Een duik in het diepe

Terugblik op een jaar onderdompeling in de pastorale praktijk

“Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water. Als je op het droge blijft, zal geen enkele ingesteldheid je ooit helpen.” De Chinees-Amerikaanse acteur en kungfuleraar Bruce Lee sprak uit ervaring. Als vechtkunstenaar, acteur en regisseur had hij tijdens zijn leven vele malen op een springplank gestaan. Dat hij bereid was om telkens opnieuw te springen, draagt bij aan zijn succes. Voor mijn pastorale stage dompelde ik mij een jaar lang onder in de pastorale praktijk. En ik leerde dat het inderdaad geen kwaad kan om zo af en toe de sprong in het diepe te wagen.

Kelly Keasberry

Het is zonnig als ik op dinsdag 2 november 2021 om 11.30 uur mijn fiets stal aan de Plantin Moretuslei in Antwerpen. Het is tijd voor mijn eerste stagegesprek met dominee Bert Dicou en Leendert-Jan Parlevliet, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Faculteit in Brussel. Terwijl ik het kabelslot rond het frame draai, zit mijn hoofd vol vragen. Dominee worden, past dat wel bij mij? Als journalist heb ik jarenlang geschreven en interviews afgenomen. Hoe zou het zijn om die job vaarwel te zeggen? En om plots niet meer als een reporter, maar als pastor naar de ander te luisteren? Onder mijn voeten lonkt koud en diep water.

Springplankmomenten

Wie kent ze niet: de ‘springplankmomenten’ in het leven? Episodes waarin je plots tot het besef komt dat het roer om moet. “Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water”, zegt Lee. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om de sprong te wagen, moet je je vertrouwde grond loslaten en opklimmen richting het onbekende. Heb je eindelijk de bovenste plank bereikt, dan word je al opgewacht door twee ongenode gasten: Hoogtevrees en Koudwatervrees. “Dat water is wel erg diep”, fluistert Hoogtevrees. “Stel je voor dat je tijdens je sprong iets zou bezeren!” Koudwatervrees vult aan: “Je lijkt wel gek! Waarom zou je in dat koude water springen als je thuis lekker warm bij de kachel kunt zitten?” De tweestrijd is niet van de lucht, maar de innerlijke zekerheid dat het tijd is om de sprong te wagen, wint. Bert, Leendert-Jan en ik spreken af dat ik me het komende jaar zal gaan onderdompelen in de pastorale praktijk.

Koudwatervrees

Op 11 november is het zover: tijd voor mijn eerste pastorale gesprek. Terwijl ik me op de fiets naar Antwerpen-Zuid begeef, word ik me bewust van mijn vooroordelen. “Pastorale gesprekken zijn gesprekken met mensen met problemen”, fluistert Koudwatervrees, “dat vreet energie.” En wat levert het op?”, vult Hoogtevrees aan. “Als pastor heb je niet eens een concreet behandelplan, zoals een psycholoog.” Ik snoer mijn innerlijke critici de mond met een mindful muziekje op Spotify.

Even later bel ik aan bij een sfeervol ogend huis. Binnen is het behaaglijk warm. Alle elementen in het interieur vertellen een verhaal over de bewoners. Terwijl we in gesprek raken, besef ik wat een zegen het is om voor even tot het leven van dit gezin te worden toegelaten. Zelf kom ik ook een zegen brengen. Het afsluitende gebed is een kostbaar moment. Ik ervaar de onderlinge dynamiek en synergie, maar word mij tevens bewust van Gods grote liefde voor deze mensen. Als ik even later op de fiets mijn weg zoek onder de sterrenhemel, voel ik mij helemaal opgeladen. Koudwatervrees en Hoogtevrees krijgen het nakijken.

Na deze avond volgen nog talloze mooie momenten. Tijdens mijn stagejaar vertrouwen veel mensen mij hun verhalen toe. Ze vertellen mij over de eenzaamheid die je kan overvallen wanneer je in een rusthuis een deel van je menselijke waardigheid verliest, over het gemis van kinderen en kleinkinderen, over de rouw om een geliefde, over vroegere verliefdheden en heimelijke schuldgevoelens. Ook delen ze hun hoop, vragen, twijfels en angsten. Als ik gerimpelde handen vastpak, schemert achter de grijze haren en groeven soms iets door van de man of de vrouw die de hulpbehoevende oudere ooit is geweest. En ik voel me intens dankbaar als die schemering bij ons afscheid een schittering, of zelfs een glans is geworden.

Zoektocht naar de kerk van morgen

Afgezien van de pastorale contacten maakt Bert mij deelgenoot van zijn zoektocht naar de kerk van morgen. Tijdens een interview voor Tertio merkte John van der Dussen, voorzitter van de Antwerpse Raad van Kerken (ARK), op dat een vriend tijdens een oecumenische conferentie zei: “Die protestanten pakken het wel grondig aan. Er is zelfs een advocaat aanwezig!” Het bleek een dominee in zwarte toga te zijn.

Bij veel kerken waan je je, als je er binnenkomt, een stap terug in de tijd. Ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en multimedia hebben de afgelopen decennia een sneltreinvaart genomen. De cultuurkloof tussen generaties is daardoor groter dan ooit. Frisse initiatieven zoals bibliodrama, een schildercursus, warme wijkcontacten en samenwerking met het middenveld geven me weer het vertrouwen dat er wel degelijk een toekomst is voor de kerk, mits ze zo af en toe bereid is om in het diepe te springen, zich te vernieuwen en ruimere wateren op te zoeken.

Verjaardagsfeestje

Afgezien van Bert gunt ook ziekenhuisaalmoezenier Tünde Boelens mij een inkijkje in haar pastorale bestaan. Ik mag een tijdje meedraaien in de woonzorgcentra Sint-Maria in Berchem en Hof De Beuken in Ekeren. De warmte waarmee Tünde voor ‘haar’ cliënten klaarstaat, raakt me. In woonzorgcentra waar veel bewoners klagen over een gebrek aan aandacht, maakt Tünde dat zij zich werkelijk als mens gezien voelen.

Hoogtepunt is het verjaardagsfeestje van een Britse old lady. We halen haar op uit haar kamer en nodigen tevens een andere dame in rolstoel uit. Met zijn vieren bouwen we een feestje op het zonovergoten terras. Als Tünde happy birthday inzet, beginnen ook de andere ouderen op het terras te zingen. Mary straalt als de zon. Hoewel ik die dag ben gekomen om haar iets te geven, geeft Mary mij ook iets: een inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven. Terwijl jongere generaties zich vaak druk maken om allerlei materiële en kleine dingen, kun je mensen als Mary geen groter geschenk geven dan tien minuten van je tijd.

Alles stroomt

Met plezier en dankbaarheid kijk ik terug op het afgelopen stagejaar. Nu ik dit schrijf, heb ik juist mijn handtekening gezet onder mijn nieuwe arbeidsovereenkomst als geestelijk verzorger bij AZ Monica. Mijn laatste week op de redactie ligt voor me. Afscheid doet altijd een beetje pijn, maar het is zoals Heraclitus zei: “Alles stroomt, niets blijft”. Hopelijk mag mijn duik in het diepe voor anderen een warm bad zijn.

Dit artikel verschijnt binnenkort in De Band, het magazine van de Verenigde Protestantse Kerken in Antwerpen.

Teamspirit

Vol goede moed is Marc begonnen als manager bij een zorgbedrijf, maar al in de wittebroodsweken stijgen de spanningen. Medewerkers klagen over een gebrek aan structuur en duidelijkheid. Marc wijt het aan de leiderschapscultuur die zich de afgelopen jaren in het bedrijf heeft ontwikkeld. ‘Die mensen moeten hoognodig wat flexibeler worden’, constateert hij. Intussen graaft het personeel zich in in de eigen loopgraven.

Teamwork is hard werken. De gedragsdeskundige Thomas Erikson schreef er een boek over: Omringd door idioten. Hoe komt het dat afdelingen vaak stuklopen op kleine meningsverschillen? Dat collega’s, die hetzelfde doel zouden moeten nastreven, elkaar naar het leven gaan staan? En dat hele bedrijven, kerken en sociale organisaties scheuren op tweedracht? Erikson ontdekte dat zulke gebeurtenissen opvallend vaak terug te voeren zijn op verschillende persoonlijkheden binnen een team.

De vier kleuren van een team

Erikson kent vier kleuren toe aan de verschillende persoonlijkheden.: rood, geel, groen en blauw.

  • Rode persoonlijkheden zijn daadkrachtig, competitief, ambitieus en to the point. Hun communicatiestijl is direct. De rode valkuil is ongeduld. Rode mensen kunnen zo sterk doelgericht zijn dat ze aan de belangen van anderen voorbijgaan.
  • Gele persoonlijkheden zijn inspirerend, extravert, optimistisch en empathisch. Ze zitten boordevol ideeën en hebben een engagerende en overtuigende communicatiestijl. De gele valkuil is echter dat ze er niet altijd in slagen hun ideeën ook daadwerkelijk te realiseren. En ze zijn gevoelig; bij gebrek aan aandacht waant de gele medewerker zich al snel ongezien.
  • Groene persoonlijkheden zijn geduldig, betrouwbaar, behulpzaam en attent. Dit zijn de meest loyale medewerkers die een werknemer zich kan wensen. Maar de groene persoon is ook voorzichtig in zijn communicatie en houdt niet van al te snelle veranderingen. Geduld, een luisterend oor en een overzichtelijke stap-voor-stapaanpak is wat deze persoon nodig heeft.
  • Blauwe persoonlijkheden zijn onderzoekend, analytisch, precies, grondig en logisch. Ze werken systematisch en conventioneel. Blauwe mensen volgen de regels en met deze mensen in een team ben je zeker van een hoogwaardig resultaat. De blauwe mens kan evenwel afstandelijk overkomen en heeft behoefte aan orde en structuur. Bezorg hem geen onnodige stress door snelle veranderingen of chaos.

Wie Omringd door idioten gelezen heeft, raadt het al: Marc is een geelrode manager. Een man boordevol frisse ideeën, die graag direct tot actie overgaat. Snelle communicatie, korte lijnen: dat is Marc ten voeten uit. Hij verspilt niet graag zijn tijd aan vergaderingen en administratie. Dingen die in de praktijk vormkrijgen, kunnen later altijd nog op papier worden gezet, meent Marc. Omdat hij ervan overtuigd is dat die stijl werkt, wil hij er ook graag zijn team van overtuigen.

Scheuren

Maar hoe meer Marc probeert zijn team in een lossere richting te bewegen, hoe meer de leden zich vastklampen aan hun behoefte aan duidelijkheid en structuur. Ieders goede bedoelingen ten spijt, ontstaan er scheuren in het team. Waar gaat het mis? Het probleem schuilt niet alleen in de bedrijfscultuur. Marc is een geelrode manager, maar de teamleden zijn overwegend blauw en groen. Blauwe en groene mensen zijn precies, nauwgezet en hebben behoefte aan een duidelijke structuur. Bij gebrek daaraan voelen ze zich stuurloos.

Koude oorlog

Voor organisaties is dat een cruciaal punt. Als de spanningen oplopen, groeit de kans dat iedereen zich terugtrekt in zijn eigen loopgraven. De titel van Eriksons boek luidt niet voor niets Omringd door idioten. Wie rood is, beklaagt zich over de pietluttigheid van zijn blauwe collega. Wie blauw is, vindt zijn gele of rode collega nonchalant. De groene mens zwijgt om conflicten te vermijden, maar windt zich intussen op. ‘Een binnenvetter’, constateert de rode of gele manager. ‘Kom er gewoon eens mee voor de draad.’ En zo ontstaat er uiteindelijk een koude oorlog van allen tegen allen.

Zo’n houding helpt uiteindelijk niemand verder. Wil een team de toekomst hebben, dan is het zaak een koude oorlog te voorkomen door tijdig kleur te bekennen. Sterke teams bestaan uit verschillende kleuren die elkaar aanvullen. Niets rampzaliger dan een volledig geel team boordevol ideeën, waarvan uiteindelijk niets tot stand komt. Of een blauw team waarin precisie en accuratesse de boventoon voeren, maar creativiteit een stille dood sterft. Evenzo versterken rode teams elkaars explosiviteit en groene teams elkaars risicomijding.

De kunst van het combineren

Sterke teams vallen of staan bij de kunst van het combineren. Een blauwe boekhouder kan een zegen zijn, evenals een gele marketeer, een rode CEO of een groene mediator. Alleen al daarom zou het boek van Erikson verplichte kost moeten zijn voor iedere manager, leraar, predikant of CEO. De grootste fout die je kunt maken, is te denken dat je omringd bent door idioten.

Tekenen de eerste barsten zich al af in je team? Het is nog niet te laat om je te verdiepen in elkaars kleuren en verhalen. Schort het oordeel op en neem de tijd om naar elkaar te luisteren. Welke behoefte schuilt er achter de klacht van de ander? Wat heeft die persoon nodig om te voelen dat zijn werk wordt gewaardeerd, en dat hij of zij werkelijk wordt gezien?

Gemeenschappelijk draagvlak

Door de verschillende persoonlijkheden op de werkvloer te erkennen, kunnen organisaties een gemeenschappelijk draagvlak creëren waarbinnen iedereen tot bloei kan komen. Ga niet op zoek naar fouten in de ander, maar leer elkaars kracht te zien en te benutten. Dát is teamspirit.

Thomas Erikson, Omringd door idioten. Beter communiceren met collega’s, vrienden en familie, Harper Collins 2018, 320 blz.

Foto door Fox op Pexels.com

Zie, alles wordt nieuw!

Gelukkig nieuwjaar. Dat is wat we elk jaar opnieuw tegen elkaar zeggen, als we rond middernacht het glas heffen. Als het oude overgaat in het nieuwe, als nieuwjaarsconferentiers hun verhaal houden, als spaarzaam vuurwerk uiteenspat aan de hemel.

