De dankbare zakenman

“Goedemiddag meneer”, groet ik als ik een ziekenhuiskamer binnenkom, “ik ben Kelly van de pastorale dienst. Hoe gaat het vandaag met u?” Mijn zin is nog niet af, of ik ontmoet al een glimlach van oor tot oor.

Pastoraal medewerker is een wonderlijk beroep. Als je zoals ik in een ziekenhuis werkt, kom je langs vele bedden, maar altijd is het een verrassing wie je daarin aantreft. Elke patiënt brengt een uniek verhaal met zich mee.

Stilgezet

Vandaag sta ik aan het bed van een gepensioneerde zakenman. Hij heeft veel geld verdiend en is de hele wereld over gevlogen, vertelt hij in geuren en kleuren. Indonesië, Cambodja, Vietnam, China, Zuid-Afrika, Mexico, Panama… er zijn nauwelijks landen waar hij zijn voet niet heeft gezet. Maar nu is deze stralende wereldburger voor even stilgezet. Ingekapseld tussen witte lakens, vastgehecht aan draadjes, toeters en bellen. Dat doet iets met mensen. Sommigen tref ik aan in een staat van onrust, alsof ze moeten afkicken van hun dagelijkse dosis adrenaline. Bij weer anderen komen allerlei onverwerkte emoties naar boven. Een derde ondergaat mopperend of lijdzaam zijn lot, en een vierde maakt er actief het beste van. Tot die categorie behoort deze man: een onvervalste levensgenieter.

Nadat de man stralend over zijn reizen en zaken heeft verteld, zegt hij: “Maar ik kwam altijd weer thuis. Ruim zestig jaar zijn we getrouwd, mijn vrouw en ik. En er was niets mooiers dan elkaar weer even stevig te kunnen vastpakken.” Soms begrijpt hij de wereld niet, verzucht hij. Al die jonge mensen die vijf jaar bij elkaar blijven. Of tien. De mensen die voor even de liefde omarmen, maar haar dan weer het raam uit laten vliegen. Op zoek naar een nieuwe liefde. Waar is de trouw gebleven? Evenmin begrijpt hij waarom mensen zo vaak afbreken wat ze hebben opgebouwd. Waarom ze de natuur, die een mens innerlijke vrede kan schenken, zo achteloos vernietigen.

Liggend in zijn ziekenhuisbed, nu de dagelijkse mallemolen tot stilstand is gekomen, lijkt de wereld hoe langer hoe dwazer. Terwijl in Oekraïne de huizen in puin liggen en de Oeigoeren in Xinjiang van hun taal en cultuur worden beroofd, ruisen de palmbomen langs het strand van Bali en komt de zon op als een gloeiende bal achter de machtige bergketens van China. Zo schoon en vredig.

Levenskunst

De zakenman heeft een gulle glimlach, maar soms maakt die plaats voor ernst. “Weet je wat het is?”, vraagt hij. “De mensen in België en Nederland mopperen wat af, terwijl het leven bijna nergens beter is dan hier; ze verlangen naar een minnaar terwijl ze een fijne partner hebben. Jonge mensen werken hard om rijk te worden, maar als je oud bent, ontdek je dat alles draait om de mensen die je liefhebt. Weet je wat het probleem is: veel mensen denken dat het hen aan van alles en nog wat ontbreekt. In werkelijkheid ontbreekt het hen aan maar één ding: dankbaarheid.”

De glimlach op zijn gezicht is terug, zie ik. Zelf heeft hij de dankbaarheid tot levenskunst verheven. “Elke dag ben ik dankbaar. Voor de goede zorgen die ik hier krijg, voor het zonlicht dat binnenvalt, voor iedereen die me een glimlach schenkt. Zoals u vandaag.”

Als ik me omdraai om te gaan, bedankt hij me voor ons gesprek. Want zoals veel dingen in zijn leven, is ook onze ontmoeting allesbehalve vanzelfsprekend.

Geen menselijke wijsheid, maar de kracht van God

Als je ergens bent uitgenodigd om te komen spreken, dan is het wel zo handig om deskundig over te komen. Toch lijkt de apostel Paulus zich nauwelijks druk te maken over zijn reputatie. In zijn eerste brief aan de geloofsgemeenschap van Korinthe schrijft hij: “Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid.” (2 Kor. 2:1-5)

Je niet laten voorstaan op je kracht, maar op je zwakheden – waarom zou je dat doen? Die vraag was in de tijd van Paulus zo mogelijk nog relevanter dan nu. Vrijwel niets was in de Grieks-Romeinse cultuur zo belangrijk als welsprekendheid. Een traditie die terugvoert tot de vierde eeuw voor Christus, toen Aristoteles zijn Retorica schreef, een verhandeling over de kunst van het overtuigend spreken. Ook Cicero en Quintilianus spendeerden de nodige inkt aan retorica.

Verwachtingspatroon doorbroken

In de wereld van Paulus kon je eigenlijk alleen iets bereiken als je de kunst beheerste om een publiek doeltreffend toe te spreken. Het onderwijs legde daar een grote nadruk op. Openbare sprekers spaarden kosten noch moeite om hun wijsheden te etaleren, en filosofen staken elkaar naar de kroon met de meest welluidende toespraken. Woorden waren de ultieme manier om je imago op te poetsen. Dus wat zouden de Korinthiërs hebben gedacht hebben toen ze de apostel Paulus zagen aankomen? Ik stel me voor dat ze zoiets dachten als: “Ach, daar heb je er weer zo één.” 

Paulus is zich bewust van dat verwachtingspatroon. Hij weet dat menigeen zo’n bezoek aan Korinthe als een buitenkansje zou hebben aangegrepen om zijn welsprekendheid te etaleren. Maar wat doet Paulus? In plaats van aan te sluiten bij het heersende verwachtingspatroon, doorbreekt hij dat. “Ik had besloten geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde”, getuigt hij in zijn brief. Zijn eigen agenda laat Paulus even dicht. Zijn persoonlijke kennis, overtuigingen, welsprekendheid – het doet er allemaal even niet toe. Paulus gaat zelfs nog een stapje verder. Hij is niet alleen gekomen zonder uitmuntendheid van spreken of uitzonderlijke wijsheid, maar ook nog eens in al zijn kwetsbaarheid, met al zijn angsten en onzekerheden (2 Kor. 2:3).

Muren rond je hart

Paulus komt dus naar Korinthe zoals hij is: kwetsbaar, angstig en onzeker. Uitgerekend in een cultuur waar het hoogste woord telt, doet hij geen enkele moeite om zijn kwetsbaarheid te verbergen. De vurige apostel Paulus is misschien wel de laatste van wie je zo’n statement zou verwachten.

Net als Paulus kennen ook wij onze zwakkere momenten, maar slechts weinig mensen komen daar openlijk voor uit. De één recht zijn rug, blaast zich op en doet alsof hij alles heel goed weet, zelfs beter dan een ander. Weer anderen verbijten hun pijn of tranen, alles om zich maar niet te laten kennen. Ook vandaag leven veel mensen met dikke muren rond hun hart. Want hoe kwetsbaarder je van binnen bent, hoe dikker de muren die je nodig lijkt te hebben om in deze grillige wereld te kunnen overleven.

Maar Paulus pakt het dus helemaal anders aan. Tegenover de gemeente in Korinthe laat hij zijn schild zakken. Hij werpt zijn spreekwoordelijke harnas van zich af. “Kijk”, zegt hij daarmee, “ik spreek misschien grote woorden, maar dat wil niet zeggen dat ik een grote man ben. Ik ben zelfs kwetsbaarder, angstiger en onzekerder dan jullie je kunnen voorstellen. Als ik grootse woorden spreek, dan is het omdat een grote God mij de kracht geeft om die te spreken.”

Foto door Engin Akyurt op Pexels.com

Eigen-wijsheid of de kracht van God

Dat getuigenis vertaalt hij ook naar de gemeente. “Uw geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.” Hier plaatst Paulus twee dingen tegenover elkaar:

  • Menselijke wijsheid. Menselijke wijsheid verwerf je door te lezen, te studeren, de wereld en het geloof op een rationele manier te benaderen. Het instrument van de menselijke wijsheid is de rede.
  • De kracht van God. Gods kracht is niet door eigen inspanning te verwerven; die begint daar waar we je verlangen loslaat om kapitein te zijn op eigen schip, en bereid bent om het roer over te dragen. De instrumenten van de kracht van God zijn ontvankelijkheid en overgave.

De tegenstelling die Paulus hier schetst, roept vragen op. Fides Quaerens Intellectum, zei Augustinus, “het geloof zoekt te verstaan.” Betekent overgave aan de kracht van God dat je je verstand in de koelkast zet? Pleit Paulus voor een geestdrijverij waarbij je puur op de emotie vaart en je niet langer kritische vragen stelt? Aan uitersten zit altijd weer een gevaarlijk randje, voorbeelden te over.

Afgodenbeelden

We begrijpen de essentie van Paulus’ woorden misschien beter als we te rade gaan bij de profeet Jesaja. In Jesaja 43:9-12 richt die zich tegen de dienaars van afgoden. Ze worden allemaal naar voren geroepen en uitgedaagd om hun gelijk te bewijzen. “Wie van de goden heeft kunnen vertellen wat er gebeuren zou?”, daagt de profeet hen uit. Daarmee maakt hij duidelijk dat de beelden die door mensen worden aanbeden, nog minder zijn dan hun makers. Ze mogen dan de vorm hebben van mensen, maar ze kunnen niet spreken en hebben geen verstand.

Het afgodendom waar Jesaja zich tegen keert, is een poging om de Eeuwige een menselijk gezicht te geven, maar ook om God te verkleinen, te vangen en op te sluiten in materie. Het verlangen om God te beheersen, anders gezegd. Want wie in staat is een godje te scheppen en te formeren, kan daar heer en meester over zijn.

Fundament van menselijke kennis

Laten we nu nog eens terugkeren naar de woorden van Paulus:

"Uw geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God."

Stel dat menselijke wijsheid het fundament is onder ons geloof. Stel dat we niet geloven omdat we de opstandingskracht in ons leven erkennen, maar dat we geloven omdat we het allemaal wel weten. Omdat we na lang beraad tot een sluitende ontstaanstheorie over de aarde zijn gekomen, of omdat we het perfecte godsbewijs hebben gevonden. Of misschien waarderen we aan ons geloof dat we een kerkelijke instituut hebben waar je interessante postjes kunt bemachtigen, of voelen we ons thuis in kerken waar het nog altijd gaat “zoals we het vroeger deden.”

Dat lijkt allemaal heel nobel, maar Paulus licht in de Efezebrief nog eens toe wat een kerk precies is: niet zozeer een huis of bouwwerk van stenen, maar het lichaam van Christus. Een levend lichaam, organisch, waarbinnen alle leden onderling afhankelijk zijn. Het is essentieel dat een lichaam wordt bezield door levenskracht. Als Gods kracht of energie niet meer door de kerk kan stromen, dan rest ons slechts een verzameling van losse stenen. En als Gods liefde niet langer ons leven kan transformeren, dan rest ons slechts een theorie, of een setje losse normen of waarden. Inwisselbaar voor nieuwe theorieën, die misschien nog plausibeler klinken. Daarom zegt Paulus: “Uw geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.” 

De kracht van God

Laten we nu eens stilstaan bij die kracht van God, want Jesaja (43:10-11) vertelt ons er veel over.

"Voor Mij is er geen God gevormd en na Mij zal er geen zijn. Ik, ik ben de Heer! Buiten Mij is er niemand die redt."

Dat komt overeen met het beeld dat we in de Openbaring van Johannes lezen in het Nieuwe Testament, waar God zich als volgt openbaart: “Ik ben de Alfa en de Omega. Ik ben het die is, was en die komt, de Almachtige.” (1:8) De Eeuwige heeft geen begin en geen einde, er is niets dat aan God voorafgaat en niets dat volgt.

Als God de kosmos bezielt, de Bron van alle leven is die alles omvat en in stand houdt, en toch persoonlijk genoeg is om ons, kleine stipjes in het universum te kennen, zelfs zodanig dat iedere haar op ons hoofd is geteld, dan lijkt het dwaasheid om de Eeuwige te willen vatten in een beeld. Om God zo klein te maken dat Hij in onze broekzak of onze vensterbank past. 

Wie snijdt er vandaag nog een beeld van hout en zegt: “Dit is God”? Niet veel van ons zullen dat waarschijnlijk doen. Maar soms proberen we God wel in de kamer van ons verstand te proppen. Soms trachten we Hem te beheersen en te bevatten, zodat Hij in onze schema’s, denkbeelden of agenda past, of anders verdringen we Hem wel naar de zijlijn van ons bestaan. Dan denken we dat we het allemaal zelf wel kunnen, en gunnen we God alleen de kleinste kamertjes van ons leven. 

Mijn getuigen zijn jullie

“Mijn getuige zijn jullie”, klinkt het in Jesaja (43:10), “Mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben. Voor Mij is er geen God gevormd, en na Mij zal er geen zijn. Ik, ik ben de Heer! Buiten Mij is er niemand die redt.”

Jesaja en het volk Israël, maar ook Paulus waren Gods getuigen. Zij waren, met andere woorden, mensen die in en door hun levenswandel blijk konden geven van Gods kracht en liefde. In die lijn staan ook wij, als gelovigen vandaag. Ook wij mogen weten dat we Gods getuigen zijn; geroepen om in een grillige wereld Gods liefde en kracht te belichamen. ‘Geroepen’ klinkt misschien als een groot woord, maar door de Bijbel heen is het altijd weer verbazingwekkend wat voor mensen God uitkiest. Doorgaans niet de groten of de machtigen, maar juist de mensen van wie niemand iets zou verwachten: een kleine herdersjongen zoals David; een stotteraar zoals Mozes; het weeskind Esther, de non-conformistische einzelgänger Johannes de Doper, en last but not least Jezus, de zoon van vluchtelingen, geboren in een stal.

De Eeuwige lijkt een voorkeur te hebben voor mensen met een deukje en een krasje, of zelfs waar een flinke hoek af is. Waarom zou dat zijn? Grote kans dat juist dit de mensen zijn die niet vol trots hun hart afsluiten, maar die bereid zijn tot overgave. Dat is ook precies waarom Paulus, een man begiftigd met grote kracht van God, zo nadrukkelijk zijn trots laat varen. Door ontwapenend te zijn, hoopt hij dat ook anderen hun schild laten zakken. Want God heeft ons lief zoals we zijn. Evenmin als God verlangt in een beeld te worden gegoten, verlangt Hij van ons dat we ons verschuilen achter dikke schilden of in toonbeelden van perfectie.

Krachtige bomen

In alle vrijheid jezelf te mogen zijn, met alle fouten en imperfecties die daarbij horen, dàt is genade. Hoe meer we onze kleinheid en kwetsbaarheid durven te erkennen, hoe meer Gods kracht in ons kan toenemen, en hoe meer we kunnen groeien.

De Bijbel is een bijzonder boek boordevol verhalen over gebroken twijgjes, die uitgroeiden tot krachtige bomen in Gods Koninkrijk. Zo mogen ook wij ons uitstrekken naar Gods plannen voor ons leven. Een spreekwoord zegt: God houdt van je zoals je bent, maar teveel om je zo te laten.

Alle eer aan onze God – de Alfa en Omega, wiens goedheid geen begin of einde kent. Amen.

Foto door Felix Mittermeier op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek in De Brabantse Olijfberg in de Lange Winkelstraat in Antwerpen, zondag 5 februari 2023.

Worstelen met het groene monster

Wie kent het niet, dat groene monstertje dat toeslaat als iemand anders iets heeft dat jij graag zou willen hebben? Zoals die collega die er altijd fantastisch uitziet en die voor het geluk geboren lijkt; die vriend of vriendin die steevast de spannendste dingen meemaakt; die broer of zus die zoveel meer verdient? Bij sommige mensen voel je je in de schaduw staan. En voor je er erg in hebt, krijgen negatieve gedachten vat op je. Vergeleken met die ander voel je je dom, mislukt, incapabel, lelijk of een saaie grijze muis. Dat is het zaadje van de jaloezie. En als we het maar genoeg water geven, begint het te ontkiemen, groeit de jaloezie uit tot een boom en raken we verstrikt in de ranken.

Jaloezie in de Bijbel

In Psalm 37 (1-8) gaat koning David specifiek in op jaloezie:

Wees niet jaloers op oneerlijke mensen,
op mensen die zich niets aantrekken van God.
Want ze verdwijnen net zo snel als gras,
als gras dat verschroeit in de zon.
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is.
Wees trouw aan de Heer,
dan zul je altijd veilig in het land wonen.
Blijf altijd dicht bij de Heer en geniet van Hem.
Dan zal Hij je geven wat je van Hem vraagt.
Vertrouw je hele leven aan Hem toe.
Dan zal Hij in alles voor je zorgen.
Hij zal altijd voor je opkomen.
Dat is net zo zeker als dat het 's morgens weer licht wordt
en de zon hoog aan de hemel zal komen te staan.
Wees stil en verwacht alles van de Heer.
Wees niet jaloers op mensen bij wie alles goed lijkt te gaan,
en bij wie alle misdadige plannen lijken te slagen.
Word niet boos of jaloers.
Boosheid en jaloersheid doen alleen maar kwaad.

De illusie van het Grote Succes

Soms bekent iemand weleens met een zweem van onschuld: ‘Ik benijd je.’ En laten we eerlijk zijn: als anderen ons benijden om iets dat we hebben of kunnen, is dat toch best een compliment. Reclamemakers spelen slim in op het menselijke verlangen naar bewondering. Zo lanceerde Peugeot het model 207 Envy, oftewel afgunst.

In de wereld van onze (groot)ouders was de sociale klasse waarin je geboren werd, bepalend voor je levensloop. Eens een boer altijd een boer; eens een notabele, altijd een notabele. Vandaag leven we in een wereld waarin iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen succes én voor het gebrek daaraan. Geen wonder dat we ons uiterste best doen om succes uit te stralen. Wie op sociale media rondscrolt, ziet de ene selfie na de andere voorbijkomen. Dankzij handige ‘skins’ en filters kan iedereen er binnen enkele muisklikken uitzien als een fotomodel. Doordat we bovendien steevast onze mooiste foto’s posten, lijkt het alsof iedereen altijd een reuze spannend leven leidt. ‘Het Grote Succes’ is een illusie die we samen creëren en in stand houden. Prachtig voor wie op zoek is naar volgers, maar minder voor wie de avonden eenzaam in zijn appartementje doorbrengt. Al scrollend slaat dan al snel het ‘groene monster’ toe.

“Boosheid en jaloezie doen alleen maar kwaad”, waarschuwt David. Vraag eens aan een schoolklas wie er behoefte heeft aan meer jaloezie in zijn leven, en niemand zal zijn vinger opsteken. Grote kans dat we allemaal wel weten hoe jaloezie voelt. Het is een negatieve energie die aan je vreet; het zeurt, schrijnt en ettert van binnen. Jaloezie is een venijnig monstertje. Het consumeert alle vreugde en blijdschap, maakt vrienden tot vijanden en laat je achter met een immense leegte. Zo mogelijk nog erger is het wanneer jaloezie plaatsmaakt voor afgunst. Dan misgunnen we de ander niet alleen zijn succes, maar zetten we ons ook in om het die persoon te ontnemen. Bijvoorbeeld door te roddelen, te stoken of diens relatie of carrière te saboteren.

Boosheid

Het vreemde is dus: niemand houdt van jaloezie of afgunst. Niemand zegt: “Ja, doe mij er maar een grotere dosis van!” En toch zijn we in onze samenleving constant bezig die gevoelens te voeden.

David richt zich in zijn psalm specifiek tegen de boosheid. “Geef er niet aan toe”, is zijn raad. Blijf kalm, wind je niet op, laat je woede varen. Dat hij die emotie herhaaldelijk noemt, is meer dan een stijlkenmerk. Jaloezie maakt het menselijk hart onrustig als een opgezweepte oceaan. We geven een gemene steek onder water, benadrukken elke fout, vallen een collega openlijk aan. En de ander? Die heeft waarschijnlijk de grootste moeite om die heftigheid te plaatsen.

Zelftwijfel

Een voorbeeld? Hanne krijgt promotie op het werk. Trots belt ze een vriendin om te vertellen dat ze is gevraagd voor een functie met meer verantwoordelijkheid en een hoger salaris. Maar hoewel ze had verwacht dat haar vriendin blij voor haar zou zijn, blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Dan zegt haar vriendin: “Hanne, je gaat dat toch niet doen, hè? Als je die job aanneemt, zul je je kinderen niet veel meer zien. Ik vind het onverstandig, en bovendien: ik zie eigenlijk niet goed in waarom ze jou daarvoor gevraagd hebben. Het zou weleens boven je niveau kunnen zijn.”

Als Hanne niet in staat is de jaloezie in het hart van haar vriendin te doorzien, brengt dit telefoongesprek haar uit haar evenwicht. Ze hangt op met een dubbel gevoel. De combinatie van werk en gezin brengt haar aan het twijfelen. Heeft haar vriendin misschien gelijk? Gaandeweg begint Hanne ook aan zichzelf te twijfelen. Misschien heeft het management zich inderdaad wel in haar vergist. Misschien is ze inderdaad minder capabel dan ze overkomt; stel nu dat dit één grote vergissing is….

Zo wapen je je tegen jaloezie

Jaloezie maakt meer kapot dan je lief is. Het is al met al een krachtige emotie waartegen je je moet wapenen. Hoe doe je dat? Al vele eeuwen grijpen mensen naar amuletten, edelstenen of spreuken tegen het zogenaamde ‘boze oog’: de negatieve energie die iemand uitzendt door gevoelens van afgunst en jaloezie op een ander te projecteren. Christenen zijn het belang van de geestelijke wapenrusting (Efeze 6) soms wat uit het oog verloren. Maar wist je dat de Bijbel machtige principes geeft om je te wapenen tegen jaloezie? Ik zal je uitleggen hoe het werkt.

Zolang we jaloers zijn, bekijken we het leven door een smalle focus. Veel van onze energie en aandacht gaat uit naar de mensen die we benijden. Willen we onszelf beschermen tegen jaloezie, dan is het belangrijk om een andere bril op te zetten. “Zoek je geluk bij de Heer, Hij zal je geven wat je hart verlangt”, stelt David (Psalm 37:4, NBV22). Dat betekent twee dingen:

  • Je geluk zoeken bij de Heer betekent dat je je primair op God focust in plaats van op mensen.
  • Je geluk zoeken bij de Heer betekent dat je oog ontwikkelt voor de aard en de oorsprong van je geluk. Waar ben je oprecht dankbaar voor? Met welke mooie dingen in je leven ben je gezegend?

Als we God de eerste plek geven, zal God ons de wensen van ons hart schenken, daagt David ons uit:

“Leg je leven in de handen van de Heer, vertrouw op Hem en Hij zal dit voor je doen. Het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon.”

Omgekeerde wereld

In de zaligsprekingen in Mattheüs 5 stelt Jezus een omgekeerde wereld voor. De orde van God. Het zijn niet de machtigen en rijken, de mensen die altijd vrolijk zijn, de hardvochtigen, de onverschilligen, de zelfzuchtigen … die aan het langste eind trekken. Het zijn de mensen die lijden aan de wereld, zij die verdriet hebben en elke dag opnieuw hun tekorten voelen. 

Die omgekeerde wereld van God komt nergens meer tot uiting dan in de dood van Jezus. Zo’n goed mens met zoveel waardigheid die wordt vernederd tot op het bot gestript en vastgespijkerd aan een stuk hout. Het is lelijk, het is bruut, het is afzichtelijk. Maar op een wonderlijke manier redt God juist zo de wereld. Het lelijkste en verachtelijkste op deze aarde verandert hij in een wonderschoon gebaar van liefde, van genade.

