Versnippering

De kans dat je dit nieuwe jaar met goede voornemens begonnen bent, is groot. De kans dat je ze tot nu toe hebt volgehouden, is klein.

Misschien wil je al zo lang een boek uitlezen, maar kom je niet verder dan een paar losse bladzijden. Of misschien ligt jouw huis, net als het mijne, wel vol half-gelezen boeken. Evenzo oefenen veel mensen voor een marathon, maar slechts weinigen halen de eindstreep.

Lange adem

We leven in tijden van chronische versnippering. Dit is de eeuw van vluchtige informatie, kicks en snelle acties. Swipen is in, het werk van lange adem is uit. Maar dreigen we onszelf niet in die stroom te verliezen?

‘Het is beter om kleine taken goed af te ronden, dan om veel matig werk te doen’, waarschuwde de filosoof Plato. Die boodschap klinkt vandaag actueler dan ooit. Want laten we eerlijk zijn: wat maakt een boek spannender dan de afloop? En wat is er bevredigender aan een marathon dan de eindsprint?

Misschien moeten we de lange adem weer eens tot trend verheffen. Of toch minstens tot goed voornemen.

Deze column wordt gepubliceerd in maandblad Reveil.

Begin bij je eigen baard

Het doek erover, de schaar erin: waarom zorgt vrouwelijk hoofdhaar voor zoveel controverse?

Je zou het niet zeggen als je Vladimir Poetin of Joe Biden ziet, maar vrouwenhaar regeert de wereld. Wie had kunnen bedenken dat de internationale sportwereld anno 2022 in de ban zou zijn van dameslokken? Toch is vrouwelijk haar oorzaak van de controverse rond de deelname van Iran aan het WK, van de tragische dood van jonge vrouwen in Iran en van vallende haarlokken in Europese televisiestudio’s en politieke arena’s.

Uit ervaring weet ik het zelf maar al te goed: niets zo prettig als een volle bos glanzende manen die vrolijk meedansen op de maat van je tred. Toen ik een paar jaar geleden tijdelijk bijna al mijn hoofdhaar verloor, besefte ik dat meer dan ooit. Omdat ons hoofdhaar zo vanzelfsprekend lijkt, is de betekenis ervan in het Westen wat ondergesneeuwd geraakt. Toch is er binnen culturele en religieuze tradities massa’s inkt aan gespendeerd. In het Lucasevangelie lezen bijvoorbeeld we hoe een vrouw Jezus’ voeten droogt met haar lange haren, als teken van toewijding. Ook de apostel Paulus is duidelijk een liefhebber van lange vrouwenharen. Hij noemt een vrouw die blootshoofds bidt ‘een schande’ en vergelijkt haar met iemand die kaalgeschoren is.

Je hoofd scheren: in het oude Israël was dat een teken van rouw. Niet alleen voor vrouwen trouwens, maar ook voor de heren. Ongetemde lokken waren de kracht van Simson en de Nazireeërs. Ze tekenen eveneens de toewijding aan het spirituele levenspad van de Sikhs, rastafari’s en oorspronkelijke bewoners van Amerika. Haar geldt in tradities wereldwijd als een bron van kracht, vitaliteit en intuïtie.

Maar haar ligt ook onder vuur, zeker als het om vrouwenhaar gaat. Heksenvervolgingen, openlijke knip- en scheerbeurten van ‘moffenmeiden’, lijsten met ‘toegestane kapsels’ in Noord-Korea, Amerikaanse kostscholen die zwarte meisjes verplichten hun lokken te straighten: stuk voor stuk zijn het pogingen om non-conformistische vrouwen onder controle te krijgen. Want vrouwen die hun manen laten wapperen als een symbool van een vrije en ongetemde geest, zijn een tikje gevaarlijk. Dus moet de doek erover, de schaar erin, of anders grijpen haarfobische regimes wel naar elastiekjes, spelden of bijtende chemicaliën.

De 22-jarige Mahsa Amini en de 16-jarige Asra Panahi werden vermoord omdat ze zich niet hielden aan de regels rond de verplichte hoofdbedekking in Iran. Dat een zichtbare lok haar je je leven kan kosten, is een diepe en tragische schending van de fundamentele vrijheid van ieder mens. Het is dan ook begrijpelijk dat vrouwen wereldwijd hun solidariteit willen tonen. Franse actrices en Brusselse regeringsleden, maar ook de Nederlandse justitieminister Yeşilgöz: stuk voor stuk haalden ze de schaar tevoorschijn en kortwiekten ze hun lokken.

Hoe goedbedoeld ook, de publiekelijke knipbeurten roepen vraagtekens op. Want als de strijd gekant is tegen vrouwenhaar, hoe redelijk is het dan om naar de schaar te grijpen? Moeten we onze manen dan niet juist laten wapperen als een flakkerend zwaard van vrijheid? De regen van vallende lokken lijkt toch vooral een toegift aan een onderdrukkend regime. De baarden van de ayatollahs woekeren intussen voort als woeste struiken en niemand die zich daar vragen bij stelt.

