Grenzen stellen om ruimte te krijgen

Er zijn van die dagen dat alles en iedereen aan je lijkt te trekken. Een overvolle mailbox, duizend-en-één klusjes, verschillende mensen die je allemaal tegelijk nodig hebben. Grenzen stellen is niet altijd gemakkelijk. Als je net zoals ik bent uitgerust met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, dan denk je al snel: “Ach, dat doe ik wel even.” Maar een grenzeloos leven kan uiteindelijk je dromen in de weg staan.

Mozes ontving de Tien Geboden niet zomaar. Die tien heldere leefregels tonen dat het goede niet als door een wonder uit de hemel komt neerdalen, maar dat we er bewust tijd en ruimte voor moeten vrijmaken. Bijvoorbeeld door wekelijks een rustdag in te lassen. Met andere woorden: grenzen stellen! Vind jij dat soms ook zo lastig? Drie doorleefde tips om de regie over je leven te bewaken en te doen wat je écht graag wilt doen.

1. Creëer de juiste atmosfeer om te kunnen floreren

Na een drukke werkweek bereidde ik me voor op een zondag als gastpredikant. Qua voorbereiding stonden de preek, de liturgie, de powerpoint en het muziekteam als een huis. We rekenden dan ook helemaal op een mooie dienst.

Mis gegokt, bleek al snel. Tijdens de preek werd een baby in de zaal onrustig. Hoe meer de ouders hun best deden om het kindje op zijn gemak te stellen, hoe luider het protesteerde. Wat doe je dan? Als ik er iets van zou zeggen, riskeerde ik dat de jonge ouders zich ongemakkelijk en misschien zelfs afgewezen zouden voelen. Ik besloot dus de preek te vervolgen. Maar hoe hard ik er ook aan trok, ik slaagde er niet in om verbinding met het publiek tot stand te brengen. Gezichten straalden ergernis uit, mensen draaiden ongemakkelijk heen en weer op hun stoel. De flow was vervlogen.

Misschien herken je wel zo’n situatie. Soms bereiden we de dingen tot in de puntjes voor, maar vergeten we het belangrijkste: de atmosfeer die we nodig hebben om te kunnen floreren. Als gastpredikant zag ik stilte als iets vanzelfsprekends; ik stelde me er nooit vragen bij. Pas toen de stilte werd doorbroken, besefte ik hoe cruciaal rust is om je boodschap te kunnen overbrengen.

Iedereen heeft bepaalde omstandigheden nodig om het beste van zichzelf te kunnen geven. Door je daarvan bewust te zijn, voorkom je dat situaties je overvallen. Je kunt dan van tevoren de juiste atmosfeer creëren, daar afspraken over maken en tijdig je grenzen stellen.

2. Houd je bordje overzichtelijk

Hoe mooi je planning er ook uitziet, soms nemen de omstandigheden een loopje met onze agenda. Vandaag was ik vastbesloten om aan mijn studie te werken, maar alsof de duvel ermee speelde regende het verzoeken en berichten. Kun je niet even een berichtje schrijven? Op je bureau ligt nog een factuur. En wow, een interessant gastcollege! Er kijk, daar is zoonlief met een diepe scheur in zijn broek. Dat kan zo niet langer, er moet vandaag nog een nieuwe worden gekocht.

Herkenbaar? Voor je het weet ben je met alles en nog wat bezig, maar niet met datgene wat je je had voorgenomen. Zeker als je net als ik bijna alles leuk en interessant vindt! Dan laad je al snel teveel op je bordje, waardoor je het overzicht verliest en niet toekomt aan zaken die een langere adem vergen. Versnippering en uitstelgedrag: het blijven gemene beestjes.

Maar er is ook goed nieuws: zulke dagen zijn een uitgelezen kans om je nee-spier te oefenen. Nee zeggen is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Als je als kind vooral hebt geleerd om gehoorzaam te zijn en te doen wat er van je verwacht wordt, kan het woordje “nee” een hele opgave zijn. Beloofd is beloofd: hoe vaker je het zegt, hoe natuurlijker het gaat aanvoelen. Je nee-spier trainen is zoiets als fitness; oefening baart kunst. Je hoeft je er ook niet schuldig over te voelen. Door nee te zeggen tegen de dingen die je niet wilt doen, creëer je ruimte om ja te zeggen tegen de dingen die je wél wilt doen. En dat is uiteindelijk in het belang van iedereen!

3. Negeer je intuïtie niet

We zijn ons er niet altijd van bewust, maar overal waar mensen samenkomen, spelen persoonlijke grenzen een rol. In de media duiken geregeld verhalen op van persoonlijke grenzen die zijn overschreden. Legendarisch zijn de woorden “het spijt me, Matthijs!” Ze werden uitgesproken door een geknielde geluidstechnicus van het Nederlandse tv-programma De Wereld Draait Door. Na een technische fout werd de man door zijn baas, presentator Matthijs van Nieuwkerk, letterlijk op de knieën gedwongen.

Van Nieuwkerk gedroeg zich als een stoomwals die zijn eigen personeel verpletterde, maar hij kon jarenlang zijn gang gaan. Er zijn veel dynamieken die machtsmisbruikers in de kaart spelen:

  • Slachtoffers bevriezen (een normale stressreactie bij een aangrijpende gebeurtenis);
  • Er is sprake van een significant machtsverschil;
  • De situatie is plotseling en overweldigend;
  • Personeelsleden zijn zich onvoldoende bewust van hun persoonlijke rechten en grenzen;
  • Er is een toxische bedrijfscultuur ontstaan (de spreekwoordelijke kikker in opwarmend water).

Grensoverschrijdend gedrag schendt meer dan je persoonlijke ruimte. Het is een aanval op wie je ten diepste bent. Slachtoffers worden uit hun evenwicht gebracht; ze worden onzeker en zoeken al snel de fout bij zichzelf. Dat geldt ook voor de werknemers van Van Nieuwkerk. In plaats van kritische vraagtekens te stellen bij het gedrag van hun leidinggevende, legden ze de fout bij zichzelf: “Had ik iets kunnen doen om deze woedeuitbarsting te voorkomen?” Schaamte- en schuldgevoelens zijn een normale stressreactie, maar daarom nog niet terecht.

“Zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg.” Met die woorden beschrijft koning David een eeuwenoude dynamiek (psalm 32:2). Zolang we zwijgen, houden we de situatie in stand. Het gezwel wordt niet aangepakt en de ziekte kan blijven voortwoekeren en schade aanrichten in het lichaam.

In 2008 verlieten mijn gezin en ik een evangelische gemeente. Vele jaren hadden we er gediend, totdat we na de implementatie van een gemeentegroeimodel uit Bogota alles zagen veranderen. De warme en hechte geloofsgemeenschap veranderde in een hiërarchische pyramidestructuur. De focus verschoof van mensen naar aantallen, van geloven naar werken, van dienstbaarheid naar onderwerping en autoriteit. De pastor ambieerde een stadion te vullen, maar spoedig werd duidelijk dat er aan die ambitie een menselijk prijskaartje hing.

Als er iets is dat ik toen geleerd heb, is het dit: negeer je intuïtie niet! Dat niet-pluisgevoel kan zomaar een belangrijk signaal zijn. Vaak denken we dat we alleen staan met onze twijfels en vragen, maar maken andere mensen intussen dezelfde worsteling door. Als één persoon de moed vindt om het niet-pluisgevoel te verwoorden, kan dat zomaar dé stap naar verandering zijn.

Grenzen stellen is niet altijd makkelijk, maar samen sta je sterker.

Foto door Julian Jagtenberg op Pexels.com

Een wereld van verschil

In mijn vorige blogartikel hadden we het over de Farizeeërs, die erop gebrand waren om bij officiële gelegenheden de belangrijkste plekken te bemachtigen. Het kan natuurlijk ook andersom. Wat als jij diegene bent die naar de laatste plaats wordt verdreven? Dat overkwam EU-president Ursula von der Leyen toen ze vorig jaar met Charles Michel op bezoek ging bij Erdogan. In de ontvangstzaal in Ankara stonden twee stoelen: één voor Michel en één voor Erdogan. Von der Leyen koos uiteindelijk een plekje op de sofa.

Het is een beeld dat wereldwijd plaatsvervangende schaamte opriep. Daar stond Von der Leyen, aarzelend en zichtbaar uit haar evenwicht gebracht. Stel nu dat wij die gast waren voor wie geen stoel was klaargezet; die persoon die noodgedwongen genoegen moest nemen met een plekje achteraf. Wat gaat er door je heen op zo’n moment?

Sofamomenten

Misschien kun je je zo’n scenario nog wel voor de geest halen. We hebben zo allemaal wel onze sofa-momenten. Momenten waarop we worden weggeduwd, niet gehoord, over het hoofd gezien of niet op waarde geschat. En soms maken we de denkfout te geloven dat die sofa iets zegt over wie wij zijn. As je maar vaak genoeg genoegen moet nemen met het laatste plekje, ga je je vanzelf een sofa-mens voelen. De laagste in rang, te onbelangrijk om te worden gehoord.

Maar hoe zou het zijn als plotseling een belangrijke persoon – Charles Michel bijvoorbeeld – voor ons zou opstaan en zou zeggen: “Hier, neem mijn stoel maar, ik zit wel op de sofa?” Dat is de moraal waartoe Jezus ons steeds opnieuw uitdaagt:

“De laatsten zullen de eersten zijn en de eersten de laatsten.”

Mattheüs 20:16; Marcus 10:31; Lucas 13:30

Als je door iemand anders naar voren wordt gehaald, is het alsof je een boost krijgt. Plotseling word je gehoord en gezien. In plaats van een sofa-mens blijk je iemand te zijn die ertoe doet. Een uitdaging om niet alleen je positie in het leven, maar ook je zelfperceptie bij te stellen.

In mijn vorige blog schreef ik over hoe Jezus zijn toehoorders oproept om anderen ruimte te geven, en zelf voor de meest nederige plaats te kiezen. Het is opvallend hoe de Eeuwige altijd weer aan de kant staat van de mensen met weinig aanzien, die in de wereldse machtsstrijd worden verdrukt.

Foto door Kat Smith op Pexels.com

Knecht in Egypte

“Bedenk dat u zelf een knecht in Egypte bent geweest”, houdt Mozes de Israëlieten voor in het Bijbelboek Deuteronomium (24:18-22). Een radicale oproep tot empathie. Dat is waarom de Israëlieten goed moeten zijn voor vreemdelingen, weduwen en wezen. Waarom ze de rechten van mensen aan de marges van de samenleving niet mogen schenden; waarom ze aren moeten achterlaten op hun akkers, vruchten aan hun olijfbomen druiven op hun wijnvelden. Omdat ze zelf maar al te goed weten hoe het voelt om genoegen te moeten nemen met de kruimels van de samenleving.

Die hongerige, die behoeftige, wij kunnen het zelf zijn.

Zoals niets in het leven blijvend is, zo geldt dat ook voor onze positie. Wie nu directeur is, zal op een dag misschien een oudere zijn, aangewezen op de zorg en de goedheid van anderen. En wie nu nationalist is in hart en nieren, kan op een dag zomaar een vluchteling zijn. En omgekeerd. Dat is de realiteit die we gemakkelijk vergeten, en waar Mozes ons aan herinnert.

Sociale rechtvaardigheid

Veel mensen zien de Bijbel als een oud boek met een strenge en gedateerde moraal. Gods wereldorde vertegenwoordigt inderdaad geen vrijheid-blijheid. Maar dat heeft een reden: als we er alleen maar op gericht zijn onze verlangens uit te leven, dan gaat ons levensgeluk ten koste van dat van de ander. Juist daarom roepen Jezus en Mozes op tot sociale rechtvaardigheid. Tot een orde waarbij de mensen die nu de marges bekleden, naar voren worden gehaald. De goudhaantjes mogen dan weer iets naar achteren gaan zitten. Zo blijft er voor iedereen een plekje over om te stralen en om in Gods licht te leven.

Van wat een moed zou het hebben getuigd als Charles Michel was opgestaan en de enige vrouw in het gezelschap zijn stoel had aangeboden! Ursula von der Leyen is geen vreemdeling, weduwe of wees, maar op dat pijnlijke moment in Ankara vertegenwoordigde zij hen allemaal.

YouTube

Superpowers

“Laat onder u de gezindheid van Christus heersen.”

Paulus in zijn brief aan de Filippenzen, 2:3-10

Jezus Christus, die de gestalte van God had, had gemakkelijk voor zichzelf de beste plek kunnen opeisen. Hij had zelfs wereldberoemd en schatrijk kunnen worden met zijn superpowers – de kracht om mensen te genezen of wonderen te doen (dat was trouwens ook waarmee hij verzocht werd in de woestijn). Maar nee, hij koos ervoor om tot ons te komen als een vreemdeling. Als een kwetsbaar kind voor wie geen plaats was in de herberg. Ja, zelfs als een martelaar aan het kruis, zichzelf volledig verliezend uit liefde voor ons.

Waarom? Omdat hij er niet naar zocht zichzelf te onderscheiden. Jezus Christus verlangde naar verzoening en relatie, zelfs al betekende dat dat hij de prijs zou betalen van de hoogste opoffering. Tot ons, als we goed zijn voor vreemdelingen, zegt hij:

“Ik was een vreemdeling en jullie hebben Mij opgenomen.”

naar Mattheüs 25:43

Universele opdracht

De liefde van God belichamen, dat is een universele opdracht aan ons allemaal. Of het leven ons nu de voorste of de laatste plaats heeft toebedeeld. God roept ieder van ons, maar niet om gelijkvormig te worden aan een wereld van onverschilligheid, individualisme en zelfprofilering. God roept ons om juist in zo’n wereld het verschil te maken. Ook, en misschien wel juist vandaag, zegt Jezus tegen jou en mij:

“Wat gij voor de minsten hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan.”

Mattheüs 25:40

Ik wens je een inspirerende nieuwe week toe!

Foto door George Pak op Pexels.com

Kies eens voor de laatste plaats

Onlangs werd mij gevraagd een bruiloft te streamen. Met laptop zat ik pontificaal op de voorste rij. Dat voelde al onwennig, maar helemaal toen de dominee kwam vragen: “Zit de geluidstechnicus niet meestal helemaal achteraan?” Dat klopte. En eigenlijk had ik maar één excuus om de voorste rij te kiezen: het snoertje dat ik op mijn laptop moest aansluiten, was te kort om door te trekken. Hoogstwaarschijnlijk waren er die dag geen Farizeeërs in de kerk, want behalve het bruidspaar en ik zat er verder niemand vooraan.

In het Lucasevangelie lezen we hoe de Schriftgeleerden en de Farizeeërs er werkelijk alles aan doen om de voorste stoelen te bemachtigen. Jezus ziet dat, en Hij geeft Zijn toehoorders een wijze raad mee.

“Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd op een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen hem zeggen: ‘Sta uw plaats aan hem af’. Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.

Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zou kunnen zeggen: ‘Kom toch dichterbij!’ Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt.”

Lucas 14:8-10

Trots

De trots van de Farizeeën blijkt uit hun ijver om de voornaamste plaatsen aan tafel te bemachtigen. Jezus merkt dat op en waarschuwt ertegen door middel van een omgekeerde moraal:

“Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.”

Lucas 14:11, Mattheüs 23:12

Zo’n moraal klinkt prachtig, maar er valt vandaag wel wat tegenin te brengen. Ga maar na. Wat gebeurt er als je in de coulissen gaat zitten? Niemand die je ziet. Je krijgt geen 10.000 volgers op Instagram door onzichtbaar te zijn. Net zomin als je respect krijgt door als CEO je directeursstoel af te staan aan de schoonmaker. Voor wie hogerop wil komen, geldt het adagium: “Fake it until you make it“. Daarom leren we al vroeg om nette kleding aan te te trekken, je tanden en schoenen te poetsen, mondig en assertief te zijn.

De omgekeerde moraal waarmee Jezus ons telkens weer verrast, voelt in een competitieve omgeving wat ongemakkelijk. Zijn lessen contrasteren in de regel met de wetten van deze wereld. Daardoor lijkt het veeleer in je nadeel om ze te volgen, alsof je jezelf in het vlees snijdt.

Lesje in nederigheid

De Farizeeën en de Schriftgeleerden zijn voortdurend bezig met de vraag wie van hen de belangrijkste is. De vooraanstaande wetgeleerden en Farizeeën die Jezus voor een maaltijd hebben uitgenodigd, houden Hem nauwlettend in de gaten om te kijken of Hij iets verkeerds zal zeggen. Ze zijn erop uit om Hem te laten struikelen, zodat ze zichzelf boven Jezus kunnen plaatsen. Maar in plaats van zich te laten intimideren, leert Hij hen een lesje in nederigheid.

Interessant is de manier waarop Jezus dat doet. Hij had kunnen volstaan met de mensen regels opleggen. Hij had kunnen zeggen: “Ga daar achteraan zitten, want dan ben je de meest nobele!” Maar dan zou het erg druk worden op de achterste rij, want daar zouden de strebers zich verzamelen. Daarmee zou het elitaire denken niet zijn opgelost, het zou zich alleen hebben verplaatst.

Nee, het onderwijs van Jezus gaat nog een stap verder. Hij legt de Farizeeën niet slechts regels op, maar brengt hen bewustwording bij. “Denk je eens in wat een afgang het is als je jezelf op de voorgrond plaatst, en dan door de buitenwereld naar de achtergrond wordt verdreven”, spiegelt Hij hen voor. Zo’n beschamend scenario kun je gelukkig voorkomen, namelijk door een nederige plek te kiezen. Des te groter je vreugde als je door anderen naar voren wordt gehaald.

Uit de schaduw

In een samenleving waar alles draait om de profilering van het “ik”, hebben veel mensen het gevoel dat ze in de schaduw staan en niet worden gehoord of gezien. Als we meedoen aan die jacht op een plekje in de spotlights, leidt dat alleen maar tot meer individualisme en uitsluiting. Maar als we het aandurven om in de voetsporen van Jezus te wandelen, dan kunnen we een belangrijk verschil maken.

Wie zichzelf op de voorgrond plaatst, ontvangt zijn loon al in deze wereld. Maar wie anderen uit de duisternis tevoorschijn haalt, mag uitzien naar een grotere verwachting. De God die alles ziet, en die alle harten doorgrondt, zal je ervoor belonen.

Meer lezen?

Foto door Shihab Nymur op Pexels.com

Geen veroordeling meer

De apostel Paulus zegt het zo mooi in zijn brief aan de Romeinen: “Zo is er nu dan geen veroordeling voor hen, die in Christus zijn”. Geen veroordeling meer. Het is een zinnetje waar je gemakkelijk overheen leest, zodat de woorden niet echt doordringen. Maar wat betekent het eigenlijk als je vrij bent van elke vorm van veroordeling? Als er helemaal geen oordeel meer op je leven rust?

Tijdens een receptie zat ik aan tafel met mijn collega’s. De nieuwe CEO stelde zich voor; ondanks de galmende akoestiek nam ze het woord. Haar lichaamshouding was krachtig en weloverwogen, haar verhaal ademde zowel visie als verbinding. Deze vrouw besefte duidelijk waar ze mee bezig was. Ze begreep dat ze onpopulaire maatregelen zou moeten nemen, en dat mensen haar zowel zouden liefhebben als haten. “Mijn deur staat altijd voor jullie open”, zei ze.

Engeltje en duiveltje

Mensen als deze CEO staan bloot aan dezelfde dynamieken als iedereen. Ze kennen succesmomenten maar ook teleurstellingen. En voordat hun leven een succesverhaal wordt, hebben ze al vele malen hun neus gestoten.

Succesvolle mensen kennen dezelfde innerlijke dialoog als ieder ander. Je herkent het vast wel: dat spreekwoordelijke engeltje op je ene schouder, het duiveltje op de andere – je innerlijke criticus. Het engeltje spreekt positieve woorden en helpt je sterker te worden en te groeien. Het duiveltje daarentegen, zit altijd klaar om je aan je fouten te herinneren. Om je te vertellen dat je niet goed genoeg bent, en dat je je maar beter geen illusies kunt maken, omdat het met jou toch nooit iets zal worden.

Het geheim van succesvolle mensen is dat ze geleerd hebben om naar de constructieve boodschappen te luisteren.

Intussen deed het duiveltje zijn best om me in te prenten dat ik nooit zo zou worden als deze vrouw. Vandaag had het zijn dag niet. Terwijl een straal zonlicht door de ramen viel, werd ik bevangen door een inzicht. Mensen zijn vaak hun eigen ergste vijanden. We luisteren naar dat negatieve stemmetje, we nemen het aan als de waarheid, en als we dat maar vaak genoeg doen, gaan we vanzelf geloven dat we een mislukking zijn.

Instagram-norm

“U geschiede naar uw geloof”, zegt Jezus in de Bijbel. Als we niet oppassen, weerspiegelt ons leven de leugens die we over onszelf zijn gaan geloven. Dan gaan we letterlijk gebukt onder het oordeel van onszelf of anderen, en wordt het negatieve verhaal een selffulfilling prophecy.

Ook vandaag gaan talloze mensen gebukt onder veroordeling. Misschien hebben anderen ons ingeprent dat we niet goed genoeg zijn, misschien maak je het jezelf keer op keer wijs. We trainen en diëten wat af om aan de Instagram-norm te kunnen voldoen. En niet zelden projecteren we onze normen ook op anderen. Dan vellen we een keihard oordeel over onze naaste, of we maken onszelf klein uit angst voor wat anderen van ons zullen vinden.

Kleine en grote steekjes

Toch zijn er maar weinig dingen zeker in het leven, en één daarvan is dat je fouten zult maken. Als onvolmaakte mensen schieten we allemaal tekort, maar juist daardoor gaf Christus zich over in Zijn onmetelijke liefde voor de mensheid. Opdat er geen oordeel meer zou zijn. Opdat elk obstakel tussen ons en God zou worden weggenomen. Opdat wij, onvolmaakte mensen, zouden kunnen worden aangenomen als kinderen van een God die pure en volmaakte Liefde is.

“Zo is er nu dan geen veroordeling voor wie in Christus zijn”, zegt de Bijbel.

Wat doen al die kleine en grote steekjes die wij laten vallen, er eigenlijk toe in het perspectief van de eeuwigheid? Daar in die drukke menigte, besefte ik dat al die kleine dingetjes waar wij soms zo zwaar aan tillen, niet onoverkomelijk zijn. Ook jouw en mijn leven kan een succes zijn, maar we moeten ons er wel in oefenen om naar de juiste stemmetjes te luisteren.

Goed dat jij er bent

Als je dit leest, weet dat God je oneindig lief heeft. Zelfs al zou je duizend keer je sleutels vergeten, een deuk in de dure auto van de buurman rijden of altijd te laat komen. Zelfs al heb je een kromme neus, kromme benen of zeg je steevast de verkeerde dingen. Zelfs al ben je koppig en geef je niet gemakkelijk je fouten toe. Voor wie in Christus is, is er geen veroordeling meer. Het is simpelweg goed dat jij er bent!

Foto door Min An op Pexels.com

Waarom laat God het toe?

In de zomer lijkt de drempel naar de medemens altijd wat lager. Als je met mensen in gesprek raakt, krijg je mooie en minder mooie verhalen te horen. Zo vertelde een vrouw onlangs over een jongetje van zes jaar, bij wie een gezwel was geconstateerd. Kwaadaardig en uitgezaaid. En de vrouw stelde de welbekende vraag: “Waaraan moest een kind, dat zo onschuldig ter wereld kwam, dit verdienen? Wat heeft hij fout gedaan?”

Als gelovige maakt die vraag dat ik me altijd een beetje ongemakkelijk voel. Het is alsof niet alleen God, maar ook jijzelf ter verantwoording wordt geroepen. Want hoe kun je geloven in een God die zoiets toelaat? Hoe kun je geloven in een God die oorlogen mensenlevens laat verwoesten, die toelaat dat kinderen in Jemen de hongerdood sterven?

Knoop in je maag

Soms hoor ik ook de achterliggende vraag: “Als die God van jou zo goed is, waarom grijpt Hij niet in?” Een ongemakkelijke vraag. Waarom bestaan er kwade krachten, zoals ziekte, lijden en dood, die het menselijk welzijn ondermijnen? Waarom in vredesnaam, als God almachtig en liefde is? Waarom moet de wereld dan lijden? Zelf heb ik me dat ook vaak afgevraagd. Laten we eerlijk zijn: geloven is niet altijd een happy clappy business. Soms doe je het met een knoop in je maag. Of met tranen in je ogen.

Foto door Zdenek Rosenthaler op Pexels.com

Eva en de slang

Waarom laat God het allemaal toe? Laten we even teruggaan naar het begin. Naar het Bijbelboek Genesis welteverstaan.

Het christendom kent het verhaal van de zondeval, waarin de slang Eva verleidt om van de verboden vrucht te eten. En waarin de vrouw haar man vervolgens een vrucht aanbiedt. Door toedoen van de slang en de vrouw vervalt de wereld tot zonde. Sindsdien zou de mens belast zijn met de neiging tot zondigen, “erfzonde” genaamd.

Maar er is nog een andere uitleg. Rabbi Manis Friedman, een chassidische rabbijn, legt het zo uit. God zegt tegen Adam en Eva: “Jullie moeten niet eten van de vrucht van de boom in het midden van de tuin, en je moet die niet aanraken, want anders zul je sterven”. Maar waarom doet God dat? Welke Vader zet er nu een boom met mooie vruchten in het paradijs neer, op een pontificale plek, waarvan de kinderen vervolgens niet mogen eten? Als een testcase? En dat op een plaats waar toch nog geen zonde of verkeerde keuzes zouden kunnen bestaan? Merkwaardig.