Gelukkig nieuwjaar. De één zegt het uit gewoonte, de ander meent het echt. Maar allemaal hopen we op een hierna beter, nietwaar? Toch is de gedachte dat de wereld morgen er morgen beter zal uitzien dan gisteren, niet langer evident. Het optimistische vooruitgangsgeloof dat lange tijd de wereld beheerste, blijkt een zeepbel die met de uitbraak van de coronapandemie bruut is uiteengespat. Aanvankelijk dachten we nog dat als iedereen maar genoeg zijn of haar best deed, we dat virus wel zouden verslaan. Slogans als “Samen tegen corona” sierden de straten. Weet u nog?

Wishful thinking

Wishful thinking blijkt inmiddels. De pandemie die in december 2019 in Wuhan de kop opstak, houdt tot op vandaag de wereld in haar greep. Alsof dat nog niet ernstig genoeg is, worden miljoenen mensen in de portemonnee geraakt door de energietransitie en laten de gevolgen van de klimaatverandering zich steeds meer voelen. Door de vele crises die we meemaken, is onze wereld blijvend veranderd; het “oude normaal” is niet langer een optie. Zelfs al verlangen velen daar naar terug.

Foto door Anna Shvets op Pexels.com

Gelukkig nieuwjaar, we kunnen het zo mooi zeggen. Maar wat betekenen die woorden vandaag voor jou, voor je naaste, voor de mensen rondom ons?

Onlangs werd ik geraakt door een interview met reclamemaker André Duval in De Morgen. André verloor vorig jaar zijn geliefde vrouw Nadine aan kanker. “Ik wacht nog elke dag op Nadine”, zegt hij. En: “Ik ben een atheïst, dus geloven in leven na de dood doe ik niet. Ik word kwaad als mensen zeggen: Nadine heeft een mooi leven gehad, ook dankzij jou. Dat is natuurlijk waar, maar haar dood heeft mij ook met de neus op de feiten gedrukt: het leven is eindig. Het hare, maar ook het mijne. Wat het leven ons aandoet: ik heb lang gedacht dat zoiets ons niet zou overkomen.”

Oneliners en dooddoeners

Wat maakt hem nu zo kwaad? Waarschijnlijk vooral dat idee fixe van de omgeving dat het leven vooral leuk, mooi en gelukkig moet zijn. En dus voelen mensen zich verplicht om dingen te zeggen als: “Ah, kop op joh, het komt allemaal wel goed”, of: “ze heeft toch een mooi leven gehad?” In een wereld vol vooruitgangsgeloof hebben rouw en verdriet iets ongemakkelijks gekregen; ze zijn blijkbaar iets dat gerelativeerd moet worden. De scherpe randen ervan moeten zorgvuldig worden afgeveild met positieve oneliners en dooddoeners. Vriendelijk bedoeld, maar het gevolg is dat veel mensen in hun verdriet alleen zijn komen te staan.

Diepe dalen

Duval is niet de enige. Velen gaan op dit moment door diepe dalen heen. Zie Ik maak alle dingen nieuw, lezen we in de Bijbel. Zowel in Jesaja als in Openbaringen betoont de Eeuwige zich als een vernieuwende God. Als een God die nieuwe dingen doet ontspringen, die nieuwe hoop laat ontkiemen, juist daar op plaatsen waar het donker is. Die wegen baant in de wildernis, die rivieren doet ontspringen in de woestijn. Die het volk Israël uit Egypte door de Rietzee leidde, en die ook ons bevrijdt en zal bevrijden. Onze God is een God van hoop; van vooruitgang, van transformatie.

Profetische hoop

De profetische hoop die uit de Bijbel spreekt, gaat verder dan menselijk vooruitgangsgeloof. Tegelijk is het geen valse hoop; geen droom die achteloos aan de gebroken werkelijkheid voorbijgaat. Elke dag staan we voor een belangrijke keuze. We kunnen enerzijds toelaten dat de realiteit ons verandert, anderzijds kunnen we er ook voor kiezen die realiteit te veranderen.

Foto door Ylanite Koppens op Pexels.com

I have a dream, luidt de titel van de wereldberoemde rede die Martin Luther King hield op 28 augustus 1963. Hij liet zich niet terneerdrukken door het klimaat van racisme, maar droomde van een wereld waarin zijn vier kinderen zouden kunnen opgroeien zonder te worden beoordeeld op hun kleur.

In zelfs de meest duistere tijden staan er mensen op met een droom. De onlangs overleden Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu was ook zo iemand. In een gepolariseerde wereld bracht hij een boodschap van verdraagzaamheid, liefde en verbinding. Tutu droomde van zijn land als een “regenboognatie” waar iedereen gelijkwaardig zou kunnen samenleven. De moed om te blijven dromen, dat is het tegengif tegen de moedeloosheid dat ook wij vandaag nodig hebben. 

Durf te dromen

Met Driekoningen liep de kerstperiode ten einde. Op die feestdag gedenken wij elk jaar dat drie wijzen uit het oosten een ster zagen. Ze wisten wat dat schijnsel aan de hemel betekende: de Koning is geboren. Daarom verlieten ze hun vertrouwde wereld en trokken ze eropuit om Hem te ontmoeten.

Wat als de drie wijzen onderweg de moed zouden zijn verloren? Wat als focus was afgedaald naar de omstandigheden, in plaats van op dat lichtpunt aan de horizon? In dat geval zouden we aan het begin van dit nieuwe jaar weinig te vieren hebben gehad.

Iconische figuren als King en Tutu, maar ook de drie wijzen spiegelen ons een belangrijke boodschap voor: durf te dromen; durf te geloven. Maar ook: dromen doe je niet alleen. We kunnen pas werkelijk dromen, als we bouwen aan een wereld waarin iedereen de ruimte krijgt om te dromen. Waarin iedere stem kan worden gehoord, waarin ieder kind eerlijke kansen krijgt, waarin er troost is, en een luisterend oor voor wie dat nodig heeft. Een wereld waar onze diepste dromen zich verbinden met die van anderen.

Zie Ik maak alle dingen nieuw. Kunnen wij oorlog blijven voeren en de aarde blijven uitbuiten, omdat God straks toch wel ingrijpt? Dat is pas wishful thinking. Wij zijn het lichaam van Christus op aarde; andere handen en voeten heeft Hij hier niet. Verlangen we werkelijk dat alles nieuw wordt, dan moeten we nu al in beweging komen. Dan moeten we dromen zoals King en Tutu droomden. We moeten de moed en verbeeldingskracht hebben die wereld nu al te zien verrijzen aan de horizon, en er vol hartstocht naartoe leven en aan te bouwen.

Foto door Alex Azabache op Pexels.com

Samen door de woestijn

Intussen trekken we wel degelijk door de woestijn. Soms wandelen we meer alleen dan ons lief is; andere keren hongeren en dorsten we naar gerechtigheid of branden we onze voeten pijnlijk aan het hete zand. Het is dat gedeelde lot dat ons verbindt. We trekken allemaal door het aardse woestijndal, maar nooit zonder hoop.

