dat ze niets waren zonder de liefde en de levensadem van de God die hemel en aarde gemaakt heeft. Ze openden hun hart voor Hem. Het Hebreeuwse woord “neshamah” staat voor de levensadem, de geest, de diepste kern van ons wezen. Daarmee strekten Mozes en Jozua zich uit naar de Eeuwige. Niet slechts een beetje, maar met lichaam, hart en ziel: ze ademden de Geest in met heel hun wezen.

Twee kleine mensen, geroepen om grote dingen te doen. Ontvankelijkheid was hun geheim. In een ontvankelijk hart dat zich opent voor God, vindt Hij een huis om in te wonen.

Deze preek werd geschreven voor de Geuzentempel in Roeselare, zondag 8 mei 2022.

Foto door Ivan Samkov op Pexels.com

Meer lezen?

  • Numeri 27, 12-23
  • Johannes 10, 22-23

Gepubliceerd door Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (1975) studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door Wereldreligies & Interreligieuze Dialoog en Journalistiek, beide aan de KU Leuven. Ze werkt als journalist voor het Vlaamse christelijke opinieblad Tertio en gaat als freelance predikant voor binnen diverse kerken in België en Nederland. Samen met haar man Joost en vier zonen woont ze in Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: