World Happiness Day

Vandaag is het een bijzondere dag. Jaarlijks wordt op 20 maart namelijk wereldwijd de Internationale Dag van het Geluk gevierd. De gedachte achter de World Happiness Day is dat ieder mens het recht heeft om gelukkig te zijn. “Happiness is your birthright”, zei rapper Pharrell Williams in 2015, toen die VN-dag voor de derde keer werd gevierd.

Ook op de speciale klimaatsynode van de Verenigde Protestantse Kerk in België ging het over de dingen die miljoenen mensen ervan weerhouden gelukkig te zijn. Ons ontluikende ecologische bewustzijn werd verder aangewakkerd. We waren gemotiveerd, we voerden goede gesprekken, wisselden ideeën uit en dronken samen fairtrade koffie. Maar toen ik met een hoofd vol frisse ideeën de kerk in Brussel verliet, passeerde ik een jonge moeder met een kind.

Stad met vele gezichten

Tegen elkaar aangedrukt zaten ze onder een deken tegen de gevel van de McDonalds. De mensen liepen intussen het fastfoodrestaurant in en uit. Ze hadden oog voor de hamburgers, McFlurry’s en de grote bekers cola of Fanta, maar niet voor de vrouw en haar zoon. Ik graaide in mijn zak, maar vond geen muntjes meer.

Brussel blijft een stad met vele gezichten. Soms zijn dat gelukkige gezichten, soms ook gezichten die je harder raken dan je lief is. Naast glinsterende etalages vol luxe ligt de ellende van kapotte levens uitgestald. Geluk is je geboorterecht. Maar niet iedereen krijgt evenveel kans om daar aanspraak op te maken.

Foto door Timur Weber op Pexels.com

Leugen

In Afrika en Amerika doen welvaartspredikers goede zaken. Pastors met sterrenstatus vliegen in privéjets de wereld rond. Ze oefenen druk uit op hun vaak arme volgelingen om grote bedragen te geven, want dan worden ze naar verluidt gezegend en krijgen ze nog meer. In de ontnuchterende tv-documentaire American Gospel: Christ Alone vertelt een gezin over hun laatste centen, die ze aan de pastor hebben overgemaakt. De beloofde zegen blijft uit. Als de ouders geen geld meer hebben om eten te kopen, vertelt de pastor dat de armoede van het gezin wordt veroorzaakt door een generatievloek. “Geloven jullie dat?”, vraagt de reporter. De vader knikt deemoedig.

Is onze Bijbel een stappenplan naar welvaart en geluk? Een positieve mindset en vertrouwen kunnen zeker helpen om gelukkiger te zijn. Die dingen geven ons mentale veerkracht om beter met de omstandigheden om te gaan. Maar het is een flagrante leugen dat we, zolang we maar genoeg geloof hebben, rijk en gelukkig en rijk zullen zijn. Er blijven nog zoveel dingen over waarover we geen controle hebben. Miljoenen mensen ter wereld lijden door de noodlottige beslissingen van anderen, niet zelden machthebbers.

Woestijnperiode

In de tijd van Mozes maakte het volk Israël een zware woestijnperiode door. Niet door hun eigen toedoen, maar door het beleid van de Egyptische Farao. Hij buitte de Israëlieten uit en liet ze als slaven voor hem werken. “Laat mijn volk gaan”, zei Mozes tegen Farao, “sta ons toe drie dagen de woestijn in te trekken om feest te vieren en de Heer offers te brengen”. Maar de Farao weigerde. Hij zei: “Wie is de Heer, dat ik Hem zou gehoorzamen? Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan?” En: “Mozes en Aaron, hoe durven jullie het volk van zijn werk te houden? Vooruit, aan het werk!”

Wie is nu de gelukkige in dit verhaal? Vooralsnog lijkt dat Farao. Hij heeft de top bereikt; zijn leven lijkt één groot succes. Mensen kijken naar hem op, ze doen wat hij zegt. En waarschijnlijk meent Farao dat hij dat allemaal aan zichzelf te danken heeft. Maar God kijkt verder dan wat voor ogen is. Want wat als jouw succesverhaal ten koste gaat van anderen?

Aan de kant van de verdrukten

De Farao waant zich onaantastbaar. Niets lijkt zijn macht te kunnen breken; misschien waant hij zich gelijk aan God. Maar de Eeuwige hoort het zuchten van het volk dat door Farao wordt onderdrukt. En tot driemaal toe openbaart hij zich aan Mozes: “Ik ben de HEER!”

Kiest God partij? En of Hij dat doet! Een rode draad die de Bijbel doortrekt, is dat God zich steevast schaart aan de kant staat van de verdrukten, de machtelozen. En dat niet alleen: Hij vraagt de onderdrukker rekenschap voor het onrecht dat hij heeft aangericht. Want God is een God van rechtvaardigheid. “Ik heb het gejammer van de Israëlieten over de slavenarbeid die hun door de Egyptenaren is opgelegd gehoord, en dat heeft Mij aan die belofte herinnerd”, zegt de Eeuwige tegen Mozes. 

Foto door Pixabay op Pexels.com

Wat opvalt aan het Oude Testament, is dat het meer dan eens lijkt alsof God ergens spijt van heeft; dat Hij terugkomt van een besluit of vonnis.

  • God heeft spijt dat Hij de mens gemaakt heeft (Genesis 6:6-7).
  • God betreurt het dat Hij Saul tot koning heeft gemaakt (1 Samuël 15:11).
  • Abraham onderhandelt met God over het verwoesten van Sodom en Gomorra. Ze sluiten een deal: als er tien onschuldige inwoners te vinden zijn, dan zal God van Zijn voornemen afzien en de steden niet verwoesten (Genesis 19).
  • De profeet Jona moet dan weer een boodschap aan Ninevé brengen dat ze zwaar gestraft zullen worden voor hun zonden, maar als God ziet hoeveel mensen berouw hebben en hun gedrag veranderen, komt de profetie niet uit.

Ik ben de Heer

De Griekse filosoof Aristoteles stelde zich God voor als een onbewogen beweger in de kosmos. Maar veel teksten scheppen eerder het beeld van een bewogen medebeweger. Van een God die altijd met ons onderweg is, één en al dynamiek. Die, telkens als wij leven, bewegen en evolueren, met ons meeleeft, -beweegt en -evolueert. Geen alleenheerser van bovenaf zoals de Farao, maar een Aanwezigheid vanuit ons midden.

“Waar twee of drie verzameld zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.”

Mattheüs 18:20

God zag de onderdrukking van het volk Israël. Hij was niet ver verwijderd van hun zuchten, sterker nog: Hij ervoer hun pijn, telde hun tranen. En toen Hij het niet langer kon aanzien, maakte Hij zichzelf bekend: hier ben Ik, “Ik ben de HEER”.

Hineni

Zes jaar geleden overleed de wereldberoemde joodse zanger Leonard Cohen. In die tijd was er nog niet zoveel aandacht voor de crisissen die zich vandaag uitkristalliseren. Toch zingt hij al in zijn lied You want it darker uit de jaren 1960 over hoe de mensheid in naam van God verminkt en vermoordt. In het refrein zingt Cohen: “Hineni, Hineni. I’m ready my Lord“.

Hineni is een woord dat 178 keer voorkomt in de Thora (het Oude Testament). Het betekent: “Hier ben ik, hier sta ik”. Maar de betekenis reikt nog verder. Zeg je “Hineni”, dan zeg je dat je je onvoorwaardelijk beschikbaar stelt met alles wat je in je hebt. Zonder terughoudendheid. Zelfs over de drempel van het gevaar en de dood.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Innerlijke stem

Dat geldt ook als het gaat over overgave aan het leven zelf. Je kent het misschien wel: er is een innerlijke stem, een terugkerende gedachte, een gevoel dat je aanspoort om in beweging te komen. Diep van binnen weet je dat het tijd is om hulp te zoeken, ontslag te nemen, de verstoorde relatie met je partner onder ogen te zien of met een bepaald gedrag te breken. Maar je negeert die innerlijke stem, liever kijk je nog een poosje de andere kant op.

Wel, je bent in goed gezelschap. Ook grote profeten als Mozes en Jona deden er alles aan om onder hun opdracht uit te komen. “Heer, ik ben een man die niet zo welbespraakt is”, stamelde Mozes, “ik ben iemand die niet zo goed uit zijn woorden komt. Kunt u niet iemand anders roepen?” Maar Mozes overwon zijn vrees. Uit liefde voor God en voor zijn volk maakte hij de juiste keuze. Dwars door zijn twijfels en angsten heen besloot hij op te staan en te zeggen: “Hier ben ik, hier sta ik”.

Overgave

Dat deed Jezus aan de vooravond van zijn dood. Net als Mozes voorzag ook Jezus wat Hem te wachten zou staan, en Hij smeekte: “Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan“. Maar Jezus overwon Zijn vrees en gaf zichzelf over als losprijs voor velen. Evenzo overwon Jesaja zijn vrees, en stond hij op als een machtige profeet. En David vergat zijn eigen kleinheid en trad een grote reus tegemoet. “Hier sta ik, ik kan niet anders.” Dat is ook wat de bekende kerkhervormer Martin Luther zei in 1521 op de Rijksdag in Worms. 

Breekpunt

Hier ben ik, hier sta ik. Telkens opnieuw is die beslissing een keerpunt in de geschiedenis. Een moment waarop ketenen worden verbroken, jonge mensen geschiedenis schrijven en machtelozen leider worden van een groot volk. Daar waar mensen “ja” zeggen tegen de roepstem in hun hart en op hun voeten gaan staan, verandert de wereld.

Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.

2 Timotheüs 1:7

Een gelukkige World Happiness Day!

Foto door Suliman Sallehi op Pexels.com

Deze preek werd gehouden op 20 maart 2022 in de Protestantse Kerk Hasselt.

Fatsoen

Als één woord een stoffige bijklank heeft, dan is het wel fatsoen. ‘Fatsoen moet je doen’, zei de voormalige Nederlandse premier Jan Peter Balkenende. Wie zoiets hardop durft uit te spreken, moet over een flinke portie lef beschikken. Je wordt al snel weggezet als een fossiel uit de jaren ’50. Of anders wel als moraalridder of fatsoensrakker.

Snelle media als Twitter en sms dragen bij aan een cultuur van vluchtige meningen, waarbij je in luttele tekens moet laten zien waar je staat. Ook politici doen daar gretig aan mee. In België maakte Jef van Damme (S.PA) zich onsterfelijk met de uitroep: ‘Meneer Lootens, ik ben u kotsbeu! Zwijg, gij bruine rakker, zwijg!’ In Nederland was het dan weer Mark Rutte die de krantenkoppen haalde met de oneliner ‘Als het je hier niet bevalt, dan rot je maar op’.

Zelfexpressie

Het fatsoen is dood, lang leve het fatsoen. West-Europa is geëvolueerd naar een cultuur waar je alles moet kunnen zeggen. Een cultuur waarin zelfexpressie tot de hoogste waarden behoort. Niet geheel onterecht, want vrijheid van meningsuiting is belangrijk. Een van de basisbeginselen van de democratie is dat iedereen vrijelijk zijn mening moet kunnen geven. Maar wat als de vrijheid van de één de onvrijheid of de uitbuiting van de ander wordt? Wat als we het luisteren verleerd zijn, en alleen nog de luidste roepers het voor het zeggen krijgen?

