Iedereen onder de regenboogvlag

COLUMN

Antwerpen stond het afgelopen weekend in het teken van de Pride. Aan overheidsgebouwen, boven straten, op zebrapaden: overal prijkten de bonte kleuren van de regenboog. ‘Ga met ons op zoek naar Queertopia!’, luidde de slogan van de vijftiende editie. Centrale vraag was hoe de ideale lhbti+-wereld er binnen vijftien jaar uit zal zien. Een week eerder vierde Amsterdam de Pride.

Dat holebi’s in Noordwest-Europa in alle vrijheid zichzelf mogen zijn, is goed nieuws in een wereld waarin miljoenen anderen riskeren om te worden vervolgd of gedood wegens hun seksuele geaardheid. Maar hoe billijk is de regenboogvlag als staatsideologie? In het Bijbelboek Genesis 9 belooft God aan Noach dat Hij de regenboog zal instellen als teken van het eeuwigdurende verbond tussen God en alle levende wezens op aarde. Een teken van inclusiviteit dus.

Discriminatie

Als je de regenboog aan de gevel van overheidsgebouwen ziet hangen, zou je dus verwachten dat iedereen mag meedoen. Hoera, een bonte samenleving waarin iedereen zichzelf mag zijn. De lhbti+-gemeenschap maakt zich terecht sterk voor dat recht. Maar wie zwaait de vlag voor de talloze mensen die om andere redenen buiten de boot vallen?

Vorig jaar kregen 1,6 miljoen inwoners van Nederland te maken met discriminatie, meldt de Veiligheidsmonitor. Van de Marokkaanse mensen voelt maar liefst 35 procent zich geregeld gediscrimineerd; bij mensen van Nederlands-Caribische afkomst is dat 33 procent. De meest genoemde gronden voor discriminatie zijn nationaliteit en ras of huidskleur, gevolg door geslacht, leeftijd, godsdienst of seksuele oriëntatie. Van de mensen met een Nederlandse achtergrond zegt 8 procent weleens te worden gediscrimineerd.

Wat opvalt aan foto’s van de Gay Parade, is dat witte mensen de boventoon voeren. Maar waar zijn al die anderen wiens rechten nog altijd dagelijks worden geschonden? Voor die mensen is er geen Pride; de kleuren van de regenboogvlag vertegenwoordigen genders, maar niet hun verhalen. Ook vandaag vinden in België en in Nederland veel woningzoekenden geen huurwoning omdat ze een exotische achternaam hebben. En op 25 juli werden in Brussel 160 alleenstaande mannelijke asielzoekers geweigerd wegens ‘geen plaats’, terwijl gezinnen voorrang kregen. Hoe ideologisch neutraal is een overheid die de ene groep uitlicht, maar de rechten van anderen verwaarloost?

Nacht van de Kerken

De Antwerpse Nacht van de Kerken viel dit jaar samen met de Antwerp Pride. In de protestantse kerk stonden voor alle bezoekers de warme koffie en cake klaar. Toch hing er geen regenboogvlag. Een samenleving kan pas werkelijk met trots haar kleuren vieren als iedereen mee mag doen. Als veelkleurigheid betekent dat er voor iedereen een plekje is waar je in volle vrijheid jezelf mag zijn. Voor holebi’s, maar ook voor Mohammed, voor Margreet in haar rolstoel, voor Jeanne met autisme, voor de 220.000 kinderen die opgroeien in armoede.

Laat in dat geval de vlag maar wapperen.

Foto door Norma Mortenson op Pexels.com

Deze column verscheen op 17 augustus 2022 in het Nederlands Dagblad.

Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).

Waarom je op tijd je zegeningen moet tellen

Tevredenheid is een deugd. In de Hebreeënbrief klinkt de wijze raad: “Laat u niet door het geld in beslag nemen. Wees tevreden met wat u hebt, want God heeft gezegd: ‘Ik zal altijd voor u zorgen, Ik zal u nooit in de steek laten’. Tevreden zijn met wat je hebt: het is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een anekdote.

Toen we in ons huidige huis kwamen wonen – een groot oud pand dat volledig opgeknapt moest worden – inventariseerden mijn vier zoons de kamers. De derde koos voor zichzelf een mooie kamer uit op de tweede verdieping. Voor de jongste bleef een kamertje op de eerste verdieping over. “Als jongste heb ik altijd de kleinste kamer”, beklaagde hij zich. En inderdaad, als er iemand de mooiste kamer van het huis had, dan was het zoon nummer drie wel.

Zacht tapijt

Maar het ging zoals het vaker gaat. De kamer die in het begin zo mooi en ruim had geleken, verloor gaandeweg zijn glans. Er zaten plinten los, de deur bleek toch wat gammel, de posters die hij aan de muur had bevestigd, lieten hun sporen na. Ook de wifi haperde net iets te vaak. “Wat als ik nu eens de zolderkamer neem?”, stelde zoonlief op een dag voor.

De zolderkamer leek hem ideaal. De dakramen aan weerszijden boden een prachtig uitzicht, aan de ene kant over de straat en aan de andere kant over de tuin. Op de vloer lag een zacht tapijt en de kamer was goed geïsoleerd, zodat hij zijn muziek luid kon zetten. Zo gezegd, zo gedaan. Zoonlief verhuisde zijn spullen naar de zolder, en de oude kamer kwam leeg te staan.

Foto door ArtHouse Studio op Pexels.com

Kelderkamer

Maar de geschiedenis herhaalde zich. De zolderkamer die aanvankelijk zo comfortabel en sfeervol had geleken, verloor zijn glans. “Het is er te heet”, klaagde mijn zoon, “onder dat schuine dak blijft de warmte veel te lang hangen”. Ook beklaagde hij zich over de drie trappen die hij moest beklimmen voordat hij eindelijk boven was. En de wifi was er zo mogelijk nóg slechter.

Op een dag floepte er een whatsappje binnen op mijn telefoon. Mijn echtgenoot liet weten dat het bed van zoonlief zojuist naar de kelder was verhuisd. Wat bleek: in mijn afwezigheid had hij met zijn jongste broer een deal gesloten. Hij zou de kelderkamer nemen, en de jongste zou de zolder krijgen. Die had daar vanzelfsprekend wel oren naar, en bood aan om mee te helpen.

“Weet je het wel zeker?”, appte ik, “is dat nu wel zo’n goed idee?” Zoonlief veegde al mijn bezwaren resoluut van tafel. De kelderkamer had alles om perfect te zijn. Stel je voor: zoveel privacy, zoveel mogelijkheden om er iets moois van te maken. Er zou een muurtje komen, een chill-bankje, een eigen deur en hij zou twee compartimenten inrichten. Nog diezelfde dag begon hij te schilderen, te timmeren en in te richten.

Schimmel

Maar voor zover de kelderruimte al glans had gehad, was die snel verdampt. Het beddengoed werd vochtig, de plank aan de muur trok krom. Op de kleding van zoonlief begonnen zich kleine zwarte spikkels af te tekenen: schimmel. Hij kreeg last van een verkoudheid die maar niet over wilde gaan, en bovendien wilde de kelder maar niet gezellig wilde worden, wat hij ook probeerde. “Je kunt hier niet in de herfst en de winter blijven”, waarschuwde ik.

Gaandeweg begon hem iets te dagen. Die kamer op de tweede etage was toch eigenlijk een prachtige kamer geweest. Maar teruggaan was geen optie meer, want er woonde nu een studente. En de zolderkamer – bij nader inzien een comfortabele en warme plek – was ingenomen door de jongste broer, die weigerde zijn stek prijs te geven.

Tevredenheid

In België en Nederland mopperen we wat af; klagen heeft iets van een nationale hobby. Van negatieve recensies op Tripadvisor tot de politiek, hun partner, de jeugd van tegenwoordig of het weer. Slechts weinigen realiseren zich hoe goed ze het eigenlijk hebben. Vaak beseffen we dat pas achteraf, als we het goede hebben prijsgegeven.

Het verhaal van mijn zoon symboliseert hoe diep ontevredenheid je kan brengen. De overtuiging dat het gras elders altijd groener is, bracht mijn zoon van de meest riante kamer van het huis tot in een vochtige en zompige kelder. Tot mijn opluchting slaapt hij nu in de voormalige kamer van zijn jongste broer, hoewel die intussen onder de nok van de dak zijn zegeningen telt.

Gelukkig is de mens die tevreden is met wat hij heeft.

Laat je inspireren door deze 13 Bijbelteksten over tevredenheid!

Foto door Eren Li op Pexels.com

Eeuwige rijkdom

De afgelopen week reisde paus Franciscus naar Canada, waar hij namens de katholieke kerk zijn excuses aanbood aan de inheemse gemeenschap. Tijdens een emotionele ceremonie werden 4.000 kinderen geëerd die de internaten niet overleefden. Instituten die deze inheemse kinderen hadden moeten heropvoeden tot “nette Canadese burgers”. Maar die hen beroofden van hun cultuur, hun familie, hun identiteit en soms zelfs hun leven.

De wereld blijft achter met een pijnlijke vraag. Hoe kon geestelijk, lichamelijk en soms ook seksueel misbruik daar op zo’n grote schaal plaatsvinden? Hoe is het mogelijk dat mensen zich massaal te buiten gaan aan ontmenselijking van de ander? En bovenal… in naam van God?

Het antwoord is…. macht.

De kostscholen in Canada waren een groots opgezet regeringsbeleid, waarbij de katholieke kerk 60 procent van de internaten in handen had. Goed leiderschap is nodig in een samenleving. Maar als macht een systeem wordt waarbinnen mensen hun kritisch denken uitschakelen en er geen hogere moraal prevaleert, dan kan er van alles misgaan.

Seksschandalen

Niet alleen in ons vermogen tot volgen, maar ook in ons vermogen tot leiden schuilt een gevaar. We geloven graag in leiders die met frisse idealen de politiek, de kerk of een bedrijf binnenstappen en die ook jaren later nog altijd verrassend “gewoon” zijn gebleven. Veel leiders beginnen inderdaad zo. Maar als je eenmaal in een bepaald systeem zit, kan het soms knap lastig zijn om moreel zuiver te blijven.

“Macht is het ultieme afrodisiacum”, zei de nationale veiligheidsadviseur van Richard Nixon en Henry Ford. Dankzij de hashtag #metoo gingen de misstappen van veel machtige mannen viraal. Toch gaan ook vrouwen niet vrijuit. Naarmate zij vaker machtige posities bekleden, scoren ook de leading ladies vaker met wangedrag de krantenkoppen. Bij het misbruik van de inheemse bevolking van Canada waren ook vrouwen betrokken.

Foto door Anete Lusina op Pexels.com

Zeven hoofdzonden

De Nederlandse psycholoog Jaap van Ginneken schreef het boek “Verleidingen aan de top”. Daarin stelt hij dat mensen met macht een bovenmatige neiging hebben om te ontsporen. Ik citeer:

“De werkelijkheid is dat hun psychologie ingrijpende veranderingen ondergaat naarmate ze dichter bij de top van de sociale piramide komen en daar langer blijven.

Ze omringen zich met ja-zeggers en proberen kwaadsprekers op een zijspoor te rangeren.

Ze beginnen te geloven in hun eigen bijzondere kwaliteiten en voorbestemming, en weigeren in te zien dat ze geleidelijk steeds meer toegeven aan de zeven verleidingen of hoofdzonden.”

Jaap van Ginneken

Hij noemt de Zeven Hoofdzonden. Dat brengt ons bij het christendom. De Zeven Hoofdzonden, in de zesde eeuw opgesteld door paus Gregorius I, zijn gebaseerd op de Bijbelse moraal. Ze zijn het tegenovergestelde van de zeven kardinale deugden. In onderstaand rijtje vermelden we ze alle zeven. Telkens eerst de zonde, dan de deugd.

  • Lust – kuisheid
  • Gulzigheid – matigheid
  • Hebzucht – liefdadigheid
  • Gemakzucht – tucht
  • Gramschap – verdraagzaamheid
  • Afgunst – tevredenheid
  • Trots – bescheidenheid

In het Bijbelboek Prediker blikt koning Salomo terug op zijn gloriejaren als heerser, waarin hij het leven leidde waar velen van dromen. “Ik heb mezelf ondergedompeld in de vrolijkheid van de wijn”, geeft hij toe. En hij ondernam megalomane projecten; bouwde wat hij maar bedenken kon. Hij kocht slaven en slavinnen en liet ook hun kinderen als slaaf voor hem werken. En Salomo voegt eraan toe: “Ik heb goud en zilver opgestapeld en in de rijkdom gedeeld van koningen en landen, ik heb zangers en zangeressen aangesteld en het genot geproefd van vele, vele vrouwen”.

Geld, seks en macht

De “magische driehoek” van geld, seks en macht is verleidelijk. Misschien moet dat ons ook niet verbazen. Wie genoeg geld heeft, hoeft zich niet elke dag voort te slepen naar een baas die hij niet graag ziet, maar kan zelf orders uitdelen. Wie aandacht krijgt van vele potentiële liefdespartners, voelt zich jong, begeerlijk en zelfs onsterfelijk. En wie genoeg macht bezit, kan in een vingerknip de juiste mensen mobiliseren en dingen voor elkaar krijgen.

Een van de grootste drijfveren van de mens, meende de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, is de Wille zur Macht. Het machtsverlangen. Niets anders dan een natuurlijk overlevingsmechanisme, meende Nietzsche. Als je dat op zijn beloop laat, zullen de sterken overleven en de zwakken uiteindelijk het onderspit delven. Dat Darwinistische wereldbeeld tekent ook de beruchte uitspraak van Marianne Zwagerman aan het begin van de coronacrisis. Ze noemde ouderen “dor hout” dat als eerste gekapt wordt. De survival of the fittest kent geen genade.

“Slavenmoraal”

De Bijbel is in dat opzicht een beetje een vreemd boek. Want in het Mattheüsevangelie roept Jezus op om naakten te kleden, de hongerigen te voeden, de zieken te verzorgen, de gevangenen op te zoeken. En de apostel Paulus leert door zijn lijden heen dat kracht zich pas ten volle openbaart in zwakheid. “Pas als ik zwak ben, ben ik sterk”, concludeert hij (2 Corinthiërs 12:9-10). Kortom: in plaats van het sterke te laten winnen, roept de Bijbel op om het zwakke te versterken.

Nietzsche had daar maar weinig mee. Hij noemde dat een “slavenmoraal”, je reinste anti-moraal. En ook vandaag zijn er veel mensen die godsdienst zien als een systeem van regeltjes en wetjes van een kosmische heerser die de mens zijn pleziertjes niet gunt. Maar is dat wel zo? Zou God er echt op uit zijn om ons onze levensvreugde te ontnemen?

Machtssysteem

Eerst even een spannende vraag. Waarom werden in naam van het christendom kinderen ontheemd, bij hun ouders weggeplukt, mensen tot slaaf gemaakt en kruistochten gevoerd?

Het antwoord is even eenvoudig als ontnuchterend.

In plaats van een boodschap van Liefde te zijn, was de leer van Mozes en Christus verknoopt geraakt met een menselijk machtssysteem.

Van Ginneken zei het al: daar waar godsdienst of een ideologie worden herleid tot een machtssysteem, gebeurt er iets met mensen.

Onderzoek naar de rol van Adolf Eichmann tijdens de Tweede Wereldoorlog bewijst dat je helemaal geen onmens hoeft te zijn om onmenselijke daden te begaan. Onderzoekers hadden gehoopt in hem het ultieme kwaad te zien, maar Eichman bleek een brave huisvader die bovenal gewoon zijn werk deed. Het ultieme kwaad schuilde in een groter systeem; een systeem waarin Eichman niet meer dan een radartje was geweest. Waarden werden niet langer bevraagd; de macht was een doel op zich geworden. “Aan de vruchten zul je de boom herkennen”, waarschuwt Jezus.

Tien geboden

We worstelen wat af met die Wille zur Macht. Onze Maker wéét dat. Hij kent ons door en door, Hij weet hoe wij zijn. En juist daarom gaf Hij ons een krachtig richtsnoer mee in de vorm van de Tien Geboden, hier in rijmvorm geschreven:

Bovenal bemin één God.

Zweer niet ijdel, vloek noch spot.

Heilig steeds de dag des Heren.

Vader, moeder zult gij eren.

Dood niet, geef geen ergernis.

Doe nooit wat onkuisheid is.

Vlucht het stelen en bedriegen,

ook de achterklap en ’t liegen.

Wees steeds kuis in uw gemoed

En begeer nooit iemands goed.

Tien Geboden

Salomo verkeerde jarenlang in het centrum van de macht. Hij zou zich op de borst kunnen slaan, want overal waar hij kijkt, herinneren parken, huizen en kastelen aan zijn heerschappij. En toch: als hij achteraf ergens prat op gaat, dan is dat op het feit dat hij ondanks alles zijn wijsheid niet is verloren. Die doet hem nu inzien dat “het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon”.

Foto door Amit Thakral op Pexels.com

Hoed je voor de hebzucht

Hoeveel mensen denken vandaag niet dat macht en rijkdom hen gelukkig zullen maken? Reclames spelen daar handig op in door ons voor te spiegelen dat we overal recht op hebben. De keerzijde is dat veel mensen vandaag kampen met gevoelens van minderwaardigheid. Nu de energieprijzen stijgen, blijft luxe voor steeds meer mensen onbereikbaar. Alleen al in Nederland heeft 45 procent van de huishoudens vandaag moeite om rond te komen. Hoe maakbaar is ons leven?

“Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht,” waarschuwt Jezus zijn volgelingen (Lucas 12:13-21), “want ook al heeft een mens nog zoveel, zijn leven bezit hij niet”. En hij vertelt een gelijkenis over een rijk man met een luxeprobleem: onvoldoende ruimte om zijn voorraden op te slaan. De man breidt zijn onroerend goed uit zodat hij zijn kapitaal erin onder kan brengen. Dan zegt hij tegen zichzelf: “Je hebt vele goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet drink en vermaak je.” De man waant zich volkomen veilig in zijn eigen imperium.

Maar dan zegt God:

“Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen? Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet voor God.”

Lucas 12:21-22

Is het slecht om rijk of machtig te zijn? Niet per se. Rijkdom maakt het leven makkelijker en zorgt dat je meer kunt geven. Macht opent deuren, waardoor je in deze wereld ook een positieve invloed kunt ontketenen. Dingen om dankbaar voor te zijn. God vraagt ons niet om als kluizenaars te leven, we mogen genieten van het goede dat God geeft.

Maar de Bijbel roept ons ook op te beseffen dat aardse schatten relatief zijn. We zijn zonder iets in het leven gekomen, en kunnen er ook niets uit meenemen. Geld is onderhevig aan inflatie; aardse schatten vergaan. Macht kent vele valstrikken, en zelfs het meest zinderende liefdesleven kan uitmonden in een eenzame oude dag. Dat alles brengt koning Salomo tot de conclusie: “Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer” (Spreuken 1:7; 9:10-12).

Elke dag rijker

Zijn leven mag jou en mij vandaag ook inspireren. Wat is er kostbaarder dan te investeren in de dingen van eeuwigheidswaarde? “De wijsheid zal je beschermen, door haar lief te hebben, zal zij je bewaren”, belooft Salomo. En die wijsheid begint… bij het kennen van onze Schepper, die hemel en aarde gemaakt heeft!

Laat het onze grootste vreugde zijn tijd door te brengen in eerbied voor de Eeuwige, ons te verdiepen in Zijn geboden en de diepste waarden van Gods hart te leren kennen. Wie zo leeft, wordt beschermd tegen vele valstrikken. Zo iemand wordt van binnen elke dag rijker.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek op 31 juli 2022 in de Protestantse Gemeente Hoek (Zeeuws-Vlaanderen). De kerkdienst is ook online te bekijken.

Mag je echt voor alles bidden?

Nog niet zo lang geleden stelde iemand me een vraag: “Mag je bidden voor het nemen van materiële beslissingen en leiding vragen van de heilige Geest, of is dat aanbidden van de mammon?” Hij wilde een tweede huis kopen en zag dat als een luxe. Andere mensen hebben immers geen eten, dus mag je God wel met zoiets lastigvallen?

We leven in een individualistische samenleving. Hulp vragen is niet eenvoudig. Liever zijn we de ander niet tot last. Veel mensen modderen net zo lang aan totdat het echt niet meer gaat. Het is een beetje een schande geworden om toe te geven dat je iemand nodig hebt, of om een beroep op een ander te doen. Een cultuurverschijnsel, maar de Bijbel maakt daar korte metten mee.

Drie broden

In Lucas 11 beschrijft Jezus een gelijkenis. Iemand klopt bij een vriend aan om drie broden te lenen, want hij heeft bezoek. Niet op een schappelijk uur, maar midden in de nacht. “Val me niet lastig”, mort de heer des huizes. “De deur is op slot, mijn kinderen liggen in bed; ik kan niet opstaan om het aan u te geven.” Het lijkt ook een wat onzinnige vraag, en dat op zo’n uur. Wie heeft er immers in het holst van de nacht drie broden op de plank liggen?

Foto door Bruno Thethe op Pexels.com

Als Jezus een moderne etiquette-expert was geweest, had hij ongetwijfeld vraagtekens geplaatst bij het gedrag van die vriend. Het is immers niet erg chic om ’s nachts iemand uit de slaap te halen voor iets dat hij hoogst waarschijnlijk toch niet kan geven. Maar met Zijn onderwijs weet Jezus altijd weer de gangbare orde te bevragen. Ook nu weer. Jezus zegt:

“Ik zeg je, als de man niet opstaat en het hem niet geeft omwille van de vriendschap, zal volharding genoeg zijn om hem op te laten staan en zijn vriend alles te geven wat hij wil.”

Lucas 11:1-13

Met andere woorden: als vriendschap niet genoeg is om te krijgen wat je wilt, dan moet je je toevlucht zoeken tot volharding. Geef niet op, maar blijf op die deur kloppen. Net zolang totdat je hebt wat je wilt.

Onderhandelen met God

Mag je God werkelijk om alles bidden? Of zijn er dingen waar je om mag vragen – armoedebestrijding en wereldvrede bijvoorbeeld – en onbelangrijke wereldse zaken waarmee je God maar beter niet lastig kunt vallen? Het is heel menselijk om zo te denken. Maar uit het de Bijbel komt een ander beeld naar voren. God moedigt ons aan om op Zijn deur te kloppen. Zelfs op de meest onchristelijke tijdstippen en met de meest onbenullige vragen.

Maar het kan nog opmerkelijker. In Genesis 18 heeft God zich voorgenomen om de stad Sodom met de grond gelijk te maken. Maar Abraham verzamelt moed en begint met God te onderhandelen. “Ja maar, dat kunt u toch niet doen! Wat nu als er vijftig onschuldigen in die stad zijn, dan kunt u die toch niet verwoesten? Je mag schuldigen en onschuldigen niet over één kam scheren!”

God belooft dat als er vijftig onschuldigen in Sodom worden gevonden, Hij de hele stad vergeving zal schenken. Maar Abraham ziet zijn kans schoon. “Ik hoop niet dat u kwaad wordt”, zegt hij, “maar wat nu als het er 45 zijn”. “Wel”, zegt God, “ook dan zal Ik de stad niet verwoesten”. “Goed dan, maar wat als het er nu… 30 zijn?” “Vooruit, ook dan niet.” “Oké Heer, word alstublieft niet boos op mij.. maar stel dat het er 20 zijn?” “Ook dan zal Ik de stad niet vernietigen.” “En… tien?” “Dan zal ik haar niet verwoesten omwille van de tien.” Daarmee besluit God de deal.

Niet statisch maar dynamisch

Zo’n tekst geeft te denken. Is God dan niet onveranderlijk? Verandert hij van gedachten? Uit Genesis komt het beeld naar voren van een God die niet statisch, maar dynamisch is. Een God die meebeweegt en meeleeft met de mensen. Is God dan niet almachtig, vraagt je je nu misschien af. Zeker, maar we zien ook dat Hij er voortdurend voor kiest om met de mensen te zijn. Dat gaat zelfs zover dat Hij in Jezus Christus zelf mens wordt en samenvalt met alle pijn en lijden van deze wereld.

God had dat natuurlijk niet hoeven doen. Hij had volmaakt gelukkig kunnen zijn in Zijn eigen universum, zoals de Griekse goden van weleer. Maar Hij kiest er zelf voortdurend voor om bij ons, tussen ons en door Zijn Geest zelfs in ons te wonen. God kiest ervoor om onze pijn, zorgen en verdriet aan den lijve te ervaren.

Dat verklaart ook waarom God zo geduldig met Abraham onderhandelt. Onderhandelen is een proces van relatie. Het is een wederkerig spel van bieden en opbieden, een beetje theater hier en daar, een glimlach, een sip gezicht, een vriendschappelijke handdruk aan het eind. Wie weleens in het Midden-Oosten, Afrika of Azië geweest is, zal het ongetwijfeld herkennen.