God kijkt anders naar de dingen dan wij. Zou het kunnen zijn dat we in moeite en tegenslag iets kunnen ontvangen wat we niet kunnen ervaren in een leven dat vlekkeloos en rimpelloos verloopt? Zou het kunnen zijn dat we als we ons hulpeloos  en kwetsbaar voelen, dat we juist dan als bruikbare klei in Gods handen zijn? Dat wachten en missen en worstelen ook iets in zich kan dragen van een leerschool?

Hopen op God

Als God anders naar de dingen kijkt, dan kunnen wij dat misschien ook wel leren. Zowel Jezus als David dagen ons uit om onszelf de vraag te stellen wat er nu werkelijk toe doet in ons leven. Zijn die bezittingen nu wel zo belangrijk? Is het eer en erkenning waar ons leven om draait? Status, geld, een mooi huis of auto? David is er duidelijk over: al die dingen vergaan. Ze zijn slechts stof, vandaag tastbaar, morgen vervlogen. Maar wie hopen op God, zullen het land bezitten.

Willen we ons wapenen tegen jaloezie, dan betekent dat bovenal: een nieuwe mindset aannemen. We moeten die innerlijke oceaan tot bedaren brengen, en leren leven in een geest van liefde en vrede. Klinkt ingewikkeld, niet? Toch is het misschien eenvoudiger dan je denkt.

Een mindset van liefde en vrede groeit door je naaste toe te wensen wat je voor jezelf wenst. Daarmee zijn we bij de Golden Rule, het universele principe dat in vrijwel alle wereldreligies terug te vinden is. Uitgangspunt is dat het welzijn van anderen onlosmakelijk verbonden is met dat van onszelf. De goede gaven in het leven, die ons door de Eeuwige worden toebedeeld, zijn niet slechts voor onszelf bedoeld. Ze staan in het teken van de gemeenschap en van elkaar. Ze zijn er om te worden uitgedeeld en vermenigvuldigd, om zo de ander en de wereld te kunnen dienen.

Jaloezie is in feite het ontspoorde zusje van bewondering. We zijn jaloers op de eigenschappen die we in anderen bewonderen. De grote uitdaging is dus om het goede dat we in anderen zien te benoemen en ervoor te danken. Hannes vriendin kan bijvoorbeeld zeggen: “Dat is nu echt geweldig nieuws! Prijs God dat je zo’n buitenkans op je pad gekregen hebt. Het is je van harte gegund!” Verlangt ze ook zelf naar succes in haar carrière, dan is de volgende stap om God te bidden om haar daarmee ook te zegenen. En vervolgens om zich open te stellen voor de lessen die ze op dat vlak van Hanne zou kunnen leren.

Geliefd, hoe dan ook

Hoe voorspoedig mensen ook kunnen zijn, belangrijk om in gedachten te houden is dat het leven eindig is. We komen met lege handen op aarde, en zonder iets gaan we heen. Ik geloof dat Gods liefde de basis is van ons bestaan; een Liefde die alles omvat en in stand houdt. Niets wat wij doen maakt die liefde groter. Niets wat wij doen maakt die liefde kleiner. Ons leven, elke ademtocht, de zon die over ons opgaat, een glimlach, bloemen in de lente… dat alles is een geschenk van God.

Ik geloof ook dat er geen krachtiger medicijn is tegen jaloezie dan dankbaarheid. En het is ook nog eens volledig gratis! Dankbaarheid ontstaat alleen niet vanzelf; je moet je erin oefenen. Begin elke nieuwe dag gewoon eens door te danken voor al het goede dat je hebt ontvangen, en voor de mooie gaven die je ziet in anderen. Vervolgens kun je je eigen wensen in gebed brengen. En je zult merken: zelfs een minimale dosis dankbaarheid maakt al een wereld van verschil.

Alle zegen en goeds voor vandaag! 💖

Foto door u0158aj Vaishnaw op Pexels.com

Deze blog is gebaseerd op de preek van zondag 29 januari 2023 in Protestantse Gemeente Hoek. Klik hier om de online kerkdienst te bekijken.

Versnippering

De kans dat je dit nieuwe jaar met goede voornemens begonnen bent, is groot. De kans dat je ze tot nu toe hebt volgehouden, is klein.

Misschien wil je al zo lang een boek uitlezen, maar kom je niet verder dan een paar losse bladzijden. Of misschien ligt jouw huis, net als het mijne, wel vol half-gelezen boeken. Evenzo oefenen veel mensen voor een marathon, maar slechts weinigen halen de eindstreep.

Lange adem

We leven in tijden van chronische versnippering. Dit is de eeuw van vluchtige informatie, kicks en snelle acties. Swipen is in, het werk van lange adem is uit. Maar dreigen we onszelf niet in die stroom te verliezen?

‘Het is beter om kleine taken goed af te ronden, dan om veel matig werk te doen’, waarschuwde de filosoof Plato. Die boodschap klinkt vandaag actueler dan ooit. Want laten we eerlijk zijn: wat maakt een boek spannender dan de afloop? En wat is er bevredigender aan een marathon dan de eindsprint?

Misschien moeten we de lange adem weer eens tot trend verheffen. Of toch minstens tot goed voornemen.

Deze column wordt gepubliceerd in maandblad Reveil.

Samen thuis

Gebedsweek voor de eenheid van christenen

Een thuis. De plek waar je woont, daar waar je huis staat. Wie verlangt er niet naar een veilige plaats onder de zon? Als je het nieuws leest, als we zien wat er in de wereld en zelfs in onze wijk gebeurt, dan is het wel zo fijn om thuis te komen. Om de deur achter je dicht te trekken en je geborgen te voelen.

Voortdurend onderweg

In het het evangelie van Mattheüs lezen we dat Jezus gaat wonen in Kafernaüm aan de oever van het meer. Een stukje tekst waar je gemakkelijk overheen leest. Vandaag gaan we daar wat dieper op in. Want wat betekent dat, dat Jezus in Kafarnaüm gaat wonen? Even verderop in het Mattheüs-evangelie (8:20) staat geschreven:

“De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan Zijn hoofd nergens te ruste leggen.”

Jezus vestigt zich blijkbaar in Kafarnaüm, maar niet om een rustig leventje te gaan leiden. Herkennen wij daar iets van? We hebben een vast plekje in deze wereld, een thuis, en toch blijft er altijd een zekere rusteloosheid in ons. We zijn voortdurend onderweg, we moeten nog zoveel dingen doen, we maken ons zorgen, over de wereld en over onszelf. Zelfs als je thuis bent, kun je ver van huis zijn.

Jezus gaat wonen in Kafarnaüm en van daaruit begint hij te preken, trekt rond door heel Galilea, treedt op als leraar, geneest de zieken en de kwalen onder het volk. En als hij dat allemaal gedaan heeft, keert hij terug naar huis (9:1 en 17:24 bv.)

Temidden van de mensen

Jezus woont in Kafarnaüm, zoals wij vandaag in Deurne, Merksem, Antwerpen, Ekeren, Schoten of waar dan ook wonen. Vier muren rond je en een dak boven je hoofd; een straatnaam, een huisnummer en een postcode. Een officieel adres, netjes geregistreerd aan het stadsloket. Temidden van de mensen heeft hij willen wonen. Uitgerekend dat maakt ons geloof zo bijzonder. Dat Gods Zoon, in de gestalte van Jezus, met ons alle facetten van het menselijk bestaan heeft willen delen.