‘Wees de verandering die je in deze wereld wilt zien’, gaf Mahatma Gandhi de wereld mee. Voor haarfobische haatbaarden die werkelijk een verschil willen maken, zit er dus maar één ding op: knippen en scheren.

Deze column verscheen in het Nederlands Dagblad van woensdag 16 november 2022.

Foto door Nelly Aran op Pexels.com

Pandemie van vertrouwen

COLUMN

In het politiebureau van Antwerpen-Noord waan je je tegenwoordig op luchthaven Zaventem. Even binnenstappen is er niet meer bij. Je tas moet op de lopende band, laptop en smartphone in een bakje. Vervolgens wacht een metaaldetectiepoort.

In het bedrijfsleven is het al niet anders. Wie een keuzemenu aan de lijn krijgt, krijgt te horen: ‘Dit gesprek wordt opgenomen voor kwaliteitsdoeleinden.’ ‘Voor kwaliteitsdoeleinden’ betekent: het gesprek wordt opgenomen om te kunnen controleren of de helpdeskmedewerker zijn werk wel goed doet.

Complottheorieën

De afgelopen jaren raakte de wereld in de ban van de aanslagen en de coronacrisis, wat het vertrouwen in de medemens geen goed heeft gedaan. Menigeen ging ‘zelf op onderzoek uit’ en belandde in een alternatief universum van nepnieuws en complottheorieën. Verhalen die gezelschap kregen van wokisme en cancel culture. Nobele pogingen tot debat, maar de nuance raakte zoek. Dat er ook witte mannen op straat leven, werd gemakkelijk vergeten.

We moeten ook weer niet naïef zijn: niet alle mensen deugen. De werkelijkheid is grillig en onvoorspelbaar en het dagelijks leven soms saai. Logisch dat mensen zoeken naar overkoepelende verhalen die het leven samenhang en kleur geven. Maar niet elk narratief is onschuldig. ‘Wees niet tolerant voor wat we niet moeten tolereren’, waarschuwde minister Dilan Yeşilgöz (Justitie en Veiligheid) in de HJ Schoo-lezing. Ze verwees naar de cultuur van het wantrouwen en de sluipenderwijs afbrokkelende democratie.

Aanstekelijk wantrouwen

Lastig, want al die stemmen die bijdragen aan de afbrokkelende democratie, zijn eveneens
uitingen van die democratie. Lange tijd dachten we dan ook dat we elk geluid een forum moesten geven. Maar een vuur waar eenmaal olie op is gegooid, dooft niet zo makkelijk meer uit.

Wantrouwen is aanstekelijk. Wie zelf geen vertrouwen krijgt, gaat op den duur ook anderen wantrouwen. Sla 1984 van George Orwell er maar op na om te zien waar een georganiseerd wantrouwen toe leidt: tot een zielloze samenleving waarin iedereen gewoon zijn werk doet. Inspiratie heeft plaatsgemaakt voor plicht, creativiteit voor formaliteit, visie voor protocollen en regels. Gebrek aan vertrouwen is een van de grootste oorzaken van burn-outs en van vertrekkend personeel. Daarbij komt nog dat controlesystemen uitnodigen tot achterpoortjes en misbruik, wat dan tot meer controle leidt. Zo is het cirkeltje rond.

De meeste mensen deugen

De kwaal waar onze samenleving aan lijdt, is niet de onbetrouwbare ander, maar een epidemie van wantrouwen. Het medicijn schuilt dan ook niet in nog meer controlemechanismen, maar in vertrouwen. ‘De meeste mensen deugen’, schreef Rutger Bregman. Vrijwel ieder mens verlangt ernaar te floreren.

Een slimme overheid of werkgever doet daar zijn voordeel mee. Geef burgers vertrouwen totdat het tegendeel bewezen is. Ga uit van de kracht van mensen, moedig goede intenties aan, investeer in talent en daag werknemers uit om optimaal te participeren in het geheel. Een investering die zich onvermijdelijk terugverdient. Want zoals wantrouwen aanstekelijk is, zo kan ook vertrouwen tot een pandemie leiden.

Deze column verscheen in het Nederlands Dagblad van woensdag 21 september 2022.

Iedereen onder de regenboogvlag

COLUMN

Antwerpen stond het afgelopen weekend in het teken van de Pride. Aan overheidsgebouwen, boven straten, op zebrapaden: overal prijkten de bonte kleuren van de regenboog. ‘Ga met ons op zoek naar Queertopia!’, luidde de slogan van de vijftiende editie. Centrale vraag was hoe de ideale lhbti+-wereld er binnen vijftien jaar uit zal zien. Een week eerder vierde Amsterdam de Pride.

Dat holebi’s in Noordwest-Europa in alle vrijheid zichzelf mogen zijn, is goed nieuws in een wereld waarin miljoenen anderen riskeren om te worden vervolgd of gedood wegens hun seksuele geaardheid. Maar hoe billijk is de regenboogvlag als staatsideologie? In het Bijbelboek Genesis 9 belooft God aan Noach dat Hij de regenboog zal instellen als teken van het eeuwigdurende verbond tussen God en alle levende wezens op aarde. Een teken van inclusiviteit dus.

Discriminatie

Als je de regenboog aan de gevel van overheidsgebouwen ziet hangen, zou je dus verwachten dat iedereen mag meedoen. Hoera, een bonte samenleving waarin iedereen zichzelf mag zijn. De lhbti+-gemeenschap maakt zich terecht sterk voor dat recht. Maar wie zwaait de vlag voor de talloze mensen die om andere redenen buiten de boot vallen?

Vorig jaar kregen 1,6 miljoen inwoners van Nederland te maken met discriminatie, meldt de Veiligheidsmonitor. Van de Marokkaanse mensen voelt maar liefst 35 procent zich geregeld gediscrimineerd; bij mensen van Nederlands-Caribische afkomst is dat 33 procent. De meest genoemde gronden voor discriminatie zijn nationaliteit en ras of huidskleur, gevolg door geslacht, leeftijd, godsdienst of seksuele oriëntatie. Van de mensen met een Nederlandse achtergrond zegt 8 procent weleens te worden gediscrimineerd.

Wat opvalt aan foto’s van de Gay Parade, is dat witte mensen de boventoon voeren. Maar waar zijn al die anderen wiens rechten nog altijd dagelijks worden geschonden? Voor die mensen is er geen Pride; de kleuren van de regenboogvlag vertegenwoordigen genders, maar niet hun verhalen. Ook vandaag vinden in België en in Nederland veel woningzoekenden geen huurwoning omdat ze een exotische achternaam hebben. En op 25 juli werden in Brussel 160 alleenstaande mannelijke asielzoekers geweigerd wegens ‘geen plaats’, terwijl gezinnen voorrang kregen. Hoe ideologisch neutraal is een overheid die de ene groep uitlicht, maar de rechten van anderen verwaarloost?

Nacht van de Kerken

De Antwerpse Nacht van de Kerken viel dit jaar samen met de Antwerp Pride. In de protestantse kerk stonden voor alle bezoekers de warme koffie en cake klaar. Toch hing er geen regenboogvlag. Een samenleving kan pas werkelijk met trots haar kleuren vieren als iedereen mee mag doen. Als veelkleurigheid betekent dat er voor iedereen een plekje is waar je in volle vrijheid jezelf mag zijn. Voor holebi’s, maar ook voor Mohammed, voor Margreet in haar rolstoel, voor Jeanne met autisme, voor de 220.000 kinderen die opgroeien in armoede.

Laat in dat geval de vlag maar wapperen.

Foto door Norma Mortenson op Pexels.com

Deze column verscheen op 17 augustus 2022 in het Nederlands Dagblad.

Dansen voor Jezus

Als de temperaturen stijgen, gaat het bloed sneller stromen. Het perfecte moment voor een spannende vraag. Hoe staat het met uw passie voor Jezus? Het afgelopen seizoen ontving ik berichtjes van verontruste mede-theologen, variërend van filmpjes van een genezingsdienst met de Nederlandse evangelist Jan Zijlstra tot doopdiensten in een jacuzzi en megakerk Mozaiek. Stellingname gewenst, begreep ik.

Wil je als ‘weldenkende’ theoloog niet worden geschaard in het kamp van homohaters, fundi’s, complotdenkers en Trump-aanhangers, dan is het zaak je tijdig af te keren van de evangelische beweging. Ik had natuurlijk kunnen beweren dat God niet meer geneest. Dat jongeren die spontaan “hun hart aan Jezus geven”, gebukt gaan onder een vlaag van verstandsverbijstering. En dat megakerken wel bolwerken moeten zijn van machtsmisbruik en manipulatie. Welke twintiger wandelt er immers nog vrijwillig een kerk binnen?

Illusie van vanzelfsprekendheid

Daarmee zouden de gemoederen zijn gerustgesteld. Maar zwoele zomers doen wonderlijke dingen met mensen. Aangemoedigd door een glaasje sangria gingen mijn gedachten terug naar de kerkdiensten waar ik het afgelopen jaar was voorgegaan. De doorsnee bezoeker behoorde tot de jeugd van zo’n 60 jaar geleden. Stoffige kleedjes en schilderijen vertegenwoordigden statige dominees uit een ver verleden. Mannen in zwarte toga die met rechte rug en witte boord de kudde hadden geleid. Antieke orgelpijpen persten psalmen uit, zware houten kansels strekten zich uit boven een afnemend aantal hoofden, vergeelde liedboeken lagen opengeslagen bij Psalm 119. Een enkele vergrijsde dissident kuchte.

