De overbevolkingsmythe

‘We zijn met te veel op deze planeet!’ Het is een mantra die vandaag gretig weerklank vindt. Bioloog Jelle Reumer schrijft in zijn essay Teveel: ‘Wie de ui afpelt, komt tot de kern. Het aardoppervlak is overwoekerd met mensen. Onze planeet lijdt aan een nare huidaandoening.’ De mens als kosmische ordeverstoorder, als vervuiler of zelfs als eeltwrat. Klopt dat beeld wel? Moeten we gewoon massaal stoppen met kinderen krijgen, en is daarmee het klimaatprobleem opgelost?

De Belgische demograaf Soumaya Majdoub spreekt van een ‘hardnekkige mythe’. In haar boek Consumeren als konijnen, de mythe van overbevolking veegt ze de vloer aan met de aanname van overbevolking als motor van klimaatverstoring: ‘Overconsumptie is de echte olifant in de kamer.’

Statistieken tonen inderdaad dat de rijkste helft van de wereldbevolking verantwoordelijk is voor zo’n 86 procent van de CO2-uitstoot. ‘Zelfs als er in de lage-inkomenslanden, waar de bevolkingsgroei het hoogst is, een paar miljard mensen zouden bijkomen, scheelt dat amper in de uitstoot. Dat moet je er wel bij vertellen’, vindt Majdoub.

Konijnen

De overpopulatiemythe gaat terug tot de achttiende en negentiende eeuw. De vruchtbaarheidscijfers in Europa daalden, landbouwgronden werden geprivatiseerd en het kapitalisme kreeg vorm. Boeren trokken massaal naar de stad om voor een hongerloontje te werken. In die tijd ontwikkelde de Britse demograaf Thomas Malthus zijn theorieën over voedselschaarste die ontstond doordat de armen ‘kweekten als konijnen’. Armoede werd – ondersteund door de eugenetica – gezien als genetisch defect. Maar zijn we werkelijk met te veel?

De lijn van de leegte

In 2020 bereikten de geboortecijfers in Vlaanderen een historisch dieptepunt. De Fransen doopten intussen het gebied tussen de Ardennen en de Pyreneeën om tot La Diagonale du Vide. De lijn van de leegte, want de regio kampt met chronische ontvolking. ‘Triest om dit elke dag te moeten zien’, zegt een buurtbewoner. Italië bereikte onlangs het laagste geboortecijfer in 160 jaar, met gemiddeld 1,17 kind per vrouw. En ook China en Japan zitten met de handen in het haar over hoe ze de vergrijzing moeten opvangen.

“Het echte probleem is ons onvermogen om te delen.”

De werkelijkheid is dat de overbevolkingsretoriek bitter weinig zegt over wat de aarde aankan, maar des te meer over de belangen die op het spel staan. Het echte probleem is ons onvermogen om te delen. Terwijl het Westen een levensstijl van overconsumptie najaagt, lijden elders miljoenen mensen honger. Door een knoop in onze ei- of zaadleiders te leggen, lossen we dat probleem niet op. Zeker niet als dat betekent dat we met minder mensen alleen nog maar meer gaan najagen.

Pijlen in de hand van een held

Psalm 127 leest in dat opzicht als een verademing. Kinderen zijn geen nare huidaandoening, maar ‘pijlen in de hand van een held’. Zouden we massaal stoppen met pijlen lanceren, dan beroven we de wereld van haar toekomst en ontzeggen we haar een generatie die het verschil had kunnen maken. Als er ergens een knoop in moet, dan is het wel in ons consumptiepatroon. Maar die boodschap gaat er ongetwijfeld niet bij iedereen in als zoete koek.

De column verscheen in het Nederlands Dagblad van 20 januari 2022.

Foto door Victoria Borodinova op Pexels.com

Water wordt wijn

Een foutje in de planning, een kleine misrekening. Het is zo gemaakt, maar de gevolgen zijn niet voor iedereen hetzelfde. In het Johannesevangelie lezen we over een bruiloft in Kana, waar het drankenaanbod niet geheel is afgestemd op de vraag van de gasten. Als de wijn opraakt, ontstaat er een ongemakkelijke situatie. En dan is de grote vraag: wat doe je als alles niet loopt zoals je had gepland?

Juist in crisissituaties staan er mensen op met visie. Hier is dat Maria, de moeder van Jezus. Als ze ziet wat er aan de hand is, gaat ze naar haar zoon en zegt: “Zij hebben geen wijn”. Het lijkt een constatering, niet eens een vraag. Maar Jezus begrijpt precies waar zijn moeder op aanstuurt, want hij zegt: “Vrouw, wat heb Ik met je te maken? De tijd dat mijn missie openbaar wordt, is nog niet gekomen”.

Maria, doortastend als ze is, houdt zich even Oost-Indisch doof voor het tegengesputter van haar zoon. Vastberaden richt ze zich tot de bedienden: “Wat Hij ook tegen jullie zegt, doe het!” Ja, en dan kan Jezus natuurlijk niet terugkrabbelen. De bedienden wachten immers op Zijn instructies.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Tot het randje

Volgens joods reinigingsgebruik staan er zes stenen watervaten opgesteld, elk goed voor twee tot drie metrèten water. Een metrète is een oud-Griekse meeteenheid voor vloeistof, gelijk aan 39,3 liter. Elk vat kon dus tussen de 80 en de 120 liter water bevatten. Jezus zegt: “Vul ze!” En de bedienden? Die gooien er niet zomaar water in, nee, ze gaan helemaal tot het randje.

En dan zegt Jezus: “Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester”. Eerst zo’n 600 liter water in tanks gieten en dan de ceremoniemeester ervan laten proeven alsof het wijn is? Maar de bedienden doen nog altijd braaf wat hen wordt gevraagd.

En dan gebeurt er iets onvoorstelbaars. De ceremoniemeester is in zijn nopjes. Hij roept uit: “Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor, en als ze dronken zijn de minder goede wijn, maar u hebt de beste wijn voor het laatst bewaard!” Het water is dus niet zomaar wijn geworden, maar wat voor wijn!

Foto door Arthur Brognoli op Pexels.com

Vertrouwen

Wat nu als de bedienden hadden gedacht: wat is dit voor zinloze opdracht, hier zien wij het nut niet van in? Wat als Maria zich net iets te permissief had opgesteld? Grote kans dat de gasten zouden zijn afgedropen. Dat het feest toch een succes werd, kwam doordat ze niet zagen op de omstandigheden. Nee, ze zagen op wat zou kunnen zijn. Ze waren bereid te vertrouwen, zelfs al leek dat volledig in strijd met de werkelijkheid die voor ogen was.

Ook in Jesaja lezen we over een huwelijk. En ook daar gaat de gevestigde orde op de kop. Het verlaten Jeruzalem wordt door de Eeuwige ten huwelijk genomen, het troosteloze oord wordt bruid. Verdriet verandert in vreugde.

Zie niet op de omstandigheden

Veel mensen zien op de omstandigheden. Dat is verleidelijk, nietwaar? Je kijkt naar buiten en denkt: “Wat een rotweer, het regent nu al de hele week!” Of je kijkt in de spiegel en denkt: “Er zijn van die dagen dat ik het liefst een zak over mijn kop zou trekken”. Of je leest de krant en de moed zinkt je in de schoenen. Wat een wereld. Geef toe, hoe vaak hebt u de afgelopen tijd gezien op de omstandigheden?

Dat is heel realistisch. Maar er is een klein probleem. Als je je teveel focust op de omstandigheden, gaan die omstandigheden je gevoelens bepalen. Terwijl we misschien meer invloed op de werkelijkheid hebben dan we denken.

Foto door Charles Parker op Pexels.com

Opgesloten in een doodskist

Ooit las ik het getuigenis van een Indonesische jezuïet die opgesloten was geweest in een doodskist. De kist had alleen maar een klein gaatje met een buisje om door te ademen. Toen zijn grafdelvers vele uren later de kist heropenden, kwam tot hun verbazing de man opgewekt tevoorschijn. Hij bedankte hij de mannen voor de goede tijd die hij in de kist had gehad.

“Hoe is dat nu mogelijk?” wilden de mannen weten. “Hoe kan het dat je niet gestikt bent of krankzinnig geworden?” De jezuïet vertelde dat hij zich, terwijl hij zijn kist voelde wegzinken in het donker, meer dan ooit had gerealiseerd dat hij een keus had. Hij kon drie dingen doen:

  • Allereerst kon hij vechten tegen de benauwdheid die hij voelde. Maar als hij dat deed, zou dat hem spoedig alle zuurstof hebben gekost die hij tot zijn beschikking had.
  • Ten tweede kon hij ervoor kiezen zich over te geven aan zijn doodsangst en paniek. Maar dan zou hij zeker krankzinnig zijn geworden.
  • Gelukkig was er ook nog een optie drie. Hij kon zich verzoenen met de situatie. Als hij maar stil bleef liggen, zijn ogen sloot en zich concentreerde op zijn ademhaling, kon hij in zijn geest overal zijn.

De jezuïet koos voor optie drie. Spoedig zag hij de groene rijstvelden van Indonesië voor zijn geestesoog opdoemen, hij zag lachende gezichten, hij hoorde de stemmen van de mensen die hij liefhad, rook de geur van zijn lievelingsgerechten. En daar, op dat moment in die kist, voelde hij zich intens verbonden met God en met het leven zelf.

De orde omgekeerd

Wat is hier het wonder? Deze man had gedaan zoals Jezus deed. Hij had de gangbare orde der dingen omgekeerd. Juist een situatie van gevangenschap in de diepste duisternis maakte hem zich bewust van zijn persoonlijke vrijheid, en van het feit dat mensen wel zijn lichaam gevangen konden nemen, maar niet zijn ziel.

Misschien kunnen wij ons bij zo’n ervaring nauwelijks een voorstelling maken. Toch is het ook aan ons om groter te denken. Ook mijn en uw realiteit stopt niet bij de omstandigheden. Niet bij eenzaamheid, niet bij verlies of geldgebrek. Niet bij de coronacrisis of bij lichamelijke kwalen.

Foto door Asad Photo Maldives op Pexels.com

Over het water lopen

Begin dit jaar had ik een gesprek met een professor. Ik beklaagde me over de vele deadlines, en zei dat het water me soms tot aan de lippen stond. Net als Maria bleek ook deze man een visionair, want dit is wat hij zei: “Nu nog laat je je door het water overweldigen, maar op een dag loop je misschien over het water.”

Wat is het verschil tussen benauwdheid en over het water lopen? Het is niet de realiteit, want het is nog altijd hetzelfde water. Het verschil is vooral een mindset; een manier van zien.

  • In het eerste geval zie je op je eigen onvermogens, en ervaar je het water als een bedreiging.
  • In het tweede geval vertrouw je op de kracht van de Eeuwige en vat je Zijn hand.

Eenmaal liefdevol opgetild boven het water, krijgt alles een ander perspectief. Het water dat ooit zo bedreigend leek, blijkt een prachtige spiegel die schittert in duizenden kleuren als het zonlicht ermee speelt.

Vertrouwen maakt soms letterlijk een wereld van verschil. Het stelt ons in staat om verder te zien dan de omstandigheden. Om visionairs te zijn, die net als Maria mogelijkheden zien in het schijnbaar onmogelijke. Om wijn te zien in water; een oase van mogelijkheden in een verlaten stad; een stralende bruid in een verworpen vrouw.

Ook vandaag nodigt Jezus jou en mij uit: vat Mijn hand. Want zelfs al zijn je omstandigheden nog zo somber en ga je door een diep dal, Gods is goed. En niet zelden heeft Hij wonderwel de beste wijn voor het laatst bewaard.

Foto door August de Richelieu op Pexels.com

Meer lezen?

  • Jesaja 62, 1-5
  • Johannes 2, 1-11

Deze preek werd gehouden op 16 januari 2022 in de Protestantse Gemeente Hoek.

Zie, alles wordt nieuw!