God houdt van dat proces. De Eeuwige is niet onbetrouwbaar en toch laat Hij zich door een mens op andere gedachten brengen. Abraham valt God maar liefst vijfmaal lastig. En juist omdat hij aandringt, wordt zijn stem gehoord.

Jezus belooft:

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:7-8

Even terug naar onze vraag van vandaag. Is het oké om te bidden voor een financiële beslissing? Mag je God vragen om eindelijk eens op vakantie te kunnen, een huis te kopen, je voetbalteam te zegenen, om je helderheid van denken te geven zodat je je huiswerk kunt doen?

Het antwoord op al die vragen is… JA!

God wordt graag door ons lastiggevallen, omdat Hij onze hemelse Vader is. Of liever gezegd: we kunnen Hem eigenlijk helemaal niet lastigvallen. God blies ons de levensadem in; Hij is het die alle leven bezielt en die het universum in stand houdt. Hoe zou God de wensen en de overleggingen van ons hart niet kennen? Maar in plaats van ons ogenblikkelijk alles te geven, verlangt Hij naar relatie. Naar dat geluid van ons kloppen op de deur van Zijn hart.

We mogen God de eerste plek geven in alles wat ons bezighoudt. En als we iets écht graag willen, dan mogen we aandringen in onze gebeden. Want we mogen Hem lastigvallen met onze diepste wensen. Vijf keer. Of zelfs tien, honderd of duizend keer!

En weet je, God is dynamisch. Hij klopt ook op de deur van ons hart.

“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden, en hij met mij.”

Openbaringen 3:20

Zoals God in Jezus de gestalte van een mens aannam, zo wil Hij vandaag ook in en door ons leven. God is betrokken. Niet alleen bij onze grote en “belangrijke” levensvragen, maar Hij verlangt ook te delen in al die kleine dingen die ons bezighouden. In verdriet, vreugde en dankbaarheid. God is geen heerser van verre. Hij wil zoveel meer voor ons zijn dan een anonieme kracht in het universum. De God van de Bijbel heeft zich geopenbaard als Liefde. En liefde is dynamisch. Liefde zoekt altijd relatie, want ze komt niet tot haar volle recht als ze op zichzelf blijft bestaan.

Mensen jagen in het leven naar tal van dingen. We zetten ons hart om zaken die tijdelijk zijn en die voorbijgaan. Dingen die uiteindelijk geen voldoening geven. Maar wat is er mooier dan te zoeken naar een schat die nooit vergaat?

“Zoek je geluk bij de Heer, dan zal Hij je geven de wensen van je hart.”

Psalm 37

Een veelbelovende nieuwe week toegewenst!

Foto door RF._.studio op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op de preek in de Geuzentempel in Roeselare op zondag 24 juli 2022.

Dansen voor Jezus

Als de temperaturen stijgen, gaat het bloed sneller stromen. Het perfecte moment voor een spannende vraag. Hoe staat het met uw passie voor Jezus? Het afgelopen seizoen ontving ik berichtjes van verontruste mede-theologen, variërend van filmpjes van een genezingsdienst met de Nederlandse evangelist Jan Zijlstra tot doopdiensten in een jacuzzi en megakerk Mozaiek. Stellingname gewenst, begreep ik.

Wil je als ‘weldenkende’ theoloog niet worden geschaard in het kamp van homohaters, fundi’s, complotdenkers en Trump-aanhangers, dan is het zaak je tijdig af te keren van de evangelische beweging. Ik had natuurlijk kunnen beweren dat God niet meer geneest. Dat jongeren die spontaan “hun hart aan Jezus geven”, gebukt gaan onder een vlaag van verstandsverbijstering. En dat megakerken wel bolwerken moeten zijn van machtsmisbruik en manipulatie. Welke twintiger wandelt er immers nog vrijwillig een kerk binnen?

Illusie van vanzelfsprekendheid

Daarmee zouden de gemoederen zijn gerustgesteld. Maar zwoele zomers doen wonderlijke dingen met mensen. Aangemoedigd door een glaasje sangria gingen mijn gedachten terug naar de kerkdiensten waar ik het afgelopen jaar was voorgegaan. De doorsnee bezoeker behoorde tot de jeugd van zo’n 60 jaar geleden. Stoffige kleedjes en schilderijen vertegenwoordigden statige dominees uit een ver verleden. Mannen in zwarte toga die met rechte rug en witte boord de kudde hadden geleid. Antieke orgelpijpen persten psalmen uit, zware houten kansels strekten zich uit boven een afnemend aantal hoofden, vergeelde liedboeken lagen opengeslagen bij Psalm 119. Een enkele vergrijsde dissident kuchte.

Van een controversiële beweging is de kerk goeddeels veranderd in een baken van traditie en nostalgie. Verstedelijkte dorpen, een multiculturele samenleving, digitalisering, klimaatproblematiek, jongeren met smartphones: onder veel kerktorens lijkt de moderne wereld van een andere orde. Enerzijds is dat mindful, anderzijds heeft dat geleid tot wereldvreemdheid. Te lang koesterden kerken de illusie van vanzelfsprekendheid. Menend dat ze, te midden van de woedende stormen van de tijd, voor altijd een onveranderlijk anker zouden kunnen blijven.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Eigentijdse sprankeling

Afgelopen zondag nadat ik een kerkdienst was voorgegaan, sprak een dame me aan. De preek had ze goed en pakkend gevonden, zei ze. Maar ze had toch ook een flinke drempel moeten trotseren, want: “als ik hier binnenkom, is het alsof ik 65 jaar terugga in de tijd”.

Bij navraag bleek de dame afkomstig uit een evangelische gemeente. En ja, ze was fan van Mozaiek, “want daar sprankelt alles. De muziek, de preek, de livestreams… ” Maar ze kwam er niet voor de entourage, haastte ze zich te zeggen. Eigentijdse sprankeling, dat is simpelweg een manier om God eer te geven. Want als de liefde voor God op eigentijdse wijze sprankelt en schittert, dan raakt dat het hart van jonge mensen. In zulke kerken klinkt een liefdestaal die zij begrijpen en waarin zij zich kunnen uiten.

Zingevingscrisis

Psychologen als Dirk De Wachter en Jim van Os waarschuwen dat jongere generaties gebukt gaan onder een zingevingscrisis. Toch slagen veel traditionele kerken er niet in de taal van jonge mensen te spreken. Kerken als Mozaiek doen dat wel. Welke seculiere jongere krijgt vandaag nog de oude berijming van Psalm 119 uit zijn keel geperst? Wie begrijpt de tale Kanaäns?

Verandering is altijd griezelig. Zeker als de kerk in crisis verkeert, grijpen we graag terug op het oude. Op dat wat vertrouwd is. Maar als we niet oppassen wordt niet God, maar de traditie heilig.

Het boek Samen Jong van Sabine van der Heijden, Vincenza La Porta en Jan Wolsheimer is in dat opzicht een wake-upcall. Moderne jongeren gaan niet naar de kerk omdat ze vroeger de Heidelbergse catechismus uit hun hoofd moesten leren. Ze gaan niet omdat ze gedoopt zijn of omdat hun ouders toevallig katholiek of protestant waren. En wie twijfelt kan gerust zijn: moderne jongeren komen zelfs niet voor spektakel, hippe bands of multimedia. Want wie dat zoekt, vindt ruimschoots zijn gading op Tomorrowland.

Spontane en ongeveinsde liefde

Nee, het op onderzoek gebaseerde beeld in Samen Jong is duidelijk: de duizenden jongeren die op zondag naar evangelische megakerken komen, komen bovenal uit passie voor Jezus en Zijn boodschap. Jawel, voor dat ongemakkelijke Verhaal dat al ruim 2.000 jaar onze weldenkende geesten uitdaagt.

Als evangelische gemeentes erin slagen dat Bijbelse verhaal sprankelend en eigentijds te verkondigen, dan wekt dat bij traditionele kerken verwondering en stiekem ook een beetje jaloezie. Maar laten we wel wezen: beter dan elkaar te verketteren, kunnen we van elkaar leren. Jongeren die met duizenden staan te dansen voor Jezus of die zich laten dopen in een jacuzzi, dagen ons uit om terug te keren naar die spontane en ongeveinsde liefde waarmee ons gezamenlijke Verhaal begint.

“Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn”, belooft Psalm 92:15 aan al wie geplant is in “het huis van de Heer”. De kerk bestaat al ruim 2.000 jaar, een tijd waarin het christendom voortdurend anticipeerde op een wereld in verandering. In plaats van vrees mag dat best een beetje vertrouwen wekken. Het wordt hoog tijd dat we het stof van ons afkloppen, en dat we samen de uitdaging aangaan om weer fris en sprankelend te zijn.

Foto door Michelle Leman op Pexels.com

Een verkorte versie van deze tekst is te vinden in het Nederlands Dagblad van 21 juli 2022.

Foute oordelen

Oordelen, we doen het allemaal. Een oordeel is zo geveld, zeker in een cultuur van multimedia en scherpe meningen. Snelle oordelen komen al voor in de Bijbel. De diep bedroefde Hanna wordt door priester Eli voor een dronken vrouw aangezien en weggestuurd (1 Samuël 1:1-20). Maria, die aan de voeten van Jezus zit, treft het al niet veel beter. Haar zus vindt haar een luie nietsnut en vraagt Jezus om haar terecht te wijzen (Lucas 10:38-42). Twee verhalen die ons aansporen om verder te kijken dan wat voor ogen is.

Wat zou je doen als er op een dag een beroemdheid voor je deur stond? In het Lucasevangelie overkomt het Martha. Als ze hoort dat Jezus in haar dorp is, twijfelt ze geen moment en nodigt ze hem en zijn gevolg uit om bij haar langs te komen. Maar Jezus is natuurlijk niet zomaar iemand, daarom moet alles tiptop in orde zijn.

Een luie zus

Martha loopt zich het vuur uit de sloffen voor haar gasten. In de Bijbel lezen we dat ze volledig in beslag wordt genomen door haar dienstwerk. Het Griekse woord περιεσπᾶτο (periespato) kan worden vertaald als “in beslag genomen”, maar ook als “afgeleid”. Martha is zo druk in de weer dat de woorden van Jezus volledig langs haar heen gaan. Wijnen, amuses, voor-, hoofd- en nagerechten… voor de bekende rabbi uit Nazareth is alleen het beste goed genoeg.

Dan valt haar oog op haar zus Maria. “Potverdorie”, denkt ze, “kijk die daar nu eens zitten. Hoe bestaat het? Heeft die nu werkelijk geen enkel benul van al het werk dat ik hier aan het doen ben?” En Martha bedenkt dat een woordje van Jezus wonderen zal doen om haar luie zus in beweging te krijgen. Dus zegt ze: “Heer kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen!”

Foto door Jonathan Borba op Pexels.com

Dronken vrouw

Ook in het Oude Testament, in 1 Samuel 1, lezen we over een snel oordeel. Priester Eli ziet in de tempel een vrouw zitten. Terwijl hij op een stoel de wacht houdt, valt zijn blik op het vreemde gedrag van de vrouw. Haar lippen bewegen, maar haar stem klinkt niet. Verdacht gedrag, vindt Eli, en hij zegt: “Gaat dit nog lang duren? Als je zo dronken bent, ga dan je roes uitslapen!”

Interpretatie

De situaties in het Lucasevangelie en in het Bijbelboek Samuel zijn totaal verschillend. Toch hebben de verhalen een belangrijk element gemeen. Martha en Eli vellen allebei een oordeel over iemand op basis van wat ze zien.

  • Martha oordeelt dat Maria een luie nietsnut is, omdat ze op de grond zit en niet meehelpt.
  • Eli oordeelt dat de vrouw in de tempel wel dronken moet zijn, want ze prevelt zo raar.

Vaak denken we dat een oordeel dat we over een situatie vellen, de werkelijkheid is. Maar klopt dat wel? De verhalen van Martha en Eli laten zien dat de oordelen die we vellen, vaak niet de werkelijkheid vertegenwoordigen, maar onze interpretatie van de werkelijkheid. Zowel Martha als Eli slaan de plank volledig mis.

Hoe komt dat? Een verkeerd oordeel ontstaat als we afgaan op wat we zien. Maar die informatie is niet volledig. Martha kan wel zien dat Maria op de grond zit, maar niet waarom ze die keus heeft gemaakt. Maria’s toewijding aan Jezus ontgaat haar. Eli op zijn beurt, kan wel zien dat Hannah zich als een beschonkene gedraagt, maar het ontgaat hem waarom ze zich zo gedraagt. Hij heeft geen benul van het stille verdriet waar Hannah al jaren onder lijdt, en beseft niet dat ze God in stilte smeekt om haar kinderwens te vervullen.

Het topje van de ijsberg

De Nederlands-Indonesische hoogleraar business spiritualiteit Paul de Blot maakt in zijn boeken een onderscheid tussen het doe- en zijnsniveau. Alles wat zich op doe-niveau afspeelt, vormt als het ware het deel van de ijsberg dat boven het water uit steekt: onze woorden, onze daden, onze prestaties, de plannen die we maken. Dat is het deel dat anderen kunnen waarnemen.

Maar de ijsberg heeft ook nog een voet onder water, een deel dat je niet kunt zien. Dat bevindt zich op het ziels- of zijnsniveau. Het zijn onze verlangens, onze aspiraties, intenties, vormende ervaringen, trauma’s, onzekerheden… kortom, dat wat in ons hart is. En juist dat is de basis waaruit veel gedrag voortvloeit. Omdat er een wereld aan informatie voor de buitenwereld verborgen blijft, ligt een misverstand altijd op de loer.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Doodsbedreigingen

Een 15-jarige tiener ontving in het voorjaar van 2022 ruim 5.000 haatberichten en doodsbedreigingen omdat hij verdacht werd van needle spiking. Op sociale media waren beelden opgedoken van het festival We R Young in Hasselt, waarop de jongen rennend te zien is. De beelden gingen viraal en een oordeel was snel geveld: de jongen had overduidelijk iets te verbergen, want hij was op de vlucht.

De heksenjacht die zo ontstond, leidde ertoe dat de jongen uiteindelijk moest onderduiken en nog nauwelijks at en sliep. Een genadeloos oordeel, maar gebaseerd op onvolledige informatie. De mensen zagen alleen de top van de ijsschots: een jongeman die wegrende van de plek waar een meisje onwel was geworden. Maar ze misten de werkelijkheid onder het water. Ze beseften niet dat hij hulp had willen halen voor het slachtoffer. Een onterecht oordeel kostte deze jongen zijn veiligheid en vrijheid.

Oordeelt niet

In zijn beroemde toespraak de Bergrede zegt Jezus:

“Oordeel niet opdat gij niet geoordeeld wordt; want met elk oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat waarmee gij meet, zult gij gemeten worden.”

Mattheüs 7:1

De Amerikaans-Franse schrijfster Anais Nin zei het zo: “We zien de dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn“.

Een baas die het lastig vindt om te delegeren, zal belangrijke zaken liever zelf doen dan ze uit handen te geven. Hij vreest daardoor misschien al snel dat zijn werknemers onbetrouwbaar zijn. Een moeder die zich ergert aan de brutale kinderen van haar zus, zal haar eigen kroost misschien erg streng aanpakken. Maar is dat terecht? Beide focussen zich op wat voor ogen is, maar ze gaan voorbij aan de werkelijkheid onder water. Ze vergeten zich te verdiepen in de intenties van het hart van de mensen met wie ze te maken hebben.

Verantwoordelijkheidsgevoel

Jezus gaat bewust niet mee in dat patroon. Martha focust zich op het doe-niveau, op altijd maar bezig zijn, maar Jezus spreekt haar aan op het zijnsniveau. Dit is wat hij zegt:

“Martha, Martha, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.”

Lucas 10:41

Het probleem blijkt niet bij Maria, maar bij Martha te zitten. Ze gaat gebukt onder een te groot verantwoordelijkheidsgevoel. Gefocust als ze is op alles wat er maar mis kan gaan, vergeet ze wat werkelijk belangrijk is: je ziel voeden met de dingen van eeuwigheidswaarde. Ook Eli lijdt aan een kapitaal verantwoordelijkheidsgevoel. Als hij Hannah ziet, vreest hij dat de tempel die hij beheert, zal worden ontheiligd door dronkaards en types van allerlei pluimage. Hij stelt zich hard tegen haar op, omdat hij dat absoluut wil voorkomen.