Van een controversiële beweging is de kerk goeddeels veranderd in een baken van traditie en nostalgie. Verstedelijkte dorpen, een multiculturele samenleving, digitalisering, klimaatproblematiek, jongeren met smartphones: onder veel kerktorens lijkt de moderne wereld van een andere orde. Enerzijds is dat mindful, anderzijds heeft dat geleid tot wereldvreemdheid. Te lang koesterden kerken de illusie van vanzelfsprekendheid. Menend dat ze, te midden van de woedende stormen van de tijd, voor altijd een onveranderlijk anker zouden kunnen blijven.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Eigentijdse sprankeling

Afgelopen zondag nadat ik een kerkdienst was voorgegaan, sprak een dame me aan. De preek had ze goed en pakkend gevonden, zei ze. Maar ze had toch ook een flinke drempel moeten trotseren, want: “als ik hier binnenkom, is het alsof ik 65 jaar terugga in de tijd”.

Bij navraag bleek de dame afkomstig uit een evangelische gemeente. En ja, ze was fan van Mozaiek, “want daar sprankelt alles. De muziek, de preek, de livestreams… ” Maar ze kwam er niet voor de entourage, haastte ze zich te zeggen. Eigentijdse sprankeling, dat is simpelweg een manier om God eer te geven. Want als de liefde voor God op eigentijdse wijze sprankelt en schittert, dan raakt dat het hart van jonge mensen. In zulke kerken klinkt een liefdestaal die zij begrijpen en waarin zij zich kunnen uiten.

Zingevingscrisis

Psychologen als Dirk De Wachter en Jim van Os waarschuwen dat jongere generaties gebukt gaan onder een zingevingscrisis. Toch slagen veel traditionele kerken er niet in de taal van jonge mensen te spreken. Kerken als Mozaiek doen dat wel. Welke seculiere jongere krijgt vandaag nog de oude berijming van Psalm 119 uit zijn keel geperst? Wie begrijpt de tale Kanaäns?

Verandering is altijd griezelig. Zeker als de kerk in crisis verkeert, grijpen we graag terug op het oude. Op dat wat vertrouwd is. Maar als we niet oppassen wordt niet God, maar de traditie heilig.

Het boek Samen Jong van Sabine van der Heijden, Vincenza La Porta en Jan Wolsheimer is in dat opzicht een wake-upcall. Moderne jongeren gaan niet naar de kerk omdat ze vroeger de Heidelbergse catechismus uit hun hoofd moesten leren. Ze gaan niet omdat ze gedoopt zijn of omdat hun ouders toevallig katholiek of protestant waren. En wie twijfelt kan gerust zijn: moderne jongeren komen zelfs niet voor spektakel, hippe bands of multimedia. Want wie dat zoekt, vindt ruimschoots zijn gading op Tomorrowland.

Spontane en ongeveinsde liefde

Nee, het op onderzoek gebaseerde beeld in Samen Jong is duidelijk: de duizenden jongeren die op zondag naar evangelische megakerken komen, komen bovenal uit passie voor Jezus en Zijn boodschap. Jawel, voor dat ongemakkelijke Verhaal dat al ruim 2.000 jaar onze weldenkende geesten uitdaagt.

Als evangelische gemeentes erin slagen dat Bijbelse verhaal sprankelend en eigentijds te verkondigen, dan wekt dat bij traditionele kerken verwondering en stiekem ook een beetje jaloezie. Maar laten we wel wezen: beter dan elkaar te verketteren, kunnen we van elkaar leren. Jongeren die met duizenden staan te dansen voor Jezus of die zich laten dopen in een jacuzzi, dagen ons uit om terug te keren naar die spontane en ongeveinsde liefde waarmee ons gezamenlijke Verhaal begint.

“Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn”, belooft Psalm 92:15 aan al wie geplant is in “het huis van de Heer”. De kerk bestaat al ruim 2.000 jaar, een tijd waarin het christendom voortdurend anticipeerde op een wereld in verandering. In plaats van vrees mag dat best een beetje vertrouwen wekken. Het wordt hoog tijd dat we het stof van ons afkloppen, en dat we samen de uitdaging aangaan om weer fris en sprankelend te zijn.

Foto door Michelle Leman op Pexels.com

Een verkorte versie van deze tekst is te vinden in het Nederlands Dagblad van 21 juli 2022.

De kracht van het verschil

Vakantieperiodes zijn goed voor ontspanning, maar ze zorgen ook geregeld voor irritaties. Een prille relatie, stroef lopende huwelijken, schoonfamilies, nieuw samengestelde gezinnen, vrienden met botsende karakters: die langverwachte zonvakantie kan relaties lijmen, maar ook op scherp zetten. Mensen verschillen namelijk in veel dingen, maar vooral in hoe ze omgaan met dat wat onbekend en anders is.

“Onbekend maakt onbemind”, zegt een aloud spreekwoord. Maar of we dat zo ervaren, hangt sterk samen met onze persoonlijkheid. De Big Five is een persoonlijkheidsmodel dat vaak wordt gebruikt bij sollicitatieprocedures. Het brengt via vijf hoofddimensies de persoonlijkheid in kaart: extra- of introversie, inschikkelijkheid, (on)zorgvuldigheid,  emotionele stabiliteit, openheid voor ideeën en ervaringen.

Onbekend maakt bemind

Vooral onze openheid voor nieuwe ervaringen bepaalt hoe we omgaan met alles wat afwijkt van het vertrouwde. Voor wie hoog scoort op openheid, is het leven één groot avontuur. “Onbekend maakt bemind”, is het credo van zulke mensen. Zo iemand is nieuwsgierig en droomt ervan nieuwe plaatsen te ontdekken en nieuwe wegen te  proberen. Verloopt alles niet volgens schema? Geen probleem, dan maak je toch gewoon een nieuw schema?

Onbekend maakt onbemind (of zelfs ontstemd)

Wie laag scoort, hecht meer waarde aan het vertrouwde. Zulke mensen houden van vaste routines, dagschema’s, plaatsen, restaurants en activiteiten. Als schema’s op het laatste moment worden omgegooid, gaan ze mopperen, worden ze boos of chagrijnig. Dat gedrag stelt de flexibele partner of vriend voor vraagtekens. Waarom zou je überhaupt de illusie koesteren dat het leven zich moest gedragen zoals jij wil? De flexibele geest zwijgt, ergert zich aan de ergernis van de ander, of wringt zich in allerlei bochten om verdere fricties te voorkomen, en verliest daarmee een stukje van zijn of haar spontaniteit.

Avonturiers en gewoontedieren

Tijdens veel vakanties komt de kloof tussen avonturiers en comfort- en gewoontezoekers op scherp te staan. Terwijl de één ervan droomt onbekende wateren op te zoeken, wil de ander elke avond hetzelfde biertje drinken bij zijn vertrouwde café. Soms lijkt de kloof te groot voor een compromis. Toch bieden vakanties ons juist een unieke kans.

“Dit is Mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad”, luidt het gebod van Jezus in het Johannesevangelie. Vakantie is bij uitstek een kans om weer even terug te keren naar die woorden, die ons ook vandaag uitdagen. Liefhebben vergt weinig kunst en oefening als je elkaar feilloos aanvoelt en twee handen op één buik bent. Maar sommige mensen maken het ons moeilijker. Bijvoorbeeld door onze vertrouwdheden om te gooien, of een rem te zetten op onze spontaniteit en onze vrije geest.

Groot geschenk

Vakantie daagt ons uit om eens constructief stil te staan bij het verschil. Wat is het nu precies dat de ander zo anders maakt? En wat is de waarde van dat verschil, hoe kunnen we het een plek geven in onze relaties, teams en vriendschappen? De uitdaging is om verschillen niet te zien als een persoonlijke bedreiging, maar als een verrijking.

Juist de mensen die het meest van ons verschillen, kunnen achteraf een groot geschenk blijken. Uitgerekend zij kunnen ons het meest leren over de veelkleurigheid van Gods liefde, en niet in de laatste plaats over onszelf.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Een verkorte versie van dit artikel verschijnt in augustus 2022 in maandblad Reveil.

Vreemdeling

De gemiddelde Vlaming vindt dat het verkrijgen van de Belgische nationaliteit moeilijker moet worden, blijkt uit een recente bevraging. Een meerderheid van de Vlaamse kiezers (55 procent) meent dat je in België geboren moet zijn om je officieel Belg te mogen noemen. Nieuwkomers kunnen er per definitie niet bij horen, wat hun inspanningen ook mogen zijn. Verder vindt 76 procent dat niet-westerse migranten zoveel mogelijk “onze” cultuur en gewoonten moeten overnemen, blijkt uit de enquête De Stemming, uitgevoerd onder zo’n 2.000 Vlamingen door de Universiteit Antwerpen en de VUB in opdracht van De Standaard en VRT NWS.

Voor altijd anders

Je zou maar een vreemdeling zijn. Enerzijds wordt er van je verwacht dat je enorme inspanningen levert om je aan te passen, anderzijds krijg je de boodschap dat je er nooit helemaal bij zult horen. De vreemdeling blijft voor altijd anders, hij is niet “van bij ons”, zoals Vlamingen dat kunnen zeggen. Hij kent de verhalen “van onder de kerktoren” niet, hij is geen stamgast bij het lokale café, uit zijn mond komt geen dialect.