Volgens Manis Friedman had God een ander plan met de boom, en voelde Eva dat haarfijn aan. Ze zei tegen Adam: “Om ons te beschermen waarschuwt God dat we niet van die boom moeten eten, maar mijn intuïtie zegt me dat God eigenlijk iets anders wil. Hij verlangt ernaar ons kennis te geven van goed en kwaad, maar omdat de consequenties groot zijn, wil Hij dat niet van ons vragen.” En de man en de vrouw sluiten een compromis: ze zullen allebei – eerst Eva, dan Adam – van de vrucht eten.

Foto door Kristina Paukshtite op Pexels.com

Kennis van goed en kwaad

Waar de algemene christelijke uitleg het nastreven van kennis van goed en kwaad tot zonde herleidt, is het chassidische jodendom daar positiever over. Het verlangen van Adam en Eva om aan God gelijk te zijn (waar de slang aan appelleerde) heeft betrekking op hun ontwikkelingsniveau. Adam en Eva begrijpen dat het essentieel is om te leren kiezen tussen goed en kwaad.

Het Paradijsverhaal kan op verschillende manieren worden uitgelegd. Welke de juiste is, daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Maar de uitleg van Manis Friedman zegt wel iets over het belang van de vrije wil voor Gods essentie.

‘Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.’

1 Johannes 4:7–8

God is liefde, zegt de apostel Johannes. Maar hoe is het om Liefde te zijn, als er geen relatie van wederkerigheid is? Liefde op zichzelf genomen, is niets. De liefde heeft altijd iets of iemand nodig om lief te hebben; en om zelf te worden liefgehad. Anders blijft ze eenzaam en opgesloten in zichzelf.

Liefde veronderstelt vrije wil

Dat klinkt misschien filosofisch, maar voor mensen werkt het niet anders. Denk je maar eens iemand in die je dierbaar is: een geliefde, een familielid, een vriend. Wat als die persoon zou zijn gehardwired om van je te houden? In Japan worden robots ontwikkeld met liefde als programma. Slimme algoritmes maken dat robothuisdieren en -partners in staat zijn liefde te ontvangen en te beantwoorden. Maar hoe oprecht is dat? Deze robots zijn ontworpen om ons de illusie en ervaring van liefde te bieden, maar die komt voort uit data en algoritmes. Niet uit een menselijk hart.

Foto door Tara Winstead op Pexels.com

De liefde die God in gedachten had toen Hij de mens vormgaf, is een liefde die onlosmakelijk verbonden is met de vrije wil. Je kunt pas werkelijk oprecht liefhebben als je ook anders kunt kiezen. Dan is elk commitment er een van vrije keuze. Maar in het paradijs kon de mens niet kiezen, mensen waren gehardwired om het perfecte plaatje te leven. In zo’n wereld blijft de vrije wil een lege huls. Het eten van de vrucht in het Paradijsverhaal bracht de mens naar een lager, aards niveau, waar goed en kwaad, leven en dood, ziekte en gezondheid voor een vastgestelde tijd naast elkaar bestaan. Dat is de realiteit waarmee we vandaag te dealen hebben.

Eerlijke wereld argument

Mensen die vragen: “Waarom laat God het toe?”, doen dat met de beste bedoelingen, maar ze gaan uit van het eerlijke-wereld-argument. Van een wereld die goede mensen het goede geeft, en kwade mensen het kwade. Maar Jezus aan het kruis, en de vele miljoenen mensen die door de eeuwen heen stierven om hun mening, visie of idealen, bewijzen dat het grootste kwaad vaak de meest nobele mensen treft.

Nee, de wereld is niet eerlijk.

Betekent dat dat God niet aanwezig is? Dat Hij zich van ons heeft afgewend, of misschien zelfs helemaal niet bestaat? Een profetie van Jesaja vertelt een ander verhaal.

“Al vragen ze niet naar Mij, toch laat Ik me raadplegen, en al zoeken ze Me niet, toch laat Ik me vinden. Al roept dit volk Mijn naam niet aan, toch antwoord Ik: ‘Hier ben Ik, hier ben Ik. Heel de dag sta Ik met uitgestoken handen tegenover een opstandig volk dat op de verkeerde weg is en zijn eigen ingevingen volgt.”

Jesaja 65:1-2

Spreekt er uit die tekst geen enorm verlangen om de kloof tussen God en mens te herstellen? Heel de dag sta ik met uitgestoken handen. God is betrokken! Maar tegelijk grijpt Hij niet in in de vrije wil van de mens.

Vandaar dat Hij op ons wacht, met ingehouden adem. Zwijgend in zijn liefde, hopend dat de mensen aan wie Hij deze planeet heeft toevertrouwd, zijn uitgestoken arm zullen aannemen. En intussen verheugt God zich over elke mens die in woord, daad en gebed het goede kiest.

God heeft zo oneindig veel geduld met ons.

Toch staat geduld niet gelijk aan passiviteit. Want als we werkelijk ons hart openen, kunnen we de uitgestoken arm herkennen. Die handreiking kan komen in de vorm van inspiratie tijdens een wandeling, van een toevallig woord, een plotseling inzicht, een teken. Op sommige momenten komt de hemel even heel dichtbij.

Foto door Pixabay op Pexels.com

“Zie ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.”

Openbaring 3:20

Toen de profeet Jesaja geroepen werd, antwoordde hij met de woorden: “Hineni, hier ben ik!” Vele jaren later herhaalde hij dat nog eens. Het is ook wat Abraham zei toen God hem riep: ”Hineni, hier ben ik!” Het zijn de woorden van een gelovig mens die zich laat vinden; van een liefde die antwoordt, van een hand die de uitgestoken arm aanneemt.

Werkwoord

Geloven is een werkwoord. Maar soms leggen we iets teveel de nadruk op dat werk. Het is verleidelijk om altijd maar bezig te zijn voor de kerk, en intussen de essentie van geloven uit het oog te verliezen. In een wereld waarin het kwade het vaak voor het zeggen heeft, leven we soms met onze voet op het gaspedaal in een poging de wereld te redden. En het werk is nooit af, er is altijd meer werk te doen. Al je inspanningen lijken druppels op een gloeiende plaat. Wat kan het dan makkelijk zijn om ontmoedigd te raken. Om je af te vragen: waar doe ik het allemaal voor?

Als je op zo’n punt staat, dan is het tijd om weer terug te keren naar de essentie. God vraagt in Jesaja niets anders van de mensen dan dat ze zijn liefde beantwoorden. Dat ze alle ramen en deuren van hun hart wijd openzetten en zich laten vinden door de machtige hand die hen vormgaf, draagt en omvat.

