Een wereld voorbij #metoo

De hetze tegen de Nederlandse tv-coryfee Johan Derksen markeert een nieuw tijdperk. De tijd dat besnorde heren 800.000 euro per seizoen kregen uitgekeerd om het volk wat te amuseren, en intussen konden doen wat ze willen, is overduidelijk voorbij. Terecht, want waar vrouwen niet langer als mens, maar als object worden benaderd, vallen er scherven. Toch mogen we niet vergeten dat niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd. In het kader van #metoo klinken vele verhalen, ik zal daar het mijne aan toevoegen.

Donderdagavond. Op de faculteit kun je een speld horen vallen. De studenten zijn al weg en ook de professoren hebben het pand verlaten. Zelf blijf ik nog even, zodat ik in alle rust een deadline voor mijn werk kan halen. Terwijl ik zit te typen, zie ik uit mijn ooghoek een schim langs de ramen dralen. Dan hoor ik de deur opengaan.

Wifi-code

Een man staart me aan vanuit de deuropening. Ik schat hem ongeveer 40 jaar. Hij lijkt te aarzelen, alsof hij ergens naar op zoek is. IJlings gaan mijn gedachten: is dit een student? Spreekt hij Nederlands, Frans of Farsi? En waar kan ik hem mee helpen, wat zoekt hij precies?

“Hallo”, groet de man. “Is hier wifi?” “Daar, aan de muur”, wijs ik. Boven de projectieapparatuur hangt een code. Hij lijkt het niet te begrijpen. “Wat is het netwerk en wat is de code?” Ik sta op, wijs alles aan en leg hem uit hoe het werkt.

De man gaat zitten, pakt zijn smartphone en begint wat te tokkelen. Schijnbaar zonder veel succes; of ik niet even kan komen om hem terzijde te staan. Maar ik heb geen tijd, ik moet mijn deadline halen. “Als deze code niet werkt”, zeg ik, “dan moet je even naar het kantoor hiernaast lopen en om hulp vragen.” Waarom ik dat zeg weet ik niet; ik weet immers dondersgoed dat daar niemand zit.

Plots legt de man zijn smartphone op tafel en kijkt mij aan. “Waar woon jij?” De vraag verrast me. Waarom wil hij dat weten? Hij is duidelijk geen student, dus wat zoekt hij hier eigenlijk? Ik haal even diep adem en antwoord dan resoluut: “Ik verstrek geen privé-informatie”.

Sorry, stamelt de man, duidelijk uit het lood geslagen door mijn kordate toon. Het telefoontje rust weer in zijn hand, zie ik inmiddels. Even zit hij gedachteloos te tokkelen, dan probeert hij het opnieuw: “Wat ben jij; student? Of werk jij hier?” Ik leg mijn vinger tegen mijn lippen. Typ verder.

Foto door ANTONI SHKRABA production op Pexels.com

Vreemde handen

“Sorry”, klinkt het zacht mompelend. Geruisloos staat de man op en verlaat de kamer. Dan pas dringt het besef door hoe kwetsbaar ik was, als vrouw alleen. Mijn gedachten gaan terug naar de dag dat ik in Parijs samen met een vriendin de deur van een hotelkamer barricadeerde. Zestien waren we. We hadden zowel meubels als onze lichamen opgeworpen in de strijd tegen onze achtervolgers; mannen die hun zinnen op ons hadden gezet. De deur piepte en kraakte onder al het geweld, terwijl de muren leken te zwijgen. Ook later zouden er nog mannen komen die probeerden een deur te forceren. En ook dan zwegen de muren.

“Als een meisje misschien zegt, betekent dat ja, en als ze nee zegt, betekent dat misschien”, maakten jongens elkaar wijs. Bij wijze van weerwoord ging ik op judo, volgde lessen zelfverdediging, kocht een racefiets, hees met fitness vele kilo’s de lucht in, liep een halve marathon en leerde me te verweren. Daar waar anderen ontbreken om je te beschermen, zijn snelheid en kracht je grootste vriend, leerde ik al vroeg.

Toxische mannelijkheid

Waar vrouwen van mijn generatie zwegen en in stilte en schaamte ons kruis droegen, komen de verhalen dankzij #metoo vandaag naar de oppervlakte. Onze dochters en nichtjes pikken het niet langer. Met een ongekende heftigheid worden overtreders als Johan Derksen of Bart De Pauw aan de schandpaal genageld. Terecht, want waar vrouwen niet langer als mens, maar als object worden benaderd, vallen er scherven. Toxische mannelijkheid – de term zegt het al – is een sluipend gif in de samenleving.

Tegelijk is er iets dat me niet loslaat. Naar aanleiding van zijn boek Ik weiger te haten verwijst Geert Vervaele in Tertio naar het Bijbelse verhaal over Kaïn, die gedreven door woede en afgunst zijn broer Abel vermoordde. “God heeft er niets op tegen als we kwaad zijn”, stelt Vervaele, “maar let op wat die gevoelens met jou doen. Als je in het trauma blijft hangen, loop je het risico zelf dader te worden”.

Niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd

Toen de vreemdeling in het faculteitsgebouw geïnteresseerd bleek in meer dan wifi, zag ik in hem een potentiële vijand. Een roofdier op zoek naar een prooi. Daarom stelde ik alles in het werk om de deur te barricaderen. Met succes, hij droop af. Net zoals de mannen in Parijs hadden gedaan. Zij vloekten, wij haalden opgelucht adem.

Maar wat als hij helemaal geen roofdier was? Wat als hij slechts een eenzame voorbijganger was, op zoek naar wat warmte, aanspraak en een kop koffie? Dan is hij donderdag tegen een pijnlijk dichte deur aan geknald. Niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd. Als je als vrouw maar lang genoeg zelf als object behandeld bent, ga je op den duur anderen objectiveren. Zou het niet bevrijdend zijn als we niet primair man of vrouw, maar bovenal samen mens konden zijn?

Doe mij maar een wereld voorbij #metoo.

Foto door fauxels op Pexels.com

Gepubliceerd door Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (1975) studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door Wereldreligies & Interreligieuze Dialoog en Journalistiek, beide aan de KU Leuven. Ze werkt als journalist voor het Vlaamse christelijke opinieblad Tertio en gaat als freelance predikant voor binnen diverse kerken in België en Nederland. Samen met haar man Joost en vier zonen woont ze in Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: