Vriendelijkheid is meer dan een oppervlakkige tandpastaglimlach

Vriendelijkheid is een van de uitwerkingen van de vrucht van de Geest, zoals de apostel Paulus ze noemt in Galaten 5:22. Maar wat als je van nature niet zo vriendelijk bent? Heeft God een voorkeur voor lieve, sociale en mensgerichte types, en komen introverte loners er bekaaid vanaf? Als je niet beter weet, zou je het haast nog denken.

Vriendelijkheid is een van de vijf persoonskenmerken van de Big Five, de populairste persoonlijkheidstheorie wereldwijd. Mensen die hoog scoren op die categorie zijn altruïstisch, sociaal en mensgericht. Vriendelijke mensen bevolken de zorg, het onderwijs of de sociale sector, daar waar ze voldoening kunnen halen uit het werken met mensen. Niet iedereen is van nature vriendelijk. Onder de laagscoorders bevinden zich Steve Jobs en Bill Gates, competitief ingestelde personen die vooral energie krijgen van het uitwerken van hun ideeën.

Hollandse directheid

Persoonlijkheidstheorieën oordelen niet: mensgericht of einzelgänger, het één is niet beter of slechter dan het ander. Je kunt je bovendien afvragen of vriendelijkheid altijd nut heeft. Wie anderen bij een marathon laat voorgaan, kan de hoofdprijs wel vergeten. In een wereld die gericht is op competitie en scoren, lijkt de brutale mens aan zet.

Bovendien speelt er nog een cultuurverschil, want niet overal zijn de mensen even vriendelijk. De voor Nederland zo typerende Hollandse directheid wordt door buitenlanders vaak als bot en onvriendelijk ervaren. Paul Wouters, adviseur voor Nederlandse en Belgische bedrijven die over de grens zaken willen doen, ziet het geregeld misgaan. Belgen gaan ‘op restaurant’ met hun Nederlandse zakenrelaties, maar de onderhandelingen lopen in de soep als de Hollander al na het voorgerecht de offerte op tafel legt. Andersom omschrijven veel Nederlanders hun zuiderburen als vriendelijk maar gesloten. Want liever dan de kaarten op tafel te gooien, bestelt de Vlaming nog een extra flesje wijn om te polsen wat voor vlees hij in de kuip heeft. Nederland heeft een contractcultuur, België een contactcultuur. Ook hier geldt: het één is niet beter dan het andere, maar het verschil zorgt soms wel voor wrijving.

Foto door August de Richelieu op Pexels.com

Innerlijke goedheid

Als onze culturele percepties van vriendelijkheid zo sterk uiteenlopen, hoe kan ze dan een universele vrucht van de Geest zijn? Daarvoor moeten we even terug naar de Bijbel. De apostel Paulus gebruikt het Griekse woord chréstotés. De betekenis daarvan gaat verder dan de oppervlakkige tandpastaglimlach die je die soms aantreft in winkels of in reclameboodschappen. Paulus doelt op een innerlijke vriendelijkheid die zich uit in daden. In die zin is vriendelijk nauw verbonden met de volgende vrucht van de Geest: ágatosúne, oftewel: goedheid.

De twee zitten zo dicht tegen elkaar aan, dat in Romeinen 11:22 chréstotés zelfs met ‘goedheid’ vertaald kan worden (NBV):

‘Houd daarom voor ogen dat God niet alleen goed is, maar ook streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u – als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt.’

Twee dingen vallen op. Allereest dat de chréstotés waarover het gaat, voortspruit uit relatie. Wij zijn niet goed omdat de Bijbel ons daartoe dwingt, maar omdat God dat is. Lezen we de Bijbel, drinken we Gods liefde in en brengen we tijd door bij de Bron, dan raken we doortrokken van zijn natuur. Aan de vruchten herkent men de boom.

Dan zien we nog iets anders. Die verbondenheid is niet onvoorwaardelijk. Wie niet trouw blijft aan Gods goedheid, kan worden afgekapt. Met andere woorden: als we bittere zelfzucht of haat laten ontkiemen in ons hart, raken we afgesneden van de Geest. Dan worden we als een dorre boom zonder water, die niet langer zoete vruchten voortbrengt.

Sterke bomen

Ik herinner me een christelijke leider die de vruchten van de Geest wilde afdwingen via een gemeentegroeimodel. ‘Jullie moeten méér vrucht dragen!’, riep hij vanaf het podium. Hij deed me denken aan een man die een appelboom met een zweep bewerkt. Voor zover geestelijke dwang al vruchten afwerpt, zijn ze meestal wrang.

In het verhaal over de Samaritaanse vrouw (Johannes 4:7-14) spreekt Jezus over levend water. Wie van gewoon water drinkt zal weer dorst krijgen, zegt Hij tegen de Samaritaanse vrouw bij de put. ‘Maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

Vrucht dragen komt niet voort uit flitsende programma’s of zelfhulpboeken, maar uit verbintenis met Gods liefde. De Bijbel belooft dat als we die liefde indrinken en als we onze wortels uitstrekken naar de Bron van levend water, we vrucht zullen dragen. En dat niet alleen, ook zelf zullen we sterke bomen worden waaronder vele mensen beschutting vinden. Niet omdat we zelf zo goed of vriendelijk zijn, maar omdat onze Bron dat is. En niet door onze eigen inspanningen, maar door Hem, die tot wasdom brengt.

Foto door Kaboompics .com op Pexels.com

Dit bericht verscheen op maandag 16 augustus 2021 op de site van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap in het kader van een artikelenserie over de Vruchten van de Geest.