En juist daarom hoeven we geen mooi gezicht op te zetten alsof alles goed gaat. Is de last te zwaar? Als je het samen draagt, weegt het juk nog maar de helft. Huidhonger? Eén knuffel kan je wereld veranderen. Is iemand eenzaam? Stuur eens een appje, laat van je horen. En mocht je het zelf moeilijk hebben, durft gerust om steun te vragen. Wij zijn er voor jou, ook in 2022 laten we elkaar niet los. Samen kunnen we dat lichtpuntje zijn. Want juist aan een donkere hemel maakt zelfs het kleinste lichtpuntje al een groot verschil.

Meer lezen?

Dit is de tekst van de overdenking tijdens de nieuwjaarsdienst van 9 januari 2022 in protestantse kerk De Wijngaard te Antwerpen.

Kom zoals je bent

Een jonge politicus vertelde me over zijn religieuze ervaring, een wonderlijke gebeurtenis die alles in zijn leven in een nieuw perspectief had geplaatst. “Maar wat nu?”, vroeg hij zich af. “Ik ben homo. Als ik voor God een roeping wil vervullen, kan ik dan wel blijven zoals ik ben?”

Van een theologiestudent kreeg ik een soortgelijke vraag. Als katholiek had hij zich aangemeld voor een protestantse opleiding. Nu was hij bezorgd over zijn werkkansen. Een professor had hem het advies gegeven protestant te worden, maar daarvoor was zijn traditie hem te lief.

Zware lasten

Twee verschillende levens, maar beide worden deze mensen gedreven door enerzijds het verlangen om God te dienen, anderzijds door twijfel over hun status quo. Moet ik mijn leven veranderen? Ben ik voor God wel acceptabel zoals ik ben? Moet ik hetero worden, protestant, of…

Achter hun vragen schuilt het idee dat er zoiets bestaat als de ideale gelovige; het prototype van de mens die voor God acceptabel is. Helaas ben ik heel wat geestelijke leiders tegengekomen die hun uiterste best deden om mensen dat te laten geloven. In hun streven naar morele en leerstellige zuiverheid legden ze hun volgelingen zware lasten op. Er moest van alles aan hun leven veranderen wilden zij acceptabel zijn voor God.

Knellende jas

Die vermeende nadruk op “morele zuiverheid” is in werkelijkheid nogal eens een streven naar uniformiteit. En uniformiteit wordt maar al te vaak een jas die niet past. Een harnas dat knelt en pijnlijke striemen trekt. Een last waaronder gelovigen gebukt gaan, zich afvragend of zij ooit wel goed genoeg kunnen zijn.

Hokjesdenken is menselijk. Duidelijke categorieën als goed-slecht, waar-onwaar, katholiek-protestant, maken de wereld overzichtelijk en beheersbaar. Maar uit vele Bijbelverhalen blijkt, dat Gods gedachten hoger zijn.

Mozes die een moord pleegde, ging als een van de grootste profeten de geschiedenisboeken in. En keer op keer keert ook Jezus de gangbare orde radicaal om. Het religieuze establishment is verbaasd als Hij de Samaritaanse vrouw een stem geeft, als Hij de steniging van een overspelige voorkomt door te zeggen: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen”, als Hij de Schriftgeleerden nietsontziend terechtwijst omdat hun hoofd vol religieuze wetten en kennis zit, maar hun hart verstoken is van elk spoor van liefde en empathie. Terwijl juist dat is waar het werkelijk om draait. “De eersten zullen de laatsten zijn”, zegt Jezus.

In plaats van mensen in een knellende jas te wringen, nodigt Jezus hen uit hun lasten af te leggen en te komen zoals ze zijn. Zichzelf te zijn, hun hart te openen voor de glorie van God en daardoor nog meer en mooier zichzelf te worden. Wie op die uitnodiging ingaat, ondergaat een diepgaande transformatie van hart.

Uniek en waardevol

“Jij bent waardevol”, zegt Jezus vandaag ook tegen jou en mij. En elke dag opnieuw nodigt Hij ons uit: “Kom zoals je bent”. De mensen die Zijn uitnodiging ontvangen en omarmen, zijn dikwijls niet de mainstream. De types die Jezus rond Zijn voeten verzamelde, wekten nogal eens verbazing. Maar het waren juist de gebrokenen van hart die verlossing nodig hadden, uit wie de ware grootsheid geboren kon worden. En het waren juist de paradijsvogels, die in staat waren de gangbare orde te bevragen.

God houdt van je zoals je bent, maar teveel om je zo te laten. Als we ja zeggen tegen het genadeoffer van Jezus Christus, is dat het begin van een unieke weg die Hij met ons gaat. Zijn liefde wekt in ons het verlangen Zijn wil te doen, open te bloeien en te groeien in volmaaktheid. Om te breken met liefdeloosheid, met slechte gewoontes en destructieve gedragspatronen, en om vrucht te dragen voor Zijn koninkrijk. Dat is een proces dat niet door anderen valt af te dwingen, maar een unieke relatie van hart tot hart.

Of je nu homo, hetero, protestant, katholiek of eeuwige twijfelaar bent: Gods uitnodiging aan ons allen is “Kom zoals je bent”. Als Christus je zo geroepen heeft, is dat omdat je door Hem volledig en onvoorwaardelijk bent aanvaard. Niet omdat je perfect bent (want niemand is dat), maar omdat je een hart hebt dat zich openstelt voor Zijn Liefde. En Liefde vindt altijd een weg.

Verander je scripts en verander je leven

“Het lelijke eendje” van Hans Christian Andersen is een parabel over een vogel die ervan overtuigd is een waardeloze eend te zijn. De boodschappen die we in onze eerste levensjaren kregen, vormen grotendeels de scripts waarop ons leven is gaan draaien. Herkenbaar? Wanhoop niet: zelfs het meest negatieve script kan worden doorbroken. In deze studie neem ik je mee naar een cruciale sleutel in de Bijbel.

Op naar de bergtop. Dat is hoe het negende hoofdstuk van het Marcusevangelie begint. Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes mee naar een hoge berg om alle drukte te ontvluchten. Als ze de top hebben bereikt en uitkijken over de wijde wereld, gebeurt er iets wonderlijks. Voor de ogen van zijn drie discipelen verandert Jezus van gedaante; zijn kleren worden blinkend wit. En plots zien ze Elia en Mozes verschijnen.

Piekervaringen

Bergen zijn in de Bijbel vaak dé plek waar hemel en aarde elkaar raken. Denk maar aan de Sinaï waar Mozes God ontmoet. En aan Horeb, waar Elia God tegenkomt. Bergen verheffen je boven de dagelijkse realiteit; ze gunnen je een panorama over verre horizonten. Een piekervaring, zogezegd. We jagen piekervaringen na in de vorm van succes, kicks, verliefdheden, kortom: momenten die ons voor even optillen boven de rauwe werkelijkheid. Petrus zoekt dat ook. Hij voelt zich zo goed op de bergtop, dat hij zegt: “Rabbi, laten we drie tenten opslaan, een voor u, voor Mozes en Elia”. Liever dan terug te gaan, zou hij er voor altijd willen blijven.

