Waarom liet Jezus zich dopen?

De doop van Jezus: het is een merkwaardig verhaal. Want waarom laat Jezus zich dopen? Tijdens de kerkdienst van 8 januari 2023 in de protestantse kerk van Leuven stonden we stil bij die vraag.

In het derde hoofdstuk van het Mattheüsevangelie lezen we hoe Johannes optreedt in de woestijn. Hij verkondigt aan iedereen die het maar horen wil: “Bekeert u, want het Koninkrijk van de hemel is nabij gekomen!” Een uitnodiging die door velen dankbaar wordt aangegrepen. Ze komen naar hem toe en laten zich dopen in de Jordaan.

Zich bekeren, dat is de diepere betekenis van de doop. In de grondtekst wordt het Griekse woord metanoeite gebruikt. Dat betekent zoveel als een ommekeer maken, een verandering van mindset waarbij je het oude achterlaat en de innerlijke mens zich vernieuwt en een transformatie ondergaat.

Je moet je leven veranderen

Du mußt dein Leben ändern. Het is de beklijvende slotzin van een gedicht van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. Je moet je leven veranderen. Niet zomaar voortleven op de automatische piloot, niet klakkeloos doen wat iedereen doet; niet handelen zoals iedereen verwacht, netjes binnen de lijntjes kleuren, conventioneel, zeker en stabiel, maar kleurloos en allesbehalve spannend. Want grijze muizen schrijven geen geschiedenis. 

Je moet je leven veranderen. Dat is de essentie van bekering, en dat is ook waar Johannes op doelt. En hij wijst ook de richting waarin die verandering moet plaatsvinden. De mens, geneigd als hij is om zijn eigen agenda, verlangens en genoegens na te jagen, moet tot inkeer komen en zich weer verzoenen met zijn Bron, de God van vrede, van liefde en van gerechtigheid.

De weg voorgegaan

Dat brengt ons terug bij de vraag aan het begin: waarom laat Jezus zich dopen? Dat is toch niet nodig? Wat zou het voor zin hebben om tegen de Zoon van God te zeggen dat Hij zijn leven moest veranderen, als dat leven al helemaal in lijn ligt met de wil van de Vader? Toch ondergaat Jezus de doop, samen met een menigte van zondaars, tollenaars, farizeeën, sadduceeën, soldaten, schuinsmarcheerders. Zuiver als Hij is, gaat Hij met deze mensen het water in.

Johannes weigert aanvankelijk om Jezus te dopen. Begrijpelijk, maar Jezus staat erop. Dit is de weg, Hij wil ons voorgaan. In alles. In onze verzuchtingen, in ons lijden, in onze angsten, onze gebroken harten en dromen, onze zoektochten in het leven, in onze momenten van vreugde, onze ziekten, onze twijfels… Ja, ook in de doop. En daarom, uit liefde voor ons, doet Jezus iets wat Hij eigenlijk helemaal niet zou hoeven te doen. Doet u dat ook weleens? Doet u soms dingen die u eigenlijk helemaal niet hoeft te doen, uit liefde voor uw naasten?

Door de doop te ondergaan, wordt Jezus één met de mensen die Hem volgen. Hij toont hen: kijk, dit is de weg die je moet gaan; dit is de stap die je leven in positieve zin kan veranderen, dit is waar verzoening met God begint. Een oude mens gaat ten onder in het watergraf, een nieuwe mens verrijst en wordt herboren. Als Jezus uit het water oprijst, bevestigt God die stap door te zeggen: “Kijk, dit is Mijn Zoon in wie Ik welbehagen heb.”

De doop: meer dan gestolde traditie

Vlak voor Zijn hemelvaart zal Jezus Zijn apostelen opdragen: “Ga op weg en maak alle volkeren tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles dat Ik u opgedragen heb.” Het jodendom kent 613 mitswot, maar Jezus herleidt al die wetten tot de essentie: “Heb God lief boven alles, en heb je naaste lief zoals jezelf.” In dat liefdesgebod is de gehele wet vervuld.

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal, als we net als Hij gedoopt zijn. Over de doop verschillen de meningen, en door de geschiedenis heen zijn er heel wat kerken op gescheurd. In evangelische kerken is de volwassendoop een uitingsvorm van bekering. Van de keuze om het oude leven achter zich te willen laten en de Schepper in alles te willen volgen. In protestantse en katholieke kerken waar de kinderdoop gangbaar is, wordt de lijn doorgetrokken naar het Oude Testament en het Verbond van God met Abraham en zijn nageslacht. De doop is dan een opname in de kerkelijke gemeenschap; kinderen die gedoopt zijn, krijgen hun plaats binnen Gods Verbond met mensen.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zoals mensen verschillen, verschillen ook onze opvattingen over de doop. Maar welke visie we ook voorstaan, het is belangrijk om te beseffen dat de doop veel meer is dan een familiefeestje of een gestolde traditie. Voor de mensen die bij Johannes de doop ondergaan, staat de gang door het water aan de vooravond van een nieuw begin. Ze staan op uit het water als schonere mensen; ze laten het vuil van de wereld achter zich, ze zijn klaar om in harmonie met God te leven.

Selfie-cultuur

En Jezus? Aan wie zou Hij denken als Hij daar in de Jordaan staat? Zeer waarschijnlijk denkt Hij niet aan zichzelf. Niet aan alle mogelijke woorden, fouten, tekortkomingen of alles waar Hij maar reiniging van zou nodig hebben. Nee, op dat ene bijzondere moment, daar schouder aan schouder met Johannes, denkt Hij misschien wel aan ons. Aan u en mij. 

We leven vandaag in een selfie-cultuur. Woorden als zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfsturing zijn codewoorden geworden. Veel mensen denken eerst aan zichzelf, dan pas aan anderen.

  • CEO’s denken aan zichzelf wanneer ze torenhoge bonussen eisen.
  • Wereldleiders denken aan zichzelf wanneer ze jonge generaties opofferen aan een uitzichtloze oorlog, enkel en alleen bedoeld om hun rijk en hun macht te vergroten.
  • Snelheidsduivels denken aan zichzelf wanneer ze door hun “sportieve rijstijl” de levens van anderen op het spel zetten.
  • Pestkoppen denken aan zichzelf als ze anderen het leven zuur maken.
  • Werknemers die met hun ellebogen werken maar intussen hun collega’s naar de zijlijn verdringen, denken aan zichzelf.

Save yourself first. Soms kan dat nuttig zijn. Wanneer je een vliegtuigramp moet overleven, moet je eerst aan jezelf denken om anderen in veiligheid te kunnen brengen. Maar als wij door ons welbegrepen eigenbelang anderen vertreden, vertrappen of vermorzelen, dan is het tijd voor een ommekeer. Dan moeten wij ons leven veranderen. 

Soms is het tijd om opnieuw op zoek te gaan naar het spiegelbeeld van Jezus in het rimpelende water van ons leven. Heb God lief boven alles, en jezelf als je naaste, dat is de weg die Hij ons wijst.

Geen succesverhaal

Hoeveel mannen en vrouwen staan er vandaag in uw omgeving voor grote uitdagingen? Mensen die lijden onder ziekte, eenzaamheid of somberheid. Jongeren en ouderen die het leven niet meer zitten. Die moegestreden, opbotsen tegen de grenzen van hun kunnen. Maar die in deze samenleving nauwelijks gehoor vinden. Misschien zijn wij het zelf wel.

Onze samenleving leven stelt vaak hoge eisen, en velen van ons groeien op met de hoogste verwachtingen. Veel mensen hebben hun visitekaartjes paraat, want iedereen vraagt wat je doet. Maar hoeveel mensen vragen hoe het met je gaat? En hoeveel mensen zijn er bereid om werkelijk te luisteren naar je verhaal, zelfs al is dat geen succesverhaal maar een verhaal onder tranen?

Johannes de Doper is een geestelijke krachtpatser. In zijn ruwe mantel van kameelhaar heeft hij het uiterlijk van een nobele wilde. Hij houdt zich staande in de onherbergzame woestijn van Juda waar hij zich voedt met sprinkhanen en wilde honing. Johannes is een man van sterke meningen en een krachtig optreden. Toch is uitgerekend hij het, die zegt: “Na mij komt Hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig om mij te bukken en de riemen van Zijn sandalen los te maken.”

Tegenover Jezus beseft Johannes zijn ontoereikendheid. Dat is ook waarom hij aanvankelijk weigert om Jezus te dopen. Jezus ziet echter zijn aarzeling, en Hij zegt: “Laat het nu zijn.” 

Laat het nu zijn. Laat het nu zijn dat de wil van God gebeurt, laten we niet wachten om in de rivier te stappen, om die weg te gaan, om de juiste stroom te volgen; laten we niet wachten om ons leven te veranderen. Laat het nu zijn. Het juiste moment van ommekeer is niet morgen, maar nu. Want wie weet wat de dag van morgen zal brengen?

Gezamenlijke weg

Laat het nu zijn. Ook dat is de weg die Jezus ons wijst. En Hij voegt er nog iets aan toe: laat het samen zijn. Want door zich te laten dopen, toont Hij dat verzoening met de Allerhoogste geen individueel gebeuren is. Jezus was perfect in staat geweest zichzelf te dopen. Maar op dat cruciale moment daar in het water van de Jordaan, vertrouwde Hij zichzelf aan Johannes toe. Daarmee toont Jezus ons dat geloven een weg is die je samen gaat, in verbintenis met elkaar en met de christelijke gemeenschap. 

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal. Zoals God tegen Jezus zegt: dit is Mijn zoon in Wie Ik een welbehagen heb, zo heeft God een welbehagen in ons. Ook in ons herkent Hij zijn zoons en dochters, en Hij aanschouwt ons met liefde. Liefde kan niet op zichzelf blijven bestaan, maar verlangt wederkerigheid. Het is daarom dat God voor ons de weg heeft gebaand.

Weg van leven

“Kom je mee?”, klinkt het ook vandaag. Gods liefde dwingt niet, maar nodigt uit. Zijn wij bereid om die uitnodiging te aanvaarden? Om de weg te gaan die Christus ons wijst? En meer nog: zijn we bereid om ons door die weg te laten veranderen? Allen die gedoopt zijn, zijn door de doop met Christus bekleed, leert Paulus in de Galatenbrief (3:27).

De bedoeling van de doop is dat we steeds meer op Christus gaan lijken. Dat we veranderde mensen worden die Zijn glorie weerspiegelen. Niet langer mensen die hun eigen grote gelijk uitschreeuwen en die anderen vertrappen of vertreden. Niet langer mensen die zichzelf lief hebben boven God en anderen. Niet langer mannen en vrouwen in besmeurde en gescheurde klederen, die het leven ondergaan in plaats van werkelijk van binnenuit te leven. We zijn uitgenodigd de weg door het water te gaan. De weg die naar leven en verandering leidt, en naar verzoening met onze Maker.

Du mußt dein Leben ändern. Geen gebod of bevel, maar wat een prachtige uitnodiging.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

De geboorte van een nieuwe wereld

Tweede zondag van Advent

In de tuin van een huis dat wij onlangs kochten, stond een afgekapte boomstronk. Ooit was het een magnoliaboom, zei de oude heer die er gewoond had. We begrepen niet waarom een deel van de stam overeind was blijven staan. De stronk leek immers dood en zonder leven.

Totdat er op een dag iets bijzonders te zien was aan de stronk. Een tere groene scheut baande zich dapper een weg naar buiten. Het twijgje groeide voort en doorstond de hete zomer. Vandaag staat er in onze tuin een frisse, groene magnoliaboom. Over zo’n twijgje spreekt de profeet in Jesaja 11:

“Er komt een twijgje voort uit de stronk van Isaï, en een scheut van zijn wortels komt tot bloei.” 