De vreemdeling is als een geënt gewas; hij deelt een stuk geschiedenis met een exotisch land, maar voor een ander deel is hij geënt op het grijze asfalt van Vlaanderen. Vreemdelingen dragen een onvermijdelijke gespletenheid in zich. Ik spreek uit ervaring, want in 1955 kwamen mijn vader en zijn familie vanuit Indonesië naar Nederland. Zestig jaar later ervoer ik opnieuw wat het is om een vreemdeling te zijn in België. We sloten aan bij de lange rij voor het vreemdelingenloket en maakten kennis met een wereld van broodautomaten, garnalenkroketten, attesten en moordstrookjes.

Dingen die voor een Vlaming vanzelfsprekend zijn, zijn voor de vreemdeling vreemd. Niet omdat hij achterlijk is, maar omdat het in zijn geboorteland anders gaat. En wat veel mensen vergeten, is dat een land verandert terwijl je er niet bent. Het Nederlands-Indië dat mijn familie verliet, is niet meer. En in Nederland heeft Koninginnedag inmiddels plaatsgemaakt voor Koningsdag en hebben de treinstations metalen poortjes gekregen. Mijn veranderde tongval maakt intussen dat ik ook daar een vreemde ben.

In het slechtste geval valt de vreemdeling tussen de wal en het schip, in het beste geval is hij van alle markten thuis. Een kosmopoliet.

Nieuw Jeruzalem

De weg van de vreemdeling is uniek. Het is een uitweg uit het vertrouwde, de ontdekking van een wereld die je nooit volledig zal omarmen. Vreemdelingen bestaan al zo lang als de Bijbel. In Exodus klinkt het gebod aan het volk Israël om goed te zijn voor vreemdelingen en zich in hun positie te verplaatsen:

Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in het land van Egypte.

Exodus 22, 21

In Jesaja 60 zegt de profeet over het nieuwe Jeruzalem: “Vreemdelingen zullen je muren bouwen”. Ook in Europa is het dikwijls de vreemdeling die de cementmolen laat draaien, die de perken onderhoudt, die nachtwinkels, bakkerijen, naaiateliers, kapsalons en restaurants runt.

Vergeet niet om de vreemdeling je glimlach te geven. Want wie door velen als bedreiging wordt gezien, kan op een dag zomaar een belofte blijken.

Foto door Pavel Danilyuk op Pexels.com

Deze overdenking werd geschreven voor het christelijke maandblad Reveil.

Leren van ouderen

Al bij de deur van het woonzorgcentrum stond de oude man te wachten. ‘Bent u er nu pas?’, gromde hij, steunend op zijn rollator. Hij loodste me mee naar een vergaderkamer. Na wat koetjes en kalfjes kwam het hoge woord eruit: hij overwoog euthanasie, of meer nog: de formulieren lagen ingevuld klaar.

Vierentachtig was hij, en broos en breekbaar. Maar wie voorbij de rimpels en de grijze haren keek, zag een glimp van de vroegere mens. De activist die zich onvermoeibaar had ingezet voor de vredesbeweging, de jongeman die zijn geliefde ten huwelijk vroeg, de vader die zijn pasgeboren kind in zijn armen hield. Liefgehad had hij, maar ook fouten gemaakt. Vandaag was zijn bestaan versmald tot het ritme van het tehuis: opstaan, wassen, pillen, eten. ‘Ik ben een kostenpost geworden voor de maatschappij’, zei de man.

Levenswijsheid

Een bekend spreekwoord zegt dat je de beschaving van een volk kunt afmeten aan hoe het met zijn jongsten en oudsten omgaat. In veel culturen brengen ouderen hun laatste levensdagen door op pleinen in de zon, of omringd door hun familie. Ze geven hun levenswijsheid door aan volgende generaties. En het contact met jongeren houdt ze jong van geest.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dor hout

Zo niet in West-Europa, waar de generaties nagenoeg in gescheiden werelden leven. De kloof tussen jong en oud is door de coronacrisis alleen maar verder gegroeid. De Nederlandse schrijfster Marianne Zwagerman schreef aan het begin van de crisis een column waarin ze ouderen ‘het dorre hout van de samenleving’ noemde. Ze vergat dat ook zij niet voor eeuwig een soepel twijgje zal zijn.

Voor bijna iedereen komt er een dag waarop de jaren gaan tellen. Hebben we pech, dan slijten we die in eenzaamheid, snakkend naar een goed gesprek. Dan krijgen we wegens tijdgebrek een luier om en voelen we ons niet langer een mens, maar een kostenpost.