Maar dan valt de schaduw van een wolk over hen, waaruit een stem klinkt: “Dit is Mijn geliefde zoon, luister naar Hem!” En als Petrus opkijkt, ziet hij dat Elia en Mozes spoorloos zijn verdwenen. Als de grauwe werkelijkheid doorbreekt, lijkt het moment van heerlijkheid lijkt niet meer dan een illusie. Er zit weinig anders op dan met zijn vieren de berg weer af te dalen.

Piekervaringen kunnen je visie, kracht en perspectief geven, maar iemand die doorlopend met zijn hoofd in de wolken leeft, verliest zijn of haar binding met de realiteit. De bergtop wordt dan een vlucht in plaats van een boost. Onherroepelijk komt er dus altijd weer een tijd dat je met beide benen op de grond moet landen.

Foto door mirsad mujanovic op Pexels.com

Het is sterker dan ikzelf

Dat geldt ook voor Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes. Eenmaal beneden worden ze direct geconfronteerd met een diep dal. Een bezorgde vader wendt zich tot Jezus om hulp te vragen voor zijn zoon. Hij vertelt dat een boze geest telkens opnieuw kans ziet de jongen te overweldigen. Dan staat het schuim hem op de lippen, knarst hij met zijn tanden en verstijft zijn hele lichaam. De macht die deze jongen overvalt, laat zich niet door mensen beheersen.

Het is sterker dan ikzelf. Dat zei ook een manager met een opvliegend karakter. Zijn afdeling werd gekenmerkt door een klimaat van angst, intimidatie en ziekteverzuim. Het personeel liep op eieren om hem niet kwaad te maken, want er hoefde maar iets te gebeuren of de baas ontstak in woede. Dan zei hij dingen waar hij later spijt van kreeg, en richtte hij onherstelbare schade aan.

Het is sterker dan ikzelf. Het zijn eveneens de woorden van een vrouw die telkens naar de fles greep, ook al zag ze de droom van een gelukkig gezin uiteen spatten en veegden haar kinderen de scherven bij elkaar. “Het is sterker dan ikzelf. Als ik naar andere moeders kijk, zie ik daar de vrouw die ik voor mijn kinderen zou willen zijn. Maar wat ik ook probeer, het lukt me maar niet om haar te worden.”

Misschien herken je in je eigen leven ook wel zo’n “het is sterker dan ikzelf”. Dat kan van alles zijn. Gedachten, gewoonten of neigingen waartegen we soms een jarenlange strijd leveren, maar die altijd weer de kop op lijken te steken. Hoe machteloos kun je je dan voelen.

Foto door Kat Jayne op Pexels.com

Negatieve scripts

Iemand zei: “Mijn buurman is een echte rat. Hij doet niets liever dan anderen pesten, sarren en het bloed onder de nagels vandaan halen. Het is een familieafwijking, zijn vader en grootvader waren ook al zo”.

Bestaat zoiets? Zijn sommige mensen gedoemd om agressief, verslaafd, kritisch, cynisch, depressief of ronduit onaangenaam door het leven te gaan? Natuurlijk speelt er een genetische component mee, maar we mogen nooit de kracht onderschatten van het voorbeeld en de woorden die iemand heeft meegekregen.

Laten we het menselijke brein eens van dichterbij bekijken. Je zou het kunnen vergelijken met een fijnbesnaard computersysteem. De periode voor het zesde levensjaar is extreem belangrijk. Dan downloadt een kind al bijna alle basisinformatie die het in zijn leven zal gebruiken over relaties, familie, maatschappij maar ook de eigen identiteit. Wie ben ik? Wat geloof ik? Hoe zie ik de wereld?

Waren die boodschappen overwegend positief, dan hebben we geluk. In dat geval wordt ons brein voorgeprogrammeerd met positieve informatie over onszelf. We groeien op in de overtuiging dat we waardevol zijn, dat we iets kunnen toevoegen aan deze wereld, kortom: dat we er mogen zijn. Maar waren onze ouders streng, afwijzend en kritisch of zelfs geheel afwezig? Werden we op school gepest, buitengesloten of gekleineerd? Kregen we van huis uit de verkeerde voorbeelden mee? Dan gebeurt precies het tegenovergestelde.

Slechte eend

Misschien ken je het verhaal “het lelijke eendje” wel. Het dier is ervan overtuigd een waardeloze eend te zijn. Belangrijk om te weten is dat de vroege boodschappen die we over onszelf kregen, de scripts zijn gaan vormen waarop ons leven draait. De zwaan kreeg voortdurend te horen dat hij een eend was die niet deugde. Die informatie nestelde zich in zijn bewustzijn, en raakte ongemerkt verweven met zijn identiteit.

Dat patroon wordt pas doorbroken als hij in het water zijn eigen beeld weerspiegeld ziet, en tot de ontdekking komt dat hij geen eend is maar een prachtige zwaan.

Iets dergelijks zien we ook bij de bezeten jongeman. Als hij schuimbekkend op de grond valt, zegt zijn omgeving: “O, hij is al zo vanaf zijn kindertijd, dat doet-ie altijd al”. Maar eigenlijk is die omgeving, zonder het zelf te beseffen, onderdeel van het probleem. De mensen rondom hem benoemen wel wat er allemaal aan die jongen mankeert, maar door dat te doen blijf het negatieve script herhalen. Terwijl het moet worden doorbroken.

Afgoden

In zijn boodschap aan Cyrus II de Grote waarschuwt de profeet Jesaja tegen het dienen van afgoden. Er zijn vele afgoden denkbaar, maar ze hebben allemaal één ding gemeen: het zijn fatamorgana’s. Ze stellen ons gouden bergen in het vooruitzicht, maar hoe meer je er tijd en energie in steekt om die te bereiken of te beklimmen, hoe verder je verwijderd raakt van God, Zijn heerlijkheid en Zijn roeping met je leven.

Soms – zelfs zonder dat we er erg in hebben – kunnen de oude scripts die in ons leven draaien, een afgod worden.

  • Ben je steeds maar geneigd de pijn uit het verleden te herhalen?
  • Is je identiteit verweven geraakt met een gevoel van slachtofferschap?
  • Houd je stiekem vast aan je explosieve karakter, omdat mensen daardoor doen wat je zegt?
  • Reageer je steevast op stress door naar genotsmiddelen te grijpen, zoals excessief drinken, gamen, roken of eetbuien?
  • Hebben gevoelens van haat, wrok, rancune, afgunst of bitterheid zich vastgehecht in je hart?

Als we zulke impulsen niet herkennen en weerstaan, riskeren we dat ze op termijn onderdeel worden van onze identiteit. “Ik ben nu eenmaal zo”, zeggen we dan misschien. “Ik ben nu eenmaal een driftkop, het zit in de familie”, of: “Ik ben nu eenmaal verslavingsgevoelig, dat zit in de genen.” Misschien ook geven we anderen de schuld van wie we vandaag al dan niet geworden zijn.