Een docente maatschappelijk werk zei: “Iedereen moet in principe alles kunnen zeggen. De zender is niet verantwoordelijk voor hoe een boodschap aankomt. Die verantwoordelijkheid ligt bij jou als ontvanger”. Terwijl ik in de klas zat, voelde ik de knoop in mijn maag groeien. Waar haalde ze het lef vandaan om zoiets te zeggen? Wat als je jarenlang bent gepest? Wat als iemand flagrante haat, antisemitisme of geweld predikt? Kun je dan nog je schouders ophalen en zeggen: ‘Tja, dat is vrijheid van meningsuiting?’

Foto door Craig Adderley op Pexels.com

Niet kiezen is ook kiezen

Het antwoord kan alleen maar nee zijn. Ook wie zwijgt, verkondigt een boodschap. Sterker nog: zwijgen kan veelzeggender zijn dan duizend woorden. Geen partij kiezen staat niet altijd gelijk aan neutraal blijven. Niet kiezen is ook kiezen. En soms wordt ons zwijgen toestemmen.

In mijn vorige blog schreef ik over mijn interview met de joodse schrijver en psychiater Herman van Praag. ‘De manier waarop we elkaar bejegenen, dat vind ik geen beschaving meer, dat is ontschaving’, zei Van Praag. In zijn boek Mozes’ nalatenschap pleit hij voor een terugkeer van het fatsoen. De eerste oproep om aan fatsoen te doen, komt volgens hem van Mozes.

Heb je naaste lief

In een tijd van despotische alleenheersers en van volk dat opstond tegen volk, kwam Mozes aanzetten met revolutionaire ideeën. Gij zult niet doden, heb je naaste lief? Dat stond haaks op het rauwe klimaat. Maar de mensheid vergeet gewoonlijk snel. De zich in sneltreinvaart opstapelende crisissen van vandaag herinneren ons eraan dat de mens in essentie niet zoveel veranderd is. Elke dag opnieuw worden we geconfronteerd met wat blinde machtswellust en expansiedrift kunnen aanrichten. Slachtoffers zonder stem en zonder gezicht.

Wordt het niet eens hoog tijd dat we dat woord ‘fatsoen’ weer afstoffen? Want nee, dat is geen uitvinding van de jaren ’50. Het is een tijdloze roep om terug te keren naar de grondslag van onze democratie: een vrijheid die grenzen kent. Een vrijheid die onlosmakelijk verbonden is met verantwoordelijkheid en met het lot van miljarden andere levensvormen op aarde.

De mens is geen eiland, zelfs al lijkt dat op Twitter soms zo. We zaaien wat we oogsten, en dat wat wij onze naaste aandoen, doen we uiteindelijk ook onszelf aan.

Fatsoen, het wordt hoog tijd dat we dat gewoon weer gaan doen.

Versies van deze tekst verschijnen binnenkort in Maandblad Reveil en het Nederlands Dagblad.

Foto door Darrel Und op Pexels.com

Zonder grenzen wordt het niets

De Oekraïense Nadiyka Gerbish geloofde in vooruitgang. Nu schrijft ze op een blog voor het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap: “Het postmodernisme was fascinerend: zogenaamde evolutionaire vooruitgang en een geloof in toenemende humaniteit. Maar het bleek ongelijk te hebben. De boodschap van de Bijbel is nog steeds actueel. Zwart en wit zijn er nog steeds, goed en kwaad, God en duivel, agressor en slachtoffers”.

Vooruitgang. De voorbije decennia was dat zo’n beetje een codewoord, de “vooruitgang” zou alles oplossen. We stelden onze hoop op economische, evolutionaire en  technologische vooruitgang. We geloofden werkelijk dat die dingen ons tot betere mensen zouden gaan maken. We keken uit naar de dag dat de wetenschap de laatste vraag beantwoord zou hebben, dat de mens geëvolueerd zou zijn naar een Mens 2.0.