Bijltjesdag

Wat is een stronk? Zo op het eerste gezicht niet meer dan een boom die geveld is door de bijl of de kettingzaag. Op het moment dat Jesaja die woorden spreekt, ligt het huis van David er zo bij. Als een gevelde boom; een wortel zonder stam.

Zo kan het ook in ons leven zijn. Vijftig medewerkers van de VRT kregen de afgelopen week te horen dat ze ontslagen waren. Bijltjesdag, zegt men in Nederland weleens. We kennen ongetwijfeld allemaal van die momenten waarop het leven je een slag toebrengt. De vaste grond onder je voeten wordt tijdelijk weggeslagen.

Dat overkomt het volk Israël, het huis van David, in de tijd van (proto-)Jesaja. Rond het volk Israël valt de nacht, de Babylonische ballingschap lonkt. Alles lijkt verloren.

Levenskracht

Maar Jesaja herinnert de Israëlieten aan de levenskracht van hun wortels. Zoals de God van Israël Zijn volk ooit gered heeft, door die onbetekenende herdersjongen David, zo zal Hij opnieuw redding brengen.

De bijl kan fel toeslaan en verwonden. Maar dat is niet het einde; zelfs na Bijltjesdag komt er een nieuw begin. Alleen niet zoals je misschien zou verwachten. De hoop van Israël komt niet voort uit een invloedrijke familieboom, maar uit een kwijnende stam van Isaï. Het woord dat voor twijgje wordt gebruikt, ‘netser’, heeft dezelfde klank als het Hebreeuwse woord voor Nazarener.

Vandaag steken we de Tweede Adventskaars aan. Zoals deze kaars, zo zal ook de komende Vredevorst zijn. Zijn licht zal opgaan als een ster over de duisternis. Als Hij komt, zal de lange nacht ten einde zijn. Niet langer zullen onschuldige mensen worden verdrukt en uitgesloten, niet langer zullen er kinderen sterven van de honger terwijl de machtigen der aarde zich verrijken. Dat twijgje uit de stam van Isaï, zo teer en zo onbeduidend, zal uitgroeien tot een krachtige levensboom.

Visioen

Jesaja schildert een visioen. Hij tekent de contouren uit van een wereld waarin klein en kwetsbaar zijn niet langer een gevaar is. Het bokje, de zuigeling en het kind hebben niets meer te vrezen, want ze zijn volmaakt veilig. Het zal in geen hart meer opkomen om kwaad te doen. Jesaja schildert een wereld zonder machtswellust of ellebogenwerk, een wereld zonder oorlog of honger, waarin er een rechtvaardig plekje zal zijn voor iedereen.

Een droomwereld lijkt het, te mooi om in te geloven. Maar Advent daagt ons uit om meer te zijn dan zogenaamde ‘realisten’ die zich tevreden stellen met de status quo. Om groter te denken, hogere idealen te koesteren en toe te leven naar een werkelijkheid die alles overstijgt. Dat is waarom Jesaja zijn droom schetst. Opdat wij die in ons hart mogen sluiten, de vlam ervan levend mogen houden en het vuur door mogen geven aan volgende generaties. Zodat het licht van de hoop niet dooft.

Grote woorden

We leven vandaag in een samenleving van grote woorden. Woorden van kansen, succes, welvaart, groei, winst en vooruitgang. Soms worden dat woorden van veroordeling, als mensen niet aan die maatstaven kunnen voldoen. “Die hebben hun mislukking aan zichzelf te danken”, klinkt het dan. Maar wie zoiets beweert, vergeet iets belangrijks: we beginnen niet allemaal met een gelijke startpositie. We leven niet in een volmaakt rechtvaardige wereld.

In het ziekenhuis waar ik werk, vragen mensen weleens: “Als God rechtvaardig is, waarom gebeurt er dan zoveel onrecht?” Ik leg dan uit dat God liefde is, maar dat de liefde niet dwingt. God heeft ons een vrije wil gegeven, en de keus om elke dag opnieuw te kiezen tussen recht en onrecht, goed en kwaad. De staat van onze wereld is de afspiegeling van de kleine en grote dagelijkse keuzes die individuele mensen dagelijks maken. Als het onrecht groot is, dan is dat omdat teveel mensen volharden in zelfzuchtige keuzes die hun medemens doen lijden. We doen trouwens niet alleen het kwade, maar onthouden elkaar dikwijls ook het goede.

Hoe moeilijk blijkt het soms om “sorry” te zeggen, of simpelweg “ik houd van je.”

Mensen kunnen onrechtvaardig zijn; ze kunnen elkaar ‘de duvel aandoen’ en elkaars leven tot een hel maken. Maar zelfs al is de wereld nog zo onrechtvaardig, God blijft rechtvaardig, want zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Nieuw begin

Als wij lijden, dan mogen we geloven dat God met ons mee lijdt. Dat Hij ten diepste onze pijn voelt en bij ons is in het donker waar wij doorheen gaan. Jesaja schildert een wereld waarin onrecht niet het laatste woord krijgt. De nacht kan nog zo donker zijn, maar aan de hemel fonkelt een nieuw begin.

Jesaja en Johannes de Doper spreken vlammende taal, en misschien worden wij daardoor verpletterd. Want wie zijn wij? Kunnen wij de asielcrisis oplossen? Kunnen wij honger en dakloosheid de wereld uit helpen? We zijn maar mensen en geen halfgoden of engelen. Allemaal hebben we onze dag weleens niet. Als je gestresst bent of gebukt gaat onder zorgen, is het moeilijk om vriendelijk te blijven. We maken allemaal fouten. Ieder van ons. En het leven vraagt soms veel van ons. 

Wij zijn maar mensen. En dat wéét God, want uit Hem komen we voort, en in Hem leven wij en bestaan wij.

Nederig en zachtmoedig

Jezus belooft in het Mattheüsevangelie (11:29):

“Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen.”

Hier laat onze Vredevorst zich zowaar in Zijn hart kijken. Hij kwam niet uit de hemel neergedaald als een vlammende bijl om ons te verpletteren, maar als een kwetsbaar kind in de kribbe. Nederig en zachtmoedig. Jezus weet hoe het is om op deze aarde te wandelen. Hij kent onze noden, angsten en pijn. Hij liet zich er niet alleen door raken, maar zelfs door doorboren. Jezus heeft ons zodanig lief, dat Hij zich geheel en volledig voor ons overgaf.

Het is vandaag de tweede dag van Advent. Daarmee vieren we de hoop die wij verwachten. Want Jezus is niet gestorven voor eens en altijd. Zijn belofte leeft voort! Ook vandaag mogen we leven in de verwachting van een groot licht dat zal opgaan over de duisternis. En over een recht dat zal zegevieren over al het onrecht over aarde.

Nieuwe lente

Te mooi om waar te zijn? Misschien is de lente dat ook wel. En toch, als de dagen koud en donker zijn, weten we dat er ooit twijgjes aan de bomen zullen komen. Zelfs al is daar nog niets van zichtbaar. Zo mogen we ook geloven dat het Koninkrijk van God komende is. Eens zal elke traan uit onze ogen worden weggewist. Vrees en verdriet zullen nog slechts een vage herinnering zijn.

De geurige magnolia in mijn tuin laat zich niet tegenhouden. Zelfs de krachtigste bijl kon haar niet verwoesten. Zo zal het ook zijn met het Koninkrijk van God. 

Advent, dat is een feest van verwachting. Ooit komt de lange winter ten einde en zal het lente zijn op aarde. In het donker van een wereld van oorlog, strijd en honger klinken onverminderd de woorden van onze Heer:

Zie, Ik maak alle nu dingen nieuw.” Openbaringen 21:5

De kiem van een nieuwe wereld is reeds in onze harten gelegd. Laten wij de vlam van hoop en verwachting brandend houden totdat Jezus komt. •

Deze preek werd gehouden op de Tweede Zondag van advent (A-jaar) in de Geuzentempel in Roeselare.

Leven in verwachting

Vandaag is het de eerste zondag van Advent. Dat betekent dat er een nieuw liturgisch jaar begint, en dat we ook een andere evangelist aan het woord zullen horen. Het vorige jaar sloten we af met Lucas, het nieuwe beginnen we met Mattheüs. Maar welke evangelist het ook is, hij brengt niet zijn eigen boodschap, maar de boodschap van Jezus.

Vandaag luidt die boodschap: “Wees waakzaam!” Want dat is de raad die Jezus aan Zijn leerlingen meegeeft nadat Hij het verhaal over de tijd van voor de zondvloed heeft verteld. De mensen waren toen zo met zichzelf bezig, dat ze geen oog hadden voor de werkelijkheid om hen heen. Dat brengt ons meteen in de realiteit van vandaag, want ook wij mogen onszelf een belangrijke vraag stellen. Waar is ons hart op gericht? Zijn we vooral bezig met onszelf, met onze eigen noden en belangen, of hebben we ook oog voor de grotere werkelijkheid die ons omringt? De Bijbel inspireert ons voortdurend om verder te kijken.

Binnen de lijntjes kleuren

“Wees waakzaam!”, klinken de woorden van Jezus. Waarom zou Hij dat zo indringend zeggen? Jezus begrijpt als geen ander hoe verleidelijk het is om alleen binnen onze eigen veilige lijntjes te kleuren. Binnen de lijntjes van bezit, van comfort, van genieten, presteren, gezondheid, succes. Maar als we ons daartoe beperken, dan zien we de big picture over het hoofd en hebben we geen aandacht voor de lijntjes van anderen. Lijntjes van verdriet, armoede, rouw, eenzaamheid, ontheemding, ziekte of radeloosheid.

“Wees waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt”, zegt Jezus. En die Heer is God Zelf, die ons voortdurend maant te kiezen tussen licht en donker. Elke dag opnieuw hebben we de keus voor een leven in het licht van Gods liefde; voor vrede, aandacht voor elkaar, eerbied voor de natuur, positief denken, voor streven naar gerechtigheid… en nog zoveel andere dingen die Gods schepping tot een stukje hemel op aarde maken. En elke dag opnieuw staan we voor de uitdaging niet toe te geven aan de duisternis van egoïsme en eigenbelang, van oorlog en terrorisme, vernietiging van onze aarde. Soms denken we misschien dat onze keuzes een druppel op een gloeiende plaat zijn, maar als we allemaal elke dag het goede zouden kiezen, maakten al die keuzes samen een wereld van verschil.

Wees waakzaam

“Wees waakzaam”, drukt Jezus ons ook vandaag op het hart. En Hij daagt ons uit om ons hart te onderzoeken. Zijn wij zoals Noach? Noach bouwde een ark omdat hij luisterde naar God. Doen wij dat ook: luisteren naar God, of zijn we zoals de tijdgenoten van Noach die er zelfs niet aan dachten om naar God te luisteren, omdat ze te druk bezig waren met zichzelf? Voor ons zal dat woordje “druk” vast wel herkenbaar zijn. We hebben het immers allemaal druk. Maar wat als we het te druk hebben met aardse zaken om uit te zien naar de Mensenzoon? Dan kleuren we misschien wel netjes binnen de lijntjes van deze wereld, maar zijn we het Grote Verhaal uit het oog verloren.

Het Grote Verhaal dat we vieren met Kerstmis, is de komst van de Mensenzoon. Die dag vieren we dat God ervoor koos om niet binnen Zijn eigen hemelse lijntjes te blijven kleuren, maar dat Hij zich in Zijn oneindige goedheid uitstrekte naar ons, onvolmaakte mensen. Kerstmis, dat is vieren dat God Zijn Zoon naar de aarde zond om licht in de duisternis te brengen, en het donker te overwinnen door Zijn Licht.