Toch is er ook iets aan de hand met dat wonen van Jezus, want het is niet een veilige burcht in deze wereld waar je je achter je rolluiken kunt terugtrekken. Want het evangelie vertelt ook hoe mensenmassa’s samendrommen voor zijn huis, en hoe hij de één na de ander thuis ontvangt. Het huis van Jezus is een uitvalsbasis. Hij sluit de wereld niet buiten, maar de wereld loopt binnen. En wat voor wereld is dat? Kafarnaüm is een marktplaats, een centrum in de regio met een uitstekende verbindingen met de andere dorpen rond het meer. Maar ook een stad van armen, zieken, eenzamen, verschoppelingen, ongelovigen. Volgens de joden kan er weinig goeds uit Kafarnaüm komen. Ze noemen die stad spottend het “Galilea van de heidenen.”

Land van duisternis

Jezus woont temidden van de mensen, maar dat zijn niet de voornamen, de rijken en de machtigen, maar de mensen die worden veracht en op wie wordt neergekeken. Dat is opmerkelijk: de zoon van God komt in de wereld als een kind van asielzoekers, en hoewel hij voor een paleis had kunnen kiezen, gaat hij wonen in een eenvoudig dorp in Galilea. Ook het volk Israël woont in de tijd van Jesaja in een land vol duisternis. De mensen verlangen naar een thuisgevoel, naar uitgestoken handen, naar een warm welkom. Maar in plaats daarvan dolen ze rond in het duister. Overkomt ons dat soms niet ook, dat wij tasten en zoeken naar richting?

Pelgrims

Deze zondag staat in het teken van de Eenheid van de christenen. We komen allemaal uit een andere thuishaven, we hebben onze geschiedenis, onze stad of dorp, onze familie, de tradities die voor ons vertrouwd aanvoelen. Of we nu katholiek zijn, protestant, anglicaans of oosters-orthodox. Het is die levensreis van het onderweg zijn, die ons wereldwijd bindt. Vrijwel ieder van ons heeft behoefte aan vaste grond, en het is een voorrecht om te kunnen zeggen: “Dit land, deze stad, deze kerk, deze traditie is mijn thuis.” Dit is de plaats waar ik helemaal mijzelf kan zijn, waar ik tot rust kan komen.

Tegelijk blijft er in ons altijd iets van onrust. Want we zijn pelgrims, op weg naar Gods Koninkrijk door een gebroken en soms donkere wereld. De tocht kan soms zwaar en grillig zijn. Als we de lichtpuntjes uit het oog verliezen dreigen we gemakkelijk de moed te verliezen. Die uitdaging is ook wat ons bindt.

Laat je netten achter

“Laat je netten achter en volg Mij”, zegt Jezus daarom, ook tegen ons vandaag. In plaats van verstrikt te raken in de netten van deze wereld, zijn we uitgenodigd om Christus te volgen. Hij is gekomen uit liefde om ons te bevrijden. Zo mogen ook wij met elkaar op weg gaan.

Overal waar wij elkaar een warm welkom bieden, wordt hoop geboren. Daar waar wij bereid zijn het licht van Christus in elkaars ogen te zien, breekt iets door van Gods Koninkrijk. Overal waar wij elkaar niet slechts tolereren maar waarlijk liefhebben, daar maakt de donkere nacht plaats voor een thuis.

Foto door Tara Winstead op Pexels.com

Dit is de overdenking van de oecumenische viering bij AZ Monica in Deurne op 22 januari 2023.

Waarom liet Jezus zich dopen?

De doop van Jezus: het is een merkwaardig verhaal. Want waarom laat Jezus zich dopen? Tijdens de kerkdienst van 8 januari 2023 in de protestantse kerk van Leuven stonden we stil bij die vraag.

In het derde hoofdstuk van het Mattheüsevangelie lezen we hoe Johannes optreedt in de woestijn. Hij verkondigt aan iedereen die het maar horen wil: “Bekeert u, want het Koninkrijk van de hemel is nabij gekomen!” Een uitnodiging die door velen dankbaar wordt aangegrepen. Ze komen naar hem toe en laten zich dopen in de Jordaan.

Zich bekeren, dat is de diepere betekenis van de doop. In de grondtekst wordt het Griekse woord metanoeite gebruikt. Dat betekent zoveel als een ommekeer maken, een verandering van mindset waarbij je het oude achterlaat en de innerlijke mens zich vernieuwt en een transformatie ondergaat.

Je moet je leven veranderen

Du mußt dein Leben ändern. Het is de beklijvende slotzin van een gedicht van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. Je moet je leven veranderen. Niet zomaar voortleven op de automatische piloot, niet klakkeloos doen wat iedereen doet; niet handelen zoals iedereen verwacht, netjes binnen de lijntjes kleuren, conventioneel, zeker en stabiel, maar kleurloos en allesbehalve spannend. Want grijze muizen schrijven geen geschiedenis. 

Je moet je leven veranderen. Dat is de essentie van bekering, en dat is ook waar Johannes op doelt. En hij wijst ook de richting waarin die verandering moet plaatsvinden. De mens, geneigd als hij is om zijn eigen agenda, verlangens en genoegens na te jagen, moet tot inkeer komen en zich weer verzoenen met zijn Bron, de God van vrede, van liefde en van gerechtigheid.

De weg voorgegaan

Dat brengt ons terug bij de vraag aan het begin: waarom laat Jezus zich dopen? Dat is toch niet nodig? Wat zou het voor zin hebben om tegen de Zoon van God te zeggen dat Hij zijn leven moest veranderen, als dat leven al helemaal in lijn ligt met de wil van de Vader? Toch ondergaat Jezus de doop, samen met een menigte van zondaars, tollenaars, farizeeën, sadduceeën, soldaten, schuinsmarcheerders. Zuiver als Hij is, gaat Hij met deze mensen het water in.

Johannes weigert aanvankelijk om Jezus te dopen. Begrijpelijk, maar Jezus staat erop. Dit is de weg, Hij wil ons voorgaan. In alles. In onze verzuchtingen, in ons lijden, in onze angsten, onze gebroken harten en dromen, onze zoektochten in het leven, in onze momenten van vreugde, onze ziekten, onze twijfels… Ja, ook in de doop. En daarom, uit liefde voor ons, doet Jezus iets wat Hij eigenlijk helemaal niet zou hoeven te doen. Doet u dat ook weleens? Doet u soms dingen die u eigenlijk helemaal niet hoeft te doen, uit liefde voor uw naasten?

Door de doop te ondergaan, wordt Jezus één met de mensen die Hem volgen. Hij toont hen: kijk, dit is de weg die je moet gaan; dit is de stap die je leven in positieve zin kan veranderen, dit is waar verzoening met God begint. Een oude mens gaat ten onder in het watergraf, een nieuwe mens verrijst en wordt herboren. Als Jezus uit het water oprijst, bevestigt God die stap door te zeggen: “Kijk, dit is Mijn Zoon in wie Ik welbehagen heb.”

De doop: meer dan gestolde traditie

Vlak voor Zijn hemelvaart zal Jezus Zijn apostelen opdragen: “Ga op weg en maak alle volkeren tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles dat Ik u opgedragen heb.” Het jodendom kent 613 mitswot, maar Jezus herleidt al die wetten tot de essentie: “Heb God lief boven alles, en heb je naaste lief zoals jezelf.” In dat liefdesgebod is de gehele wet vervuld.

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal, als we net als Hij gedoopt zijn. Over de doop verschillen de meningen, en door de geschiedenis heen zijn er heel wat kerken op gescheurd. In evangelische kerken is de volwassendoop een uitingsvorm van bekering. Van de keuze om het oude leven achter zich te willen laten en de Schepper in alles te willen volgen. In protestantse en katholieke kerken waar de kinderdoop gangbaar is, wordt de lijn doorgetrokken naar het Oude Testament en het Verbond van God met Abraham en zijn nageslacht. De doop is dan een opname in de kerkelijke gemeenschap; kinderen die gedoopt zijn, krijgen hun plaats binnen Gods Verbond met mensen.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zoals mensen verschillen, verschillen ook onze opvattingen over de doop. Maar welke visie we ook voorstaan, het is belangrijk om te beseffen dat de doop veel meer is dan een familiefeestje of een gestolde traditie. Voor de mensen die bij Johannes de doop ondergaan, staat de gang door het water aan de vooravond van een nieuw begin. Ze staan op uit het water als schonere mensen; ze laten het vuil van de wereld achter zich, ze zijn klaar om in harmonie met God te leven.