Ambassadeurs van een Stad van Vrede

Een veilige stad waar ouderen in de zon zitten en jongens en meisjes spelen op de pleinen. Dat is het tafereel dat de profeet Zacharia schetst. Dat lijkt wat naïef, want de Judeeërs zijn op dat moment net teruggekeerd uit ballingschap. En hoewel ze op een beter perspectief hadden gerekend, valt de werkelijkheid nogal tegen.

Stel dat een politicus vandaag een politieke partij zou oprichten met de naam “Stad van Vrede”. En dat hij of zij de mensen een Antwerpen, Gent of Brussel zou voorspiegelen zonder criminaliteit, zonder verkeersongelukken en drugsoverlast. Wie zou dat als een realistisch perspectief beschouwen?

Jeruzalem

Toch is dat wat Zacharia profeteert. “Ik zal Mijn volk bevrijden uit het land waar de zon opgaat en het land waar de zon ondergaat en hen naar Jeruzalem brengen”, klinkt het. “Daar zullen ze wonen. Ze zullen Mijn volk zijn en Ik hun God, in onwankelbare trouw.”

We kunnen de profetieën over Israël op drie manieren opvatten. Allereerst kunnen we ze betrekken op het verleden. Dan waren ze vooral veel een boodschap van hoop voor het getergde Israël in de tijd van de profeten.

We kunnen ze ook betrekken op het heden. Dan zien we de joden die sinds de stichting van de staat Israël in 1948 vanuit alle uithoeken der aarde naar dat land trekken. Een gebeurtenis die na de verschrikkingen van de holocaust perspectief bood, maar de vrede blijft ver te zoeken. Palestijnse en Israëlische ouderen die samen op de pleinen zitten, het blijft een verre droom. En er is nog een ander probleem: het aardse Jeruzalem zou niet groot genoeg zijn om alle joden wereldwijd te huisvesten, laat staan de andere mensen die ook nog tot Gods volk behoren.

Maar er is nog een derde manier: om naar die teksten te kijken. We kunnen ze betrekken op de toekomst, op dat wat komen gaat. Hoewel er over de betekenis van de naam Jeroesjalajim geen eenduidigheid bestaat, wordt die uitgelegd als “stad van de vrede”. Het gaat hier dus vooral om een belofte. Nu zijn er nog oorlogen, maar op een dag krijgt vrede het laatste woord en zullen er geen oorlogen, strijd of doodslag meer zijn. Of, zoals de profeet Jesaja (2,1-5) belooft: zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegijzers.

Foto door Haley Black op Pexels.com

Leven in het verleden

Vandaag leggen veel mensen de Bijbel achteloos terzijde, en zeggen ze: “Ach, dat was allemaal toen, voor de Israëlieten in het land van Juda”. Een kennis is atheïst in hart en nieren. Ze doet weinig liever dan van leer trekken tegen de kerk. Toen ze een vacature voor een predikant in Roeselare onder ogen kreeg, zag ze opnieuw haar kans schoon. “De Bijbel is niet meer dan een sprookjesboek”, zei ze. “En die dominees in de kerk, wat hebben die nog te zeggen? Conservatieve moralisten zijn het, die alleen maar over het verleden praten. Maar we leven niet in het oude Egypte, we leven nu.”

Ik vroeg haar of ze ooit weleens een kerk binnenstapte. Dat bleek niet het geval te zijn. Deze kennis verzette zich dus niet zozeer tegen de kerk zelf, maar vooral tegen het beeld dat ze ervan had. Toch kan ik haar niet helemaal ongelijk geven. Leven in het verleden is inderdaad niet erg nuttig. Wat heeft het voor zin om je te verliezen in oude verhalen, als je de vertaalslag vergeet te maken naar het heden? De Griekse filosoof Heraclitus zei het al: “Alles stroomt”, niets blijft ooit hetzelfde. De opdracht die voor ons ligt begint vandaag, in het hier en nu.

Visionair

Zacharia is dan ook geen oubollig of stoffig type, maar een visionair die vooruitkijkt. “Kijk om je heen beste mensen”, lijkt hij te zeggen. “Wat zie je? Ballingschap. Een stad die er verwoest bij ligt, ontheemde mensen die verstrooid en gevlucht zijn naar alle uithoeken van de aarde.” In dat opzicht lijkt de wereld van toen verrassend veel op die van nu.

Wat zien wij als we om ons heen kijken, in de krant of het nieuws? De taliban die het roer overneemt en de mensen in Afghanistan onderdrukt. Radeloze vluchtelingen aan de grenzen van Europa. Mensen in China, Wit-Rusland, Noord-Korea, die niet vrij zijn om te geloven, te denken of te leven zoals hun hart hen ingeeft.

We kunnen een vliegticket boeken naar het aardse Jeruzalem, maar het hemelse Jeruzalem lijkt nog altijd mijlenver van ons bed. Als je elke dag je geest voedt met de krant en met het nieuws, raak je al snel ontmoedigd. Dat is waarom Zacharia verder kijkt dan het heden. Hij houdt zijn ogen en zijn hart gericht op de toekomst. En die toekomst, dat is geen droog en moralistisch verhaal. Integendeel, het is een wonderlijk hoopgevend perspectief. Door het zo beeldend te schetsen, nodigt Zacharia ons uit om het te visualiseren en het voor ons te zien. Zodat we er onderdeel van kunnen worden en de Stad van Vrede in ons hart sluiten.