Richt je blik omhoog

Met Advent maken we dat tastbaar. Op deze eerste Adventsdag steken we een kaarsje aan; een lichtje in de duisternis van deze wereld, als teken van verwachting, van uitzien naar Kerstmis. Wat verwachten wij eigenlijk met Kerstmis? Voor veel mensen is het een tijd van lekker eten en drinken met familie en vrienden, cadeautjes, solden, kerstmarkten, kerstbomen, kaarsen en lichtjes. 

Maar … mag onze verwachting misschien nog ietsje hogergespannen zijn? Zelfs hoger dan de hoogste kerstboom? Want de Bijbel inspireert ons altijd weer om verder te kijken. Om onze blik omhoog te richten. Naar de sterren, daar waar tweeduizend jaar geleden het teken fonkelde van de komst van de Mensenzoon. En ook vandaag klinkt Gods belofte: “Ik zal u niet begeven en u niet verlaten.” (Jozua 1:5, Hebreeën 13:5)

Een dag van vrede

De profeet Jesaja getuigt van een groots visioen. Er komt een dag waarop mensen uit alle volkeren der aarde zullen optrekken naar de berg en de tempel van de Heer. Een dag waarop zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegijzers, speren tot sikkels. De oorlog, die zoveel jonge levens kostte en vele generaties verwondde, zal nog slechts een vage herinnering zijn. Al is de wereld om ons heen nog zo donker, als christenen mogen we geloven dat er een dag van vrede komt. Dat de duisternis niet het laatste woord zal krijgen, maar dat Licht en Liefde zullen overwinnen. In die verwachting is het, dat we vandaag zijn samengekomen om Advent te vieren.

“Wees waakzaam”, klinken de woorden van Jezus. Wees waakzaam, zorg dat je lamp brandend blijft. Laat je niet overwinnen door de duisternis, maar overwin de duisternis door Gods licht en liefde. Laten wij zijn als lichtende sterren in een donkere wereld, verwachtingsvol uitziend naar de dag die komen gaat. Amen.

Meer lezen?

  • Jesaja 2:1-5
  • Mattheüs 24:37-44

Dit is de preek van zondag 27 november in de Rabotkerk in Gent.

Trots en nederigheid

Overdenking

Op de redactie van Vlaams opiniemagazine Tertio hangt een spreuk: “We leggen de lat hoog, zodat je er makkelijker onderdoor kan.” De lat hoog leggen: dat klink niet altijd prettig. Maar wat zou er gebeuren als er een CEO zou binnenwandelen die zou zeggen: “We gaan de lat eens flink laag leggen”? In een wereld boordevol concurrentie belooft dat weinig goeds.

We zijn allemaal opgegroeid in een wereld waarin er maar één de wiskunde-olympiade of de marathon kan winnen. Wil je de top bereiken, dan moet je dus zorgen dat je altijd net een stapje beter bent dan de anderen. Het Lucasevangelie leert ons dat dat in de tijd van Jezus al zo is. Want Jezus vertelt een parabel die helemaal inspeelt op het concurrentiedenken.

Voorbeeld in kennis

De gelijkenis van de Tollenaar en de Farizeeër (Lucas 18:9-14) is een knap staaltje vertelkunst. Jezus zet twee figuren in scherp contrast tegen elkaar af. Twee mannen gaan naar de tempel om te bidden. De één is een tollenaar. In onze tijd zou je dat kunnen vergelijken met een deurwaarder of een belastingambtenaar (maar dan nog een beetje erger, want Israëlitische tollenaars inden belastingen voor de Romeinse bezetters).

Dan de ander. Dat is een joodse Schriftgeleerde. Binnen het christendom hebben de Schriftgeleerden en de Farizeeën een negatieve bijklank gekregen, maar in de tijd van Jezus genoten ze veel aanzien bij het volk. [1] Voor de toehoorders van Jezus is de context duidelijk: een Schriftgeleerde en een tollenaar zijn allebei welgestelde heren, maar terwijl de één staat voor rechtschapenheid en rechtvaardigheid, valt van de ander weinig goeds te verwachten.

Wending

Maar dan keert Jezus die werkelijkheid om. Radicaal. De Schriftgeleerde, de crème de la crème van de Israëlitische samenleving, blijkt plots de onrechtvaardige. Die wending wordt duidelijk in zijn gebed dat Jezus beschrijft.

‘God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.’

Zelfingenomen

Je zou je kunnen afvragen: wie bidt nu zoiets? Het gebed lijkt nogal zelfingenomen en arrogant, elke zin is doorspekt met het woordje “ik”. Toch waren zulke gebeden in die tijd niet ongebruikelijk.[2] Vergelijk het maar eens met dit gebed uit de Dode Zeerollen:

 “Ik prijs u, Heer, omdat u mijn lot niet hebt laten vallen in de gemeenschap van het bedrog en mijn deel niet gesteld hebt in de kring van de huichelaars.” (1QHa 15:34)

Er is niettemin een belangrijk verschil tussen dit gebed en dat van de Farizeeër. In bovenstaande versie is het nog altijd God die de bidder in staat stelt om goed te leven. Ook trekt die laatste geen scheidslijn van: ik ben goed en de ander is fout. De Schriftgeleerde doet dat wel. Hij is zo overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij met zijn woorden zelfs God denkt te kunnen imponeren: “Kijk eens Heer, hoe goed ik ben!”

Uiterlijkheden

Wat een contrast met het gebed van de tollenaar! Want die durft nauwelijks naar de hemel op te kijken, slaat zich op de borst en zegt: ‘God, wees mij, zondaar, genadig.’ Wie van de twee is uiteindelijk de rechtvaardige? Jezus is duidelijk:

Ik zeg u: deze (de tollenaar) ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

Ongetwijfeld is de Schriftgeleerde ooit goed begonnen, maar naarmate zijn verstand zich vulde met kennis, raakte zijn hart verwijderd van de essentie. Nauwlettend begon hij zich te focussen op elk detail van de Levitische wet. Hij probeerde elke mogelijke overtreding uit te zuiveren. Alles moest correct zijn, alles moest kloppen. Uiteindelijk nemen die rigide uiterlijkheden hem zo in beslag, dat hij de liefde – die de essentie en de vervulling is van de Wet – uit het oog verliest.

In plaats van zijn naaste lief te hebben, sluit deze Schriftgeleerde mensen uit. Hij deelt de wereld op in zondaren en rechtvaardigen. Zichzelf beschouwt hij als het toppunt van rechtvaardigheid.

Hiërachie

Jezus is niet de enige die zich tegen zo’n houding keert. We lezen al in Jesaja 65:5:

“Er is een geslacht dat rein is in zijn eigen ogen, en toch niet gewassen is van zijn vuilheid. Deze zijn een rook in mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt.”

De Schriftgeleerden schrikken er in de tijd van Jezus niet voor terug om elkaar de meest hoogdravende bijnamen te geven, zoals ‘De heilige’, ‘Licht van Israël’, ‘de heerlijkheid der wet’, ‘uitroeier van de bergen’.[3] God heeft hen inderdaad veel kennis toevertrouwd. Maar ze gebruiken die kennis niet langer om het volk, maar zichzelf te verheffen. Zo ontstaat een hiërarchie met een elite aan de top, en het ‘plebs’ onderaan de voet. De Schriftgeleerden beschrijven het gewone volk als ‘vervloekt’ omdat zij de wet niet kennen[4] en noemen hen ‘mensen van de aarde’ en ‘lege regenbakken’[5]

Machtsmisbruik

Daar waar elitevorming ontstaat, ligt machtsmisbruik op de loer. De mens die zichzelf als norm neemt, en die niet langer beseft dat hij aan God verantwoording moet afleggen, verkeert in de gevarenzone. Een paar recente voorbeelden: de tragische dood van Sanda Dia, veroorzaakt door de studentenvereniging Reuzegom; het machtsmisbruik dat naar buiten kwamen via #Metoo en de kerkelijke misbruikschandalen, die onherstelbare schade aanrichtten. Zowel aan de geloofwaardigheid van kerk als aan de levens van slachtoffers.

De Farizeeër in ons

Veel hoogmoed en machtsmisbruik haalt het nieuws niet. Toch is onze samenleving er op alle niveaus van doordrongen. Tijdens vergaderingen schuiven mensen zichzelf naar voren, ze werken met de ellenbogen, energiebedrijven maken woekerwinsten ten koste van noodlijdende gezinnen.

Elitevorming schuilt trouwens niet alleen in de hoogste echelons van de samenleving. Ze zit ook in ons. Wij zijn de Farizeeër in dit verhaal, telkens als we denken dat wij boven de ander staan. Omdat we meer gestudeerd hebben, omdat we een hoger inkomen hebben, omdat wij op ‘de juiste’ politieke partijen stemmen, omdat we beter dan onze buurman weten hoe alles werkt in dit land. Of omdat wij nu eenmaal veel minder domme keuzes maken dan een ander.

Laten we we eerlijk zijn: zo’n Farizeese houding is voor jezelf best prettig. Want door jezelf af te zetten tegen de ander, ga je je tijdelijk beter voelen. Maar uiteindelijk creëer je geen win-win. Want door jezelf groter te maken, maak je een ander een kopje kleiner.

“Dimming someone else’s light won’t make yours shine any brighter.”

Quote, auteur onbekend

 Het licht van een ander uitdoven, zal dat van jou niet helderder doen schijnen. Misschien denk je nu: “Ja, maar dat is wel hoe onze samenleving werkt.  Wie niet bereid is zijn tanden te laten zien en voor zijn plekje te vechten, verliest.” Dat is inderdaad precies zoals het is. Maar opvallend aan Jezus is dat Hij die gebruikelijke orde telkens weer omkeert. En dat Hij ons, zijn volgelingen, uitdaagt om hetzelfde te doen.

“Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (14, cf. Mattheüs 23:12)

Wat is er zo verkeerd aan trots? Trots brengt scheiding teweeg tussen mensen. De hoogmoed zegt: “Ieder voor zich, en God voor ons allen.” Maar dat is niet de boodschap van het evangelie. Die zien we belichaamd in de nederige tollenaar.

De tollenaar is een onrechtvaardige. Dat weet hij zelf maar al te goed. [6] Als de tollenaar zich naar de tempel begeeft, durft hij niet eens op te kijken naar de hemel. En eenmaal door Gods heiligheid omringd, wordt hij zich plots bewust van alle wandaden die hij heeft begaan. Hij had zich natuurlijk nog kunnen rechtvaardigen. De tollenaar had kunnen zeggen: “Ik moet toch mijn gezin toch kunnen onderhouden?” Maar in tegenstelling tot de Schriftgeleerde doet hij geen enkele poging om God te imponeren. Nee, hij buigt zich het hoofd en zegt: “God, wees mij zondaar genadig.”

En de tollenaar ontvangt genade.

Vallen en weer opstaan

Twee mensen, de tollenaar en de Farizeeër, verbeelden samen de grillige realiteit van dit leven. De tollenaar legt de lat laag, de Farizeeër legt de lat hoog. Maar hoe hoog we de lat ook optrekken, Gods normen zijn altijd hoger. De Eeuwige overstijgt ons altijd.

