Vandaag bid ik voor de elite

“Ze rijden rond in BMW’s die ze van pappie en mammie hebben gekregen. Hun toon is pedant, hun gedrag verwend, ze denken dat ze straffeloos door het leven kunnen gaan en cultiveren daarom hun baldadige agressie. Ook vinden ze buitenlanders minderwaardige sujetten en zijn ze tot op het bot seksistisch.” Zo beschrijft de Volkskrant de leden van studentenclub Reuzegom in een recensie van het boek Sanda Dia. De Doop die leidde tot de dood. Pieter Huyberechts schreef het naar aanleiding van de dood van Sanda Dia.

Erik Buys

Enkele jaren geleden stelde een jongeman mij de vraag of ik “nog altijd met Jezus” bezig was. De jongeman in kwestie beantwoordde aan de beschrijving van de Reuzegom-leden door de Volkskrant, hoewel hij – voor zover ik weet althans – nooit tot die studentenclub heeft behoord. Niettemin was zijn houding tegenover mij en leerkrachten in het algemeen tekenend voor de mentaliteit van zijn familie en vrienden. De keuze voor beroepen of bezigheden die geen grote rijkdom en macht opleveren, verdient volgens hen vooral meewarige minachting.

Wereldbeeld

De Reuzegom-leden kunnen zich wellicht keurig, voornaam en vriendelijk gedragen; opgekuist, welopgevoed en beleefd – weliswaar binnen een snobistisch milieu. Het gaat dan ook over meer dan “normen en waarden” bij de gewelddadige ontgroeningscultuur van Reuzegom. Het gaat over het wereldbeeld en de levensvisie die ten grondslag liggen aan die cultuur. Als vanuit die context op een honende manier de vraag wordt gesteld naar de zin van bijvoorbeeld het “bezig zijn met Jezus”, dan leg ik graag de volgende reflectie voor.

Een en al liefde

Laat je je liever inspireren door een “over lijken gaand” leven dat rijkdom, macht, aanzien en genot tot doel heeft, of door een leven dat zodanig vrij is van de verslaving aan rijkdom, macht, aanzien en genot dat het één en al liefde kan zijn? Wie vanuit liefde leeft, gebruikt rijkdom en macht hoogstens als middelen om mensen tot leven te laten komen, en beschouwt aanzien en genot als mogelijke, maar niet noodzakelijke gevolgen van zijn handelen. Wie daarentegen leeft in functie van rijkdom, macht, aanzien en genot ontneemt vroeg of laat anderen en zichzelf de ruimte om volwaardig te leven.

Mensen kruisigen

Sommigen leggen zich toe op het kruisigen van anderen. Ze pesten graag. Vaak doen ze dat angstvallig om zelf niet te worden gepest, maar niet altijd: “Handjes kappen, de Congo is van ons”, zongen de Reuzegom-leden eens in het bijzijn van een zwarte, compleet onmachtige bedelaar. Ze vonden dat waarschijnlijk zeer heldhaftig van zichzelf.

Anderen weigeren om mensen te kruisigen. Ze weigeren zowel anderen als zichzelf op te offeren aan sociaal prestige. Ze komen op voor wie wordt gepest, ook al lopen ze daardoor het risico om zelf te worden gepest (of gekruisigd).

Pronken met diploma’s

Sommigen leggen zich toe op het pronken met diploma’s en rijkdom die ze eigenlijk niet zelf hebben verworven, hoewel ze doen alsof dat wel het geval is. Zonder een bataljon aan duur betaalde studiebureaus, mentoren en bijlessen was het hen niet of nauwelijks gelukt. Het belet hen niet om de mond vol te hebben van “meritocratie” en van de gedachte dat wie arm is het aan zichzelf te wijten heeft.

Anderen behalen diploma’s vanuit een oprechte interesse in mens en wereld, los van de vraag hoeveel rijkdom en prestige dat eventueel oplevert.