#Fuckingeenzaam

‘In onze snel vooruitgaande samenleving blijken ouderen veel moeite te hebben om de pas bij te houden’, constateert student Redmer Stamhuis uit Leeuwarden. ‘Ze worden steeds meer vergeten en gezien als een last. Wij komen allemaal net uit de quarantaine en velen van ons voelden zich toen ook erg eenzaam. Als wij blijven denken aan onze ouderen en de afstand proberen te overbruggen kunnen we juist veel van ze leren.’

Samen met enkele medestudenten van de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden ontwikkelde hij de animatievideo #fuckingeenzaam om studenten te attenderen op het probleem. In Doesburg onstond in de kelder van complex Grotenhuys timmerwerkplaats Houtdoe, waar vijftigplussers zich creatief kunnen uitleven. En in Amsterdam gingen oud en jong vorige maand samen op speeddate in hotel Krasnapolsky. ‘Ik denk dat het voor beiden goed is om contact te hebben. Het houdt ons beiden fris’, getuigde een vrouw op leeftijd.

Van grote waarde

Goddank dringt steeds meer het besef door dat het anders kan en moet. Ouderen met hun levenswijsheid en verhalen zijn van grote waarde voor de maatschappij. De oude Antwerpenaar had maar een uurtje onverdeelde aandacht nodig om de zon weer te zien schijnen. Bij ons afscheid glansden zijn ogen, de ineengedoken gestalte richtte zich op. Een mens was wonderwel opnieuw tot leven gekomen.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Deze column verscheen in het Nederlands Dagblad van 20 april 2022.

Fatsoen

Als één woord een stoffige bijklank heeft, dan is het wel fatsoen. ‘Fatsoen moet je doen’, zei de voormalige Nederlandse premier Jan Peter Balkenende. Wie zoiets hardop durft uit te spreken, moet over een flinke portie lef beschikken. Je wordt al snel weggezet als een fossiel uit de jaren ’50. Of anders wel als moraalridder of fatsoensrakker.

Snelle media als Twitter en sms dragen bij aan een cultuur van vluchtige meningen, waarbij je in luttele tekens moet laten zien waar je staat. Ook politici doen daar gretig aan mee. In België maakte Jef van Damme (S.PA) zich onsterfelijk met de uitroep: ‘Meneer Lootens, ik ben u kotsbeu! Zwijg, gij bruine rakker, zwijg!’ In Nederland was het dan weer Mark Rutte die de krantenkoppen haalde met de oneliner ‘Als het je hier niet bevalt, dan rot je maar op’.

Zelfexpressie

Het fatsoen is dood, lang leve het fatsoen. West-Europa is geëvolueerd naar een cultuur waar je alles moet kunnen zeggen. Een cultuur waarin zelfexpressie tot de hoogste waarden behoort. Niet geheel onterecht, want vrijheid van meningsuiting is belangrijk. Een van de basisbeginselen van de democratie is dat iedereen vrijelijk zijn mening moet kunnen geven. Maar wat als de vrijheid van de één de onvrijheid of de uitbuiting van de ander wordt? Wat als we het luisteren verleerd zijn, en alleen nog de luidste roepers het voor het zeggen krijgen?

Een docente maatschappelijk werk zei: “Iedereen moet in principe alles kunnen zeggen. De zender is niet verantwoordelijk voor hoe een boodschap aankomt. Die verantwoordelijkheid ligt bij jou als ontvanger”. Terwijl ik in de klas zat, voelde ik de knoop in mijn maag groeien. Waar haalde ze het lef vandaan om zoiets te zeggen? Wat als je jarenlang bent gepest? Wat als iemand flagrante haat, antisemitisme of geweld predikt? Kun je dan nog je schouders ophalen en zeggen: ‘Tja, dat is vrijheid van meningsuiting?’

Foto door Craig Adderley op Pexels.com

Niet kiezen is ook kiezen

Het antwoord kan alleen maar nee zijn. Ook wie zwijgt, verkondigt een boodschap. Sterker nog: zwijgen kan veelzeggender zijn dan duizend woorden. Geen partij kiezen staat niet altijd gelijk aan neutraal blijven. Niet kiezen is ook kiezen. En soms wordt ons zwijgen toestemmen.

In mijn vorige blog schreef ik over mijn interview met de joodse schrijver en psychiater Herman van Praag. ‘De manier waarop we elkaar bejegenen, dat vind ik geen beschaving meer, dat is ontschaving’, zei Van Praag. In zijn boek Mozes’ nalatenschap pleit hij voor een terugkeer van het fatsoen. De eerste oproep om aan fatsoen te doen, komt volgens hem van Mozes.

Heb je naaste lief

In een tijd van despotische alleenheersers en van volk dat opstond tegen volk, kwam Mozes aanzetten met revolutionaire ideeën. Gij zult niet doden, heb je naaste lief? Dat stond haaks op het rauwe klimaat. Maar de mensheid vergeet gewoonlijk snel. De zich in sneltreinvaart opstapelende crisissen van vandaag herinneren ons eraan dat de mens in essentie niet zoveel veranderd is. Elke dag opnieuw worden we geconfronteerd met wat blinde machtswellust en expansiedrift kunnen aanrichten. Slachtoffers zonder stem en zonder gezicht.