Foto door Nicolas Postiglioni op Pexels.com

Genezing van een blinde

In Marcus 8 lezen we hoe Jezus een blinde de ogen opent. Vele jaren leefde deze man met gesloten ogen. In plaats van de weg van zijn hart te kunnen volgen, moest hij door anderen worden geleid. Maar Jezus raakte zijn ogen aan, zodat hij kon zien. Aanvankelijk zag deze man de werkelijkheid nog in nevelen, mensen leken op bomen. Toen Jezus een tweede maal Zijn handen op de mans ogen legde, was hij in staat de volledige werkelijkheid te zien. Licht drong door tot zijn donkere kerker, en voor zijn ogen ontvouwde zich een nieuw perspectief.

Zo is het ook met de Stad van Vrede. Als je de krant erop naslaat, wijst niets erop dat die er ooit zal komen. “De wereld staat in brand”, zegt Greta Thunberg. Maar wij hoeven niet lijdzaam toe te zien hoe onze wereld in vlammen opgaat, wij kunnen nu al water op het vuur gooien. Dat is wat de profeet Zacharia duidelijk maakt. Het hemelse Jeruzalem is al in wording, een nieuwe werkelijkheid ontvouwt zich vandaag aan onze voeten.

Denkt u soms met bitterheid terug aan iemand die u kwaad heeft gedaan? Mijmert u graag over vroeger, toen het allemaal beter was? Heb je last van spijt of schuldgevoel over dingen die je liever anders had gedaan? “Open je ogen”, zegt Jezus tegen jou en mij vandaag. Zoals Hij de blinde bevrijdde van zijn blindheid, zo bevrijdt Hij ook ons van de donkere hoekjes van ons verleden.

Foto door Eren Li op Pexels.com

Bouwstenen

Nu al kunnen we de grondvesten leggen van de Stad van Vrede. We hoeven niet te kijken naar wat anderen doen. Naar onze regeringen. Zelfs niet naar de dag van gisteren. Elke dag opnieuw kunnen we ervoor kiezen om dankbaar Gods liefde en genade te omarmen, om betere mensen te zijn dan de dag ervoor. Doen we dat, dan zijn we niet ver verwijderd van het hemelse Jeruzalem.

“Zie, Ik ga Mijn volk verlossen”, profeteert Zacharia. Dwars door de tijden heen klinkt een boodschap, actueler dan de krant van morgen. Zelfs al staat de wereld in brand, Gods hand is niet te kort om te verlossen. In het Mattheüsevangelie lezen we hoe Jezus tot Zijn discipelen zegt:

Hebt u nooit gelezen in de Schriften: de steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden?

Jezus, Mattheüs 21, 42-44

Als Christus de hoeksteen is, dan zijn er ook bouwstenen, en die stenen zijn wij.

Denk niet te snel dat je machteloos bent op het wereldtoneel, dat jouw inzet maar een druppel is op een gloeiende plaat. Elke dag opnieuw kunnen we ervoor kiezen mee te bouwen. Soms begint dat al heel klein. Als we ervoor kiezen geen wraak te nemen, maar te vergeven. Want door te vergeven ontslaan we niet alleen onszelf, maar ook de ander van het verleden. Dan zeggen we als het ware: “Laten we samen opnieuw beginnen, in het hier en het nu.”

Meebouwen gebeurt telkens als we besluiten even adem te halen in plaats van een ander de les te lezen. Als we positieve woorden spreken. Een boodschap doen voor onze zieke buurvrouw. Of als we een voorbijganger onze gulle glimlach schenken. Vaak beseffen we niet waar de ander op dat moment doorheen gaat, en wat we ontketenen door goed te zijn. Het fundament van Gods stad is liefde, en door die dagelijks gestalte te geven, worden we Zijn bouwstenen.

Een zuur en ouderwets christendom heeft inderdaad zijn beste tijd gehad, maar ambassadeurs van een Stad van Vrede – dat is waar de wereld op wacht.

Laten wij niet stoppen met bouwen.

Foto door Lukas Rodriguez op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek van 29 augustus 2021 in de protestantse kerk van Horebeke (B).    

Meer lezen?

  • Zacharia 8, 4-8; 20-23
  • Marcus 8, 22-26

                                                                                                           

Doe iets goeds met je woede

In de verzengende hitte zit de profeet Jona, wachtend tot Nineve zal vergaan. God heeft hem opgedragen de mensen te vertellen dat de stad binnen 40 dagen zal worden vernietigd. Maar er gebeurt niets. Wat wel gebeurt: de wonderboom die Jona beschutting bood tegen de hitte, verdort. Jona is woedend. Er zijn van die dagen dat werkelijk alles tegenzit; dat we met God nog wel een appeltje te schillen hebben.

De verwelking van de wonderboom is in het Bijbelboek Jona de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. Eerst probeerde Jona vergeefs Gods plan te ontvluchten door naar Tarsis te reizen; vervolgens vertelt hij een profetie die niet uitkomt, waardoor hij zich onmogelijk nog in Nineve kan vertonen zonder voor leugenaar te worden uitgemaakt. En nu, tot overmaat van ramp, ook nog eens die boom. Jona is woedend. Hij roept tot God: “Laat mij maar sterven. Als het zo moet, ben ik nog liever dood dan verder te willen leven!”

