Er zijn van die momenten waarop alles lijkt weg te vallen. Waarop ons vertrouwen in het goede, in gerechtigheid, en misschien zelfs in God zelf, begint te wankelen. De achtste dag van de veertigdagentijd nodigt ons uit om stil te staan bij zulke momenten – de duistere nachten waarin angst en twijfel ons omarmen. Nachten waarin we, overspoeld door de wanhoop van deze wereld, ons afvragen: waar is het licht?
Afgelopen maandag fietste ik van Antwerpen naar AZ Voorkempen in Malle voor een interview met ziekenhuispastor Jan De Cock. Het was een diepgaand gesprek van anderhalf uur, waarin hij vertelde over zijn ervaringen met zieken, gedetineerden en de uitdagingen van lijmsnuivende kinderen in Latijns-Amerika.
Onderdrukking als dagelijkse realiteit
Jan vertelde me over zijn aangrijpende ervaring jaren geleden in een krottenwijk in Chili, tijdens de dictatuur van Pinochet. “Ik vertrok als idealist, vol overtuiging dat ik iets kon bijdragen aan de strijd voor gerechtigheid. Maar ik had nooit kunnen voorspellen wat ik daar zou zien en meemaken,” getuigde Jan. De onderdrukking verschoof van een abstract begrip naar een dagelijkse realiteit van angst, armoede en verlies.
Op een ijskoude winternacht, overmand door wanhoop, dacht hij: “Er is geen God. Mijn zussen in België zweefden na een ernstig ongeval tussen leven en dood, terwijl ik daar was, te midden van lijmsnuivende kinderen en families die geen idee hadden hoe ze de volgende dag zouden overleven. Mijn idealisme was aan stukken.”

Bloemen in een conservenblik
Maar toen, midden in de duisternis, brak er een inzicht door. De dag ervoor had hij zijn tijd doorgebracht bij Señora Maria, een moedige vrouw met acht kinderen en een verdwenen echtgenoot. Haar leven was een onophoudelijke strijd tegen honger en uitzichtloosheid. Die nacht, terwijl hij weer bij haar was, viel zijn blik op iets dat hij voorheen niet had opgemerkt. In haar schamele onderkomen, dat enkel bestond uit enkele planken en een plastic zeil, stond een omgekeerd groentekratje als tafel. Daarop prijkte een leeg conservenblik, met daarin een paar kleurrijke bloemen.
Die bloemen. Ze had niets, en toch bracht ze het op om schoonheid in haar leven te brengen. Jan sprong op uit bed en schreef: Flores de Señora Maria. “Het werd een levenslang engagement: hoe duister de dag ook was, ik zou nooit gaan slapen zonder drie positieve dingen op te schrijven.”
Je zegeningen tellen
Je zegeningen tellen wordt bezongen in een lied van Guy Penrod: ‘Count your blessings.’ Niet zomaar, want het is een krachtig tegenmedicijn tegen de wanhoop. “In het begin was het moeilijk, alsof ik mezelf moest uitwringen als een droge dweil”, getuigt Jan. “Maar gaandeweg gebeurde er iets. Ik begon anders te kijken. Ik werd gevoeliger voor kleine momenten van schoonheid, voor tekenen van hoop die ik vroeger over het hoofd had gezien.”
Deze veertigdagentijd daagt ons uit om hetzelfde te doen. Om temidden van pijn en wanhoop toch te zoeken naar een lichtpuntje dat sprankelt. Misschien is het een vriendelijk woord, een hand op je schouder, een vogel die zingt in de ochtend. Of wie weet is het die vaas bloemen in een krot.
Alles wat we aandacht geven, groeit. Zelfs in de donkerste nacht is er altijd ergens een bloeiende bloem. Laten we die niet over het hoofd zien.
De komende dagen neem ik voor me voor om telkens voor het slapengaan drie zegeningen te tellen. Doe je mee?

Het volledige interview met Jan De Cock verschijnt binnenkort in Tertio. Wil je graag kennismaken met ons blad? Neem dan even een kijkje op de website!

Geef een reactie