Ontheemd

Maar wat doe je als je plots wakker wordt in een wereld die je niet langer herkent? We zijn nog niet goed en wel bekomen van de coronacrisis, of er barst een huiveringwekkende strijd los langs de grenzen van Europa. Moeders en kinderen worden ontheemd, jonge mannen van hun toekomst beroofd en opgeofferd in de strijd. De jongeren die vandaag zelf bommen fabriceren, hadden onze kinderen en kleinkinderen kunnen zijn.

Het vooruitgangsgeloof was een mooie droom, maar de situatie in Oekraïne schudt ons wakker. Terwijl de één druk bezig is zijn eigen hemel op aarde te creëren, worden elders talloze mensen wakker in de hel.

Foto door namo deet op Pexels.com

Wet versus genade?

De Tien Geboden van Mozes uit Exodus 20 en Deuteronium 5 beginnen met “Ik ben de HEER, uw God”. Dan volgen de regels. Toen ik die eens eerder op de liturgie had staan, vroeg de ouderling van dienst: “Klopt die lezing wel? Die gaat over de joodse wet, en daar hebben we het meestal niet over”. Dat tekent hoe we vandaag tegen regels aankijken. Moderne mensen houden niet meer zo van regeltjes en wetten. We willen vrij zijn. Als we al geloven, dan wel graag in een feel good-religie.

Nieuw? Eigenlijk niet. Al aan het eind van de 1ste eeuw was dat een issue. In oude gnostische teksten gevonden bij Nag Hammadi, spelen de Demiurg en de Christus een hoofdrol. En opvallend: die twee zijn tegenpolen. De gnostische stroming in het vroege christendom verzette zich vaak tegen de God van het Oude Testament. In hun ogen was die een wrede en jaloerse Demiurg, geheel anders dan de genadige en liefdevolle God van het Nieuwe Testament.

Ook vandaag geloven veel christenen dat het Oude Testament staat voor de wet, en het Nieuwe Testament voor de genade.

De verzoeking in de woestijn

Maar is het wel zo zwart-wit? In het Lucas-evangelie lezen we hoe Jezus door de duivel op de proef wordt gesteld. Veertig dagen en nachten zwerft Hij door de woestijn. En als Hij dan aan het einde van zijn Latijn is, worden drie speerpunten van verleiding op Hem afgevuurd: brood, macht en geloof.

En wat doet Jezus? Als de duivel zegt: ik zal je alle macht geven als  je voor mij knielt, dan antwoordt Hij: “Er staat geschreven: ‘Aanbid de Heer uw God, vereer alleen Hem’”. Een rechtstreekse verwijzing naar de eerste drie geboden van Mozes. Telkens als Hij wordt verzocht, antwoordt hij met een citaat uit de Thora. Tot vijfmaal toe.  

Net als wij mensen werd ook Jezus beproefd. Net als de vluchtelingen die hun land moeten verlaten, leed ook hij honger en dorst. En ook Jezus kende het verlangen naar eten, naar drinken, de twijfel. Maar Hij was een rabbi, en zijn uitgebreide kennis van de Thora redde hem. Want juist door Gods wil te kennen, zwichtte Hij niet.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Mensenrechten en Mozes

Laatst ging ik op de koffie bij de joodse schrijver en psychiater Herman van Praag (92). Voor een interview in Tertio vroeg ik hem naar die aloude tegenstelling van wet en genade. Van Praag was zichtbaar geraakt door mijn vraag. Hij antwoordde: “Dat vind ik zo triest. En het is helemaal niet waar! De Thora heeft twee kanten, de wetgeving en de moraalcode. En die moraalcode verschilt nauwelijks van die in het Nieuwe Testament”.