Zowel de tollenaar als de Farizeeër leiden een leven van wandelen, struikelen, vallen en weer opstaan. Zo goed en kwaad als het gaat. Net als wij. Ook wij maken fouten, we zeggen soms dingen waar we spijt van krijgen, maken de meest onhandige keuzes. Maar dat is het bijzondere van het Evangelie: God kent ons. En Hij neemt ons zoals we zijn, want die onvolmaakte realiteit is het vertrekpunt waar God ons tegemoetkomt. In plaats van ons een torenhoge hemelse meetlat op te leggen, zond God ons Zijn Zoon Jezus Christus, in de gestalte van een mens, om voor ons onvolmaakte mensen de weg te openen naar de ware vrijheid.

Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid” (2 Korintiërs 12:9)

Zelfs al struikelen we duizendmaal, telkens als we gevallen zijn, reikt Christus ons de hand om ons weer op te richten. Wie bereid is die hand te vatten, mag in volle vrijheid in Zijn voetsporen wandelen, lerend en groeiend, stap voor stap sterker.

We zijn allemaal geroepen. Niet om het volmaakte leven te leiden, maar om volwaardig mens te zijn. In alle vrijheid, en in liefde en verbondenheid met de Eeuwige en met elkaar.

Gods genade is ons genoeg. Amen

Dit is de tekst van de preek van zondag 23 oktober 2022 in de Christusgemeente aan de Bexstraat in Antwerpen.

Foto door Lukas op Pexels.com

[1] Joodse Oudheden 13.298; 18.15, zie ook de schrijver Flavius Josephus; De Hebreeuwse woorden Jashar (rechtschapen man) en Tsaddik (rechtvaardige) drukken uit dat de Schriftgeleerden erudiete heren waren die de hoogste idealen nastreefden. Ze golden als voorbeeld in kennis en levenswandel.

[2] zie bijvoorbeeld: Tosefta Berachot 6:18; Babylonische Talmud Berachot 28b.

[3] Debijbel.nl

[4] Johannes 7:49

[5] Lucas 5:32, Lucas 7:34, zie ook voetnoot 3.

[6]Tollenaars hadden het imago van rovers en moordenaars, en ook Lucas plaatst ze in de categorie ‘zondaren, zie: Lucas 5:27-32; 15:1-7; 19:1-10.

Timotheüs. Van antiheld tot overwinnaar

Tijdens zijn leven schreef de apostel Paulus meerdere brieven. Twee pastorale brieven zijn gericht aan Timotheüs. Wie was deze Timotheüs? Verdiepen we ons in zijn persoon, dan ontstaat een ambigu beeld. Timotheüs begon als het prototype van de antiheld, maar eindigde als bisschop van Efeze. Juist deze man, die vele malen zijn twijfels en angsten moest overwinnen, heeft ons vandaag veel te vertellen.

Van Timotheüs weten we dat hij geboren is als zoon van een joods-Israëlitische moeder en een Griekse vader in Klein Azië (nu Turkije). Door zijn gemengde afkomst is Timotheüs van alles een beetje, maar nergens hoort hij volledig bij. De Grieken zullen zeggen dat hij een halve Israëliet is; de Israëlieten noemen hem een halve Griek. Daarbij is Timotheüs jong, onervaren en van nature gereserveerd en verlegen. Niet iemand die graag de schijnwerpers opzoekt.

Teer plantje

Gaan we in de brieven op zoek naar aanwijzingen over Timotheüs, dan vinden we een aantal opmerkelijke dingen. Zoals dit advies van Paulus:

“Drink niet alleen water, maar ook een beetje wijn, vanwege je maag en je veelvuldige zwakheden.”

1 Timotheüs 5:23

Paulus vindt het bovendien nodig om de gemeente in Korinthe per brief te waarschuwen dat als Timotheüs hen komt bezoeken, ze ervoor moeten zorgen dat hij niets te vrezen heeft en dat niemand hem met minachting mag behandelen (1 Cor. 16:10-11). Ook aan Timotheüs zelf schrijft Paulus: “Laat niemand op je neerkijken omdat je jong bent” (1 Tim. 4:12).

Al die boodschappen lijken te zeggen: “Lieve mensen, doe een beetje voorzichtig met Timotheüs, want hij heeft nog niet zoveel weerstand.” Zo op het eerste gezicht lijkt hij in niets op de doorsnee man-met-macht. Hij heeft niets van het rijzige type dat je in bestuursraden terugvindt, de bebaarde patriarch of de CEO in maatkostuum. Timotheüs is veeleer een teer plantje; jong en groen, maar ook kwetsbaar. Iemand van wie niemand iets groots verwacht.

Foto door PhotoMIX Company op Pexels.com

Verbrijzeld vat

Maar Paulus weet wel beter. “Onderschat deze jongen niet”, waarschuwt hij telkens. Paulus spreekt uit ervaring. Ooit ging hij zelf op de knieën om God te bidden om hem van zijn zwakheden te verlossen. Toen kwam hij tot het inzicht dat Gods genade genoeg is, omdat Gods kracht zich eerst ten volle in zwakheid openbaart (2 Korinthe 12:9). Paulus beseft daarom als geen ander dat dikwijls niet de groten der aarde geroepen zijn om grote dingen te doen, maar dat Gods Zijn kracht laat wonen in kleine, broze en breekbare vaten.

Timotheüs voelt zich een verbrijzeld vat. Meer dan eens zelfs. Hij laat regelmatig een traan, gaat gebukt onder verdriet en ziekte. Tegelijk heeft Timotheüs een krachtig geloof. Die ambiguïteit doortrekt zijn leven. En hoewel hij door zijn gemengde afkomst van geen enkele groep volledig deel uitmaakt, is hij juist daardoor in staat om grenzen te overstijgen en volkeren te verenigen. En hij mag dan groen en onervaren zijn, juist daarom valt Timotheüs in de categorie ‘jong en veelbelovend.’

Niet in menselijke strekte huist kracht, maar in ontvankelijkheid en overgave.

Ambiguïteit kenmerkt de levensweg van Timotheüs. Vreugde en verdriet wisselen elkaar af, kracht en zwakte, verbinding en verlatenheid. Toch ervaart hij dwars door dat alles heen dat God hem draagt. Dat is ook de kern van zijn verhaal: niet in menselijke sterkte huist kracht, maar in ontvankelijkheid en overgave. Dit is de grondhouding die Timotheüs zijn leven lang blijft praktiseren, totdat hij in circa 97 als bisschop van Efeze (volgens een overlevering van Eusebius) de marteldood sterft.

Timotheüs heeft zoveel goeds gedaan; zo vaak zijn eigen innerlijke demonen overwonnen, en dan moet zijn leven zo tragisch eindigen. Waarom gebeuren er slechte dingen met goede mensen? Dat is de vraag waarmee zijn volgers achterblijven. Een vraag ook, die vandaag veel mensen bezighoudt. Je doet zoveel goeds, je hebt alles gegeven, en dan word je toch verkeerd begrepen. Of iemand die je liefhebt, wordt ongeneeslijk ziek.

Kruisdragers

We zeggen graag tegen elkaar: “Wie goed doet, goed ontmoet.” Als je goede daden verricht en positiviteit verspreidt, keert dat inderdaad heel vaak tot je terug. Maar niet altijd. Meer dan 360 miljoen christenen wereldwijd worden geconfronteerd met vervolging, onderdrukking en onrecht wegens hun diepste overtuigingen. Het lijden van Timotheüs is dat van Jezus Christus, en dat van vele mensen overal ter wereld die in Zijn voetsporen treden.

Evangelie komt van het Griekse euangelion, dat ‘goede boodschap’ betekent. Het evangelie brengt inderdaad blijdschap, verwachting en hoop. Tegelijk is er altijd weer die ambiguïteit. Want Christus achternagaan; in Zijn voetsporen treden, betekent óók dat je een stukje kunt meedragen van Zijn lijden en Zijn kruis.

Als een goede vader waarschuwt Paulus Timotheüs, zodat hij alvast voorbereid is op wat hem te wachten staat. “Timotheüs, je bent nog jong. Weet dat als je de weg van Christus gaat, het leven niet altijd rozengeur en maneschijn zal zijn. Mensen zullen je liefhebben en haten, bewieroken en bespotten, omhelzen en afwijzen.”

Foto door Download a pic Donate a buck! ^ op Pexels.com

Onrechtvaardig

Waarom gebeuren er slechte dingen met goede mensen? Het is die realiteit waarvoor vele Bijbelverhalen ons waarschuwen. We geloven graag in een eerlijke, logische en rechtvaardige wereld, maar de realiteit is vaak het tegenovergestelde. Jezus deed het goede. Toch eindigde Hij aan het kruis. David deed wat goed was, toch moest hij vluchten voor Saul om zijn leven te bewaren. Timotheüs deed het goede. Toch eindigde hij de marteldood.

  • Waarom kruisigde de menigte Jezus, zelfs al konden ze geen enkel verwijt tegen Hem vinden? Jezus gaf hen een ongemakkelijk gevoel. Hij zei dingen die het establishment liever niet wilde horen. Door Zijn onderwijs bevroeg Hij de gangbare orde en machtsstructuren en hield Hij mensen een spiegel voor. Mensen zagen Hem dus liever als een onruststoker dan als een heilige.
  • Waarom wilde Saul David vermoorden? Na zijn overwinning op de reus Goliath was David enorm populair geworden. Saul werd jaloers en achterdochtig. Hoe kon een eenvoudige herdersjongen zelfs een grote koning in de schaduw stellen? Hoe meer hij zag dat God met David was, hoe meer een kwaadaardige razernij bezitnam van zijn hart.
  • Waarom stierf Timotheüs naar verluidt de marteldood onder keizer Nerva? Opnieuw omdat hij een boodschap bracht en een hoop uitstraalde die haaks stond op de machtsstructuren van deze wereld, en op wat mensen graag geloven.

Het vervolgen van deze boodschappers leek voor veel mensen dé oplossing om een einde te maken aan de boodschap. Dé manier om hun wereldbeeld te redden, hun machtsposities, tradities en status quo. In het Johannesevangelie waarschuwt Jezus:

“Als de wereld jullie haat bedenk dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan jullie. Als je van de wereld zou zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Maar omdat je niet van de wereld bent, maar Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld jullie.”

Johannes 15:18-21

Wees voorbereid. Dat is feitelijk wat Jezus hier zegt. Als je Mij volgt, wees dan niet verbaasd als er brandende pijlen op je afkomen. Zolang we er braaf het zwijgen toe doen zal niemand aanstoot aan ons nemen, maar gaan we de liefde van Christus uitstralen naar de wereld, dan wekt dat reactie. Want dan zijn we ambassadeurs van een Koninkrijk dat vaak haaks staat op de wetten en de machtsstructuren van deze wereld. Toch zijn we geroepen om die ambassadeurs te zijn.

Foto door Inzmam Khan op Pexels.com

Tranen

Timotheüs was geen held van nature. De brieven van Paulus tonen een kwetsbare jongeman. Maar zoals hij is, zo wordt hij door Paulus liefgehad en aanvaard. Paulus zegt niet: “Kom op Timotheüs, verman je. Wees eens wat flinker. Je moet daar toch boven staan!” Zulke woorden worden vaak gebruikt als dooddoener, maar wat ze eigenlijk zeggen is: het is verkeerd om je zo te voelen; jouw emoties mogen er niet zijn.

Nee, Paulus toont empathie en medeleven. Vaak is hij oprecht bezorgd en als een goede vader neemt hij Timotheüs in bescherming. Hij schrijft:

“Telkens als ik je in mijn gebeden noem, dag en nacht, dank ik God (..) Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je terug te zien, dat zal me met vreugde vervullen.”