Foto door Pixabay op Pexels.com

Basisemotie

Maar dan stelt Jahweh hem een vraag. “Is het terecht dat je zo kwaad bent?” Aangenomen dat God het antwoord wel weet, lijkt de vraag vooral bedoeld als een uitnodiging aan Jona om zijn hart te onderzoeken. Wat maakt je nu eigenlijk zo kwaad? Jona voelt zich vooral bevestigd in zijn woede. “Ik ben verschrikkelijk kwaad”, roept hij uit, “en terecht!” Op de uitnodiging om stil te staan bij de oorzaak van die woede, gaat hij verder niet in.

Jona wordt beheerst door de onrust in zijn hart. Hij is woedend; hij voelt zich verontwaardigd, het leven verloopt niet zoals hij het had gepland. Alles wat hij onderneemt, lijkt tot mislukken gedoemd. Het is niet eerlijk, denkt hij. Kijk eens naar al die mensen in Nineve, die gewoon kunnen doorgaan met hun leven alsof er niets aan de hand is. En ik zit hier als opgejaagd wild onder een verdorde boom.

Veel mensen zijn kwaad. Ex-militair Jurgen Conings was woedend om de gevolgen van de coronamaatregelen die ingrepen in zijn leven. Daarom bedreigde hij viroloog Marc Van Ranst met de dood en was hij bereid te sterven. Wat uiteindelijk gebeurde. Zo was ook Jona bereid om omwille van zijn boosheid te sterven. Woede is een bijzonder krachtige emotie die samen met blijdschap, angst en verdriet tot de vier universele basisemoties behoort.

Juist door haar kracht kan boosheid beangstigend zijn. De woede van anderen maakt soms dat we ons machteloos en bedreigd voelen. Of misschien zijn we bang om onze eigen kwaadheid te tonen, en proberen we dat gevoel uit alle macht te onderdrukken. Maar als we bereid zijn de woede op een constructieve manier te benaderen en haar als een signaal te verwelkomen, kan ze ons veel leren over wat mensen belangrijk vinden, en over hoe ze in het leven staan.

Foto door Liza Summer op Pexels.com

Atheïstische schoolmeester

Als kind ging ik op een zondagochtend met kinderpostzegels langs de deuren. Bij een vrijstaand huis deed een vrouw van middelbare leeftijd open, ze was gekleed in een geruite plissérok. “Weet jij niet welke dag het is?”, beet ze me toe. “Hoe haal je het in je hoofd om op zondag postzegels te gaan verkopen? Maak dat je wegkomt!”

De woede van deze vrouw plaatste mij voor vraagtekens, want voor mij als seculier opgevoed kind was de zondag een dag als vele andere. “Morgen vraag ik het aan mijn leraar”, getroostte ik mezelf. Meester Velthuis was evenwel een verstokte atheïst. In plaats van te vertellen wat de zondag anders maakte dan andere dagen, ontstak hij in woede.

“Wat denken die ‘gristenen’ wel, om mijn leerlingen de les te lezen?”, fulmineerde de meester. “Nu heb je het met je eigen ogen gezien. Zuurpruimen zijn het! Stijf en zonder vreugde, altijd staan ze klaar om anderen hun wetten op te leggen!” Een tirade volgde. Over de preutsheid en seksloosheid van lange rokken, over “godsgruwelijke” namen als Monsigneur van de Weteringstraat waarmee je zelfs in steden nog om de oren wordt geslagen, over de indoctrinatie van kinderen op scholen met huiveringwekkende namen als Groen van Prinsterer en Bethesda.

Die nacht in bed dacht ik er nog eens over na. “Mijn schoolmeester heeft altijd gezegd dat het christendom een sprookje is”, dacht ik. “Hoe kan iemand zo kwaad worden om een sprookje?” Ik kon me niet voorstellen dat iemand zo kwaad zou worden om Doornroosje, of om Hans en Grietje. Evenmin kon ik mij voorstellen dat een onbestaande god je niet gewoon koud laat. Er moest meer aan de hand zijn. De felheid waarmee mijn leraar God en religie bestreed, wekte mijn nieuwsgierigheid.

Foto door Wendy van Zyl op Pexels.com

Terechte woede

Ook als theoloog vele jaren later, kan ik me nog altijd levendig voorstellen wat mijn schoolmeester zo kwaad maakte. Als God bestaat, waarom zijn er dan zoveel oorlogen? Waarom moorden mensen elkaar uit? En waarom zijn christenen toch vaak zulke nare en onvriendelijke mensen, die snoeihard oordelen, elkaar de wet opleggen en zich schuldig maken aan gruwelijk misbruik en kolonialisme?

“Is het terecht dat je zo kwaad bent?”, vroeg God aan Jona. Sommige mensen zijn atheïst omdat ze niet in een god geloven, andere zijn atheïst omdat ze weigeren te geloven in een god die onrecht toelaat. Jona was ook kwaad. Maar hij baseerde zijn oordeel op slechts een stukje van de werkelijkheid, omdat hij niet in staat was het gehele plan te overzien. Wat Hij niet zag, was dat de Eeuwige Zijn oordeel uitstelde omdat er in Nineve nog altijd goede daden werden gevonden. Nog altijd beterden mensen er hun leven, klonken in de huizen woorden van liefde, werden zieken verzorgd, baby’s geboren, klonken de stemmen van bruid en bruidegom.

Mensen maken er vaak een potje van, en gelovigen zijn helaas geen uitzondering. Dat was ook de reden waarom God aan Jona vroeg: “Waar ligt je hart?” Jona was kwaad, maar die woede toonde vooral zijn eigen hart en prioriteiten. Dit is wat God hem vervolgens ingeeft:

“Als je zoveel verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan 120.000 mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?”