Selfie-cultuur

En Jezus? Aan wie zou Hij denken als Hij daar in de Jordaan staat? Zeer waarschijnlijk denkt Hij niet aan zichzelf. Niet aan alle mogelijke woorden, fouten, tekortkomingen of alles waar Hij maar reiniging van zou nodig hebben. Nee, op dat ene bijzondere moment, daar schouder aan schouder met Johannes, denkt Hij misschien wel aan ons. Aan u en mij. 

We leven vandaag in een selfie-cultuur. Woorden als zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfsturing zijn codewoorden geworden. Veel mensen denken eerst aan zichzelf, dan pas aan anderen.

  • CEO’s denken aan zichzelf wanneer ze torenhoge bonussen eisen.
  • Wereldleiders denken aan zichzelf wanneer ze jonge generaties opofferen aan een uitzichtloze oorlog, enkel en alleen bedoeld om hun rijk en hun macht te vergroten.
  • Snelheidsduivels denken aan zichzelf wanneer ze door hun “sportieve rijstijl” de levens van anderen op het spel zetten.
  • Pestkoppen denken aan zichzelf als ze anderen het leven zuur maken.
  • Werknemers die met hun ellebogen werken maar intussen hun collega’s naar de zijlijn verdringen, denken aan zichzelf.

Save yourself first. Soms kan dat nuttig zijn. Wanneer je een vliegtuigramp moet overleven, moet je eerst aan jezelf denken om anderen in veiligheid te kunnen brengen. Maar als wij door ons welbegrepen eigenbelang anderen vertreden, vertrappen of vermorzelen, dan is het tijd voor een ommekeer. Dan moeten wij ons leven veranderen. 

Soms is het tijd om opnieuw op zoek te gaan naar het spiegelbeeld van Jezus in het rimpelende water van ons leven. Heb God lief boven alles, en jezelf als je naaste, dat is de weg die Hij ons wijst.

Geen succesverhaal

Hoeveel mannen en vrouwen staan er vandaag in uw omgeving voor grote uitdagingen? Mensen die lijden onder ziekte, eenzaamheid of somberheid. Jongeren en ouderen die het leven niet meer zitten. Die moegestreden, opbotsen tegen de grenzen van hun kunnen. Maar die in deze samenleving nauwelijks gehoor vinden. Misschien zijn wij het zelf wel.

Onze samenleving leven stelt vaak hoge eisen, en velen van ons groeien op met de hoogste verwachtingen. Veel mensen hebben hun visitekaartjes paraat, want iedereen vraagt wat je doet. Maar hoeveel mensen vragen hoe het met je gaat? En hoeveel mensen zijn er bereid om werkelijk te luisteren naar je verhaal, zelfs al is dat geen succesverhaal maar een verhaal onder tranen?

Johannes de Doper is een geestelijke krachtpatser. In zijn ruwe mantel van kameelhaar heeft hij het uiterlijk van een nobele wilde. Hij houdt zich staande in de onherbergzame woestijn van Juda waar hij zich voedt met sprinkhanen en wilde honing. Johannes is een man van sterke meningen en een krachtig optreden. Toch is uitgerekend hij het, die zegt: “Na mij komt Hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig om mij te bukken en de riemen van Zijn sandalen los te maken.”

Tegenover Jezus beseft Johannes zijn ontoereikendheid. Dat is ook waarom hij aanvankelijk weigert om Jezus te dopen. Jezus ziet echter zijn aarzeling, en Hij zegt: “Laat het nu zijn.” 

Laat het nu zijn. Laat het nu zijn dat de wil van God gebeurt, laten we niet wachten om in de rivier te stappen, om die weg te gaan, om de juiste stroom te volgen; laten we niet wachten om ons leven te veranderen. Laat het nu zijn. Het juiste moment van ommekeer is niet morgen, maar nu. Want wie weet wat de dag van morgen zal brengen?

Gezamenlijke weg

Laat het nu zijn. Ook dat is de weg die Jezus ons wijst. En Hij voegt er nog iets aan toe: laat het samen zijn. Want door zich te laten dopen, toont Hij dat verzoening met de Allerhoogste geen individueel gebeuren is. Jezus was perfect in staat geweest zichzelf te dopen. Maar op dat cruciale moment daar in het water van de Jordaan, vertrouwde Hij zichzelf aan Johannes toe. Daarmee toont Jezus ons dat geloven een weg is die je samen gaat, in verbintenis met elkaar en met de christelijke gemeenschap. 

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal. Zoals God tegen Jezus zegt: dit is Mijn zoon in Wie Ik een welbehagen heb, zo heeft God een welbehagen in ons. Ook in ons herkent Hij zijn zoons en dochters, en Hij aanschouwt ons met liefde. Liefde kan niet op zichzelf blijven bestaan, maar verlangt wederkerigheid. Het is daarom dat God voor ons de weg heeft gebaand.

Weg van leven

“Kom je mee?”, klinkt het ook vandaag. Gods liefde dwingt niet, maar nodigt uit. Zijn wij bereid om die uitnodiging te aanvaarden? Om de weg te gaan die Christus ons wijst? En meer nog: zijn we bereid om ons door die weg te laten veranderen? Allen die gedoopt zijn, zijn door de doop met Christus bekleed, leert Paulus in de Galatenbrief (3:27).

De bedoeling van de doop is dat we steeds meer op Christus gaan lijken. Dat we veranderde mensen worden die Zijn glorie weerspiegelen. Niet langer mensen die hun eigen grote gelijk uitschreeuwen en die anderen vertrappen of vertreden. Niet langer mensen die zichzelf lief hebben boven God en anderen. Niet langer mannen en vrouwen in besmeurde en gescheurde klederen, die het leven ondergaan in plaats van werkelijk van binnenuit te leven. We zijn uitgenodigd de weg door het water te gaan. De weg die naar leven en verandering leidt, en naar verzoening met onze Maker.

Du mußt dein Leben ändern. Geen gebod of bevel, maar wat een prachtige uitnodiging.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

Protestantse wandeling door Brussel (2)

De Grote Markt

Na de Maria-Magdalenakerk wacht ons het centrale plein van Brussel. Dit is de plaats waar jong en oud elk jaar verzamelen en het glas heffen op een nieuw begin. De vrijheid om jezelf te zijn lijkt vandaag zo vanzelfsprekend, dat we soms bijna zouden vergeten dat er een hoge prijs voor is betaald. Toch was de Grote Markt in Brussel eeuwenlang het decor van executies en terechtstellingen.

Kort na de jaarwisseling heeft het feestgedruis plaatsgemaakt voor een betoverende sfeer. Toeristen verzamelen zich rond de kerststal, de stenen glimmen van de regen. Over het plein klinkt sprookjesachtige muziek en de nostalgische gevels baden in een sfeervol licht. De toren van het stadhuis rijst op boven de gebouwen. Op de top prijkt een verguld standbeeld van aartsengel Michaël die een draak verslaat. Dat is trouwens niet het enige dat opvalt. Wie het stadhuis goed bekijkt, zal ontdekken dat de toren niet exact in het midden staat. Hetzelfde geldt voor de toegangspoort, die zich al evenmin in het midden van de toren bevindt.

Menselijke onvolmaaktheid

Over de asymmetrische vorm van het stadhuis van Brussel doen diverse verhalen de ronde. Ooit hoorde ik een stadsgids vertellen dat die opmerkelijke vorm het gevolg was van een tweestrijd tussen architecten, die letterlijk het gebouw op een onverwachte manier in tweeën had verdeeld. Een andere legende is dan weer dat toen de architect ontdekte welke vorm zijn ontwerp had aangenomen, hij zich in zijn wanhoop van de toren had gestort. Daar waar nu een ster prijkt, zou hij zijn neergekomen. De hedendaagse functie van de ster is een stuk minder mysterieus. Het symbool doet dienst als het nulpunt van Brussel; de plaats van waar de afstand tot de stad wordt gemeten.