2 Timotheüs 1:3-4

Het besef van Timotheüs’ verdriet doet Paulus er innig naar verlangen hem nabij te zijn. Om te troosten en te steunen. Maar afstand scheidt hen, en daarom bemoedigt Paulus Timotheüs om ondanks zijn verdriet door te gaan:

“Houd vol, laat je niet belemmeren het vuur vast te houden dat je door God geschonken is.”

2 Timotheüs 1:6

Kinderen van de belofte

Zouden we in een rechtvaardige wereld leven, dan zou het volstrekt onbegrijpelijk zijn dat goede mensen door het kwade worden getroffen. Maar deze gebroken werkelijkheid is ambigu. Elke dag opnieuw sterven er mensen op het strijdveld, in gevangenissen, in burgeroorlogen en guerrilla’s. Levens van onschuldigen die hebben gehuild, gelachen en liefgehad, maar waar plots een streep door werd getrokken door meedogenloze regimes.

Ook ons leven kan een strijdveld zijn. Net als Timotheüs vechten we allemaal onze eigen kleine of grote strijd. Als ons het slechte overkomt, mogen de woorden van Paulus ook jou en mij inspireren om de moed niet te verliezen. Als Timotheüs een geschiedenis kon schrijven die al 2.000 jaar rondgaat, dan mogen ook wij onszelf zien als kinderen van de belofte.

Timotheüs leek niet geboren voor het succes. Toch koos God juist dit smalle twijgje om uit te groeien tot een grote boom. Sterk genoeg om stormen te doorstaan. Wat denk jij als je ’s morgens vroeg in de spiegel kijkt? “Hmmm, ik word er ook niet jonger op”, of: “Oei, weer een bad hair day“? God ziet verder dan dat. Hij ziet zoveel meer dan onze fouten en tekortkomingen. God zag Timotheüs niet zoals hij was, maar zoals hij kon zijn. Als meer dan overwinnaar!

“God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.”

2 Timotheüs 1:7

Bent je weleens bevreesd? Voel je je soms klein of onbekwaam? Paulus spoort Timotheüs aan: houd het vuur brandend. Zie niet op wie je zelf bent, op je eigen beperkingen. Richt je ogen omhoog, naar de sterren. Want zelfs al word je door een leger omsingeld, de Eeuwige en Almachtige is aan je zijde!

Gebroken vaten

In het hart van Timotheüs vindt God een welkome plaats om te wonen. De God die deze ogenschijnlijke antiheld tot een groot bisschop vormde, is vandaag ook met jou en mij. Zijn kracht wordt ten volle openbaar in kwetsbaarheid. Hij kiest de gebroken vaten van deze wereld uit om een veelkleurig mozaïek te maken. Niet de trotsen of machtigen. Niet hen die zich op de borst kloppen, want zij zijn al vol van zichzelf – in hun hart is geen plaats voor God.

Maar als wij bereid zijn op te staan en te zeggen: “God hier ben ik, zend mij!”, dan zal Hij ons verhoren. Hoe groot onze zwakheden, fouten en tekortkomingen ook zijn, God is altijd groter.

Timotheüs begon als de ultieme antiheld, maar eindigde als held. De mensen die hem het zwijgen oplegden, konden zijn geest en getuigenis niet tot zwijgen brengen. Het verhaal van Timotheüs wordt tot op vandaag nog verteld. Als we dat doen, brengen we Timotheüs telkens opnieuw tot leven. Laten we een voorbeeld aan hem nemen. Laten we leven zoals hij; soms verdrietig, onzeker, aarzelend, tastend of zoekend, maar altijd met overtuiging.

Laten we een voorbeeld nemen aan deze held en erop uitgaan. Zodat we kunnen schijnen als sterren in een donkere wereld en een groot en machtig verschil maken.

Foto door Klaus Nielsen op Pexels.com

Preek protestantse kerk Denderleeuw, zondag 2 oktober 2022 door drs. Kelly Keasberry

Vrede vergt de moed om tegendraads te zijn

Afgelopen woensdag was het de Internationale Dag van de Vrede. En elke vrijdag wensen joodse mensen elkaar shabbat shalom. Vrede, de wereld heeft er de mond van vol. Maar juist nu lijkt de vrede verder weg dan ooit. “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”, stelt Jezus in de Bergrede. Maar wat doe je als vrede ver te zoeken is? Alleen maar bidden, zegenen wie je vervolgen? Soms vergt vrede de moed om écht tegendraads te zijn.

Nog niet zo lang geleden hield Usula von der Leyen haar State of the Union-toespraak. Ze verscheen van top tot teen in geel-blauw, geflankeerd door dito Europese vlag. “Vandaag heeft moed een naam, en die naam is Oekraïne”, stelde Von der Leyen. Krachtige retoriek, maar vergat de EU-voorzitter niet iets? Moed kan ook een Russische naam dragen. Want niet alleen Oekraïners, maar ook Russen zijn slachtoffers van een uitzichtloze strijd.

Ursula von der Leyen (c) Al Arabiya

Schijnsolidariteit

De afgelopen week maakte Vladimir Poetin bekend een leger van 300.000 mensen te willen mobiliseren. “Als je opgeroepen wordt, is het vluchten of sterven”, zei een Russische jongen in de krant. Tot de ongelukkigen die zo’n oproep kregen, behoorden een 26-jarige jongeman die met een promotieonderzoek bezig was en een 63-jarige man met diabetes. Mensen die gewoon hun dagelijkse levens leidden, totdat ze werden gedwongen om hun leven te wagen in een nodeloze strijd. Wat is de naam van moed? Het zijn de namen van miljoenen mensen wereldwijd, die zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor de vrijheid van meningsuiting. Meisjes, jongens, mannen en vrouwen die durven op te staan tegen een ontmenselijkend regime.

Von der Leyen riep ogenschijnlijk op tot solidariteit. Maar solidariteit neemt soms de vorm aan van kiezen of delen. Wie niet voor ons is, is tegen ons; wij tegen zij. Zulke schijnsolidariteit kan ontaarden in vijandsbeelden. Laten we nooit vergeten dat een oorlog alleen verliezers kent. Meedogenloze dictators hebben de neiging om alles en iedereen mee te sleuren in hun val.

Hippie met lange haren

Oorlogsdreigingen kunnen je als christen in een lastig parket brengen. De werkelijkheid staat zo vaak haaks op wat wij geloven. “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”, stelt Jezus in de Bergrede (Mattheüs 5:9). Maar wat doe je als vrede ver te zoeken is? Je vijand de andere wang toekeren? Op je knieën gaan, zegenen wie je vervolgen? Dat klinkt vroom, maar probeer het maar eens uit als een vijandig leger je op de hielen zit.

Soms wordt Jezus voorgesteld als een hippie met lange haren die niet helemaal van deze wereld was. Een idealist op sandalen, een beetje soft. Peace man. Hij preekte absoluut een boodschap van liefde en vergeving. Maar in het Lucasevangelie laat Hij zich ook van een andere kant zien.

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Jezus in Mattheüs 10:34-39; Lucas 12:52-53

Dan kun je je afvragen: wat is hier aan de hand? Roept Jezus plots op tot geweld, tot een soort christelijke jihad? Tot polarisatie? Dat is de reden dat veel mensen die tekst liever links laten liggen, en zich focussen op Bijbelverhalen die wat prettiger zijn voor onze gemoedsrust.

20th Century Fox

Geen feel good religion

Toch zijn Jezus’ woorden juist zo interessant omdat ze zo realistisch zijn. Ze maken komaf met het al te romantische beeld van Jezus als een softe hippie. Hier lezen we een hartgrondige waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit!” De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap een tegendraads randje heeft. Het wandelen in de voetsporen van Jezus is geen feel good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots, de machtswellust en expansiedrift van mensen.

Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard. Als alles lange tijd goed gegaan is, worden we misschien een beetje gezapig. We beginnen te denken dat de status quo voor altijd zal duren. Dat wij mensen alles onder controle hebben. Dat we met onze ratio de werkelijkheid kunnen verklaren, dat vooruitgang het codewoord is dat de wereld zal gaan verbeteren, ja, misschien zelfs dat we God niet langer nodig hebben.

Christenvervolging

Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als we zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. “Andersheid” roept soms heftige reacties op.

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Open Doors

Zingevingscrisis

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken? Maar als we een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit de kracht en de sprankeling kunnen tonen van wat ons beweegt. Psychiaters als Dirk De Wachter en Jim Van Os luiden de noodklok over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan. Dat terwijl wij een boodschap van hoop te bieden hebben!

Jezus is in het Lucasevangelie dan ook niet mild voor de menigte.

“Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

Lucas 12:5-59

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of te slim zijn om in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Ook de profeet Jeremia is niet bepaald mild voor de valse profeten. Blijkbaar gaan die mensen moedwillig hun eigen weg, terwijl ze beter hadden kunnen weten.

Ontkenning

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Een student zei laatst tegen me: “Ik kan me toch vlak voor mijn dood nog bekeren? Dan kan ik eerst het leven leiden dat ik graag wil.”

Maar stel nu dat juist het leven met God het goede leven is? Waarom zou je dan het mooiste uitstellen tot morgen als je het nu al kunt krijgen? Dan blijkt misschien pas als je aan het einde van je levensverhaal bent, dat je de meest kostbare episodes hebt gemist.

Innerlijke vrede

In de brief van Paulus aan de Filippenzen lezen we:

“Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw gedachten en uw harten behoeden in Christus Jezus.”

Filippenzen 4:6-7

Midden in een wereld die in oorlogsgedruis verkeert, waarin alles schudt en schommelt, oude zekerheden op de helling gaan, belooft God ons vrede. Nu vraag je je misschien af: hoe verhoudt die belofte zich tot de uitspraak van Jezus over het zwaard? Dat lijkt een tegenstelling, maar die is slechts schijn.

Jezus waarschuwt dat er, zolang we in deze wereld leven, geen vrede zal zijn. Dat is de realiteit waar we elke dag opnieuw mee geconfronteerd worden. Maar Paulus belooft ons een ander soort vrede. Een diepe innerlijke vrede die alle verstand te boven gaat; die niet kapot te krijgen is, zelfs niet in oorlogstijd.

Tegendraads

Zalig de vredestichters. We zijn geroepen om die innerlijke vrede ook naar de wereld uit te stralen. Maar hoe doe je dat? Daarover had ik onlangs een briefwisseling met een huisarts uit Roeselare naar aanleiding van mijn editoriaal in Tertio. We kwamen tot de conclusie dat christelijke vrede niet alleen ligt in lieve woorden spreken, vergeven en bidden. Dat is te passief. En christenen hoeven geen brave seuten te zijn, want dat was Jezus ook bepaald niet.

Juist in een wereld vol oorlogsretoriek en vijandbeelden zijn we geroepen om tegendraads te zijn. De liefde van Christus, die Zichzelf aan het kruis volkomen voor ons overgaf, inspireert ons om alle oorlogsslachtoffers wereldwijd de hand te reiken. Om in zowel de Russische als de Oekraïense jongeren die van hun toekomst worden beroofd, onze zonen en dochters te zien. Om alle ouders die hun kinderen verliezen in een nodeloze strijd, als onze medemens te omarmen.

Onrechtvaardige dictators gedijen op vijandsbeelden en polarisering. Wie daaraan toegeeft, werpt olie op het vuur. Maar radicale naastenliefde en medemenselijkheid zijn een krachtig wapen dat hun draagvlak verzwakt. Daar waar de medemenselijkheid bloeit, verliezen de zaden van haat grond om te ontkiemen.

“Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.”