Laat me je iets op het hart drukken. Jij bent niet je verleden. Jij bent niet je afkomst. Wij zijn niet onze fouten, onze tekortkomingen, onze misstappen. Onze identiteit ligt in de God die de hemel en aarde gemaakt heeft.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Geloof

Wie zal over ons oordelen? Wie kan ons lot bepalen? Wie zal ons kunnen scheiden van Gods liefde? Niemand! Tenminste, als we bereid zijn een cruciale sleutel te aanvaarden, die door de Bijbel heen in talloze teksten verweven zit.

  • Alles is mogelijk voor wie gelooft (Marcus 9, 24)
  • Vrees niet, geloof alleen (Marcus 5, 36).
  • Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien (Hebreeën 11, 1).
  • Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen (Marcus 11, 24).

Waarom drukt de Bijbel ons herhaaldelijk op het hart om te geloven? Dat lijkt een beetje contra-intuïtief, want tegenwoordig ligt de nadruk op weten. Het geloof is echter van een andere orde. Je zou het kunnen vergelijken met een poort. Geloof opent onze ogen voor een andere werkelijkheid, die verder reikt dan het louter materiële, rationele en waarneembare. Geloof plaatst ons leven in eeuwigheidsperspectief. En meer nog, het schenkt ons toegang tot een Koninkrijk van bijna onbegrensde mogelijkheden.

Als de vader van de bezeten jongen aan Jezus vraagt of Hij zijn zoon kan helpen, antwoordt die: “Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.” En dan roept de vader uit: “Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp!” Dat is genoeg. Precies op dat moment vaart de boze geest uit.

Identiteit in Christus

Daarmee is het verhaal nog niet ten einde. De jongen bij wie de boze geest is uitgevaren, moet weer gevuld worden. De beschikbare kamers van zijn ziel moeten worden heringericht met nieuwe dromen en met de Geest van God.

Als oude scripts en patronen doorbroken worden, begint het pas. Daarna wacht ons de taak om onze harde schijf te herprogrammeren met nieuwe boodschappen. Positieve affirmaties, niet gebaseerd op menselijke meningen of (voor)oordelen, maar op wat God over ons zegt.

De Bijbel belooft dat al wie in Jezus Christus gelooft, een nieuwe schepping is. Onze identiteit is niet langer geworteld in ons verleden of in onze afkomst, maar in Christus, die Zich voor ons overgaf. Houden we daaraan vast, dan kan de tegenstander geen rechten meer op ons doen gelden. De dorre ranken van het verleden verliezen hun grip en we groeien uit tot sterke bomen, geworteld in Gods Koninkrijk.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

Bewaar uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

Spreuken 4, 23

Geloof is helaas geen wondermiddel dat alles in één keer oplost. Zelfs al draait er een goddelijk script in ons leven, er zullen nog vaak momenten komen dat we naar de bergtop verlangen. Naar piekmomenten die ons even uittillen boven het nieuws en de harde realiteit. Het leven op aarde is allesbehalve een paradijs en veel mensen gaan door diepe dalen.

Het goede nieuws is dat je altijd de bergtop kunt bestijgen, zelfs in de vlakke Lage Landen. Je hoeft zelfs geen goede klimmer te zijn, een momentje van stilte volstaat. Bid, mediteer, zing, maak een mooie wandeling en open je hart voor de glorie van de Ene, die heel die prachtige schepping in Zijn hand houdt. Die jou gemaakt heeft en die je onmetelijk liefheeft. Doe je dat driemaal per dag, zelfs al is het maar kort, dan beloof ik je: na een tijdje voel je je een ander mens.

Schieten woorden tekort? Denk dan nog eens die vader, die in al zijn radeloosheid uitriep: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” Deze man had verlossing gezocht in vele woorden, ideeën, theorieën, technieken en remedies, maar allemaal vergeefs. De sleutel lag in dat ene zinnetje: ik geloof. De wil om te geloven; om je ogen te openen voor een werkelijkheid die ons overstijgt en omvat, is soms al genoeg om een mensenleven voorgoed te veranderen.

Foto door Abhiram Prakash op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 12 september 2021 in protestantse kerk Brabantse Olijfberg, Lange Winkelstraat 5 in Antwerpen.

Meer lezen?

  • Jesaja 45, 20-25
  • Marcus 9, 1-28

Verander je leven! Dankbaarheid als levensstijl

Gelukkig zijn, wie zegt daar nee tegen? Als levensgeluk online verkrijgbaar was, dan zou vrijwel iedereen een flinke dosis bestellen. Maar helaas, de realiteit is anders. Veel mensen gaan gebukt onder de lasten van het leven. “Als ik maar dit of dat had”, verzuchten ze, “dan zou ik gelukkig zijn”. Rabbi Felix Halpern ontdekte waarom het geluk juist daardoor onbereikbaar blijft.

Jarenlang leidde Felix Halpern een leven zoals velen. Wandelde hij door een park, dan stond hij nauwelijks stil bij de bomen en de vogels. Zijn gedachten werden bevangen door 1.001 dingen die nog moesten gebeuren. En hoewel hij een spiritueel persoon was, was zijn gebedsleven vooral een opsomming van de wensen. “Heer, wilt u me dit en dat geven?”, bad hij. En steevast dacht hij er achteraan: als God mijn gebeden verhoort, dan zal ik gelukkig zijn.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

Bijna-doodervaring

Als Halpern vandaag door een park wandelt, kan hij intens genieten van de bomen en vogels. Zijn blik reikt verder dan de boomstam en de bladeren; hij is in staat elk detail waar te nemen. Ook zijn gebedsleven heeft een transformatie ondergaan. In plaats van zijn wensenlijstje af te ratelen, vervult een diepe dankbaarheid zijn hart. Dankbaarheid voor alle schoonheid die hem omringt, voor het water dat zomaar uit de kraan komt, voor de glimlach van een onbekende, voor de vogels die zingen.

Voor Felix Halpern was een bijna-doodervaring de ommekeer. In zijn boek A Rabbi’s Journey to Heaven beschrijft hij hoe hij na een onverwachtse hartaanval voor Gods troon kwam te staan. Daar zag hij wateren van kristal, edelstenen van een ongeëvenaarde schoonheid en ervoer hij een ongekende vrijheid. “Het was alsof ik een vogel was die plots besefte dat hij vleugels had en kon vliegen”, getuigt Halpern. Nog iets dat hij besefte: het bestaan in de hemel is makkelijk; dat op Aarde is moeilijk. Het aardse leven is voor veel mensen een kooi waarin ze gevangen zitten.

Psalmen

Halpern overleefde, en nu voelt hij een urgentie om mensen ervan te overtuigen dat ze niet in die kooi hoeven te zitten. “De mens die ik sinds mijn bijna-doodervaring ben, is niet meer dezelfde als voorheen”, zegt de Amerikaanse rabbi. Ging hij er voor zijn bijna-doodervaring prat op de hele Bijbel te hebben gelezen, nadien focuste hij zich op één boek: de Psalmen. Het aandachtig lezen van die teksten opende zijn ogen.