Niet van de wereld

Als wij verkeerd worden geoordeeld, dan zijn we in goed gezelschap. Ook Jezus werd verkeerd beoordeeld. Dat ging zelfs zover dat Hij stierf te midden van de misdadigers. Daarom waarschuwt Hij in het Johannesevangelie dat de mensen die in Zijn voetsporen treden, zich ook niet moeten verbazen als anderen zich tegen hen keren.

Mensen wrongen zich in allerlei bochten om een aanklacht tegen Jezus te vinden. Ze veroordeelden Hem niet omdat Hij schuldig was, maar omdat ze ernaar verlangden die stem die hun wereldbeeld deed wankelen, het zwijgen op te leggen. Zoals Anais Nin al zei: we zien de dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn. Of zoals we graag willen zijn.

Lesje in geduld

Even terug naar Hannah. Deze jonge vrouw heeft alle recht om kwaad te zijn. Want wat bezielt die erudiete priester om zo over haar te denken? Alsof ze nog niet genoeg ellende te verduren heeft, voegt hij er nog het nodige aan toe door haar eer in twijfel te trekken. Zulk gedrag verwacht je toch zeker niet van een geestelijke?

Maar in plaats van haar gal te spuwen, blijft Hannah geduldig. In het besef dat Eli verkeerd oordeelt omdat hij haar verborgen wereld niet kent, neemt ze hem mee in haar verhaal. Ze toont hem de onderkant van de ijsschots. De treiterijen van Pennina, haar rivale in de liefde; haar onbeantwoorde verlangen naar een kind. Hanna’s openheid is een geschenk aan Elia. Want niet zij, maar de priester heeft hier een belangrijke les te leren.

Hannah’s vriendelijkheid werkt als een spiegel, en beschaamd ziet Eli zijn misstap in. Beseffend dat hij fout is geweest, maakt hij het goed door haar de zegen te geven. Met succes, want de gebeden van Hannah’s hart worden verhoord. Haar diepste wens wordt werkelijkheid.

Eindoordeel

Zoals God Hannah en Maria recht deed, zo is Hij ook met ons. God ziet verder dan wat voor ogen is, maar doorgrondt het diepste van ons hart. Als iemand ons verkeerd beoordeelt, mogen we onze zorgen voorleggen aan de Eeuwige. Hij is het, die ons recht bepleit. Dat vertrouwen maakt ons ook mild in onze houding naar anderen. Maria en Hannah dagen ons uit om niet te oordelen op basis van wat voor ogen is, maar af te dalen in de diepte. Daar, waar het hart is van onze medemens.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op mijn preek van zondag 17 juli 2022 in de Protestantse Kerk van Hasselt.

De kracht van het verschil

Vakantieperiodes zijn goed voor ontspanning, maar ze zorgen ook geregeld voor irritaties. Een prille relatie, stroef lopende huwelijken, schoonfamilies, nieuw samengestelde gezinnen, vrienden met botsende karakters: die langverwachte zonvakantie kan relaties lijmen, maar ook op scherp zetten. Mensen verschillen namelijk in veel dingen, maar vooral in hoe ze omgaan met dat wat onbekend en anders is.

“Onbekend maakt onbemind”, zegt een aloud spreekwoord. Maar of we dat zo ervaren, hangt sterk samen met onze persoonlijkheid. De Big Five is een persoonlijkheidsmodel dat vaak wordt gebruikt bij sollicitatieprocedures. Het brengt via vijf hoofddimensies de persoonlijkheid in kaart: extra- of introversie, inschikkelijkheid, (on)zorgvuldigheid,  emotionele stabiliteit, openheid voor ideeën en ervaringen.

Onbekend maakt bemind

Vooral onze openheid voor nieuwe ervaringen bepaalt hoe we omgaan met alles wat afwijkt van het vertrouwde. Voor wie hoog scoort op openheid, is het leven één groot avontuur. “Onbekend maakt bemind”, is het credo van zulke mensen. Zo iemand is nieuwsgierig en droomt ervan nieuwe plaatsen te ontdekken en nieuwe wegen te  proberen. Verloopt alles niet volgens schema? Geen probleem, dan maak je toch gewoon een nieuw schema?

Onbekend maakt onbemind (of zelfs ontstemd)

Wie laag scoort, hecht meer waarde aan het vertrouwde. Zulke mensen houden van vaste routines, dagschema’s, plaatsen, restaurants en activiteiten. Als schema’s op het laatste moment worden omgegooid, gaan ze mopperen, worden ze boos of chagrijnig. Dat gedrag stelt de flexibele partner of vriend voor vraagtekens. Waarom zou je überhaupt de illusie koesteren dat het leven zich moest gedragen zoals jij wil? De flexibele geest zwijgt, ergert zich aan de ergernis van de ander, of wringt zich in allerlei bochten om verdere fricties te voorkomen, en verliest daarmee een stukje van zijn of haar spontaniteit.

Avonturiers en gewoontedieren

Tijdens veel vakanties komt de kloof tussen avonturiers en comfort- en gewoontezoekers op scherp te staan. Terwijl de één ervan droomt onbekende wateren op te zoeken, wil de ander elke avond hetzelfde biertje drinken bij zijn vertrouwde café. Soms lijkt de kloof te groot voor een compromis. Toch bieden vakanties ons juist een unieke kans.

“Dit is Mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad”, luidt het gebod van Jezus in het Johannesevangelie. Vakantie is bij uitstek een kans om weer even terug te keren naar die woorden, die ons ook vandaag uitdagen. Liefhebben vergt weinig kunst en oefening als je elkaar feilloos aanvoelt en twee handen op één buik bent. Maar sommige mensen maken het ons moeilijker. Bijvoorbeeld door onze vertrouwdheden om te gooien, of een rem te zetten op onze spontaniteit en onze vrije geest.

Groot geschenk

Vakantie daagt ons uit om eens constructief stil te staan bij het verschil. Wat is het nu precies dat de ander zo anders maakt? En wat is de waarde van dat verschil, hoe kunnen we het een plek geven in onze relaties, teams en vriendschappen? De uitdaging is om verschillen niet te zien als een persoonlijke bedreiging, maar als een verrijking.

Juist de mensen die het meest van ons verschillen, kunnen achteraf een groot geschenk blijken. Uitgerekend zij kunnen ons het meest leren over de veelkleurigheid van Gods liefde, en niet in de laatste plaats over onszelf.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Een verkorte versie van dit artikel verschijnt in augustus 2022 in maandblad Reveil.

Volg Mij

Teksten: 1 Koningen 19, 19-24; Lucas 9, 51-62

De Marokkaanse student Brahim Saadoun zit momenteel in de dodencel van Donetsk. Toen Russische legers Oekraïne binnenvielen, voelde hij zich geroepen om het land waar hij studeerde, te beschermen. Hij nam de Oekraïense nationaliteit aan en meldde zich bij het leger. Nu is Brahim krijgsgevangene in een zelfverklaarde staat die de doodstraf heeft ingesteld. Je geroepen voelen tot iets groters dan jijzelf, kan prachtig zijn. Maar ook gevaarlijk. Aan het woord “roeping” hangt maar al te vaak een prijskaartje. We staan vandaag stil bij twee verhalen in de Bijbel, die daarvan getuigen.

De roep van Elisa

Het Bijbelboek 1 Koningen vertelt hoe Elisa door de profeet Elia geroepen wordt. Als Elisa achter een span ossen aanloopt, nadert Elia hem en werpt zijn mantel rond zijn schouders. Een woordeloze roep, soft & gentle. De jonge Elisa begrijpt het gebaar, en hij zegt: “Laat mij mijn vader en moeder kussen, en dan zal ik met u meegaan”. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst lezen we dat Elia antwoordt: “Ga terug, want wat doe ik je aan?” De betekenis van die woorden is vermoedelijk: “Doe maar, want eigenlijk vraag ik teveel van je”.

Elisa keert terug. Hij neemt afscheid, slacht de ossen, roostert ze op het hout van hun juk en voedt er zijn knechten mee. Terwijl Elia geduldig wacht, verbrandt Elisa alle schepen achter zich. Dan is hij klaar om te gaan.

Drie roepingen door Jezus

In het Lucasevangelie is het Jezus die roept. En nu krijgen we drie roepingsscenario’s te zien. Drie personen krijgen elk afzonderlijk de kans om Hem te volgen.