Jahweh tegen Jona in Jona 4, 10

God nodigt Jona uit om verder te kijken dan zijn eigen comfort, reputatie en agenda. Om zijn blik naar de horizon te richten en zich niet alleen verbonden te voelen met de plant die hem schaduw geeft, maar met alles wat leeft. Om zijn beperkte tunnelvisie los te laten, en een hoger masterplan te omarmen. Om Gods handen en voeten op Aarde te willen zijn. Dat is ook waar het Bijbelboek abrupt stopt.

Wat Jona verder met die boodschap doet, lezen we niet. Wat wel duidelijk wordt: boos zijn is zo slecht nog niet. Als we ons niet laten overrompelen door onze gevoelens, maar ons afvragen “waarom ben je zo kwaad?”, heeft het hart ons soms wonderlijk veel te vertellen. Woede legt onze diepste gehechtheden en belangen bloot, en toont ons de dingen die we mogen loslaten om hernieuwde vreugde en vrede te vinden.

Ben je boos? Doe er iets goeds mee!

Foto door Shukhrat Umarov op Pexels.com

Meer lezen?

Tijd om weer van de Aarde te gaan genieten

Overstromingen in België, Nederland en Duitsland; bosbranden in Griekenland en Spanje, waterstromen in Turkije: de natuur is van slag. Zelfs wie aanvankelijk twijfelde, moet eraan geloven. Het weer wordt extremer, en het nieuwe IPCC-klimaatrapport biedt weinig troost. VN-baas Antonio Guterres noemt het “een code rood voor de mensheid”. 

De onheilsprofetieën die we vandaag via het nieuws te horen krijgen, zijn niet nieuw. In Jesaja 34 voorspelt de profeet Jesaja al code rood voor Edom. Het scenario dat hij schetst laat weinig aan de verbeelding over: wateren worden pek, de grond verandert in zwavel, rook stijgt op uit de Aarde, dieren bezetten de ruïnes waar ooit mensen woonden.

Kunststoffabriek

Alle aandacht voor het klimaat brengt me terug naar de winter van 2020. Tijdens een informele bijeenkomst raakte ik in gesprek met een heer uit Brasschaat. We dronken een wijntje en hij vertelde me dat hij directeur van een kunststoffabriek was geweest. Hij had een succesvol imperium uitgebouwd met vele werknemers onder zich. Jarenlang leidde hij het soort leven waarvan anderen alleen kunnen dromen.

Na zijn pensionering begon er evenwel iets te knagen. Omdat hij er eindelijk tijd voor had, maakte hij lange wandelingen over de Kalmthoutse Heide, bekeek hij natuurdocumentaires en verdiepte hij zich in de vele soorten vogels die in het voorjaar neerstreken in zijn tuin. Dat alles confronteerde hem met een nieuw soort rijkdom waar hij zich nooit eerder zo sterk van bewust was geweest.

“Laat ik het je maar eerlijk vertellen”, zei de man. “Soms lig ik er ’s nachts wakker van. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik me afvraag wat ik heb aangericht. Tonnen kunststof heb ik geproduceerd; hetzelfde materiaal dat vandaag aanspoelt op onze stranden en waaraan vogels sterven. Wat heb ik bijgedragen, hoe zal ik de wereld achterlaten waarin mijn kleinkinderen moeten opgroeien?”

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Economische groei

Deze man – een typische babyboomer – groeide op in een tijdperk van wederopbouw en neoliberalisme. Hij kreeg mee dat je alles kunt worden wat je wilt, zolang je maar hard genoeg je best doet. Het waren tijden van economische groei, waarin de bergen ten hemel leken te rijzen. Als jonge ondernemer lag de wereld aan zijn voeten: hij maakte winst, creëerde werkgelegenheid, gaf de economie een stevige impuls en zorgde dat het zijn gezin aan niets ontbrak.

Totdat de klimaatcrisis kwam en de droom een luchtkasteel bleek. Waar kon het zo misgaan? Laten we eens teruggaan naar het begin. In het Bijbelboek Genesis zegent Jahweh de mens en zegt hij tot hen:

Wees vruchtbaar en wordt talrijk, bevolk de Aarde en breng haar onder je gezag; heers over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en alle dieren die op de aarde rondkruipen.”

Genesis 1, 28

Die opdracht tot gezag dragen en heersen wordt nogal eens verkeerd opgevat. Alsof Jahweh de mens een vrijbrief geeft om de Aarde naar hartenlust te gebruiken, uit te putten en te exploiteren. Maar als we naar de Hebreeuwse grondtekst kijken, blijkt het toch iets anders te liggen. De woorden die worden gebruikt, zijn respectievelijk kabash en radah. Samen betekenen die zoveel als: breng de Aarde onder je heerschappij; voer gezag over de vissen, de vogels en de dieren.

Heersen of dienen

Gebruiken of uitbuiten zijn dus niet aan de orde. Het draait hier om iets anders, namelijk om het aanvaarden van leiderschap. Het is tegenwoordig populair om de mens onder de dieren te scharen, maar er is een belangrijk verschil. De Bijbel leert dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. We hebben een bewustzijn en een vermogen tot rationeel denken toebedeeld gekregen, maar daarmee dragen we ook een grotere verantwoordelijkheid. Leiderschap, dát is waartoe we geroepen zijn. En dat kun je op twee manieren vormgeven.