Mattheüs 5:9

Durven wij het aan om vredestichters te zijn? Als vredestichter ben je weliswaar in de minderheid, maar je staat nooit alleen. De Eeuwige God, die het volledige universum omvat en bezielt, zal met ons zijn. Hij ziet ons echt, zoals wij ten diepste zijn. Voorbij de schilden die we proberen op te houden. Die God wil onze vrede zijn. Een vuur dat hoop brengt, zelfs al is de wereld om ons heen nog zo duister en grimmig.

God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen. Wie de Eeuwige God aan zijn zijde heeft, hoeft niet bezorgd te zijn. Omgord door gerechtigheid staan we sterk in de strijd.

Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

Dit is de tekst van de preek van 25 september 2022 in de Verenigde protestantse kerk Leuven.

Foto door M Venter op Pexels.com

Waarom laat God het toe?

Als God goed is, waarom gebeuren er dan zoveel slechte dingen in de wereld? Bij het zien van het nieuws kun je je zulke vragen gaan stellen. Terwijl voor Bill Gates of Steve Jobs de rode loper uitligt, sterven in Oekraïne onschuldige kinderen door de oorlog. In de tijd van David worstelde tempelmusicus Asaf ook met zulke vragen. In Psalm 73 schrijft hij:

“God is goed voor Israël, voor de mensen die hem trouw zijn. Toch was ik bijna bij Hem weggegaan. Bijna ging het mis met mij. Want ik was jaloers op slechte mensen. Steeds zag ik hoe gelukkig zij zijn.”

Gedesillusioneerd

Asaf geeft het eerlijk toe. Hij was gedesillusioneerd. Jarenlang deed hij hard zijn best om een goede levenswandel te leiden, maar elke dag opnieuw werd hij getroffen door ellende, terwijl het juist met egoïstische en hebzuchte mensen goed ging.

“Ze zijn nooit ziek, ze zien er altijd gezond uit. Ze hebben geen zorgen en pijn, en lijden niet, zoals andere mensen.”

Witte boorden

Waarom laat God het toe dat slechte mensen succes hebben? Dat thema komt ook naar voren in de profetie van Amos. De profeet richt zich tegen de mensen die naar de normen van deze wereld gemeten rijk zijn. De mensen voor wie elke dag een nieuwe kans is op succes; een mogelijkheid om nog meer winst te maken, de productie te verhogen, te outsourcen of te mikken op menselijk kapitaal. Wie komen er bij ons in gedachten als we aan die tekst denken? Ik denk dan aan de wereld van witte boorden en maatkostuums.

De dienaren van het fortuin lijken nobele mensen. Hun leven weerspiegelt de glans van het succes. Ze geven exorbitante feestjes en zeggen: “Het kan God niets schelen. Hoe zou God het weten? Hij ziet het niet!” Terwijl ze burgers opdragen hun ecologische voetafdruk te verminderen, vliegen ze in privéjets de wereld over. En als het armageddon losbreekt, hebben zij hun schuilkelders al klaar. Ze lijken zich niet te bekommeren om de daklozen die in de metrostations in Brussel een slaapplaats proberen te vinden, of om de 40 procent van de Vlaamse gezinnen die al niet meer rondkomt door de stijgende energiefactuur.

Foto door Yasin Gu00fcndogdu op Pexels.com

Sabbat

In de tijd van Amos en Asaf bestond die tegenstelling ook al. Asaf worstelt ermee. Waarom laat God het toe dat het goed gaat met mensen die slechte dingen doen? Is God dan niet rechtvaardig?  Mozes houdt het volk Israël in het Bijbelboek Deuteronomium de zegen en de vloek voor. Maar het lijkt wel alsof de zegen aan de kant is van de mensen die geen boodschap hebben aan Zijn geboden en gerechtigheid. Dat stemt Asaf boos en bitter. Alsof God zijn pogingen niet ziet om rechtvaardig te leven en Gods geboden (613 in totaal!) te onderhouden. Asaf voelt zich bitter en miskend.

De mensen die zich niets van God aantrekken, dragen smetteloze klederen, maar van binnen zijn ze trots en hooghartig. Asaf geeft een paar kenmerken: ze ogen zorgeloos, alles gaat hen voor de wind, ze scheppen op, en bereiken wat ze willen, desnoods met geweld. En Amos schrijft over deze witte boordjes in de tijd van Israël: ze zijn de sabbat en de nieuwe maan moe. “Wanneer zal die nutteloze rusttijd overgaan?”, vragen ze zich af.

Maar de sabbat is juist het hoogtepunt van de week! Ingesteld om de vruchten te plukken van het werk dat je gedaan hebt. Om je lichaam rust te geven, tijd te besteden aan je dierbaren en de Allerhoogste te bedanken voor al het goede dat Hij gedaan en gegeven heeft.

Maar nee, voor de mensen die op winst jagen, is de rustdag niet heilig. Zij komen pas op weekdagen tot leven. In de tempel van God voelen ze zich als een vis op het droge. Onrustig. En daar gaan hun gedachten uit naar alles dat nog moet gebeuren. Zakendoen, winst maken, werknemers aandrijven.

Foto door cottonbro op Pexels.com

God of de mammon?

Amos en Asaf komen met twee polariserende teksten aanzetten. Een onderscheid tussen goede en slechte mensen. En tegelijk tussen arm en rijk, tussen onderdrukte en machtige. Dat is ongemakkelijk. Ligt het niet wat genuanceerder? Moet je per se in een tiny house wonen om een goed mens te zijn, kan dat niet ook een villa? En laten we eerlijk zijn: zijn er in sociale woonwijken niet ook vreselijke types te vinden?

Jezus werpt licht op die tegenstelling:

“Geen enkele knecht kan twee heren dienen, hij zal de ene haten en de andere liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen en de mammon.”

Lucas 16:13

Mammon betekent in het Hebreeuws: geld, eigendom, winst of rijkdom. Oorspronkelijk had het een neutrale betekenis, maar in latere joodse bronnen wordt die betekenis steeds negatiever. In de Bijbel komt het viermaal voor, steeds in de woorden van Jezus:

  •  In Mattheüs 6:24 en Lucas 16:13 lijkt Jezus mammon te zien als een kwade kracht waar je slaaf van kunt worden, of zelfs als een god die je kunt dienen.
  • In Lucas 16:9-11 gaat het over de valse mammon. De mammon wordt ‘vals’ genoemd, omdat bezit en geld vaak op een onrechtvaardige manier verkregen worden. Maar Jezus moedigt zijn leerlingen aan om geld juist te gebruiken om anderen lief te hebben, en op die manier God te dienen.

Niet het geld, maar de geldzucht is de wortel van alle kwaad.

Dat is een belangrijke nuance, die we niet vaak genoeg kunnen onderstrepen. Niet het geld, maar de geldzucht is de wortel van alle kwaad. Dat is ook wat Jezus met Zijn gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester beklemtoont. Het is niet verkeerd om te ondernemen, winst te maken, handel te drijven. Zelfs niet om daarin slim te werk te gaan. Wij zijn allemaal onderdeel van het economische systeem waarin we leven; we draaien erin mee en halen er ons brood uit. Om een goed leven te kunnen leiden, is het niet nodig om zoals David Thoreau in Walden in een hutje in de wildernis te gaan wonen.

Jezus daagt ons zelfs een beetje uit: we mogen vrienden maken met behulp van de onrechtvaardige mammon. Alleen we moeten ervoor waken dat we die mammon gaan dienen. Geld mag niet het hoogste doel van ons leven worden.

Foto door Kuncheek op Pexels.com

Met twee maten meten

De kernvraag van deze boodschap is: waar ligt je hart? De Israëlieten waarover Amos en Asaf spreken, hebben de schijn van vroomheid, maar hun levenswandel verraadt hun hartsgesteldheid. Ze bedriegen de mensen met wie ze handeldrijven. Ze geven te weinig koren voor hun geld, of ze manipuleren de weegschaal. Daaruit blijkt een zelfzucht die contrasteert met Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid. Maten met twee meten is God een gruwel, de Bijbel benadrukt dat meermaals.[1]  

Het is duidelijk dat de ene zonde de andere uitlokt. Asaf verwoordt het als volgt: “Slechte mensen zijn trots. Ze voelen zich sterker dan anderen. Onrecht vinden ze heel gewoon. Ze hebben het veel te goed en vinden zichzelf geweldig.”

Niet iedereen kan president van Amerika worden.

Trots staat altruïsme en compassie in de weg. Trotse mensen voelen zich niet verantwoordelijk voor de ander, want ze denken dat ze hun succes aan zichzelf hebben verdiend. En dat de ander, als hij maar genoeg zijn best had gedaan, ook zo had kunnen leven. Een kapitale misvatting. Niet iedereen heeft dezelfde startpositie in het leven. Niet iedereen kan president van Amerika worden. Daar waar we neerkijken op anderen, prevaleert het oordeel en ontbreekt de empathie.

Een Amerikaans spreekwoord zegt: “Don’t judge a man until you have walked a mile in his shoes.” Oordeel niet over iemand totdat je een mijl in zijn schoenen hebt gewandeld.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Opgeslokt

De rijke Israëlieten tegen wie Amos zich richt, benadelen niet alleen de armen en kijken op hen neer. Zij slokken de behoeftige op ( שָׁאַף ) Zoals hedendaagse postbedrijven die hun bezorgers 60 cent per pakketje betalen en hen lange werkweken laten draaien, of energiebedrijven die grote winsten maken over de ruggen van gezinnen en kleine bedrijven die van hen afhankelijk zijn. Opslokken betekent dat je compleet wordt ingelijfd door de uitbuitende structuren van deze wereld. De opgeslokten hebben geen stem, geen beslissingsmacht, geen zeggenschap. Hun levensadem wordt hen afgesneden.

De onrechtvaardigen slokken de behoeftige op, maar uiteindelijk ook zichzelf. Hun hart raakt verduisterd. En daarmee nemen de maatschappelijke ongelijkheid en ongerechtigheid in de wereld toe. Dat is waarom Jezus zo waarschuwt tegen het dienen van de mammon. Laatst las ik het boek “Uitgebuit” van Emiel Woutersen over wantoestanden binnen de Nederlandse arbeidsmarkt. Als je dat zo leest, ga je Asaf vanzelf begrijpen. Hoe eerlijk is deze wereld? Waar is God met Zijn gerechtigheid?

Maar Asaf blijft niet steken in zijn vertwijfeling. Aan het einde van de psalm slaat zijn toon om. “Toen ik er boos en bitter over was, dat het zo goed met hen gaat,  was ik een grote dwaas. Ik was als een dier zonder verstand”, schrijft hij.

God is rechtvaardig

Hé, denk je nu waarschijnlijk, wat is er met Asaf gebeurd? In dat proces neemt hij ons gelukkig ook mee. Asaf is Gods heiligdom binnengegaan. Hij heeft tijd met God doorgebracht, en is zo tot het inzicht gekomen dat rechtvaardigheid zal zegevieren. En dat de slechte daden die mensen verrichten, uiteindelijk op henzelf neerkomen. Geen onrecht blijft onopgemerkt, geen gejammer en geschreeuw ongehoord. God hoort de stem van de arme.[2]

Wat Asaf ontdekt heeft is dit: zelfs al is de wereld nog zo onrechtvaardig en doen mensen nog zulke slechte dingen, God is rechtvaardig. Het is door mensen dat Hij een rechtvaardige samenleving wil bewerkstelligen. Wij zijn Zijn handen en voeten op aarde! Wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, rechtvaardigheid is ook onze roeping. Maar sommige mensen weigeren aan die roeping gehoor te geven. De staat waarin deze wereld verkeert, is daarmee niet zozeer een afspiegeling van Gods gerechtigheid, maar veeleer van de collectieve hartsgesteldheid van bijna 8 miljard mensen.