De stad Brussel kent vele verhalen en legendes. Zolang de straat- en gevelstenen zwijgen, zullen er altijd genoeg mysteriën overblijven om over te fantaseren en te speculeren. Maar hoe het ook zij, het gothische stadhuis uit de vijftiende eeuw rijst op boven de gevels als een symbool van de onvolkomenheid van menselijke inspanningen. Zelfs al maken we dingen met de grootste grandeur, naar perfectie blijft het in deze wereld vergeefs zoeken. Dat niet de mens, maar de aartsengel Michaël de draak verslaat, stemt nederig.

Executies en lijfstraffen

Mijn zoons en echtgenoot hebben zich verzameld bij de kerststal, waar het kindje Jezus vreedzaam in het stro ligt. Zo vreedzaam is deze plek niet altijd geweest. De grond waarop we staan, was eeuwenlang de plek van executies en lijfstraffen. Dit is de plek waar vele levens eindigden; sommigen door levende verbranding, anderen door ophanging, wurging of de guillotine. Onder hen waren mensen die een criminele daad hadden begaan, maar ook mensen die op de één of andere manier niet in de norm pasten. Velen waren andersgelovigen zoals protestanten; mensen met een afwijkende mening of seksuele geaardheid, of vrouwen die als een tikkeltje gevaarlijk werden beschouwd omdat ze afweken van de gangbare rolmodellen.

De Grote Markt is de plaats waar velen de levensadem werd afgesneden, om geen enkele andere reden dan dat ze ernaar verlangden om in alle vrijheid zichzelf te kunnen zijn en te mogen leven naar hun diepste overtuigingen en intenties. We kennen niet al hun namen, maar vandaag gedenken we de homoseksuele Henneken Robbens (1417), de heetgebakerde Lisbeth van Sprongele die naar verluidt haar man had geslagen (1438), de protestantse martelaren Hendrik Voes en Jan Van Essen (1523), de graven Egmont en Hoorn (1568), de vermeende heks Cathelyne Van den Bulcke (1590) en de van moord verdachte Hendrick De Backer (1842). 

Onvolmaaktheid blijft een verre droom, voor iedereen. Maar het kindje Jezus is in het centrum van de plein in de kribbe verschenen om de wereld vergeving te geven. Zijn genade inspireert ons om in vrede en verdraagzaamheid samen te leven. Maar de vrijheid om jezelf te mogen zijn, is nooit vanzelfsprekend. Als de straatstenen van de Grote Markt een stem hadden, dan zouden ze ons eraan herinneren hoe we onze vrijheid moeten waarderen. Er is een hoge prijs voor betaald.

Hierna: De Vruntstraat

Protestantse wandeling door Brussel (1)

De Sint-Maria Magdalenakerk

Maak een protestantse wandeling in Brussel. Het is een opdracht voor mijn pastorale masterstudie, die klinkt als een verademing. Even de studieboeken laten voor wat ze zijn; even de benen strekken. “Zullen we samen gaan?”, biedt manlief aan. Spontaan bieden zich twee zoons aan. Gewapend met een instructieblad stappen we op de trein naar Brussel-Centraal, waar we om 20.00 uur aankomen.

“Steek het Europakruispunt over”, zegt het instructieblad. Google Maps is in de war, maar in de verte ontwaren we een kerktoren. Dapper wandelen we erheen. Vlak voor de toren heeft de routeplanner zich herpakt. Mis gegokt, ontdekken we. “Als dit de hele wandeling zo doorgaat, zijn we voor middernacht nog niet terug”, moppert jongste zoon. Maar we wandelen dapper terug en vinden de Putterij. Daar heerst een feestelijke en uitgelaten stemming. Onder de donkere sterrenhemel stralen talloze lichtjes. Jonge mensen wandelen voorbij, de geur van verse wafels en glühwein stijgt op. Een gebakskraam trekt onze aandacht. Zou het niet verleidelijk zijn om hier neer te strijken?

Maar dan denken we aan de protestanten die in de tijd van Reformatie hun leven waagden voor de principes waarin zij geloofden. Ook wij zijn vandaag op stap gegaan met een missie.

Protestantse erediensten

Aan het eind van de Putterij slaan we linksaf, richting Magdalenasteenweg 31. Achter een boom gloort ons eerste target voor vandaag: de Sint-Maria Magdalenakerk. Deze rooms-katholieke kerk is opgetrokken in Brabants-gothische bouwstijl. In tegenstelling tot veel andere kerken heeft dit gebouw geen hoge kerktoren, maar een bescheiden achthoekig klokkentorentje. De eerste steen werd maar liefst zevenhonderd jaar geleden gelegd.

De Sint-Maria Magdalenakerk is een van de gebouwen in Brussel waar tijdens de Calvinistische republiek, tussen 1577 en 1585, protestanten samenkwamen. Andere locaties zijn de Nassaukapel en de Sint- Michielskathedraal. De erediensten werden in het Nederlands gehouden. Voor de houten toegangspoort moeten we even een ronde maken langs het gebouw. “DOM S. MARIA MAGDALENA – SACRUM – ANNO 1637”, vermeldt het opschrift. De deuren zijn omzoomd met een lijst van versieringen. De gekruisigde Jezus, Maria Magdalena en engelen glinsteren in het maanlicht.

We werpen nog een blik op ons instructieblad, en vervolgen onze weg naar de Grote Markt.

Wordt vervolgd

999 vragen aan jezelf

Onze samenleving vereist dat we de blik voortdurend naar buiten richten. Actief zijn, doelen stellen, alles beleven, niets missen. Maar durven we de blik ook naar binnen te richten? Terwijl zelfreflectie voor de één een tweede natuur is, gaat de ander de confrontatie met zichzelf liever uit de weg. Een gemiste kans, want juist door inkeer kun je soms verrassend veel over jezelf te weten komen.

Een patiënt in quarantaine wilde graag een puzzelboekje wilde hebben, dus dook ik de Kruidvat in. Daar werd mijn aandacht getrokken door een bijzonder boekje: 999 vragen aan jezelf. Een invuldagboek met vragen die ik als pastoraal werker ook vaak stel, zoals: “Wat maakt je blij?”, “Wat geeft je energie en wat kost je energie?”, “Wat zou je nog graag in het leven willen doen?”

Worstelen met de stilte

Het boekje voerde mij terug naar mijn studiejaren in Leuven. Een professor organiseerde jaarlijks retraites in het klooster van Orval. Er kwamen studenten uit een brede waaier aan richtingen, van theologie tot economie en rechten. Sommigen hadden al ervaring met meditatie en inkeer, voor anderen was alles compleet nieuw.

Dat laatste gold voor een rechtenstudent. Hij had grote moeite met de meditatiesessies. Alles in hem verzette zich tegen de rust en stilte die in de zaal waren neergedaald. Hoe hard hij ook zijn best deed om inwendig tot tien te tellen, de storm in zijn hoofd wilde niet bedaren. De rechtenstudent draaide wat onrustig heen en weer op de mat.

Hoewel de verleiding groot was om op te geven, zette hij door. De volgende dag werd er een Lectio Divina gehouden, een meditatieve tekstlezing. De jongeman, nog altijd onrustig, liet in stilte de tekst op zich inwerken. En toen gebeurde er iets. Noem het een doorbraak of een moment van inzicht, maar ineens besefte hij dat de stilte een vijand was geweest die hij altijd zo snel mogelijk had geprobeerd het zwijgen op te leggen.

Deze rechtenstudent was in zijn leven van beleving naar beleving gehold, en van agendapunt naar agendapunt. Tijdens zijn eenzame momenten gebruikte hij YouTube of Spotify als wapen tegen de stilte. Nu zat hij daar, in tranen. “Ik heb nooit mijn eigen leven, maar altijd dat van anderen geleefd”, verzuchtte hij. De sporten die hij had gedaan, de plek waar hij woonde, de studie die hij had gekozen: het was allemaal de droom van zijn ouders. De confrontatie met zichzelf en de vraag wat hij werkelijk wilde, was hij steevast uit de weg gegaan.

Comfortzone

Een boekje als 999 vragen aan jezelf is niet zonder risico. Als je de blik naar binnen richt, kunnen er dingen gaan veranderen. Misschien ontdek je dat die studie of baan niet bij je past. Misschien ontdek je dat je teveel gehecht bent geweest aan zekerheid, of dat je bang bent om uit je comfortzone te treden. Door de blik naar binnen te richten, stel je je open voor inzichten die ertoe kunnen leiden dat er een trein in beweging wordt gezet. Het eindpunt kan een andere bestemming zijn.

Onze wereld kent veel mensen als deze rechtenstudent. Mensen die zich in een ratrace storten om allerlei doelen te bereiken, maar die onderweg zichzelf zijn verloren. Mannen en vrouwen die niet het leven leiden dat past bij wie ze ten diepste zijn; die elke dag opnieuw hun best doen om de droom van anderen te leven, of die de weg zijn gegaan van de minste weerstand. Sommigen worden geplaagd door een vaag gevoel van onvrede, anderen belanden in een burn-out.

Wat als iedereen zichzelf eens in zijn leven 999 vragen zou stellen? En wat als we onze kinderen niet alleen zouden leren om de buitenwereld te ontdekken, maar ook hun eigen binnenwereld?

Het blijft een spannende vraag hoe anders de wereld er dan uit zou zien.

Foto door Kelly op Pexels.com

Nooit meer spijt!

Het nieuwe jaar is een periode van terugblikken, maar ook van vooruitkijken. Veel mensen beginnen het nieuwe jaar met goede voornemens en grootse plannen, maar die zijn niet altijd gemakkelijk vol te houden. Het leven is soms druk en veeleisend, en voor je het weet word je meegezogen in een stroom van agendapunten. Daarom aan het begin van dit nieuwe jaar een blog over…. spijt!

Als je zestien bent, lijkt de toekomst oneindig. Waarschuw een tiener die zijn tandenborstel links laat liggen voor de gevolgen op latere leeftijd, en hij zal zijn schouders ophalen. Tien jaar lijkt als je jong bent nog een eeuwigheid.

Stilgezet in het ziekenhuis

Maar het leven is eindiger dan ons lief is. Als pastoraal werker in een ziekenhuis sta ik geregeld aan het bed van terminale patiënten. Mensen die net als ieder ander hun leven hebben geleefd. Ze hebben gedaan wat ze moesten doen: gewerkt, de hypotheek betaald, voor hun kinderen gezorgd, het huisvuil buiten gezet. En dan komt er plotseling een dag waarop hun leven wordt stilgezet. Een diagnose, een operatie die verkeerd loopt, een noodlottig ongeval.

Plotseling lig je daar. De agenda is tot stilstand gekomen, de telefoon zwijgt, in de kamer waar je ligt heerst stilte. Het is net alsof je leven met één druk op de knop op pauze is gezet. En dan komen de zingevingsvragen: “Wie ben ik geweest? Wat heb ik met mijn leven gedaan? Welke impact had mijn gedrag op anderen?”

Het ziekenhuis is een plaats waar veel mensen terugkijken op hun leven. Als pastoraal medewerker sta ik meer dan eens aan het bed van mensen die verteerd worden door spijt. Sommige mensen hadden imposante jobs en titels. Ze hebben zich staande gehouden in een harde zakenwereld, wisten zich te profileren, werkten hard en boekten resultaten. Dappere selfmade men en -women. Ze waren op alles voorbereid, behalve op één ding: hun eindigheid. Maar zelfs voor de CEO die altijd alles perfect onder controle had, kan plots het moment komen waarop hij de controle uit handen moet geven.

In een ziekenhuis, een plek die gericht is op zorg, lijkt de harde zakenwereld soms een andere planeet. Het kan een waar rouwproces zijn afscheid te nemen van je vroegere succes en autonomie, en je lot in handen te geven van anderen. Zo’n switch maakt dat mensen veranderen. Niet zelden gaan ze hun vroegere leven evalueren in het nieuwe licht van intermenselijke zorg en relaties. Een woord dat dan vaak komt bovendrijven, is spijt. Spijt van de partner die je hebt verlaten, spijt van de kinderen die zijn opgegroeid zonder dat je tijd voor ze had, berouw over de momenten dat je mensen hebt overruled om jezelf te kunnen profileren; spijt dat je niet werkelijk de tijd nam om naar ze te luisteren en relaties met ze op te bouwen.

Non, je ne regrette rien

We maken allemaal fouten, en als pastoraal medewerker geloof ik in een God die liefdevol en genadig is. Er is altijd een ommekeer mogelijk, zelfs op je sterfbed. Sommige mensen zijn gebaat bij de christelijke notie van vergeving. Weer anderen geloven niet in God, maar maken het in orde met hun naasten. Met de kinderen die ze hebben verwaarloosd of verkeerd behandeld, met de man of vrouw die goud voor hen was, maar wiens liefde en zorg ze als vanzelfsprekend beschouwden. Ook dat kan zeer waardevol en bevrijdend zijn.

Ik weet het: het Memento Mori – gedenk te sterven – is niet chic. Liever dan stil te staan bij onze eindigheid leven we alsof er geen dag van morgen bestaat, alsof alles maakbaar is, alsof we de strijd tegen de tijd kunnen winnen. Maar dat is een illusie. Voor iedereen komt er een dag waarop de tijd ons inhaalt. Voor sommigen zelfs eerder dan verwacht.

De gezichten van mensen die in vrede stierven, zullen me altijd bijblijven. De glans op het gelaat van mannen en vrouwen die zeiden: “Ik heb een mooi leven gehad, ik heb nergens spijt van.” Is het daarom dat de Franse zangeres Edith Piaf in 1960 haar mooie lied uitbracht: “Non, je regrette rien“? Zo te leven dat je achteraf nergens spijt van hoeft te hebben, is niet vanzelfsprekend. Het is een uitdaging die bewustwording en levenskunst vereist.

Uiteindelijk draait alles om relaties

Wat mij als pastoraal medewerker telkens weer opvalt, is dat uiteindelijk alles in een mensenleven draait om relaties. Op het moment dat we geboren worden, zijn we afhankelijk van de liefde, zorg en nabijheid van anderen. Hetzelfde geldt voor de dag dat we sterven. De eerste persoon die op zijn sterfbed zegt: “Had ik maar meer en harder gewerkt”, moet ik nog altijd tegenkomen. Hetzelfde geldt voor de man of vrouw die zegt: “Had ik mijn geld maar anders belegd; had ik die miljoenenvilla op Ibiza maar gekocht.”

De mensen die met spijt en schuldgevoelens terugkijken op hun leven, doen dat vrijwel altijd omdat ze mensen hebben gekwetst en relaties veronachtzaamd. En de mensen die in vrede sterven, doen dat vrijwel allemaal omdat ze omringd waren door mensen die van hen hielden, en tot op hun laatste momenten tijd hebben doorgebracht met hun geliefden. Is het niet ontnuchterend dat we vaak zo weinig aandacht besteden aan de dingen waar uiteindelijk ons leven om blijkt te draaien? We rennen achter agendapunten aan, jagen luxe en welvaart na, maar verliezen niet zelden de essentie uit het oog.

Als ik je aan het begin van dit nieuwe jaar iets mag meegeven, dan is het dit: heb je naasten lief, breng tijd door met je partner, kinderen, familieleden en vrienden. Koester de mooie momenten en leef alsof er geen dag van morgen bestaat. Wacht nooit met het zeggen van “ik houd van je” of “sorry” tot morgen, want je weet niet of er een dag van morgen bestaat. Laat liefde te allen tijde je richtsnoer zijn, want voor wie leeft uit liefde, zal er hopelijk een dag komen waarop je samen met Edith Piaf kunt zeggen: “Non, je regrette rien.” Wie dat kan zeggen, is een gelukkig mens.

Alle goeds en zegen voor 2023!

Foto door Andiedson Lima op Pexels.com