Creativiteit

Sommigen beschouwen het urineren op dronken gevoerde medemensen, hen laten verkleumen in een put, hen levende dieren laten eten (zoals muizen en vissen) en hen vergiftigen als een grandioze uiting van creativiteit en vriendschap.

Anderen beschouwen sport, architectuur, theater, film, muziek, schilderkunst en allerlei contemplatieve bezigheden met en voor anderen als de creatieve vrijplaatsen waarin de mens relationeel tot zichzelf kan komen.

Inzicht en wijsheid

Sommigen doen niets voor niets. Ze studeren zonder inzicht en wijsheid te verwerven, louter in functie van het veronderstelde sociale prestige dat hun beoogde beroep dient op te leveren – om later te ontdekken dat een desinteresse in de wereld het leven, ondanks alle materiële rijkdom, leeg en saai maakt. Ze scheppen een sadistisch genot in het kunnen domineren van anderen. Schoonheid herleiden ze tot de waan, de mode en het design van de dag – om eeuwig vergankelijk hip te zijn.

Anderen vinden een duurzame, troostende vreugde in een oprechte interesse voor wat waar, goed en mooi is. Ze gaan te rade bij de grote denkers en wetenschappers, en ontwikkelen ook zelf een interesse in de werkelijkheid omwille van de werkelijkheid zelf (en niet omwille van een of ander “nut”). Ze zijn vrij genoeg om op een vruchtbare manier met allerlei levensbeschouwelijke tradities aan de slag te gaan. Ze vinden vreugde in de zorg om medemensen. Ze leren geduldig te genieten van de grote “kunstenaars” (van topsporters tot poëten).

Geloven in sprookjes

De eerste groep noemt zichzelf “elite”. De tweede groep is te veel bezig met voluit te genieten van het leven om wakker te liggen van wat het betekent om tot een wereldvreemde elite te behoren.

Vandaag bid ik voor die “elite”: dat ze uit de cocon van haar narcisme mag breken en liefde mag ontdekken. Dat haar leden de realiteit van wie ze zijn uiteindelijk kunnen aanvaarden. Dat ze niet langer geloven in de sprookjes omtrent zichzelf en het leven – alsof het leven onderworpen zou zijn aan de wetmatigheden van het geweld; je hebt als mens de vrijheid om ook een andere keuze te maken.

Vandaag bid ik voor Sanda Dia, en voor onszelf. Dat zijn dood niet tevergeefs mag zijn. Dat we ons allemaal mogen bekeren tot een levenswijze waarin we, samen met anderen, tot leven kunnen komen. Dat we elkaar het leven kunnen geven in plaats van het van elkaar te ontnemen.

“In deze tijd nog?”

“Ja, ja, in deze tijd nog, nog meer dan ooit…”

Sanda Dia

Dit blogartikel werd geschreven door religiewetenschapper Erik Buys, werkzaam bij het Sint-Jozefscollege in Aalst en bestuurslid van The Colloquium on Violence and Religion (COV&R)

Kerk onder controle

Staat de Vlaamse godsdienstvrijheid onder druk? Het zou zomaar kunnen. Op 16 november trad het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen in werking, dat een kader moet schetsen voor de erkenning van en het toezicht op geloofsgemeenschappen. Hoogtepunt is de oprichting van een controleorgaan dat jaarlijks 3 miljoen euro krijgt om erkende religieuze instellingen te controleren, informatie te verzamelen en screenings uit te voeren. ‘Wie tegen ons maatschappijmodel ageert, verliest zijn erkenning’, klinkt het dreigend in de memorie van toelichting.

‘Waarom vindt de Vlaamse overheid het nodig om zoveel geld te investeren in de controle van geloofsgemeenschappen?’, vraagt Jelle Creemers zich af in Tertio. Hij is hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven en doet onderzoek naar de wetgeving rond geloofsgemeenschappen. ‘Dit wantrouwen is onevenwichtig. Vlaanderen telt nog geen 1.700 erkende geloofsgemeenschappen, waarvan bijna 95 procent katholieke parochies. Verder zijn er 47 protestantse gemeenschappen, 27 moskeeën en opgeteld minder dan 30 orthodoxe, anglicaanse en joodse gemeenschappen.’