Halpern ontdekte dat de auteurs vele stormen doorstonden. Het zou volkomen begrijpelijk zijn geweest als in ieder geval een van hen had gezegd: “Bekijk het maar! Zorg eerst eens dat het een keertje meezit, dán ga ik U dienen”. Toch is de grondtoon die uit de Psalmen opstijgt, bovenal dankbaarheid. David, Salomo, Mozes, Asaf, Ethan, de zonen van Korach: hoe ze ook werden beproefd, hun dankbaarheid lijkt onverwoestbaar.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

Mentale staat

Dat verbaasde Halpern. Wat kon hun geheim zijn geweest? Plots begon hem iets te dagen. De auteurs van de Psalmen dankten God niet als ze iets hadden ontvangen, ze dankten Hem om wat ze hadden ontvangen. Hun dankbaarheid was niet het gevolg van een vervulde wens, maar een levensstijl. Welke stormen ze ook doorstonden, hun mindset van dankbaarheid was niet kapot te krijgen. Integendeel: het was juist die mindset die maakte dat ze in staat waren vele stormen te trotseren, en intussen gefocust te blijven op het goede en het schone.

“De makkelijkste manier om meer geluk in ons leven te creëren, is meer te focussen op het geluk van anderen”, stelt Andy Puddicombe, oprichter van de meditatie-app Headspace. Waarna ook hij uitlegt dat voor veel mensen het geluk onbereikbaar blijft omdat ze het buiten zichzelf zoeken. Maar levensgeluk is bovenal een mentale staat van zijn. De hartgrondige keuze om elke nieuwe dag tegemoet te treden met een houding van openheid, empathie, liefde en compassie.

Bidden vanuit geloof

“Dat klinkt allemaal prachtig”, denk je nu misschien, “maar mag je dan niet bidden voor iets dat je graag wilt?” Zeker wel! Maar, drukken Jezus en de apostel Jakobus ons op het hart, als je werkelijk wilt dat je gebeden niet tussen vier muren blijven hangen, dan moet je bidden vanuit een grondhouding van geloof.

“Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.”

Jezus (Marcus 11, 24)

“Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, moet niet denken dat hij van de Heer iets zal krijgen.”

Jakobus (Jakobus 6, 6-8)

Voor- of tegenspoed

Waarom bleef het hart van rabbi Halpern leeg, zelfs al bracht hij nog zo vaak zijn wensenlijstje bij God? Het probleem is dat hij bad vanuit de verkeerde grondhouding. Er zijn twee verschillende houdingen waarmee we het leven tegemoet kunnen treden:

  • Een grondhouding van gebrek. In dat geval zijn we vooral gericht op wat ons ontbreekt; op onze angsten, bezorgdheden en trauma’s; op het kwaad in de wereld, op wat andere mensen verkeerd doen, op wat er allemaal zou moeten veranderen om te maken dat we werkelijk gelukkig zijn. Maar daardoor raken we gefocust op tegenspoed.
  • Een grondhouding van geloof en dankbaarheid. We zijn vooral gericht op het hier en nu; op wat we wél hebben, op de kleine en grote dingen om dankbaar voor te zijn; op al het goede dat ons dagelijks toekomt en dat niet vanzelfsprekend is. Zelfs al zit het leven soms tegen, we zijn gefocust op voorspoed.

Zijn bijna-doodervaring deed rabbi Halpern inzien dat veel gebeden die dagelijks opstijgen, in feite belijdenissen van tegenspoed zijn. Hetzelfde gebeurt als we keer op keer over onze problemen praten, als we onszelf als slachtoffer zien van de omstandigheden of als we de gewoonte hebben om negatieve, harde en kritische woorden te spreken, over onszelf of over anderen. In al die gevallen belijden we niet het geluk, maar het ongeluk; niet de mogelijkheden, maar de onmogelijkheden. En al die woorden zijn niet onschuldig, want samen creëren ze onze mindset. Ze worden het verhaal waarmee we ons identificeren.

“Besef goed, vandaag stel ik u de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood.”

Deuteronomium 30, 15

Als onze woorden niet het broodnodige vertrouwen ademen, raakt het brein gefocust op negativiteit. Gevolg: het roept de bijbehorende gevoelens op en geeft een seintje af aan de bijnieren, die adrenaline en cortisol beginnen te produceren. Stresshormonen die ons zonder dat we het beseffen gevangenhouden in een continue staat van stress. In plaats van te kunnen vliegen, zijn we als vogels die zichzelf gevangen houden in een mentale kooi. Onze gerichtheid op het negatieve maakt dat we voortdurend bevestigd zien wat we belijden (self fulfilling prophecy). Het gevolg is dat we boos zijn en tegen onszelf zeggen: “Zie je nu wel, bidden helpt niet!”

Geluk begint van binnen

Dat we geneigd zijn het geluk buiten onszelf te zoeken, is niet verwonderlijk. We leven in een wereld die ons voortdurend voorspiegelt dat het ultieme levensgeluk te vinden is in luxeproducten, in boeken die snelle stappenplannen bieden, in kicks, beleving, zinderende romantiek en passie. We geven massa’s geld uit aan dingen die ons slechts een tijdelijke bevrediging kunnen geven. Paradoxaal genoeg raken we daardoor juist verder verwijderd van het ware levensgeluk.

Want geluk, dat is toch vooral het leven omarmen vanuit een grondhouding van dankbaarheid. Het is de optelsom van alle zegeningen die je hebt geteld. Dit is waartoe rabbi Halpern en vele anderen ons uitdagen: doorbreek de spiraal van negativiteit. Omarm elke morgen als een geschenk, laat geen dag voorbijgaan zonder een positief woord te spreken of mensen je waardering te laten blijken. Probeer dat, en je zult zien: na een paar dagen lijkt het alsof de hele wereld veranderd is. Maar de ware verandering… dat ben jij!

Foto door Marcus Wu00f6ckel op Pexels.com

Als QAnon de wereld van je naaste beheerst

De coronapandemie was nog nauwelijks over haar hoogtepunt heen, toen Duitsland en de Benelux werden geteisterd door overstromingen. Eerder waren er de aanslagen op Zaventem en metrostation Maalbeek. Tragedies die het optimistische maakbaarheidsgeloof dat de jaren 1990 domineerde, op losse schroeven zetten. Logisch dat mensen in een alsmaar onbeheersbaardere wereld op zoek gaan naar houvast en verklaringen.

De pandemie heeft geleid tot tal van “alternatieve nieuwsmedia”, die zoekenden meenemen in een samenhangend verhaal. Anonieme bronnen als QAnon oefenen een magische aantrekkingskracht uit. Voor wie verzeild raakt in die wondere wereld, wordt het leven al snel een spel. Uren kun je achter je computer doorbrengen, zoekend naar nieuwe QDrops – hints – op basis waarvan je zelf onderzoek kunt doen naar “de waarheid”. Steeds meer ontvouwt zich een alternatief universum, waarin de eenzame ziel een ingewijde wordt; elke huisvader of -moeder een inspecteur.