Wat een verbolgenheid lezen we daarover in de profetie van Amos! Alsof God de optelsom van het verdriet en de pijn van de opgeslokten voelt, doet Hij zijn gerechtigheid oprijzen als een rivier, als de vloed van Noach, die de hele wereld overstroomde, als de Rode Zee waardoor Farao en de Egyptenaren werden verzwolgen.

Asaf komt uiteindelijk tot een verhelderende conclusie. Het grootste succes dat je in je leven kunt bereiken, zijn niet rijkdom, macht of status. Nee, het is het voorrecht om altijd dichtbij God te mogen leven. “Wie heb ik in de hemel behalve U? Ook op aarde verlang ik niets anders dan U. Zelfs als ik zou sterven, bent U alles voor mij. U bent de rots onder mijn voeten. Voor eeuwig bent U alles voor mij”, besluit hij. En dat is ook waartoe Jezus ons vandaag inspireert. Niemand kan twee heren dienen. Er kan er immers maar Eén de Goede Herder zijn. Amen.

Foto door Binti Malu op Pexels.com

[1] Leviticus 19:35-36, Spreuken 20:23, Deuteronomium 25:13, Mattheüs 7:2

[2] Exodus 22:21-24

Dit is de tekst van de preek van 18 september in Protestantse Kerk William Tyndale -Silo in Vilvoorde.

Gelijkenis van de Verloren Zoon

Overdenking

Een vader had twee zonen. Laten we vandaag eens stilstaan bij een gelijkenis van Jezus in Lucas 15, die zo begint. Een gelijkenis is een verhaal om een diepere werkelijkheid te illustreren. Een kort verhaal dat uitdaagt en je aan het denken zet.

Het begint als Jezus tegenover morrende mensen staat. “Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat Hij zich inlaat met zondaars en met hen aan tafel zit?’”, vragen de Schriftgeleerden en Farizeeën zich af. Ze spelen graag op safe. Je hebt vast wel eens zulk soort mensen ontmoet, of misschien herken je jezelf in hen. Het zijn correcte mensen, geen detail ontgaat ze. Vernieuwing of innovatie zijn niet aan hen besteed. Nee, zij zien zichzelf als hoeders van de traditie. Ridders van de status quo.

Maar dan Jezus. Iemand die er qua Schriftkennis één van hen is, maar die totaal andere keuzes maakt. Hoe kan dat? Zou Hij zijn kostbare tijd niet beter besteden dan aan moordenaars, criminelen, mensen van losse zeden? De Schriftgeleerden en Farizeeën vinden het onbegrijpelijk. Zelf menen ze hun succes te hebben verdiend door hard te werken, binnen de lijntjes te kleuren en met de juiste mensen om te gaan.

Drie gelijkenissen

Hun gemopper is niet rechtstreeks tot Jezus gericht, maar Hij vangt het wel op. En Jezus begint een verhaal te vertellen. Drie gelijkenissen maar liefst. Drie verhalen – in de Bijbel het getal van de volheid – over iets dat verloren is.

  • Stel je voor dat je honderd schapen hebt en er raakt er eentje zoek. Zo begint het eerste verhaal. Zou je dan niet net zo lang zoeken tot je dat ene schaap teruggevonden had? (Lucas 15:3-7)
  • Een vrouw had tien muntstukken. En opnieuw is er grote vreugde als de vrouw eindelijk dat ene muntstuk teruggevonden heeft. Dat is het tweede verhaal (Lucas 15:8-10).
  • Een vader had twee zonen. Zo begint het derde verhaal. Daar gaat Jezus dieper op in. Er is niet alleen een feest van vreugde als de vader zijn verloren zoon teruggevonden heeft, maar ook een open einde. Zal de oudste zoon nog wel binnenkomen? (Lucas 15:11-32)

Pelgrims

Een vader had twee zonen. Kort voordat de wereldberoemde schilder Rembrandt stierf, vereeuwigde hij de gelijkenis van de verloren zoon uit Lucas 15 in zijn wereldberoemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’.

Priester Henry Nouwen beeldde dat schilderij af op zijn boek Eindelijk thuis. “De terugkeer van de verloren zoon’ verbeeldde voor hem hoe er altijd weer een weg is terug naar huis, zelfs al raak je nog zover van je hemelse Vader verwijderd. Een mooie betekenis, maar misschien denken we daarbij eerst aan anderen. Aan de zondaars, aan hen die duidelijk buiten de lijntjes van de maatschappij. kleuren En misschien zeg je dan wel: “Zij hebben dat nodig; zij hebben vergeving nodig en het gevoel dat God hen ondanks alles liefheeft.”

Natuurlijk, dat is hoe je naar de gelijkenis van de verloren zoon kunt kijken. Maar dan is het alsof we van een afstandje een schilderij bekijken: we komen er zelf niet in voor. Het gaat over anderen die zijn afgedwaald en de weg naar huis weer teruggevonden hebben. Maar zijn wij in dit leven misschien ook pelgrims? Zoekend en tastend naar wat waar en waardevol is, naar zin en betekenis voor dit leven?

Als we naar het schilderij van Rembrandt kijken, zien we drie mensen op de voorgrond staan. Een oude vader die zijn zoon liefdevol omhelst. Rechts van hem staat zijn oudste zoon, die kijkt vanaf een afstandje toe. Alsof het alleen maar draait om de vader en de verloren zoon en niet om hem. Maar dat is maar schijn. Terwijl de oudste zoon daar van een afstandje toekijkt, is hij ook betrokken in het verhaal van de ‘Terugkeer van de verloren zoon’.

Uit de sleur breken

Een vader had twee zonen. De jongste ging naar de vader toe en zei: “Vader, geef me het deel van de erfenis waar ik recht op heb.” Dat lijkt alsof hij zegt: “Papa, voor mij besta je niet meer, geef me mijn geld en ik ben weg.” Nogal cru, maar in het oude Israël lag dat anders. Het was gebruikelijk dat de oudste zoon de boerderij overnam en recht had op twee derde deel van de bezittingen van zijn vader. De jongste zoon kreeg een derde en kon dat opvragen als hij volwassen werd.

Maar dat vermogen was wél bedoeld om er een toekomst van op te bouwen. Deze jongeman had andere plannen. Hij had het thuis wel gezien, en verlangde naar avontuur en plezier. Daarom vertrok hij naar een ver land. Ergens ver van de regels van het ouderlijk huis, waar hij ongestoord de bloemetjes kon buitenzetten.

Pas als hij alles verloren is, komt hij tot inkeer. Dan pas ziet hij hoe relatief en leeg alle dingen waren die hij gezocht had, en hoe alleen hij achtergebleven is. Tot overmaat van ramp breekt er een hongersnood uit in dat verre, vreemde land. De jongeman stapt naar een varkensboer en vraagt of hij de varkens mag hoeden. Hij komt terecht in een varkensstal, waar hij zich voedt met de schillen die voor de dieren worden neergeworpen. Wat kan een mens diep zinken.

Overkomt dat ons ook niet weleens, dat we denken dat het elders beter is? Juist het vertrouwde kan je opbreken. Sleur. Je leeft al jaren met dezelfde partner die je door en door kent, je doet steeds maar weer opnieuw dezelfde job, de huishoudelijke taken stapelen zich op, je leeft in een wijk waar je dag in dag uit dezelfde gezichten ziet. Wees eerlijk: wie koestert er niet stiekem af en toe het verlangen om buiten de lijntjes te kleuren? Uit de sleur te breken? Misschien die oudste zoon, die op een afstandje staat toe te kijken terwijl zijn vader zijn broer omhelst, ook wel. En misschien is hij ten diepste een beetje jaloers.

Louter vreugde

Foto door cottonbro op Pexels.com

Een vader heeft twee zonen. De oudste ploegt op het land. Hij doet zijn plicht, staat vroeg op en werkt totdat de zon ondergaat. Dag in dag uit. De jongste zit intussen eenzaam tussen de varkens. Hij hoort het knorren van zijn maag, ziet hoe de regen neerdaalt op het land. En hij denkt aan thuis. In gedachten hoort hij de stemmen en het gelach van zijn familie. Hij ziet het plaatje waar hij ooit in thuishoorde, maar waar hij zichzelf nu buiten heeft geplaatst.

Gezeten tussen de varkens, als de stilte is neergedaald, overziet deze zoon zijn leven. Hij denkt terug aan thuis, waar zelfs de dagloners van zijn vader het beter hebben dan hij. Dan voelt hij een diep berouw. “Ik heb gezondigd tegenover de hemel en tegenover mijn vader”, beseft deze zoon. Ik heb een fout gemaakt.

Daarmee eindigt ons verhaal niet. Als je beseft dat je fout bent geweest, kun je bij de pakken gaan neerzitten. Maar daar wordt niemand beter van. Nee, deze zoon zegt ook: “Ik zal opstaan.” En dat is wat hij doet. Hij staat op en gaat naar huis. Terwijl deze jongen op weg gaat, denkt hij aan zijn vader. En aan het verhaal dat hij hem wil vertellen. “Papa, het spijt me. Ik begrijp het als je kwaad bent. Als je mij niet langer als je zoon wilt hebben, laat me dan je dagloner zijn. Weer bij je mogen wonen is voldoende.”

Als deze jongen thuiskomt, valt hij bijna om van verbazing. Zijn vader staat op de uitkijk. Elke dag opnieuw heeft die oude man daar gestaan, in de verte starend en wachtend op zijn verloren zoon. Op het moment dat ze elkaar in de armen vallen, is er niets dan vreugde.

Werknemer van de Vader

Een vader heeft twee zonen. De oudste keert terug van het land, moe van het werken. In de verte hoort hij muziek en dans. Een feest, en nog wel in het huis van zijn vader! Wat valt daar te vieren? De oudste zoon is een beetje geïrriteerd. Terwijl hij al die tijd met zijn voeten in de modder heeft gestaan, hebben anderen blijkbaar plezier.

De oudste zoon voelt zich miskend. Ondergewaardeerd voor alles wat hij al die jaren heeft bijgedragen. Tegen zijn vader zegt hij: “Al jaren werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u heeft mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”

Rembrandt beeld op zijn schilderij de oudste zoon af als een afstandelijke man, zijn handen samengevouwen op zijn buik. Hij hoort er niet bij en toch weer wel, want het licht dat op de vader en zoon valt, valt ook op hem.

Met deze oudste zoon is het al net als met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Hij weet haarscherp te benoemen waar een ander de fout ingaat. Die zoon van u. Alsof het niet om zijn broer gaat! Het hart van de oudste zoon zit zo vol plichtsgevoel, maar hij mist iets. Bij het zien van die warme omhelzing gaat er een steek van jaloezie door zijn hart. Hij voelt zich geen zoon, maar een werknemer van de Vader.

Zijn geliefde kind

Een vader heeft twee zonen. En nadat hij de jongste heeft omhelsd, heet hij ook de andere welkom thuis. “Mijn jongen”, zegt hij tegen de oudste zoon, “jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. We kunnen toch niet anders dan feestvieren en vrolijk zijn, want we zijn weer samen. Je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”

Deze goede vader staat symbool voor God Zelf. En tegelijk weerspiegelt de gelijkenis van de verloren zoon ook hoe Jezus naar de Farizeeën en Schriftgeleerden kijkt. Met liefde en ontferming. God houdt van de mensen die een correct en plichtsgetrouw leven leiden, maar ook van de mensen die openlijk fouten maken en misstappen begaan. Van theologen, atheïsten en zinzoekers. Van de preciezen die eerst de gebruiksaanwijzing van een product lezen, en van de vrijbuiters die vrolijk aan de slag gaan. Van binnenvetters en flap-uits, van analytische boekhouders en flamboyante kunstenaars. Iedereen maakt fouten, en iedereen is nodig. Samen vormen we één geheel.