“Dit wantrouwen is onevenwichtig.”

Jelle Creemers, ETF Leuven

Strenge regels

Geloofsgemeenschappen krijgen voortaan strenge regels opgelegd. Zo zijn ze verplicht tot volledige transparantie over hun bestuur, boekhouding en aanverwante juridische structuren. Verder moeten ze hun maatschappelijke relevantie kunnen beargumenteren en beloven de Grondwet en het Europese mensenrechtenverdrag na te leven. Iedereen die aanzet tot discriminatie, haat of geweld dient uit de gemeenschap te worden geweerd. Religieuze instellingen mogen bovendien geen financiële steun uit het buitenland ontvangen die afbreuk doet aan hun onafhankelijkheid. ‘Maar hoe kun je bewijzen dat buitenlandse giften geen afbreuk doen aan je onafhankelijkheid?’, vraagt Creemers zich af.

Ook op giften zal worden toegezien. Geloofsgemeenschappen moeten een register opmaken, waarin iedere donateur die jaarlijks meer dan 500 euro geeft, zal worden opgenomen. Mét vermelding van naam, adres, geboortedatum en nationaliteit. ‘Dat is nog geen 50 euro per maand’, becijfert Creemers. ‘Als je meer aan de kerk geeft, dan geef je vanuit het perspectief van de overheid dus al een verdacht signaal af.’

Cultuuromslag

Op zich zijn gesubsidieerde kerken in België niet vreemd. Het land kent van oudsher een model waarbij de overheid haar steun verleent aan instanties met een meerwaarde voor mens en maatschappij. Daaronder vallen sport, cultuur en musea, maar ook religie. Het Erkenningsdecreet markeert echter een cultuuromslag. Geloofsgemeenschappen die eeuwenlang werden gezien als samenbindend element, gelden vandaag als potentiële bedreiging voor de sociaal-maatschappelijke orde.

Dat terwijl uit Nederlands onderzoek blijkt de inzet van vrijwilligers vanuit levensbeschouwelijke organisaties overweldigend is. Anders gezegd: geloofsgemeenschappen zijn van vitale waarde voor het sociaal-maatschappelijke weefsel. ‘In Nederland leidde dat tot een herwaardering van geloofsgemeenschappen, maar in Vlaanderen is dat perspectief quasi onbestaand’, betreurt Creemers.

Het decreet ademt bovenal een angst voor de invloed en de ontwikkeling van een extremistische islam, meent Creemers. Een vrees waarvoor kerkgenootschappen de prijs betalen. ‘Enerzijds kan het decreet leiden tot nieuwe en positieve erkenningen van geloofsgemeenschappen, anderzijds tot een heksenjacht op religieuze instellingen’, verwacht hij.

Ideologisch spanningsveld

Een ideologisch spanningsveld is alvast niet te vermijden. De focus van kerkgenootschappen reikt immers hoger dan braaf burgerschap alleen. Wil je werkelijk in de voetsporen treden van Mozes of Jezus, dan moet je zo af en toe kritisch kunnen zijn jegens de overheid en het politieke regime. Als ambtenaren elk moment kunnen binnenvallen om de preken op te vragen, dan wordt het in de praktijk knap lastig. ‘Het decreet mag er niet toe leiden dat de kerk haar profetische stem verliest’, waarschuwt Creemers.

Laten we hopen dat het allemaal meevalt. En dat die drie miljoen daadwerkelijk gebruikt worden om het schenden van mensenrechten tegen te gaan.

Deze column verscheen op 16 februari 2022 in het Nederlands Dagblad. Lees het volledige artikel gratis online op de website van het Vlaams christelijk opinieblad Tertio.

Foto door Ric Rodrigues op Pexels.com