In zijn boek Mozes’ Nalatenschap stelt Van Praag dat de westerse waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap niet ons eigen bedenksel zijn. Ze zijn zelfs geen uitvinding van de Verlichting, de Franse Revolutie, de mensenrechten of de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Nee, de diepste wortels van onze moraal gaan terug tot Mozes. Want Mozes kwam in een tijd van despoten en autocraten met een revolutionaire wet. Met tien geboden die de machtswellust van machtshebbers beteugelden, die de rechten en bezittingen van de zwakkere verdedigden. Werkelijk ongezien.

Bergrede

Ook Jezus komt in de Bergrede (Mattheüs 5) met een reeks regels. Een nuance verschil: Hij formuleert ze positief. Niet in de zin van ge- en verboden, maar van zaligsprekingen. Toch eindigt ook Hij met: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten af te schaffen; ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Totdat de hemel en aarde voorbijgaan, zal er geen jota of tittel van de wet voorbijgaan”.

De regels worden dus anders geformuleerd, maar ze blijven wel geldig. En eigenlijk maakt Jezus door Zijn kruisdood alleen nog maar een groter statement: de mens is een wezen dat verlossing nodig heeft. Van al die kwade dingen in zijn hart, van oorlogszucht, van haat, van afgunst, ja, misschien nog wel het meest van zichzelf.

Vrede en vooruitgang

Een tijdlang leefden we in vrede. En het vreemde aan vrede is, dat je langzaam maar zeker kunt gaan denken dat we het allemaal goed voor elkaar hebben met elkaar. Dat de wereld er altijd zo zal blijven uitzien. Dat we ons telkens naar een hoger niveau ontwikkelen. We vinden nieuwe technologieën uit, we reizen naar de maan of naar Mars, we ontwikkelen medicijnen tegen ernstige ziekten. Vrede en vooruitgangsgeloof gaan hand in hand.

Maar wat we gemakkelijk vergeten, is dat vooruitgang geen neutraal gegeven is. Het is een keten die bestaat uit talloze keuzes. Gebruiken we de technologie om massavernietigingswapens te maken, of om ziekten te genezen? Dienen macht en leiderschap om gebieden te veroveren, of te zorgen dat er genoeg is voor iedereen? Gebruiken we sociale media om liefde en positiviteit te verspreiden, of om elkaar af te branden?

De wet van Mozes en de Bergrede drukken ons met de neus op de feiten: we geloven graag dat het wel meevalt met ons, maar oorlogen schudden ons wakker uit de droom. Ook dit is hoe wij mensen zijn.

Foto door Somchai Kongkamsri op Pexels.com

Systemen zonder genade

Onlangs werd ik geraakt door het verhaal van een jonge Russische soldaat, die tegen de Oekraïners had gevochten, maar zich uiteindelijk overgaf. Toen hij zijn moeder belde, kwamen de tranen. “Mama’’, zei hij, “we vechten tegen onze broeders. Terwijl we dachten dat we oefeningen zouden gaan doen”. Honderden jonge soldaten trekken vandaag door de woestijn. Heeft iemand hen gevraagd of zij oorlog wilden? Hadden zij de vrijheid om nee te zeggen?

Veel systemen in deze wereld zijn strikt als de wet van Mozes, maar met een groot verschil: hun architect is niet de God van liefde. Het zijn systemen die in het teken staan van het menselijke machtsverlangen. Van politieke agenda’s. Sommige systemen kennen geen genade. We zagen al tijdens WOII hoe ver dat kan gaan. En als we niet bereid zijn te leren van de geschiedenis, kan het nog altijd zo ver gaan. Want de mens is niet veranderd.

Vastentijd

Dit is de tweede zondag van de vastentijd. Een tijd die tot matiging inspireert, juist nu de wereld ons er aan alle kanten aan herinnert dat wij mensen begrenzing nodig hebben. Aan hoe destructief het is om altijd maar je gang te kunnen gaan. Dit is de tijd om onszelf en anderen, net als Jezus deed in de woestijn, te herinneren aan de aloude grenzen. En ons te bezinnen op vragen als:

  • Waarom zijn die aloude grenzen goed voor ons?
  • Waarom is ons brood niet vanzelfsprekend?
  • Wat hebben wij vandaag om dankbaar voor te zijn?
  • Wat hebben jij en ik om aan deze wereld te geven?