In wie heeft u zichzelf herkend, in de Farizeeërs en Schriftgeleerden of in de zondaar? In de jongste of de oudste zoon? Misschien herkende u zich ook wel in meerdere rollen.

We worden door de gelijkenis van de verloren zoon ook uitgenodigd om ons te identificeren met de Vader. Want zoals God Zich ontfermt over mensen die ver van huis zijn afgedwaald, zo ontfermt Hij zich ook over ons. En zoals Hij de plichtsgetrouwe zoon met “mijn jongen” aanspreekt, zo mogen ook wij weten dat God niet primair geïnteresseerd is in onze daden of verdiensten, maar in wie wij ten diepste zijn. Gods geliefde kinderen, dat zijn wij. En zo mogen we ook anderen in onze armen sluiten. Of ze nu trouwe zoons zijn of dwalende pelgrims, op zoek naar een warm thuis. Amen.

iStock

Dit is de preek over “De gelijkenis van de verloren zoon” voor de Oecumenische Tentdienst tijdens de Gildefeesten in Sluiskil, (Zeeuws-Vlaanderen, NL) op zondag 11 september 2022.

Geroepen om het juiste spoor te gaan

Een tijdje geleden waren de Nederlandse Spoorwegen op zoek naar personeel. Overal door steden hingen billboards met stralende mensen. Daaronder het bijschrift: “Opeens weet je het, je wordt conducteur.” De campagne, die als geen ander toont dat roeping een kwestie is van het juiste spoor vinden, werd een succes.

De Nederlandse Spoorwegen zetten het begrip ‘roeping’ op ludieke wijze weer in het zonnetje. Toch hoef je niet bij de spoorwegen te gaan werken om de juiste aansluiting te vinden. Vandaag staan we stil bij twee Bijbelteksten: Lucas 14:25-33 en Deuteronomium 30:15-20. Daarin laten zowel Jezus als Mozes hun licht schijnen op wat ‘roeping’ precies betekent.

De kern van roeping

Het Lucasevangelie beschrijft hoe Jezus, nadat Hij een sabbatsmaaltijd heeft bezocht, verder trekt. Een grote mensenmenigte volgt Hem. En terwijl ze samen op weg gaan, vertelt Jezus hen wat het betekent om hem te volgen. Hij spreekt niet van wonderen, bijzondere gaven of van een bepaald spiritueel niveau dat je bereikt moet hebben om Zijn leerling te kunnen zijn. Nee, Zijn boodschap is verrassend simpel: “Neem je kruis op en volg Mij.”

Dat beeld stemt overeen met de boodschap van Mozes in Deuteronomium. De eerste roeping van het volk Israël is niet een wonderlijk inzicht of het bekleden van een positie. Nee, het is de keuze voor een ‘goddelijke’ levenswandel. De keus om naar Gods geboden te leven, heeft wel gevolgen voor je beroepsleven. Het kan betekenen dat je priester of dominee wordt, maar ook dat je als heftruckchaffeur aan je collega’s de liefde van Christus laat zien. Of gewoonweg dat je er bent voor mensen die je nodig hebben.

Fulltime pelgrim

In zijn boek Fulltime Pelgrim beschrijft Bert Roebben het leven met Christus als een fulltime pelgrimstocht. Je gaat vol vertrouwen op weg, maar je weet nooit waar die weg je zal brengen. Het spoor van Christus volgen is een levenswandel vol uitdagingen en verrassingen. Je kunt die alleen maar stapje voor stapje gaan. In het vertrouwen dat we, zelfs al struikelen we nog zo vaak, door Gods genade altijd weer worden opgericht.

Maar de beslissing om dat spoor te volgen, is geen vrijheid-blijheid. Sommige predikers op YouTube beloven dat als we maar genoeg bidden en geld overmaken aan hun kerk, we automatisch gezond, gelukkig en rijk zullen zijn. Het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’. Maar dat is slechts het halve verhaal. Het navolgen van Christus kan inderdaad grote vreugde en zegen geven, maar soms kost het ook offers. In het Lucasevangelie is Jezus daar eerlijk over.

Foto door Sassu anas op Pexels.com

Vijf aspecten van roeping

Een pelgrim (letterlijk of figuurlijk) die besluit met Christus op weg te gaan, moet dus goed voorbereid aan zijn of haar tocht beginnen. Welke bagage zou je echt in je rugzak moeten hebben? In deze Bijbelstudie zullen we kort stilstaan bij vijf aspecten van pelgrimage: luisteren, gaan, loslaten, durven & vertrouwen, loon.

1. Luisteren

In het Mattheüsevangelie zegt Jezus:

“Maar als jullie bidden, trek je dan in huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is.”

Mattheüs 6:6

Gebed is de motor van roeping. De buitenwereld kan overweldigend zijn; berichtjes, sociale media en het nieuws vragen continu onze aandacht. Roeping begint echter bij het buitensluiten van de buitenwereld, het opzoeken van de stilte of de natuur. Het is door ons hart en onze gedachten volledig op God te richten, dat er relatie ontstaat; dat Hij tot ons hart kan spreken; dat we Zijn stem kunnen verstaan. In de stilte mogen we Hem alles vragen. We mogen onze diepste zorgen en noden bij Hem brengen, of vragen of Hij wil openbaren wat Zijn wil is met ons leven.

2. Gaan

“De oogst is groot, maar er zijn te weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt om de oogst binnen te halen.”

Lucas 10:1-2

Elon Musk beseft dat er arbeidskrachten nodig zijn, daarom creëert hij robots. God had dat al veel eerder kunnen doen. Hij had een planeet kunnen maken met humanoids die feilloos Zijn wil uitvoerden. Dan zouden er geen oorlogen zijn geweest, maar liefde zou ook niet oprecht zijn. God heeft de blijmoedig gever lief (2 Kor. 9:7-8), daarom koos Hij ervoor de mens een vrije wil te geven.

Die vrije wil houdt in dat alles niet op voorhand vastligt. In Deuteronomium 30:15-20 lezen we dat God de mens zowel het goede als het kwade voorhoudt. De keuze is aan ons. Ja, er is wel degelijk een masterplan voor jouw en mijn leven, maar daar moeten we wel vanuit een oprecht verlangen in willen stappen. Gods liefde dwingt niet; we mogen uit liefde en vrijheid ‘ja’ zeggen.

3. Loslaten

“Wie Mij volgt maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn. Wie zijn kruis niet draagt en op mijn weg niet volgt, kan mijn leerling niet zijn.”

Jezus in Lucas 14:15-27

‘Hé maar Jezus, wat zegt U nu?”, denk je nu misschien. In sommige vertalingen wordt het Griekse woord misei dat hier is vertaald als ‘breekt met’, zelfs weergegeven als ‘haat’. Als je je familieleden niet haat, kun je Mijn leerling niet zijn.

Is dit een Bijbelse oproep om je familie te haten of te verstoten? Dat is niet erg waarschijnlijk, want even verderop, in de Romeinenbrief, lezen we: “Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Rom. 12:18-19) Maar vrede is niet altijd de realiteit. Ook vandaag zijn die woorden van Jezus een troost aan al die mensen wereldwijd die vandaag worden vervolgd om hun geloof.

Het woord misei heeft dan ook meerdere betekenissen. Hier had het beter kunnen worden vertaald met ‘minder liefhebben’, ‘van minder waarde achten’. Jezus heeft het over een hartsgesteldheid waarbij je God de eerste plek toekent. Zelfs als dat betekent dat je dierbaren je niet meer kunnen volgen, en dat je door hen wordt verworpen.

Dat is ook waarom Jezus in het Lucasevangelie vraagt: “Weet je wel zeker dat je Mij wilt volgen? Dat je bereid bent all the way te gaan? Bereid je goed voor, neem geen overhaaste beslissingen.” Zowel Jezus als Mozes stellen het nogal zwart-wit. Of je gaat er volledig voor, of je kunt Mijn leerling niet zijn. Maar zo is het ook met een pelgrimsroute. Het is onmogelijk om die slechts een beetje te wandelen. Je blijft thuis of je zwaait je vertrouwde wereld uit en gaat op pad.

Foto door Ketut Subiyanto op Pexels.com

4. Durven en vertrouwen

Een man die zijn vrouw had verloren, besloot schoon schip te maken. Op een dag vertrok hij vanuit Maarssen te voet naar Santiago de Compostella, nadat de dominee hem zijn zegen had meegegeven. Deze man had geen idee wat hij onderweg tegen zou komen. Maar hij besloot zijn angst te overwinnen. Want hij begreep dat die sprong in het diepe, het achterlaten van je vertrouwde wereld, hem ten diepste zou verbinden met de Eeuwige. En dat was wat Hij het liefst wilde.

Wie met God wil wandelen, moet vertrouwen dat de Eeuwige met ons op pad gaat en onze weg leidt. Ons geloof wordt beproefd op de momenten dat wij onze zekerheden achterlaten, maar dat zijn ook de momenten dat we kunnen groeien en stap voor stap sterker worden.

5. Loon

Roeping is niet primair een functie, en daarom zitten er niet direct een mooi contract en goede arbeidsvoorwaarden aan vast. Maar God belooft: “De arbeider is zijn loon waard” (Lucas 10:7) en “Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen?” (Mattheüs 6:30) Als we ervoor kiezen Gods pad te volgen, dan mogen we erop vertrouwen dat Hij voor ons zal zorgen.

Ga met God (en Hij zal met je zijn)

Het juiste spoor volgen begint niet bij een wonder of een functie. Het begint bij relatie. Bij de keus voor een levenswandel in overgave en in diepe verbondenheid met God. Onvoorwaardelijk, of het nu regent of de zon schijnt, of we nu tijden van voorspoed kennen of van gebrek. Of we nu door anderen worden geliefd of gehaat. Roeping is steeds opnieuw, zoals in een huwelijk, zeggen: “Hier ben ik, ik kies voor Jou”.

God heeft de mens gemaakt als relationele wezens; om in een verbond steeds opnieuw naar Hem te verlangen – en Hij naar de mens. Dat is ten volle leven van binnenuit. Het is zelfs meer dan een pelgrimstocht, je zou het kunnen vergelijken met een innige dans door het leven.

Dat neemt niet weg dat er momenten kunnen komen dat we voor de offertafels van de Eeuwige zullen staan. Het overkwam Bert Roebben toen hij zijn familieleden vaarwel kuste om te voet op een lange pelgrimsreis te gaan. En het overkwam mij toen ik onlangs op mijn werk, als journalist bij Tertio, ontslag nam om het spoor van dominee te kunnen gaan volgen. Het loslaten van mijn dierbare collega’s voelt als rouw.

In het lied Blessed Be Your Name zingt Matt Redman: “There’s pain in the offering”. Er is pijn in het offeren. Als jij op dit moment verlies ervaart of rouw, weet dan dat God met je meevoelt. Maar je mag ook weten dat Hij ons een grotere prijs in het vooruitzicht stelt. Zelfs al zijn ons verdriet en onze vertwijfeling nog zo groot, het einde zal vreugde zijn. In het Mattheüsevangelie belooft Jezus:

“Een ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

Mattheüs 19:29

Ga met God en Hij zal met je zijn! In dat vertrouwen mogen we op weg gaan, het onbekende tegemoet. Amen.

Dit is de tekst van de preek door drs. Kelly Keasberry op 4 september 2022 in de protestantse kerk VPKB Denderleeuw (B).

Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).