Geven en ontvangen

Jezus liet de wereld het kruis na; boegbeeld van dienende liefde en opofferend leiderschap. Maar dat kruis heeft iets ongemakkelijks. Want betekent het dat de liefde geen grenzen kent? Tijd om een misvatting te tackelen.

“Jullie weten dat heersers hun volgelingen onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de ander moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn, zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Jezus in Mattheüs 20:25-28

Met die boodschap zet Jezus de gangbare orde op haar kop. Het leiderschap dat hij voorstaat, is geen leiderschap van macht en prestige, maar van liefde en verantwoordelijkheid. De top bestijgen begint niet bij heersen en orders uitdelen, maar bij de ander de voeten wassen. Want alleen zulke leiders zijn in staat het beste in mensen boven te halen; hun inspanningen zijn er niet op gericht zichzelf te verrijken, maar brengen anderen tot bloei.

Te goed voor deze wereld

Betekent dat dat je altijd maar alles moet geven? Ik herinner me hoe ik als kind geïntrigeerd was door een Jezusbeeldje. Hoewel ik niet veel wist van het christelijk geloof, leek Jezus mij Iemand die was gestorven aan een nobele kwaal: hij was te goed geweest voor deze wereld. Ik stelde hem mij voor als iemand zoals Toa Pe Kong, vervat in het houten beeld in mijn ouderlijk huis dat liefdevol Toa werd genoemd. Wat er ook gebeurde, Toa glimlachte altijd.

Foto door MART PRODUCTION op Pexels.com

Heiligen leken mij te goed voor deze wereld. In plaats van te vechten, te strijden of zichzelf te verdedigen, aanvaarden ze vreedzaam hun lot. Jezus verzette zich inderdaad niet toen Hij naar het kruis werd geleid. En hij leerde de mensen een moraal van: als iemand je slaat, keer hem dan de andere wang toe. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche noemde dat een “slavenmoraal”, en hij had daarom grote moeite met het christendom. Maar was Jezus altijd wel zo teer en zoet?

De Bijbel bevat ook andere verhalen. Jezus gooide de handelaren de tempel uit, Hij trok hard van leer tegen de Schriftgeleerden en de Farizeeën en schudde soms de menigte van zich af om een tijdje alleen op de berg te kunnen doorbrengen. Jezus was goed, maar daarom nog geen goedzak. Hij trok duidelijke grenzen.

Is grenzen stellen dan niet egoïstisch?

Grenzen stellen aan mensen die je nodig hebben, nee zeggen tegen mensen die een beroep op je doen: is dat niet egoïstisch? Integendeel. Door grenzen te stellen creëerde Jezus de kaders waarbinnen Hij anderen kon liefhebben, waarin ruimte was om te geven, om uit te delen en voor anderen te zorgen.

Want wie altijd maar geeft, geeft zichzelf leeg. Met een uitgeput batterijtje – zelfs al is dat Duracel – kom je op den duur tot stilstand. Dan heeft niemand meer iets aan je.

Geven begint bij het besef dat je ten diepste door God geliefd bent.

Wie werkelijk wil kunnen geven en dienen, moet in de eerste plaats voor zichzelf zorgen. Geven begint bij het besef dat je ten diepste door God geliefd bent. En bij het ontvangen van Zijn liefde, Zijn inspiratie en kracht. Van daaruit ontstaat ruimte om de ander lief te hebben. Om je medemens te dienen, in het volste vertrouwen dat niet alles van ons afhangt.  

Cadans

Al onze gaven, al onze inspanningen en zorgen, mogen we aan het begin én aan het einde van elke dag overdragen aan de Eeuwige. En we mogen delegeren. Want ook dat is leven in liefde en verantwoordelijkheid: eenparig bouwen aan Gods droom voor deze wereld. Die droom kan niet zonder unieke mensen die elkaar aanvullen, die hun gaven bundelen en telkens het beste in elkaar weten boven te halen.

Ontvangen en geven, in die volgorde. Ik wens je toe dat dat de cadans mag zijn van je leven.

Foto door Suraphat Nuea-on op Pexels.com

Deze overdenking werd geschreven voor de vergadering van de Commissie Stadspredikant op 25 april 2022.