Als wij rouwen om de wereld; als we kwaad zijn om het onrecht dat onschuldigen wordt aangedaan, dan mogen we weten dat we niet alleen staan. Onze hemelse Vader rouwt met ons mee. Juist daarom strekt Hij elke dag Zijn armen naar ons uit.

Gods handen en voeten op aarde, dat zijn wij.

Foto door lilartsy op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op de preek van 19 juni 2022 in protestantse kerk Kapel De Olijftak in Brasschaat.

De schoonheidsgeheimen van Audrey Hepburn

Tijdens haar leven kreeg de beroemde actrice Audrey Hepburn (1939-1993) herhaaldelijk de vraag naar haar schoonheidsgeheim. Ze schreef er een tekst over, die op haar begrafenis werd voorgelezen. Dit is de wijsheid die Audrey Hepburn de wereld naliet.

Om aantrekkelijke lippen te krijgen: spreek zoete woorden.

Voor een mooie blik: zoek naar de goede kant van mensen.

Voor een slank figuur: deel je eten met de hongerigen.

Voor mooi haar: laat een kind er eenmaal per dag met de vingers doorheen gaan.

Zo krijg je een mooie houding: loop rechtop, wetend dat je nooit alleen bent, want degenen die van je houden begeleiden je.

Mensen – meer dan objecten – hebben behoefte aan herstel, koestering, bemoediging, waardering en redding; geef nooit iemand op.

Onthoud dat als je een hand nodig hebt, je er twee zult vinden, aan het uiteinde van elke arm één. Bij het ouder worden zul je ontdekken waarom je twee handen hebt gekregen: één om jezelf te helpen, de tweede om anderen te helpen.

De schoonheid van een vrouw schuilt niet in de kleren die ze draagt, in haar gezicht of in haar haarstijl. De schoonheid van een vrouw wordt zichtbaar in haar ogen, want dat is de deur die opengaat naar haar hart, de bron van haar liefde. De schoonheid van een vrouw schuilt niet in haar make-up, maar de ware schoonheid in een vrouw wordt weerspiegeld in haar ziel. Het is de tederheid waarmee ze liefde geeft, de uitdrukking van haar diepste passie.

De schoonheid van een vrouw groeit door de jaren heen.

Drie Bijbelse beelden van groei

Stilstand is achteruitgang, luidt het credo. Geen wonder dat trainingen die gericht zijn op persoonlijke groei, goede zaken doen. Ook in de Bijbel is groei een belangrijk thema. Het Boek van het christendom is immers diepgaand verweven met de levens van generaties door de eeuwen heen. Groei wordt in de Bijbel meer dan eens uitgedrukt in metaforen uit de natuur. Laten we eens stilstaan bij drie verbeeldingen van groei en hun diepere betekenis.

Foto door Maria Orlova op Pexels.com

Wijnrank

“IK BEN de wijnstruik en jullie zijn de takken. Als jullie in Mij blijven en Ik in jullie blijf, zal er veel vrucht aan jullie groeien. Want zonder Mij kunnen jullie niets doen.”

1 Johannes 5, 15

Veel mensen zijn gericht op zelfverbetering. Ze volgen allerlei cursussen en trainingen, ze verslinden massa’s boeken, poetsen hun sociale mediaprofielen op. Maar niet altijd met het gewenste resultaat. Perfectie blijft vaak een verre droom, want hoeveel moeite we ook doen, we vervallen keer op keer in dezelfde fout. Hoe kan het toch zo misgaan?

In het Johannesevangelie toont Jezus dat losse wijnranken niets zijn zonder een wortel die hen voedt. Wil je werkelijk dat je leven zoete vruchten voortbrengt, dan is het cruciaal om niet langer een losse tak te blijven. Groeien gaat beter als je aangesloten bent op een geestelijke Bron. Neem elke dag de tijd om je te voeden met Gods water en zuurstof, strek je takken uit naar de hemel. Als je begint te investeren in de dingen van eeuwigheidswaarde, zal vrucht dragen niet langer een doel, maar het gevolg zijn.

Foto door Daniel Watson op Pexels.com

Boom aan waterstromen

“Maar als iemand op Mij vertrouwt, zal Ik goed voor hem zijn. Met hem zal het goed gaan. Hij lijkt op een boom die langs het water is geplant. Zijn wortels groeien tot aan de beek. Hij merkt de hitte niet eens. Zijn bladeren blijven altijd fris en groen. Als er een jaar geen regen valt, maakt hij zich geen zorgen. Er groeien altijd vruchten aan hem.”

Jeremia 17, 7-8

Wie op God vertrouwt, is als een boom geplant aan waterstromen. God is in deze metafoor de levensstroom die onze wortels voedt en die ons tot frisheid en bloei brengt. Als we onze wortels uitstrekken naar de Bron en van het levende water drinken, dan raken we ervan doordrenkt en zullen onze takken vrucht voortbrengen. Dat lijkt op de metafoor van de wijnrank, met een klein verschil: deze tekst geeft ons nog vier mooie beloften mee.

  • Veiligheid. Als er hitte komt, merkt de boom het niet (Psalm 46, 2)
  • Vernieuwing. Zijn bladeren blijven altijd fris en groen (2 Korinthe 4, 16)
  • Voorzienigheid. Als er een jaar geen regen valt, maakt hij zich geen zorgen (1 Filippenzen 4, 19)
  • Vrucht. Wie aan de waterstroom blijft, draagt altijd vrucht ( Johannes 5, 18)
Foto door Pixabay op Pexels.com

Vijgeboom en olijf

“Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn, en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien, en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd, en alle koeien verdwenen zullen zijn, zelfs dan zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.”

Habakuk 3, 17-18

In een wereld van zelfactualisatie schudt deze tekst ons wakker uit de droom. Groei is nobel en nastrevenswaardig, maar niet het hoogste doel van ons bestaan.

“De hele schepping wordt ondersteund door G’ds wil en wijsheid.”

Rabbi Tzvi Freeman (Chabad)

Zelfs al zou de wijnstok haar vrucht niet geven en zelfs al zou de boom haar groene bladeren verliezen, dan nog mogen we erop vertrouwen dat God ons leven draagt. Te beseffen dat de Eeuwige ook jou omvat en omarmt, geeft blijdschap. En elke dag opnieuw te mogen leven vanuit Zijn liefde en genade, geeft een innerlijke vrede die zelfs het meest perfecte Instagram-plaatje overtreft.

Foto door Branimir Klaric op Pexels.com

Geven en ontvangen

Jezus liet de wereld het kruis na; boegbeeld van dienende liefde en opofferend leiderschap. Maar dat kruis heeft iets ongemakkelijks. Want betekent het dat de liefde geen grenzen kent? Tijd om een misvatting te tackelen.