  • De eerste persoon zegt tegen Jezus: “Ik zal u volgen, waar Gij ook heen gaat”. Maar Jezus waarschuwt hem: “De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten“.
  • Tegen persoon nummer twee zegt Jezus: “Volg Mij”. Maar die antwoordt: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven”. Jezus zegt: “Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het rijk Gods”.
  • Nummer drie zegt: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten”. Tegen hem zegt Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het rijk Gods“.

Waar Elia nog bereid was Elisa tegemoet te komen, lijkt Jezus aanzienlijk minder geneigd tot compromissen. Hij geeft hier achtereenvolgens drie boodschappen. Wie Mij volgt moet bereid zijn af te zien van zijn comfortabele hoofdkussen, van de begrafenis van zijn vader, van het afscheid van zijn familie en zijn roots. De brandende vraag waarmee we achterblijven: waarom krijgt Elisa wel de kans om de zaken netjes af te ronden, en de discipelen van Jezus niet? 

Foto door Daniel Watson op Pexels.com

Het belang van wortels

Op die vraag kunnen we twee antwoorden geven. Het eerste heeft alles te maken met het belang van wortels. Afstamming, familie en roots vervullen in het Oude Testament een cruciale rol. De uitputtende geslachtsregisters in het Oude Testament getuigen ervan. Je bent waar je vandaan komt, je identiteit hangt samen met je familie; met het volk en de bloedlijn waaruit je geboren bent. Elia, die zelf ook uit die traditie afkomstig is, begrijpt en respecteert dat. Hij lijkt zich bewust te zijn van de prijs die de roeping kost. Daarom zegt hij: “Ga terug, want wat doe ik je aan?”

Des te opvallender is dat Jezus – notabene zelf van joodse afkomst – rigoureus breekt met die traditie. In het Nieuwe Testament lijken wortels niet langer van tel. De apostel Paulus gaat er prat op voor de joden een jood te zijn en voor de Grieken een Griek (1 Kor. 9:20). Jezus gaat zelfs zover te zeggen dat “als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, moeder, vrouw, kinderen en broers en zussen, ja zelfs zijn eigen leven, dan is Hij Mij niet waardig” (Lucas 14:26-27). Dat is nogal scherp gesteld, maar het Griekse woord  μισέω (miséo) dat door veel Nederlandse vertalingen met “haat” wordt vertaald, kan ook worden vertaald als: van ondergeschikt belang achten. En dan is de bedoeling duidelijk.

Waar het Oude Testament staat voor joodse afstamming van het volk van Abraham, Isaac en Jacob, staat het Nieuwe voor een meer fluïde identiteit. Dat is verklaarbaar. Jezus breidde het heil uit van een homogeen joods volk naar een multi-etnische ekklesia, een kerkgemeenschap. En dan kunnen de verschillen tussen joden en Grieken voor conflicten en polarisatie zorgen. Door je wortels en identiteit niet in je afkomst, maar in Christus te vinden, kun je een brug slaan naar de ander. Zo ontstaat er gemeenschappelijke grond op basis waarvan je elkaar kunt vinden en ondanks de verschillen een nieuwe familie kunt vormen.

Discipelschap is geen lachertje

Maar er is meer. Jezus maakt tevens duidelijk dat het discipelschap geen lachertje is. Elisa is een jood van geboorte en hij wordt geroepen door een joodse profeet en wonderdoener. Zijn volk en familie kunnen trots op hem zijn. Maar Jezus? Die is een weg gegaan die bij het thuisfront op weinig goedkeuring kan rekenen. De prijs is hoog. Hij wordt Hij door mensen van Zijn eigen volk uitgespuwd. Velen begrijpen niet langer waar Hij mee bezig is.

Wat als Jezus nu gehecht zou zijn geweest aan zijn zachte hoofdkussen? Wat als Hij zou zijn gehecht aan de goedkeuring van zijn volk, aan dat warme en veilige thuisgevoel? Wat als Hij de ontheemding zou hebben geschuwd? Dan zou je deze tekst nu niet lezen. Onze skyline, ons denken, onze muziek en kunst… zelfs onze jaartelling zou er zonder Christus anders hebben uitgezien.

Foto door Nextvoyage op Pexels.com

Christendom light

We geloven vandaag maar al te graag in een christendom light. Het moet allemaal niet te zwaar worden, toch? Niet te moeilijk. Het mag niet teveel kosten, een muntje in de collectezak is prima, maar verder…

Wat als Jezus vandaag tegen ons zou zeggen: “Volg Mij?” Of wat als je, net als Brahim in Donetsk, in een situatie belandt die letterlijk alles van je vraagt, meer dan je hoofdkussen – zelfs je eigen leven?

In het welvarende westen zijn we gewend aan een relatief comfortabel leven. Onze koelkast is gevuld, we streven naar comfortabele en energiezuinige huizen, naar een elektrische auto voor iedereen. En we plannen onze agenda’s vol. Totdat de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne aanbraken, dachten velen dat rampen ons niet meer konden overkomen. We gaan er gemakkelijk vanuit dat het leven zich naar onze wetten zal gedragen.

Als het goede kwaad wordt en het kwade goed

Maar wat als op een dag de wereld die zo vertrouwd leek, faliekant de verkeerde kant op gaat? Wat als het goede kwaad wordt, en het kwade goed? Het overkwam de Nederlandse schrijfster Corrie ten Boom (1892-1983). Zij zag hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog al haar vertrouwdheden van hun sokkel vielen. Hoe hoogwaardigheidsbekleders, die stelden de vooruitgang van hun volk na te streven, miljoenen onschuldigen simpelweg “elimineerden”. Dat alles in naam van een gecorrumpeerde en dodelijke ideologie.

Wat als je in zo’n wereld gehecht bent aan je hoofdkussen, en aan de goedkeuring van je familie, je volk, je leiders?

Ook vandaag zegt Jezus tegen u en mij: volg Mij. Wat betekent het voor ons om Hem te volgen? Om zout en licht te zijn in een wereld die breekt? Wat moeten we van onszelf opgeven, en op welk vlak moeten we lef tonen, durf laten zien? Waar moeten we mee breken, en wat moeten we voeding geven en versterken? Hoe zouden we kunnen groeien in het volgen van Hem?

Achter de voordeur

Foto door Suzy Hazelwood op Pexels.com

In een cultuur die steeds individualistischer en seculierder wordt, zal het ons misschien steeds meer gaan kosten om Jezus te volgen. Om anders te durven zijn. Dan heb je iets uit te leggen. Waarom ga jij naar de kerk? Waarom doe jij wat je doet? Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend meer. Misschien zelf een beetje gek en dwaas, om te vertellen dat jij “nog” gelooft. Ik herinner me dat een collega van Vluchtelingenwerk oooit vroeg: “Ben jij eigelijk wel een moderne meid?” Dat geeft de perceptie al weer. Wie gelooft, is een beetje achterlijk. Niet meer van deze tijd. 

Wie zit er te wachten op zo’n imago? Er zijn vandaag veel anonieme christenen. En toegegeven: normaal doen kan wel zo comfortabel zijn. Het voorkomt lastige vragen en maakt dat je gemakkelijker wordt aanvaard. Maar als niemand meer bereid is de prijs van de ontheemding te betalen, dan verstomt ons getuigenis. Dan klinken er geen verhalen meer die haaks op deze wereldse werkelijkheid staan. Dan durven we geen stelling meer in te nemen tegen onrecht. Dan zingen we het niet langer uit uit liefde voor onze God. Dan worden we onzichtbare gelovigen, enkel nog gelovig achter de voordeur. Kleur- en zoutloze christenen. En dat is precies wat de tijdsgeest wil. Geloven doe je maar thuis.

Maar als Jezus zegt: “Volg Mij”, is dat dan alleen achter de voordeur? Dan is onze weg niet erg lang, tenzij we een heel groot huis hebben, natuurlijk. Grote kans dat je levenspad verder voert. Via de straat en je dorp of stad naar collega’s, familieleden, buren, vrienden, de vluchtelingen in je omgeving, de mensen in nood. 

Eeuwigheidsperspectief

Foto door Andrei Tanase op Pexels.com

Volg Mij. Durven wij dat elke dag opnieuw te doen? Durven we de prijs te betalen van het anderszijn? Zijn we bereid ons zachte hoofdkussen op te offeren? Om onze mening te worden gehekeld of uitgelachen? Om de onderste weg te gaan? Alleen dan kun je een ware discipel zijn, is de ongemakkelijke boodschap uit het Lucasevangelie.