Heldendom

Zonder grenzen wordt het niets. Jezus wist dat. Zijn verzoeking in de woestijn herinnert ons aan de aloude grenzen. En aan de moraal van Mozes, een ethiek die soms letterlijk levensreddend kan zijn. Want ook tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het verzet, waren er mensen die rechtvaardige wetten in hun hart droegen. En die juist daardoor de moed vonden om te protesteren tegen de collectieve vernietiging en ontmenselijking van 6 miljoen medemensen. Vandaag noemen wij hen helden.

Heldendom begint bij matiging. Bij de beslissing uit te stijgen boven een louter materieel leven, boven je aardse genoegens; boven je dikke ik. Zodat er ruimte ontstaat om een zinvol spiritueel leven te leiden, in diepste verbinding met God. Matiging, dat is wat vrijwel alle religies ons leren.

Foto door Artem Podrez op Pexels.com

Vrijheid in verantwoordelijkheid

Is het christendom dan niet uniek? Zeker wel. Want Jezus droeg ons niet op de wet te volgen; Hij werd zelf de verpersoonlijking van de wet en gaf Zich voor ons over. Door Zijn kruisdood, Zijn genade, pleit Hij ons vrij. Maar niet om opnieuw naar onze driften te leven. Niet om te doen wat we maar willen. De vrijheid in Christus is geen laissez-faire. Het is een vrijheid in verantwoordelijkheid. Een vrijheid die vraagt om een respons. En bovenal om relatie.

Is het u ook opgevallen dat de Eeuwige zich doorheen de Bijbel steeds openbaart in familietermen? Hij noemt ons Zijn kinderen, Hij ziet zichzelf als onze Vader. Maar wat voor Vader is dat? Een strenge Vader die ons regels en wetten oplegt? Of een zachtaardige en begrijpende ouder?

De neiging tot liefhebben en tot altruïsme is diepmenselijk, maar hetzelfde geldt voor de expansiedrift en het machtsverlangen. God weet dat. Hij kent ons. Waar we ook gaan, we dragen altijd zowel de kiem van het goede als van het kwade in ons. Jezus gaf de juiste kiemen water, omdat Hij een eeuwig anker had. Namelijk Gods morele wetten, die in Zijn hart geschreven waren. Welke kiemen voeden wij?

Strikt en barmhartig

Juist omdat God ten diepste betrokken is, kan Hij niet onverschillig zijn over het leed van Zijn kinderen. Iedereen die zelf kinderen heeft, weet dit: een goede ouder is zowel strikt als barmhartig. Want een goede ouder wil dat het goed met zijn kinderen gaat, nietwaar? En God kent ons zoveel beter dan wij onszelf. Zelfs in een wereld die zoveel aan kwaad weerspiegelt, blijft Hij barmhartig. Ondanks alles gelooft Hij in ons.

En Hij nodigt ons uit om ook in Hem te geloven. “Neem Mijn hand”, zegt Hij vandaag tegen u en mij. “Neem Mijn hand en laat je verlossen. Van de pijn en zorgen in je hart, van je donkere gedachten, en misschien nog wel het meest van jezelf. Laat je veranderen door Mijn gerechtigheid, laat Mij je maken tot een veranderd mens. Tot een verbeterde versie van jezelf, mooier dan je menselijkerwijs had kunnen zijn”.

Dát is vooruitgang. Dát is genade.

Deze preek werd op 13 maart 2022 gehouden in de Christusgemeente aan de Bexstraat in Antwerpen. De livestream van de volledige kerkdienst is te bekijken via YouTube.

Foto door Juan Pablo Serrano Arenas op Pexels.com

Teksten