“Jullie weten dat heersers hun volgelingen onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de ander moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn, zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Jezus in Mattheüs 20:25-28

Met die boodschap zet Jezus de gangbare orde op haar kop. Het leiderschap dat hij voorstaat, is geen leiderschap van macht en prestige, maar van liefde en verantwoordelijkheid. De top bestijgen begint niet bij heersen en orders uitdelen, maar bij de ander de voeten wassen. Want alleen zulke leiders zijn in staat het beste in mensen boven te halen; hun inspanningen zijn er niet op gericht zichzelf te verrijken, maar brengen anderen tot bloei.

Te goed voor deze wereld

Betekent dat dat je altijd maar alles moet geven? Ik herinner me hoe ik als kind geïntrigeerd was door een Jezusbeeldje. Hoewel ik niet veel wist van het christelijk geloof, leek Jezus mij Iemand die was gestorven aan een nobele kwaal: hij was te goed geweest voor deze wereld. Ik stelde hem mij voor als iemand zoals Toa Pe Kong, vervat in het houten beeld in mijn ouderlijk huis dat liefdevol Toa werd genoemd. Wat er ook gebeurde, Toa glimlachte altijd.

Foto door MART PRODUCTION op Pexels.com

Heiligen leken mij te goed voor deze wereld. In plaats van te vechten, te strijden of zichzelf te verdedigen, aanvaarden ze vreedzaam hun lot. Jezus verzette zich inderdaad niet toen Hij naar het kruis werd geleid. En hij leerde de mensen een moraal van: als iemand je slaat, keer hem dan de andere wang toe. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche noemde dat een “slavenmoraal”, en hij had daarom grote moeite met het christendom. Maar was Jezus altijd wel zo teer en zoet?

De Bijbel bevat ook andere verhalen. Jezus gooide de handelaren de tempel uit, Hij trok hard van leer tegen de Schriftgeleerden en de Farizeeën en schudde soms de menigte van zich af om een tijdje alleen op de berg te kunnen doorbrengen. Jezus was goed, maar daarom nog geen goedzak. Hij trok duidelijke grenzen.

Is grenzen stellen dan niet egoïstisch?

Grenzen stellen aan mensen die je nodig hebben, nee zeggen tegen mensen die een beroep op je doen: is dat niet egoïstisch? Integendeel. Door grenzen te stellen creëerde Jezus de kaders waarbinnen Hij anderen kon liefhebben, waarin ruimte was om te geven, om uit te delen en voor anderen te zorgen.

Want wie altijd maar geeft, geeft zichzelf leeg. Met een uitgeput batterijtje – zelfs al is dat Duracel – kom je op den duur tot stilstand. Dan heeft niemand meer iets aan je.

Geven begint bij het besef dat je ten diepste door God geliefd bent.

Wie werkelijk wil kunnen geven en dienen, moet in de eerste plaats voor zichzelf zorgen. Geven begint bij het besef dat je ten diepste door God geliefd bent. En bij het ontvangen van Zijn liefde, Zijn inspiratie en kracht. Van daaruit ontstaat ruimte om de ander lief te hebben. Om je medemens te dienen, in het volste vertrouwen dat niet alles van ons afhangt.  

Cadans

Al onze gaven, al onze inspanningen en zorgen, mogen we aan het begin én aan het einde van elke dag overdragen aan de Eeuwige. En we mogen delegeren. Want ook dat is leven in liefde en verantwoordelijkheid: eenparig bouwen aan Gods droom voor deze wereld. Die droom kan niet zonder unieke mensen die elkaar aanvullen, die hun gaven bundelen en telkens het beste in elkaar weten boven te halen.

Ontvangen en geven, in die volgorde. Ik wens je toe dat dat de cadans mag zijn van je leven.

Foto door Suraphat Nuea-on op Pexels.com

Deze overdenking werd geschreven voor de vergadering van de Commissie Stadspredikant op 25 april 2022.

Vreemdeling

De gemiddelde Vlaming vindt dat het verkrijgen van de Belgische nationaliteit moeilijker moet worden, blijkt uit een recente bevraging. Een meerderheid van de Vlaamse kiezers (55 procent) meent dat je in België geboren moet zijn om je officieel Belg te mogen noemen. Nieuwkomers kunnen er per definitie niet bij horen, wat hun inspanningen ook mogen zijn. Verder vindt 76 procent dat niet-westerse migranten zoveel mogelijk “onze” cultuur en gewoonten moeten overnemen, blijkt uit de enquête De Stemming, uitgevoerd onder zo’n 2.000 Vlamingen door de Universiteit Antwerpen en de VUB in opdracht van De Standaard en VRT NWS.

Voor altijd anders

Je zou maar een vreemdeling zijn. Enerzijds wordt er van je verwacht dat je enorme inspanningen levert om je aan te passen, anderzijds krijg je de boodschap dat je er nooit helemaal bij zult horen. De vreemdeling blijft voor altijd anders, hij is niet “van bij ons”, zoals Vlamingen dat kunnen zeggen. Hij kent de verhalen “van onder de kerktoren” niet, hij is geen stamgast bij het lokale café, uit zijn mond komt geen dialect.

De vreemdeling is als een geënt gewas; hij deelt een stuk geschiedenis met een exotisch land, maar voor een ander deel is hij geënt op het grijze asfalt van Vlaanderen. Vreemdelingen dragen een onvermijdelijke gespletenheid in zich. Ik spreek uit ervaring, want in 1955 kwamen mijn vader en zijn familie vanuit Indonesië naar Nederland. Zestig jaar later ervoer ik opnieuw wat het is om een vreemdeling te zijn in België. We sloten aan bij de lange rij voor het vreemdelingenloket en maakten kennis met een wereld van broodautomaten, garnalenkroketten, attesten en moordstrookjes.

Dingen die voor een Vlaming vanzelfsprekend zijn, zijn voor de vreemdeling vreemd. Niet omdat hij achterlijk is, maar omdat het in zijn geboorteland anders gaat. En wat veel mensen vergeten, is dat een land verandert terwijl je er niet bent. Het Nederlands-Indië dat mijn familie verliet, is niet meer. En in Nederland heeft Koninginnedag inmiddels plaatsgemaakt voor Koningsdag en hebben de treinstations metalen poortjes gekregen. Mijn veranderde tongval maakt intussen dat ik ook daar een vreemde ben.

In het slechtste geval valt de vreemdeling tussen de wal en het schip, in het beste geval is hij van alle markten thuis. Een kosmopoliet.

Nieuw Jeruzalem

De weg van de vreemdeling is uniek. Het is een uitweg uit het vertrouwde, de ontdekking van een wereld die je nooit volledig zal omarmen. Vreemdelingen bestaan al zo lang als de Bijbel. In Exodus klinkt het gebod aan het volk Israël om goed te zijn voor vreemdelingen en zich in hun positie te verplaatsen:

Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in het land van Egypte.

Exodus 22, 21

In Jesaja 60 zegt de profeet over het nieuwe Jeruzalem: “Vreemdelingen zullen je muren bouwen”. Ook in Europa is het dikwijls de vreemdeling die de cementmolen laat draaien, die de perken onderhoudt, die nachtwinkels, bakkerijen, naaiateliers, kapsalons en restaurants runt.

Vergeet niet om de vreemdeling je glimlach te geven. Want wie door velen als bedreiging wordt gezien, kan op een dag zomaar een belofte blijken.

Foto door Pavel Danilyuk op Pexels.com

Deze overdenking werd geschreven voor het christelijke maandblad Reveil.

Van lafhartigheid naar heldenmoed

In een cultuur waar positiviteit centraal staat, is lafheid een beetje taboe. “Geloof in jezelf en alles is mogelijk”, scanderen de predikers van de law of attraction op YouTube. Wie heeft nog de moed om toe te geven dat hij (of zij) af en toe een beetje laf is? Toch hoort lafhartigheid bij het menszijn. Zelfs Jezus kende, toen hij wist welk lot Hem te wachten stond, een moment van vrees. Maar juist door Zijn angsten onder ogen te zien, kon Hij een moedige beslissing nemen.

Lafhartigheid – of lafheid – kan verlammend werken. Volgens het woordenboek duidt het woord “lafheid” op de neiging om keuzes te maken die van weinig moed getuigen. Heb jij daar ook weleens last van? Dan ervaar je in je dagelijks leven misschien deze gevolgen:

  • Je wordt geplaagd door gedachten als: “Had ik maar…”
  • Je durft niet duidelijk voor je mening uit te komen
  • Je probeert iedereen te vriend te houden
  • Je twijfelt om je mond open te doen uit angst iets verkeerds te zeggen
  • Je vertoont uitstelgedrag of vindt het moeilijk tot actie over te gaan
  • Je past je aan aan je omgeving
  • Je doet soms dingen waar je niet achter staat
  • Je vraagt je vaak af: “wat zullen de mensen ervan denken?”

Doe maar normaal

Wat is de oorzaak van lafheid? Allereerst kan het te maken hebben met ons karakter. Ben je van nature een bedachtzaam mens, dan is dat een krachtige eigenschap. Maar soms kun je doorschieten in je schaduwzone: lafhartigheid. Dat is wanneer je niet meer in je kracht staat, maar stress en vrees de overhand krijgen.

Lafhartigheid kan evenzeer worden aangemoedigd door onze omgeving. Door perfectionistische ouders of leerkrachten, als je veel kritiek hebt gekregen, als er voortdurend druk op je wordt uitgeoefend of als je je staande moet zien te houden in een zeer veeleisende, onpersoonlijke en competitieve werkomgeving. In zulke situaties denk je wel drie keer na voordat je je mond opendoet.

Jammer, want lafhartigheid heeft grote gevolgen. Het belangrijkste is dat je meestal niet het leven leidt dat je zou willen leiden; dat je niet de keuzes maakt die je zou willen maken. Het is net alsof iets onzichtbaars je tegenhoudt. Dat zwarte engeltje op je linkerschouder, dat je influistert: “Doe maar normaal. Wat zouden de mensen ervan denken?” Of: “Dat idee is niet realistisch. Als je daarmee komt, verklaart iedereen je voor gek”.

Kracht, liefde en bezonnenheid

Lafhartigheid belet je te dromen, ze belemmert je een visionair te zijn. Het gevolg van het luisteren naar dat ontmoedigende stemmetje is dat alles bij het oude blijft. Ook de apostel Paulus had er vermoedelijk mee te maken. In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft hij het volgende:

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.

2 Timotheüs 1:7-8

Hij spreekt over een geest van lafhartigheid (pneuma deilias). Het Griekse woord pneuma betekent wind, adem of geest. Het komt 383 keer voor in de Bijbel. Meestal verwijst het naar de heilige Geest van God, maar soms ook naar onreine geesten. Met andere woorden: geesten die tegengesteld zijn aan de heilige Geest, zoals lafhartigheid tegengesteld is aan moed.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Bijbelse bezonnenheid

Betekent dat dat het verkeerd is om vrees te voelen? Of om een voorzichtig type te zijn dat niet roekeloos het roer omgooit? Integendeel!

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

Tegenover de lafhartigheid staan de eigenschappen kracht, liefde en en bezonnenheid. Het Griekse woord sōphronismou dat voor “bezonnenheid” is gebruikt, staat voor zelfbeheersing, discipline en voorzichtigheid. Dat duidt dus op een houding van doordacht en weloverwogen handelen. Om een klein misverstand uit de weg te ruimen:

  • Roekeloosheid is niet te verwarren met moed.
  • Bezonnenheid staat niet gelijk aan lafhartigheid.

Het wezenlijke verschil tussen bezonnenheid en lafhartigheid is dat lafheid wordt ingegeven door angst. Maar de bezonnenheid waar Paulus over spreekt, gaat samen met kracht en liefde. In het aloude spreekwoord “bezint eer ge begint” schuilt dus een diepe wijsheid. Sta je voor een beslissende stap in je leven? Stel jezelf eens de volgende drie vragen:

  • Is dit een wijze beslissing die bijdraagt aan het algeheel welzijn?
  • Sta ik sterk; ben ik gegrondvest in Gods Woord en in Zijn liefde?
  • Handel ik uit liefde voor God, voor mijn naasten en voor mezelf?

Witte Donderdag

Vandaag, op Witte Donderdag, gedenken we een klassiek verhaal van heldenmoed. Tijdens het Laatste Avondmaal deelde Jezus het brood en de wijn met Zijn discipelen, wetende wat voor lot Hem te wachten stond. En zelfs al wist Hij dat degene die Hem uiteindelijk zou overleveren, met Hem aan tafel zat.

Jezus had kunnen vluchten of vechten, maar Hij verkoos niet toe te geven aan de lafhartigheid. Jezus nam het moedige besluit Zijn kruis te dragen, uit liefde voor ons. Die bevrijdende Liefde mag ook vandaag voor jou en mij een bron van inspiratie zijn.

Een inspirerende Witte Donderdag!

Foto door Lukas op Pexels.com