Gelukkig nieuwjaar. Dat is wat we elk jaar opnieuw tegen elkaar zeggen, als we rond middernacht het glas heffen. Als het oude overgaat in het nieuwe, als nieuwjaarsconferentiers hun verhaal houden, als spaarzaam vuurwerk uiteenspat aan de hemel.

Gelukkig nieuwjaar. De één zegt het uit gewoonte, de ander meent het echt. Maar allemaal hopen we op een hierna beter, nietwaar? Toch is de gedachte dat de wereld morgen er morgen beter zal uitzien dan gisteren, niet langer evident. Het optimistische vooruitgangsgeloof dat lange tijd de wereld beheerste, blijkt een zeepbel die met de uitbraak van de coronapandemie bruut is uiteengespat. Aanvankelijk dachten we nog dat als iedereen maar genoeg zijn of haar best deed, we dat virus wel zouden verslaan. Slogans als “Samen tegen corona” sierden de straten. Weet u nog?

Wishful thinking

Wishful thinking blijkt inmiddels. De pandemie die in december 2019 in Wuhan de kop opstak, houdt tot op vandaag de wereld in haar greep. Alsof dat nog niet ernstig genoeg is, worden miljoenen mensen in de portemonnee geraakt door de energietransitie en laten de gevolgen van de klimaatverandering zich steeds meer voelen. Door de vele crises die we meemaken, is onze wereld blijvend veranderd; het “oude normaal” is niet langer een optie. Zelfs al verlangen velen daar naar terug.

Foto door Anna Shvets op Pexels.com

Gelukkig nieuwjaar, we kunnen het zo mooi zeggen. Maar wat betekenen die woorden vandaag voor jou, voor je naaste, voor de mensen rondom ons?

Onlangs werd ik geraakt door een interview met reclamemaker André Duval in De Morgen. André verloor vorig jaar zijn geliefde vrouw Nadine aan kanker. “Ik wacht nog elke dag op Nadine”, zegt hij. En: “Ik ben een atheïst, dus geloven in leven na de dood doe ik niet. Ik word kwaad als mensen zeggen: Nadine heeft een mooi leven gehad, ook dankzij jou. Dat is natuurlijk waar, maar haar dood heeft mij ook met de neus op de feiten gedrukt: het leven is eindig. Het hare, maar ook het mijne. Wat het leven ons aandoet: ik heb lang gedacht dat zoiets ons niet zou overkomen.”

Oneliners en dooddoeners

Wat maakt hem nu zo kwaad? Waarschijnlijk vooral dat idee fixe van de omgeving dat het leven vooral leuk, mooi en gelukkig moet zijn. En dus voelen mensen zich verplicht om dingen te zeggen als: “Ah, kop op joh, het komt allemaal wel goed”, of: “ze heeft toch een mooi leven gehad?” In een wereld vol vooruitgangsgeloof hebben rouw en verdriet iets ongemakkelijks gekregen; ze zijn blijkbaar iets dat gerelativeerd moet worden. De scherpe randen ervan moeten zorgvuldig worden afgeveild met positieve oneliners en dooddoeners. Vriendelijk bedoeld, maar het gevolg is dat veel mensen in hun verdriet alleen zijn komen te staan.

Diepe dalen

Duval is niet de enige. Velen gaan op dit moment door diepe dalen heen. Zie Ik maak alle dingen nieuw, lezen we in de Bijbel. Zowel in Jesaja als in Openbaringen betoont de Eeuwige zich als een vernieuwende God. Als een God die nieuwe dingen doet ontspringen, die nieuwe hoop laat ontkiemen, juist daar op plaatsen waar het donker is. Die wegen baant in de wildernis, die rivieren doet ontspringen in de woestijn. Die het volk Israël uit Egypte door de Rietzee leidde, en die ook ons bevrijdt en zal bevrijden. Onze God is een God van hoop; van vooruitgang, van transformatie.

Profetische hoop

De profetische hoop die uit de Bijbel spreekt, gaat verder dan menselijk vooruitgangsgeloof. Tegelijk is het geen valse hoop; geen droom die achteloos aan de gebroken werkelijkheid voorbijgaat. Elke dag staan we voor een belangrijke keuze. We kunnen enerzijds toelaten dat de realiteit ons verandert, anderzijds kunnen we er ook voor kiezen die realiteit te veranderen.