Wordt het niet eens hoog tijd dat we dat woord ‘fatsoen’ weer afstoffen? Want nee, dat is geen uitvinding van de jaren ’50. Het is een tijdloze roep om terug te keren naar de grondslag van onze democratie: een vrijheid die grenzen kent. Een vrijheid die onlosmakelijk verbonden is met verantwoordelijkheid en met het lot van miljarden andere levensvormen op aarde.

De mens is geen eiland, zelfs al lijkt dat op Twitter soms zo. We zaaien wat we oogsten, en dat wat wij onze naaste aandoen, doen we uiteindelijk ook onszelf aan.

Fatsoen, het wordt hoog tijd dat we dat gewoon weer gaan doen.

Versies van deze tekst verschijnen binnenkort in Maandblad Reveil en het Nederlands Dagblad.

Foto door Darrel Und op Pexels.com

De overbevolkingsmythe

‘We zijn met te veel op deze planeet!’ Het is een mantra die vandaag gretig weerklank vindt. Bioloog Jelle Reumer schrijft in zijn essay Teveel: ‘Wie de ui afpelt, komt tot de kern. Het aardoppervlak is overwoekerd met mensen. Onze planeet lijdt aan een nare huidaandoening.’ De mens als kosmische ordeverstoorder, als vervuiler of zelfs als eeltwrat. Klopt dat beeld wel? Moeten we gewoon massaal stoppen met kinderen krijgen, en is daarmee het klimaatprobleem opgelost?

De Belgische demograaf Soumaya Majdoub spreekt van een ‘hardnekkige mythe’. In haar boek Consumeren als konijnen, de mythe van overbevolking veegt ze de vloer aan met de aanname van overbevolking als motor van klimaatverstoring: ‘Overconsumptie is de echte olifant in de kamer.’

Statistieken tonen inderdaad dat de rijkste helft van de wereldbevolking verantwoordelijk is voor zo’n 86 procent van de CO2-uitstoot. ‘Zelfs als er in de lage-inkomenslanden, waar de bevolkingsgroei het hoogst is, een paar miljard mensen zouden bijkomen, scheelt dat amper in de uitstoot. Dat moet je er wel bij vertellen’, vindt Majdoub.

Konijnen

De overpopulatiemythe gaat terug tot de achttiende en negentiende eeuw. De vruchtbaarheidscijfers in Europa daalden, landbouwgronden werden geprivatiseerd en het kapitalisme kreeg vorm. Boeren trokken massaal naar de stad om voor een hongerloontje te werken. In die tijd ontwikkelde de Britse demograaf Thomas Malthus zijn theorieën over voedselschaarste die ontstond doordat de armen ‘kweekten als konijnen’. Armoede werd – ondersteund door de eugenetica – gezien als genetisch defect. Maar zijn we werkelijk met te veel?

De lijn van de leegte

In 2020 bereikten de geboortecijfers in Vlaanderen een historisch dieptepunt. De Fransen doopten intussen het gebied tussen de Ardennen en de Pyreneeën om tot La Diagonale du Vide. De lijn van de leegte, want de regio kampt met chronische ontvolking. ‘Triest om dit elke dag te moeten zien’, zegt een buurtbewoner. Italië bereikte onlangs het laagste geboortecijfer in 160 jaar, met gemiddeld 1,17 kind per vrouw. En ook China en Japan zitten met de handen in het haar over hoe ze de vergrijzing moeten opvangen.

“Het echte probleem is ons onvermogen om te delen.”

De werkelijkheid is dat de overbevolkingsretoriek bitter weinig zegt over wat de aarde aankan, maar des te meer over de belangen die op het spel staan. Het echte probleem is ons onvermogen om te delen. Terwijl het Westen een levensstijl van overconsumptie najaagt, lijden elders miljoenen mensen honger. Door een knoop in onze ei- of zaadleiders te leggen, lossen we dat probleem niet op. Zeker niet als dat betekent dat we met minder mensen alleen nog maar meer gaan najagen.

Pijlen in de hand van een held

Psalm 127 leest in dat opzicht als een verademing. Kinderen zijn geen nare huidaandoening, maar ‘pijlen in de hand van een held’. Zouden we massaal stoppen met pijlen lanceren, dan beroven we de wereld van haar toekomst en ontzeggen we haar een generatie die het verschil had kunnen maken. Als er ergens een knoop in moet, dan is het wel in ons consumptiepatroon. Maar die boodschap gaat er ongetwijfeld niet bij iedereen in als zoete koek.

De column verscheen in het Nederlands Dagblad van 20 januari 2022.

Foto door Victoria Borodinova op Pexels.com