Wees gerust, de kans is groot dat God niet al die dingen van ons zal vragen. We hebben zo allemaal onze dagelijkse uitdagingen, onze vraagstukken, problemen, zorgen en vreugde. De een leidt een comfortabeler leven dan de ander. En terwijl de een geluk ervaart, gaat de ander door diepe dalen heen. Maar middenin die complexe werkelijkheid zegt Christus ook vandaag tegen ieder van ons: “Volg Mij”. En we mogen onszelf, elk in onze eigen situatie, de vraag stellen wat het betekent om Hem te volgen. 

Hoe kunnen we in onze specifieke situatie een volgeling van Jezus zijn? Hoe kunnen we Hem navolgen op ons werk of in onze studie, in de rij voor de bakker, in het contact met die moeilijke buur, wanneer een familielid voor de zoveelste keer belt? In onze relatie, in de opvoeding van de kinderen? Hoe kunnen we Hem navolgen in onze houding tegenover anderen, in alles wat we doen en zeggen? 

Jezus waarschuwt: aan discipelschap hangt een prijskaartje. Je moet de kosten en baten van tevoren goed tegen elkaar afwegen. Dat is verstandig. Maar het levert ook veel op. Wie bereid is Christus achterna te gaan, heeft een anker in deze woelige wereld. De dingen in het leven zullen nooit meer zonder betekenis zijn. Alle puzzelstukjes vallen binnen een eeuwigheidsperspectief. Zoals Corrie ten Boom ooit zei: “Nu zien we nog de losse draadjes, maar straks zullen we het gehele kunstwerk overzien”.

Het pad van de Liefde

Christus vraagt veel van ons, maar Hij geeft nog oneindig veel meer terug. Hij gaf zichzelf. Volledig, voor ons, u en mij. Is dat niet meer waard dan uw hoofdkussen? De wetenschap dat we gekocht en betaald zijn door Zijn kostbaar dierbaar bloed, is genoeg om uit te breken in gejuich. Wie Christus volgt, gaat de weg van de Liefde. Het pad van de dingen van eeuwigheidswaarde. Een bevrijdende liefde in woord en daad, die blijft nagalmen in ons leven en in dat van de generaties die na ons komen. 

Gaat met mij mee op weg en laten we Hem volgen. Met hart en ziel. En vol overgave, wetende dat ons een grote beloning te wachten staat. Amen.

Deze preek werd gehouden in de protestantse gemeente Sluiskil-Sas van Gent-Philippine op zondag 26 juni 2022.

Foto door Brett Jordan op Pexels.com

Internetoplichting. Zorg dat je deze drie scammers vermijdt

Digitale media openen de deur tot ongekende mogelijkheden, maar ze brengen ook uitdagingen met zich mee. Dat de term “scammers” zo’n 468 miljoen hits oplevert op Google, zegt genoeg. Sommige scammers komen met verhalen die gemakkelijk te ontmaskeren zijn, maar er zijn ook internetoplichters die het slimmer aanpakken. Hoe herken je ze? Wees gewaarschuwd! Dit zijn de drie meest voorkomende profielen.

De love scammer

Foto door Sarah Deal op Pexels.com

Krijg je een vriendschapsverzoek van een aantrekkelijke Amerikaanse piloot of militair, of een uiterst charmante Britse of Australische dame? Wees op je hoede! Love scamming is een vorm van datingfraude die in Nederland en België jaarlijks miljoenen euro’s schade veroorzaakt. Volgens gespecialiseerd onderzoek van Forensicron is ongeveer 40 procent van de slachtoffers man en 60 procent vrouw.

Datingfraudeurs hanteren zeer geslepen tactieken. Ze sturen attente berichtjes, tonen interesse en achterhalen de wensen van hun slachtoffer, zodat ze zich kunnen voordoen als de ideale partner. Sommige love scammers sturen tientallen, zo niet honderden berichtjes per dag. Hun aanpak is erop gericht om zo snel mogelijk gevoelens van verliefdheid in het slachtoffer op te wekken.

Is het eenmaal zo ver en kun je aan niets of niemand anders meer denken? Be aware! Er gebeurt onherroepelijk iets waar geld voor nodig is.

  • Het vliegtuigbezoek kan niet doorgaan wegens procedurele tegenslag;
  • De bankrekening van je geliefde is door een fout bevroren;
  • Zijn/haar creditcard werkt niet meer;
  • Je toekomstige bruid(egom) heeft dringend een lening nodig voor een bedrijf, studie of vliegreis.

Reken maar niet op een ontmoeting of een zonnige toekomst. Samen met de liefde verdampt ook je banksaldo.

Identiteitsfraude

Foto door Pixabay op Pexels.com

Tijdens een boekpresentatie in Brussel zoomde de telefoon. Toen ik opnam kreeg ik een Engelssprekende man aan de lijn die beweerde van de federale overheid te zijn. “U moet dringend actie ondernemen, want er zijn frauduleuze handelingen geconstateerd met uw identiteitskaart en bankrekening”, zei hij. Omdat een telefoontje van de federale overheid in het Engels nogal verdacht is, vroeg ik hem of hij ook Frans of Nederlands sprak.

Het antwoord dat de man gaf, klonk nogal ontwijkend: “Mevrouw, gezien de urgentie van dit probleem, is het beter dat we zulke zaken in het Engels afhandelen”. Na duidelijk te hebben gemaakt dat ik hem niet geloofde, brak ik het gesprek af.

Daarna volgden er nog een paar onbeantwoorde telefoontjes. Vervolgens een spraakbericht van de “federale overheid” via whatsapp, nu wel in het Nederlands. Met wie ik had ik nu precies van doen gehad? Een telefoontje naar de echte federale politie leverde gelukkig wel betrouwbare informatie op.

Tips van de politie

Een typische poging tot identiteitsfraude, constateerde de politiemedewerker aan de lijn. Vaak bedienen de personen zich in kwestie van de telefoonnummers van onwetenden, die ze via het internet hebben “gekraakt”. De daders zijn daardoor meestal lastig te achterhalen. Enkele tips van de politie:

  • Overheidsinstanties spreken altijd de officiële landstaal (of -talen). Een Engelstalig telefoontje namens de Nederlandse of Belgische politie? Niet vertrouwen.
  • Overheidsinstanties vragen aan de telefoon nooit om persoonlijke gegevens. Daarvoor worden andere kanalen gebruikt, zoals sites waarvoor je je moet identificeren via ItsMe of identiteitskaart.
  • Noteer het onbetrouwbare nummer en meld het bij de politie.
  • Blokkeer het nummer.
  • Heb je toch gegevens verstrekt? Je bankkaart blokkeren is de eerste stap. Neem daarna zo snel mogelijk contact op met de lokale politie.

Erfenisfraude

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Erfenisfraude gaat meestal schuil achter een hulpeloos gezicht. Een onbekende benadert je, en doet zich voor als een vergeten familielid of een oudere dame met de Franse nationaliteit, woonachtig in Nederland of België. Logisch, want spel- en taalfouten worden dan verklaarbaar. Het profiel oogt vaak betrouwbaar, met huisdieren, een tuin, foto’s van spelende kinderen. Maar schijn bedriegt.

Voeg je deze persoon toe, dan krijg je een wanhopig berichtje. De persoon in kwestie heeft veel geld, maar helemaal niemand om dat mee te delen. Aan wie moet hij of zij haar erfenis nalaten als ze er niet meer is? Daarom heeft de weldoener jou, een vreemde, uitgekozen om de erfenis naar over te maken. De redenen zullen ongetwijfeld je ego strelen:

  • Je ziet er zo vriendelijk uit;
  • Je bent maatschappelijk actief/doet goed werk/bent kerkelijk betrokken;
  • Jij lijkt haar een van de weinige betrouwbare personen die deze wereld nog rijk is.

Stuur je je mailadres, dan ontvang je een mail, ogenschijnlijk van een advocaat of notaris, met daarin een “officiële” bevestiging dat de weldoener in het buitenland jou haar fortuin wil toevertrouwen. Soms is er zelfs een overlijdensakte bijgesloten die bedrieglijk echt lijkt.

Te mooi om waar te zijn? Inderdaad. Want als je de erfenis werkelijk wilt ontvangen, hoef je nog maar één stap te wagen. De notariskosten betalen. Is dat eenmaal gebeurd, dan verdwijnt de vriendelijke Franse dame of het verre familielid met de noorderzon.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

“Liever goed gelovig dan goedgelovig.”

Kelly Keasberry