Foto door Ylanite Koppens op Pexels.com

I have a dream, luidt de titel van de wereldberoemde rede die Martin Luther King hield op 28 augustus 1963. Hij liet zich niet terneerdrukken door het klimaat van racisme, maar droomde van een wereld waarin zijn vier kinderen zouden kunnen opgroeien zonder te worden beoordeeld op hun kleur.

In zelfs de meest duistere tijden staan er mensen op met een droom. De onlangs overleden Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu was ook zo iemand. In een gepolariseerde wereld bracht hij een boodschap van verdraagzaamheid, liefde en verbinding. Tutu droomde van zijn land als een “regenboognatie” waar iedereen gelijkwaardig zou kunnen samenleven. De moed om te blijven dromen, dat is het tegengif tegen de moedeloosheid dat ook wij vandaag nodig hebben. 

Durf te dromen

Met Driekoningen liep de kerstperiode ten einde. Op die feestdag gedenken wij elk jaar dat drie wijzen uit het oosten een ster zagen. Ze wisten wat dat schijnsel aan de hemel betekende: de Koning is geboren. Daarom verlieten ze hun vertrouwde wereld en trokken ze eropuit om Hem te ontmoeten.

Wat als de drie wijzen onderweg de moed zouden zijn verloren? Wat als focus was afgedaald naar de omstandigheden, in plaats van op dat lichtpunt aan de horizon? In dat geval zouden we aan het begin van dit nieuwe jaar weinig te vieren hebben gehad.

Iconische figuren als King en Tutu, maar ook de drie wijzen spiegelen ons een belangrijke boodschap voor: durf te dromen; durf te geloven. Maar ook: dromen doe je niet alleen. We kunnen pas werkelijk dromen, als we bouwen aan een wereld waarin iedereen de ruimte krijgt om te dromen. Waarin iedere stem kan worden gehoord, waarin ieder kind eerlijke kansen krijgt, waarin er troost is, en een luisterend oor voor wie dat nodig heeft. Een wereld waar onze diepste dromen zich verbinden met die van anderen.

Zie Ik maak alle dingen nieuw. Kunnen wij oorlog blijven voeren en de aarde blijven uitbuiten, omdat God straks toch wel ingrijpt? Dat is pas wishful thinking. Wij zijn het lichaam van Christus op aarde; andere handen en voeten heeft Hij hier niet. Verlangen we werkelijk dat alles nieuw wordt, dan moeten we nu al in beweging komen. Dan moeten we dromen zoals King en Tutu droomden. We moeten de moed en verbeeldingskracht hebben die wereld nu al te zien verrijzen aan de horizon, en er vol hartstocht naartoe leven en aan te bouwen.

Foto door Alex Azabache op Pexels.com

Samen door de woestijn

Intussen trekken we wel degelijk door de woestijn. Soms wandelen we meer alleen dan ons lief is; andere keren hongeren en dorsten we naar gerechtigheid of branden we onze voeten pijnlijk aan het hete zand. Het is dat gedeelde lot dat ons verbindt. We trekken allemaal door het aardse woestijndal, maar nooit zonder hoop.

En juist daarom hoeven we geen mooi gezicht op te zetten alsof alles goed gaat. Is de last te zwaar? Als je het samen draagt, weegt het juk nog maar de helft. Huidhonger? Eén knuffel kan je wereld veranderen. Is iemand eenzaam? Stuur eens een appje, laat van je horen. En mocht je het zelf moeilijk hebben, durft gerust om steun te vragen. Wij zijn er voor jou, ook in 2022 laten we elkaar niet los. Samen kunnen we dat lichtpuntje zijn. Want juist aan een donkere hemel maakt zelfs het kleinste lichtpuntje al een groot verschil.

Meer lezen?

Dit is de tekst van de overdenking tijdens de nieuwjaarsdienst van 9 januari 2022 in protestantse kerk De Wijngaard te Antwerpen.