  • Heersend leiderschap onderscheidt zich door lopendebanddenken en een focus op winstmaximalisatie. De heersende leider dient primair de eigen agenda of de jaarcijfers; de structuur is top-down.
  • Dienend leiderschap is zorgen voor wat je is toevertrouwd, en het creëren van de juiste omstandigheden zodat alles en iedereen tot bloei kan komen. Dienend leiderschap is meer organisch dan top-down; het gezag staat in dienst van een groter geheel.

De kunststofmagnaat ontdekte dat hij niet had gediend, maar dat hij over de Aarde had geheerst. Zijn oren en ogen waren jammerlijk gesloten geweest voor een werkelijkheid die hem bij het klimmen der jaren pijnlijk duidelijk werd.

Foto door Catherine Sheila op Pexels.com

Effatha, open je oren!

Effatha, zegt Jezus in het Marcusevangelie tegen een dove man. Open je oren! Dat is ook de boodschap van Laudato Si’, de groene (en oecumenische) encycliek van paus Franciscus. Het is vijf over twaalf. Vlak voor ons, de bewoners van deze wonderschone planeet, liggen twee scenario’s om uit te kiezen. De tuin van de belofte in Jesaja 35, of het desolate land van het hoofdstuk daarvoor. De zegen of de vloek.

Maar wat betekent dat concreet voor ons? Politici waarschuwen dat we de crisis in onze portemonnee zullen gaan voelen. En moeten we ’s nachts wakker liggen van onze ecologische voetafdruk, van plastic verpakkingen, van de kleren die we dragen, van de auto’s die we rijden? Kunnen we in de toekomst het vliegen wel vergeten, is het amoreel om nog langer kinderen op de wereld te zetten?

Het klimaatverhaal is soms net een zware kerk, waar je vanaf de kansel een flinke draai om je oren krijgt en dan met een loodzwaar zondebesef uitkomt. De nadruk ligt helaas maar al te vaak op het negatieve; op alles wat we verkeerd doen en alles wat we zouden moeten laten. Alsof het leven niet al genoeg uitdagingen kent.

Genieten

Ik ben vandaag niet gekomen om u een schuldgevoel aan te praten. Ik sta hier om u te zeggen dat u zich mag verheugen; dat u mag genieten. En als er één woord is dat u vandaag moet onthouden uit mijn preek, dan is het wel genieten.

Want vreugde, dat is wat oprijst uit de zegenprofetie van Jesaja. Nadat de winterregens voorbij zijn, verrijst de natuur uit haar schijnbare dood. Ogen en oren gaan open, een nieuw perspectief ontvouwt zich. Dat is een patroon dat we door de gehele Bijbel heen zien. De mens is hardnekkig in zijn ontrouw, steeds opnieuw vergeet hij God en gaat zijn eigen weg. Eigenzinnig als hij is, verbreekt hij de banden van het Verbond en zegt hij: “Ik wil niet dienstbaar zijn!” Maar dan, op het punt dat hij zich aan God gelijk waant, volgt er een wake-upcall.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Overvloedige genade

De profeet Jesaja beschrijft de terugkeer van het volk Israël tot de Eeuwige. Heel de schepping jubelt van vreugde. Watervallen, bergen, vlakten bezaaid met bloemen… stuk voor stuk weerspiegelen ze Gods overvloedige genade en liefde, die tot uiting komen in de natuur.

Astronauten die vanuit de ruimte de Aarde zien, raken dikwijls geëmotioneerd door het wonder. Die prachtige planeet met oceanen, wolken, bergen en dalen die bijna 7,7 miljard mensenlevens herbergt, voelt echt aan als hun thuis. Haar schoonheid vormt een groot contrast met onherbergzame planeten als de maan, Mars, Venus, Uranus en Pluto, werelden waar enige vorm van leven nauwelijks denkbaar is.  

De Aarde is een parel in het universum; het gehele ecosysteem is getinetuned om mens en dier te laten leven, zoals in een horloge alle onderdeeltjes samenwerken en bijdragen aan een groter geheel. Die onderlinge verbondenheid vinden we ook in de Bijbel terug.

“Bid tot de Heer voor de stad waarheen ik je heb weggevoerd en zet je in voor haar bloei, want haar bloei is ook jullie bloei.”

Profeet Jeremia tot het volk Israël (Jeremia 29, 7)
Foto door Pixabay op Pexels.com

Vijf zintuigen

Alles is met alles verbonden, en alles weerspiegelt de glorie van God. Effatha, zegt Jezus in het Marcusevangelie tegen de oren van een dove. Ga open! Onze vijf zintuigen dragen ertoe bij dat we met heel ons wezen God kunnen verheerlijken.

  • Door onze ogen zijn we in staat de rijkdom van de natuur te zien;
  • Met onze oren kunnen we het fluiten van de vogels horen;
  • Onze reuk doet ons de geuren van de bloemen ervaren
  • Dankzij onze tastzin kunnen we de vroege ochtendnevel op onze huid voelen;
  • Onze smaak maakt dat we vol dankbaarheid de zoete vruchten kunnen proeven.

Een man wiens oren gesloten zijn, mist een wezenlijk onderdeel van de heerlijkheid van God. Het gezang van de vogels ontgaat hem, het ruisen van de bomen dringt niet door tot zijn stille binnenwereld. Juist daarom bevrijdt Jezus hem van zijn doofheid, zodat er een kanaal wordt geopend om meer van Gods glorie te kunnen verstaan.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Geestelijk doof of blind

Maar hoeveel mensen zijn niet geestelijk doof of blind? Ze kunnen wel zien, proeven, voelen, ruiken en horen, en toch ontgaat hen de glorie van God. Zij zien het niet, zij verstaan het niet, zij leven op de automatische piloot. Als zulke mensen een boom zien, vragen zij zich af hoeveel planken zij daaruit kunnen zagen, en hoeveel winst ze kunnen maken. En terwijl Gods heerlijkheid hen overal omringt, herkennen zij Hem niet. In plaats daarvan zeggen ze: “De werkelijkheid is louter materie, laten we leven alsof er geen dag van morgen bestaat”.