Coherent geloofssysteem

15 procent van de Nederlanders gelooft dat het coronavirus een gefabriceerd biowapen is, blijkt uit een enquête van Ipsos in opdracht van Nieuwsuur. Paul Thomas, voorzitter van de faculteit Religiestudies van de Universiteit van Radford in Virginia (VS) verdiepte zich in de het gedachtegoed van QAnon. Dat blijkt een grotesk verhaal. Aanhangers van QAnon – Anons genaamd – geloven dat de wereld wordt geregeerd door een satanische pedofiele elite.

Het leven in een wereld waarin je als gewone sterveling niemand kunt vertrouwen, stemt somber. Maar hoop is er ook: Donald Trump is verwikkeld in een kosmische strijd tussen de ‘kinderen van het licht’ en de ‘kinderen van de duisternis’. Met dat eschatologische perspectief, veelal geënt op een letterlijke interpretatie van het Bijbelboek Openbaringen, heeft QAnon duidelijke trekken van een coherent geloofssysteem. Daarbij komen nog de community’s met gelijkgestemden, eigen gezaghebbende bronnen, samenkomsten (in de vorm van protesten) en een geloofsleer die contrasteert met de mainstream wereld en media.

Foto door MART PRODUCTION op Pexels.com

Algoritmes

Tijdens een interview met Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel, confronteerde ik hem met het feit dat een aanzienlijk aantal mensen helemaal niet gelooft in het coronavirus dat hij al ruim anderhalf jaar lang bestrijdt. Het verbijsterde hem. “Ik heb er geen verklaring dat veel mensen zo gekant kunnen zijn tegen het virus en de maatregelen. Als je de feiten ziet, is er toch geen discussie mogelijk”, zegt hij in Tertio (11/8).

Een verklaring vinden we wel bij schrijver Arjen Lubach. In De online fabeltjesfuik legt hij haarfijn uit hoe het komt dat familieleden en vrienden plots in een totaal andere mindset kunnen vertoeven. De algoritmen die bedoeld zijn om commerciële clicks te genereren, kanaliseren ook onze meningen en interesses. Geïnteresseerd in Bill Gates? Dan vind je zijn betrokkenheid bij de coronavaccins misschien ook wel leuk.

Na wat klikken bekruipt je het akelige gevoel dat de donaties van Bill en Melinda allesbehalve altruïstisch zijn. Het laat je niet meer los; je blijft zoeken tot in de vroege uurtjes. Vrijwel alles bevestigt je angstige vermoeden. Gaandeweg raak je ervan overtuigd dat je je onwetende familieleden moet redden van een moorddadig complot.

Laten we eerlijk zijn: zo’n verhaal is stukken spannender dan een wereld die van chaos en toevalligheden aan elkaar hangt. Een universum waarin artsen en politici het af en toe ook niet meer weten, en waarin klimaatverandering en pandemieën ons bruut confronteren met onze sterfelijkheid en machteloosheid. Bij QAnon blijft de mens aan zet, zelfs tot het bittere eind.

Foto door Gladson Xavier op Pexels.com

Niet zo onschuldig

Complottheorieën maken het leven spannender, maar zijn ze ook onschuldig? Thomas heeft daar zijn bedenkingen bij. Tijdens zijn onderzoek ontdekte hij dat de QAnon-samenzwering steeds meer antisemitische trekjes aanneemt en ook voet aan de grond krijgt in neonazikringen. Vooraanstaande personen lopen bovendien een toenemend risico op geweld.

Dat is verklaarbaar. In het verhaal van Viruswaarheid, QAnon en Xandernieuws vertegenwoordigt “de elite” het ultieme kwaad. Over mensen als paus Franciscus, Hillary Clinton en Joe Biden gaan bloedstollende verhalen de ronde. Wie die als de ultieme waarheid beschouwt, zou weleens op het onzalige idee kunnen komen de wereld een dienst te moeten bewijzen.

Maar ook in het alledaagse leven trekt het complotdenken scheuren. Socioloog Jaron Harambam promoveerde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar complotdenkers en werkt nu voor de KU Leuven. “In sommige gevallen ligt zelfs scheiding op de loer”, constateert hij. “Bij de families die wij bezochten leidden de verschillende wereldbeelden tot flinke spanningen thuis.”

Foto door Keira Burton op Pexels.com

Omgaan met complotdenkers

Hoe ga je om met een familielid of vriend die gegrepen is door het virus van QAnon? Discussiëren is meestal zinloos. Beter kun je onderzoeken waar die denkbeelden vandaan komen en oprechte interesse tonen. “Door de ingrijpende maatregelen die zijn genomen tijdens de coronacrisis wordt onze toekomst onzeker”, stelt Harambam. “Mensen krijgen het idee dat het verhaal van politici en virologen de enige waarheid is. Een van de weinige plekken waar andere geluiden te horen waren was de wereld van complotdenkers. Vragende mensen werden daarnaartoe gezogen.”

Een veelvoorkomende valkuil is dat er van beide kanten weinig interesse wordt getoond en weinig vragen worden gesteld. “Bevraag de ander vanuit nieuwsgierigheid in plaats van uit angst voor een ander wereldbeeld en een ander geluid”, adviseert Harambam. De uitdaging is om niet alleen naar de ideeën te kijken, maar vooral ook naar de persoon daarachter. “Je moet iemand weer humaniseren. Je wilt diegene zien als iemand met een geschiedenis, gevoelens en ideeën. In situaties van polarisatie zie je vaak een dehumanisering.”

Agree tot disagree

Nog een valkuil: je laten meeslepen in een welles-nietesdiscours. Ontstaat er een patstelling tussen botsende wereldbeelden, dan leidt dat alleen maar tot frustratie, ruzie en verwijdering. Beter kun je je verplaatsen in de positie van de ander. Wie tot de mainstream behoort, heeft het dagelijkse nieuws, de experts en virologen aan zijn zijde.

Voor aanhangers van QAnon of Viruswaarheid geldt dat niet. Zij worden voortdurend gestigmatiseerd – weggezet als Wappies bijvoorbeeld – en hebben daardoor het gevoel dat zij zich constant moeten verdedigen. Velen maken zich bovendien oprecht zorgen om hun familieleden, als die zich hebben laten vaccineren. Op die gevoelens wordt meestal niet ingegaan. In zijn onderzoek zag Harambam dat complotdenkers nogal eens werden afgeblokt met streberige, betweterige en fact-checkende reacties. “Dan kun je beter denken: die waarheid parkeren we even.”

Harambams laatste tip: vermijd sociale media en blijf het gesprek face-to-face voeren. “Niemand zit te wachten op een betweterige figuur die jou vertelt hoe de wereld in elkaar steekt. Wil je de dialoog blijven aangaan, dan zeg ik: stug volhouden met open armen.”

Foto door Elina Fairytale op Pexels.com

Meer lezen?