“Effatha!”, zegt Jezus Christus vandaag tegen u en mij. Het is vijf over twaalf, maar het is nog niet te laat. Dit is onze kans om te dienen. Dit is onze kans om de wereld een staaltje leiderschap te tonen. Christus zelf is ons voorgegaan. Dwars door de desolate duisternis ging hij de weg van het leven, van de opstanding, van genade en herstel. “Menslief open je oren, je ogen, je hart”, zegt hij vandaag tegen ons, tegen u en tegen mij. Aanschouw de schoonheid van de Heer.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Geniet ervan!

De Aarde zucht onder het gewicht van onze daden; het klimaat is als een beschonkene; het ecosysteem siddert. Dit is de tijd om haar glorie te herontdekken, om de Aarde in ons hart te sluiten en in liefde voor haar te zorgen.

En laten we vooral weer in dankbaarheid genieten. Niet van de zucht naar steeds maar meer, maar van alles wat we in onze consumptiedrift al bijna waren vergeten. Van al dat moois dat gratis is, van het gezang van de vogels, van de smaak van eerlijk voedsel, van de schoonheid van de ondergaande zon boven de zee. De grootste rijkdom ligt vandaag letterlijk aan je voeten. Maak eens een wandeling, en laat je verwonderen door het geweldige kunstwerk waarvan we deel uitmaken. Als je er echt bij stilstaat, is het bijna te mooi om waar te zijn.

Geniet ervan. Dat is de mooiste manier om elke dag opnieuw God te eren, en Hem te danken voor al dat moois dat Hij voor ons, voor u en mij, heeft geschapen.

Foto door Diego Madrigal op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op de preek in de Protestantse Gemeente te Sluiskil, zondag 15 augustus 2021.

Meer lezen?

Verander je leven! Dankbaarheid als levensstijl

Gelukkig zijn, wie zegt daar nee tegen? Als levensgeluk online verkrijgbaar was, dan zou vrijwel iedereen een flinke dosis bestellen. Maar helaas, de realiteit is anders. Veel mensen gaan gebukt onder de lasten van het leven. “Als ik maar dit of dat had”, verzuchten ze, “dan zou ik gelukkig zijn”. Rabbi Felix Halpern ontdekte waarom het geluk juist daardoor onbereikbaar blijft.

Jarenlang leidde Felix Halpern een leven zoals velen. Wandelde hij door een park, dan stond hij nauwelijks stil bij de bomen en de vogels. Zijn gedachten werden bevangen door 1.001 dingen die nog moesten gebeuren. En hoewel hij een spiritueel persoon was, was zijn gebedsleven vooral een opsomming van de wensen. “Heer, wilt u me dit en dat geven?”, bad hij. En steevast dacht hij er achteraan: als God mijn gebeden verhoort, dan zal ik gelukkig zijn.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

Bijna-doodervaring

Als Halpern vandaag door een park wandelt, kan hij intens genieten van de bomen en vogels. Zijn blik reikt verder dan de boomstam en de bladeren; hij is in staat elk detail waar te nemen. Ook zijn gebedsleven heeft een transformatie ondergaan. In plaats van zijn wensenlijstje af te ratelen, vervult een diepe dankbaarheid zijn hart. Dankbaarheid voor alle schoonheid die hem omringt, voor het water dat zomaar uit de kraan komt, voor de glimlach van een onbekende, voor de vogels die zingen.

Voor Felix Halpern was een bijna-doodervaring de ommekeer. In zijn boek A Rabbi’s Journey to Heaven beschrijft hij hoe hij na een onverwachtse hartaanval voor Gods troon kwam te staan. Daar zag hij wateren van kristal, edelstenen van een ongeëvenaarde schoonheid en ervoer hij een ongekende vrijheid. “Het was alsof ik een vogel was die plots besefte dat hij vleugels had en kon vliegen”, getuigt Halpern. Nog iets dat hij besefte: het bestaan in de hemel is makkelijk; dat op Aarde is moeilijk. Het aardse leven is voor veel mensen een kooi waarin ze gevangen zitten.

Psalmen

Halpern overleefde, en nu voelt hij een urgentie om mensen ervan te overtuigen dat ze niet in die kooi hoeven te zitten. “De mens die ik sinds mijn bijna-doodervaring ben, is niet meer dezelfde als voorheen”, zegt de Amerikaanse rabbi. Ging hij er voor zijn bijna-doodervaring prat op de hele Bijbel te hebben gelezen, nadien focuste hij zich op één boek: de Psalmen. Het aandachtig lezen van die teksten opende zijn ogen.

Halpern ontdekte dat de auteurs vele stormen doorstonden. Het zou volkomen begrijpelijk zijn geweest als in ieder geval een van hen had gezegd: “Bekijk het maar! Zorg eerst eens dat het een keertje meezit, dán ga ik U dienen”. Toch is de grondtoon die uit de Psalmen opstijgt, bovenal dankbaarheid. David, Salomo, Mozes, Asaf, Ethan, de zonen van Korach: hoe ze ook werden beproefd, hun dankbaarheid lijkt onverwoestbaar.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

Mentale staat

Dat verbaasde Halpern. Wat kon hun geheim zijn geweest? Plots begon hem iets te dagen. De auteurs van de Psalmen dankten God niet als ze iets hadden ontvangen, ze dankten Hem om wat ze hadden ontvangen. Hun dankbaarheid was niet het gevolg van een vervulde wens, maar een levensstijl. Welke stormen ze ook doorstonden, hun mindset van dankbaarheid was niet kapot te krijgen. Integendeel: het was juist die mindset die maakte dat ze in staat waren vele stormen te trotseren, en intussen gefocust te blijven op het goede en het schone.

“De makkelijkste manier om meer geluk in ons leven te creëren, is meer te focussen op het geluk van anderen”, stelt Andy Puddicombe, oprichter van de meditatie-app Headspace. Waarna ook hij uitlegt dat voor veel mensen het geluk onbereikbaar blijft omdat ze het buiten zichzelf zoeken. Maar levensgeluk is bovenal een mentale staat van zijn. De hartgrondige keuze om elke nieuwe dag tegemoet te treden met een houding van openheid, empathie, liefde en compassie.

Bidden vanuit geloof

“Dat klinkt allemaal prachtig”, denk je nu misschien, “maar mag je dan niet bidden voor iets dat je graag wilt?” Zeker wel! Maar, drukken Jezus en de apostel Jakobus ons op het hart, als je werkelijk wilt dat je gebeden niet tussen vier muren blijven hangen, dan moet je bidden vanuit een grondhouding van geloof.

“Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.”

Jezus (Marcus 11, 24)

“Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, moet niet denken dat hij van de Heer iets zal krijgen.”

Jakobus (Jakobus 6, 6-8)

Voor- of tegenspoed

Waarom bleef het hart van rabbi Halpern leeg, zelfs al bracht hij nog zo vaak zijn wensenlijstje bij God? Het probleem is dat hij bad vanuit de verkeerde grondhouding. Er zijn twee verschillende houdingen waarmee we het leven tegemoet kunnen treden:

  • Een grondhouding van gebrek. In dat geval zijn we vooral gericht op wat ons ontbreekt; op onze angsten, bezorgdheden en trauma’s; op het kwaad in de wereld, op wat andere mensen verkeerd doen, op wat er allemaal zou moeten veranderen om te maken dat we werkelijk gelukkig zijn. Maar daardoor raken we gefocust op tegenspoed.
  • Een grondhouding van geloof en dankbaarheid. We zijn vooral gericht op het hier en nu; op wat we wél hebben, op de kleine en grote dingen om dankbaar voor te zijn; op al het goede dat ons dagelijks toekomt en dat niet vanzelfsprekend is. Zelfs al zit het leven soms tegen, we zijn gefocust op voorspoed.

Zijn bijna-doodervaring deed rabbi Halpern inzien dat veel gebeden die dagelijks opstijgen, in feite belijdenissen van tegenspoed zijn. Hetzelfde gebeurt als we keer op keer over onze problemen praten, als we onszelf als slachtoffer zien van de omstandigheden of als we de gewoonte hebben om negatieve, harde en kritische woorden te spreken, over onszelf of over anderen. In al die gevallen belijden we niet het geluk, maar het ongeluk; niet de mogelijkheden, maar de onmogelijkheden. En al die woorden zijn niet onschuldig, want samen creëren ze onze mindset. Ze worden het verhaal waarmee we ons identificeren.

“Besef goed, vandaag stel ik u de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood.”

Deuteronomium 30, 15

Als onze woorden niet het broodnodige vertrouwen ademen, raakt het brein gefocust op negativiteit. Gevolg: het roept de bijbehorende gevoelens op en geeft een seintje af aan de bijnieren, die adrenaline en cortisol beginnen te produceren. Stresshormonen die ons zonder dat we het beseffen gevangenhouden in een continue staat van stress. In plaats van te kunnen vliegen, zijn we als vogels die zichzelf gevangen houden in een mentale kooi. Onze gerichtheid op het negatieve maakt dat we voortdurend bevestigd zien wat we belijden (self fulfilling prophecy). Het gevolg is dat we boos zijn en tegen onszelf zeggen: “Zie je nu wel, bidden helpt niet!”

Geluk begint van binnen

Dat we geneigd zijn het geluk buiten onszelf te zoeken, is niet verwonderlijk. We leven in een wereld die ons voortdurend voorspiegelt dat het ultieme levensgeluk te vinden is in luxeproducten, in boeken die snelle stappenplannen bieden, in kicks, beleving, zinderende romantiek en passie. We geven massa’s geld uit aan dingen die ons slechts een tijdelijke bevrediging kunnen geven. Paradoxaal genoeg raken we daardoor juist verder verwijderd van het ware levensgeluk.

Want geluk, dat is toch vooral het leven omarmen vanuit een grondhouding van dankbaarheid. Het is de optelsom van alle zegeningen die je hebt geteld. Dit is waartoe rabbi Halpern en vele anderen ons uitdagen: doorbreek de spiraal van negativiteit. Omarm elke morgen als een geschenk, laat geen dag voorbijgaan zonder een positief woord te spreken of mensen je waardering te laten blijken. Probeer dat, en je zult zien: na een paar dagen lijkt het alsof de hele wereld veranderd is. Maar de ware verandering… dat ben jij!

Foto door Marcus Wu00f6ckel op Pexels.com